SPECIAL: Historische hunks in de hoofdstad

SPECIALS 17 oktober 2017

Als je je ogen even dicht doet (niet te lang, want het is wel leuk als je verder blijft lezen) en denkt aan kunstenaars uit de Gouden Eeuw, welke namen komen dan in je op? We durven er best een fles wijn op in te zetten dat Rembrandt een van de eersten is. De man achter De Nachtwacht, degene naar wie eindeloos veel pleinen en aftandse vreetschuren in ons land zijn vernoemd. Maar wist je dat hij in de tweede helft van de zeventiende eeuw niet meer de populairste schilder van Amsterdam was? Nope. Hij was inmiddels ingehaald door twee van zijn voormalige leerlingen: Govert Flinck en Ferdinand Bol.

In Amsterdam worden deze twee – inmiddels een beetje verwaarloosde – talenten nu uit Rembrandts schaduw getrokken. Hun verhaal wordt in drie musea verteld: Museum Het Rembrandthuis en het Amsterdam Museum presenteren een dubbeltentoonstelling, en Museum Van Loon zet Ferdinand Bol in de spotlight. Er zijn tientallen en nog eens tientallen schilderijen te zien, met nog wat etsen en tekeningen als bonus, maar wij hebben vooral oog voor één belangrijk detail: wat een ontzettend handsome man Ferdinand Bol was! #sorrynotsorry Govert, maar je verdwijnt wederom in iemands schaduw. Tijd voor een nadere kennismaking *wink wink* in de drie musea.

 

bol-web-1
Detail van Ferdinand Bol, ‘Zelfportret, leunend op een balustrade’, ca. 1647 (bruikleen van een particuliere collectie), via Museum Het Rembrandthuis.


Museum Het Rembrandthuis
In Museum Het Rembrandthuis (het huis waar Rembrandt vroeger woonde), draait het echt om de relatie tussen de meester en zijn leerlingen. Zowel Flinck als Bol kwamen bij Rembrandt in de laatste fase van hun opleiding, Flinck wat eerder dan Bol. Rembrandt nam geen beginners aan: Flinck en Bol liepen dus meer een soort stage bij hem, waarbij ze hem assisteerden of zelf schilderijen maakten naar voorbeeld van zijn werken. De expositie toont voorbeelden van Rembrandts werk (voornamelijk etsen) en dat van de twee jongemannen (voornamelijk schilderijen), side by side. Onze favorieten zijn de twee portretten die Govert Flinck van Rembrandt en diens vrouw Saskia heeft gemaakt (te zien in de bovenzaal). We zien Rembrandt hier niet als schilder of als gentleman gepresenteerd, maar verkleed als herder met een staf en fluit. Wij vermoeden dat dit Saskia’s idee was. Sowieso Saskia’s idee.

Hoe knap is Ferdinand Bol hier op een schaal van 1 tot 10 ? | 10/10
Would totally bang. Die oorbel op zijn zelfportret (zie afbeelding hierboven) maakt hem echt een beetje een bad boy. Je kunt je zo voorstellen dat hij je komt ophalen in zijn opgevoerde rijtuig en je een nertsstola van de zwarte markt cadeau geeft. Dit is zijn allereerste zelfportret en we zien een zelfverzekerde man van dertig, die net als zijn leermeester Rembrandt (en ongeveer 90% van de Amsterdamse mannen met een Instagram-account tegenwoordig) niet vies was van een #selfie.

Hoe lang doe je er over? | 30 – 60 min.
Museum hack: er zijn twee manieren om bij deze expositie te komen in het museum – via het oude huis van Rembrandt of rechtstreeks naar de tweede etage met de lift. Ga voor optie 1 als je jezelf tijdelijk wilt teleporteren naar de zeventiende eeuw en wilt zien waar die beroemde Rembrandt nou eigenlijk de Nachtwacht heeft geschilderd (dat was hier!). Ga voor optie 2 als je een blaar op je linker kleine teen hebt en je het vermoeden hebt dat je Compeed-pleister nog maximaal 300 stappen blijft zitten. Precies genoeg voor deze expositie, want de tentoonstellingszalen zijn klein maar fijn.

De tentoonstelling ‘Ferdinand Bol en Govert Flinck: Rembrandts meesterleerlingen’ is nog t/m 18 februari 2018 te zien in Museum Het Rembrandthuis. Meer informatie: https://www.rembrandthuis.nl/nl/bezoek/tentoonstellingen/tentoonstelling-ferdinand-bol-en-govert-flinck-rembrandts-meesterleerlingen/

AM zelfportret detail
Detail van Ferdinand Bol, ‘Zelfportret’, 1653 (bruikleen van het Rijksmuseum Amsterdam), via Amsterdam Museum.


Amsterdam Museum
Rembrandt was een fantastische kunstenaar, met een fanbase waartoe we BK’ers (Bekende Kunstenaars) als Francis Bacon en Vincent Van Gogh kunnen rekenen. Maar Rembrandt was nou niet bepaald een netwerktijger op de vrijmibo (of de Muiderkring, de zeventiende-eeuwse voorloper hiervan). Ferdinand Bol en Govert Flinck waren dat wel: nadat zij hun ‘diploma’ hadden gehaald, snapten ze heel goed wat het belang van goede contacten is en luisterden ze goed naar wat hun klanten wilden. De expositie in het Amsterdam Museum laat zien dat letterlijk everybody who’s somebody zich door Bol en Flinck liet portretteren. Onze favorieten zijn de vele schattige cupidootjes in hoekjes van portretten of als zelfstandig werk: wat een heerlijke zoetsappigheid was het toch aan de Amsterdamse grachten destijds.

Hoe knap is Ferdinand Bol hier op een schaal van 1 tot 10 ? | 7/10
Hij is iets ouder dan in het Rembrandthuis,
but still rocking the earring. Desondanks blijven we deze keer naar een stel andere mensen staren, en vooral luisteren. Een intelligente en interessante toevoeging aan deze expositie zijn de video’s, waarin verschillende kenners een bredere context scheppen voor de kunstwerken die je hier ziet. Zo vertelt historica Els Kloek over de rol van de vrouw in de zeventiende eeuw en over klassenverschillen, legt docent Karwan Fatah-Black het een en ander uit over zwarte huisbedienden en slavernij in die tijd, en praten Ruben van Zwieten en Kemal Essabane over de betekenis van het ‘Offer van Abraham’ (een populair Bijbels thema in die tijd) in zowel het Christendom als de Islam.

Hoe lang doe je er over? | 60 – 90 min.
Neem wat extra tijd voor als je de weg kwijtraakt, want het Amsterdam Museum is één en al ondergrondse gangen, verwarrende trappetjes en schijnbaar onlogische wandelroutes. Mis vooral niet het allerlaatste zaaltje (dat ook uit de route ligt), waar het schilderij
Elisa weigert de geschenken van Naaman van Ferdinand Bol helemaal solo hangt. Het Amsterdam Museum daagt je uit en brengt tot rust: ga lekker zitten op het zachte bankje en kijk eens wat langer naar een schilderij. Neem vooral de audiotour mee, die je op alle details en achterliggende betekenissen wijst.

De tentoonstelling ‘Ferdinand Bol en Govert Flinck: Rembrandts meesterleerlingen’ is nog t/m 18 februari 2018 te zien in het Amsterdam Museum. Meer informatie: https://www.amsterdammuseum.nl/tentoonstellingen/govert-flinck-ferdinand-bol

 

Ferdinand Bol, Zelfportret, ca. 1669. Rijksmuseum AmsterdamDetail van Ferdinand Bol, ‘Zelfportret’, ca. 1669, (bruikleen van het Rijksmuseum Amsterdam), via Museum Van Loon.


Museum Van Loon
In Museum Van Loon it’s all about Ferdinand Bol. Niet alleen omdat hij zo knap is, maar vooral omdat hij ooit eigenaar is geweest van het pand dat nu het museum is. We schreven al over de networking skills van Bol en Flinck, maar ook hierin was Bol Flincks meerdere. Hij trouwde namelijk boven zijn stand, met de puissant rijke Anna van Erckel. Wat hij toen deed is wat wij allemaal van dromen als de deadlines ons levensmoe maken: lekker gaan rentenieren. Hij zat in zijn riante huis en ging kunst verzamelen, als een ware gentleman. Museum Van Loon is de archieven ingedoken en heeft onderzoek gedaan naar Bols collectie: welke werken had hij allemaal? Dat was dus niet mis: ruim 60 kunstwerken, waaronder vele landschappen, stillevens, een aantal Rembrandts en een Rubens. Een selectie hiervan (22 werken) zijn nu terug naar huis gehaald, aan de Keizersgracht. Onze favorieten zijn de Rembrandts: een prachtige olieverfstudie op papier, die heel bijzonder is binnen zijn oeuvre, en een heel expliciet schilderij van een besnijdenis – gotta love it. De Rubens is ook prachtig. De stillevens trouwens ook. Jezus, wat een jaloersmakende verzameling had die man toch.

Hoe knap is Ferdinand Bol hier op een schaal van 1 tot 10 ? | 8/10
Als je je ogen een beetje dichtknijpt, door je wimpers tuurt en het licht uitdoet, lijkt Ferdinand inmiddels een beetje op André van Duin (
zie afbeelding hierboven). Als dat je type is (daddy issues anyone?), kom je hier dus zeker aan je trekken. Hij krijgt extra punten voor de symbolische betekenis die hij in zijn zelfportret en lijst heeft opgenomen. Dit portret heeft hij gemaakt toen hij net getrouwd was: we zien niet alleen een cupidootje (daar is -ie weer!), maar ook een zonnebloem in de lijst. Deze is naar de zon gedraaid, zoals een minnaar zich op zijn geliefde moet richten. Preach, Ferdie!

Hoe lang doe je er over? | 30 min.
Let wel: de tentoonstelling is niet in de het grote huis te zien, maar achterin de tuin in het koetshuis. Het koetshuis waar vroeger de paarden ook stonden. Zie je al waar we heen willen? Het aroma van vermoeid paard krijg je moeilijk uit het behang, dus wees gewaarschuwd. Gelukkig went het snel en is de korte wandeling terug door de tuin heerlijk verfrissend.

De tentoonstelling Ferdinand Bol. Het huis, de collectie, de kunstenaar is nog t/m 8 januari 2018 te zien in Museum Van Loon. Meer informatie: https://www.museumvanloon.nl/programma/actueel/89

Coverbeeld: Govert Flinck, ‘Slapende Cupido’, 1639, Privécollectie, via Amsterdam Museum.


 

Advertenties

GO | NO GO #79: Zoekterm: migratie

GO | NO GO 11 oktober 2017

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Dit keer nemen we de thematische tentoonstelling ‘Ik ben een geboren buitenlander’ in het Stedelijk Museum Amsterdam onder de loep.

Een kunstenaar kan het nog zo hard willen, maar een kunstwerk heeft zelden of nooit één betekenis. Kunstwerken zijn per definitie vatbaar voor interpretatie, en die interpretatie wil nog wel eens flink variëren afhankelijk van de context. De manier waarop een kunstwerk wordt gepresenteerd, bijvoorbeeld in een museale opstelling, in een solotentoonstelling van de kunstenaar in samenhang met andere werken uit zijn/haar oeuvre, of binnen een thematische groepstentoonstelling, is van grote invloed op hoe we een kunstwerk tot ons nemen. De vele zelfportretten van Rembrandt zouden bijvoorbeeld een heel andere lading krijgen als ze in een thematentoonstelling over narcisme in de kunst zouden worden getoond – just saying… Daarom in deze GO | NO GO een snelcursus over de moeilijkheid van de thematentoonstelling. Onze casus: Ik ben een geboren buitenlander in het Stedelijk. Jongens en meisjes, schrijven jullie mee?

Met een thematentoonstelling maakt een instelling een statement: er valt een trend in kunstenaarsland te signaleren, of het thema is een hot topic. In het kader van get it while it’s hot, haakte het Stedelijk dit jaar in op het thema van ‘migratie’ – volgens het persbericht van het Stedelijk “een onderwerp dat de samenleving lijkt te verdelen.” Bovendien leeft dit thema volgens het museum onder kunstenaars. Daarom wijdde het Stedelijk Museum dit jaar maar liefst vijf tentoonstellingen aan het begrip migratie, naar eigen zeggen “in de ruimste zin van het woord.” Naast solotentoonstellingen van de Indiase Nalini Malani, de Zuid-Afrikaanse Zanele Muholi (zie hier meteen die “ruimste zin van het woord” – haar werk gaat niet eens over migratie?) en de Colombiaan Carlos Motta, presenteerde het Stedelijk eerder dit jaar ook al Oplossing of Utopie? Ontwerpen voor vluchtelingen, een tentoonstelling met projecten van ontwerpers en architecten die bedoeld zijn voor tijdelijke situaties waarin vele vluchtelingen verkeren. De tentoonstelling Ik ben een geboren buitenlander is de laatste in deze reeks, waarvoor in de eigen collectie van het museum is gedoken met de vraag: hoe verhouden kunstenaars zich tot migratie, en op welke wijze brengen ze dit thema in beeld?

1987.1.1262
Lewis Hine, ‘Dutch Family’, 1910. Collectie Stedelijk Museum Amsterdam.

– | Een thematentoonstelling klinkt simpel: alsof je een thema-kwartje in de automaat gooit. Het lijkt alsof het Stedelijk in de zoekfunctie van hun collectiedatabase op het trefwoord ‘migratie’  heeft gezocht en alles wat eruit rolde tentoon heeft gesteld. De vraag die het Stedelijk zichzelf stelde hoe kunstenaars in hun collectie zich verhouden tot het onderwerp, wordt op de meest associatieve manieren beantwoord. Het resultaat: er is in feite geen touw aan vast te knopen is waar het Stedelijk met deze presentatie heen wil. De ene kunstenaar wordt er aan zijn haren bijgesleept omdat hij zelf ooit naar Nederland is geëmigreerd, terwijl het werk daar dan niet eens per se over gaat. De ander is zelf geen migrant maar reflecteert wel op het onderwerp. Er zijn werken die refereren aan het Nederlandse koloniale verleden, zoals het videowerk La Javanaise van Wendelien van Oldenborgh, maar de tentoonstelling bevat bijvoorbeeld ook de beroemde foto’s van Lewis Hine die hij maakte van immigranten die rond 1900 op Ellis Island in de haven van New York arriveerden, de toegangspoort tot the American dream. Kortom, er worden kunstenaars naast elkaar gezet omdat ze ergens dus íets met migratie te maken moeten hebben gehad, op welke manier dan ook. Dwarsverbanden worden echter nauwelijks gelegd; hier valt geen enkele concrete gedachtegang, vervolgvraag of statement uit op te maken.

2007.1.0011(1-12)
Marlene Dumas, ‘Young Men’, 2002-2005. Collectie Stedelijk Museum Amsterdam.

+| Toch zitten er genoeg werken tussen die absoluut de moeite waard zijn om te gaan bekijken. Met name de werken die ingaan op beeldvorming en berichtgeving rondom migranten lijken in deze tentoonstelling het meest hout te snijden. Het thema van ‘migratie’ was door het museum per slot van rekening gekozen, omdat het “de samenleving lijkt te verdelen.” Toen na 11 september 2001 de War on Terror uitbrak, zorgde negatieve berichtgeving in de media ervoor dat het Arabische uiterlijk per definitie werd (en wordt) geassocieerd met gevaar, moslimextremisme en raciale spanningen. Marlene Dumas speelde op deze angstgevoelens en stereotyperingen in door tekeningen te maken van twaalf jonge mannen met een Noord-Afrikaans of Arabisch uiterlijk. De ene tekening is van een zelfmoordterrorist, de ander kan zomaar een jongen uit Dumas’ eigen omgeving in Amsterdam zijn. Dumas maakt simpel maar raak duidelijk dat hun uiterlijke kenmerken hen stuk voor stuk verdacht maken, schuldig of niet.

Een ander werk over beeldvorming is de serie Le monde appartient à ceux qui se lèvent tôt (‘De wereld behoort aan hen die vroeg opstaan’) van Barbara Visser. Bij het bekijken van deze reeks van vijf foto’s wordt je als toeschouwer op het verkeerde been gezet. Het lijkt alsof we een vluchteling zien die – à la de beroemd geworden foto van het 2-jarige Syrische jongetje Aylan Kurdi – aangespoeld is in de branding. De man op de foto ziet er levenloos uit. Door steeds verder uit te zoomen, blijkt bij de vijfde foto dat het dramatische tafereel volledig in scene is gezet. Wat op het eerste gezicht een ‘waar’ documentair beeld lijkt te zijn, is bij nader inzien een constructie. Een abstractere verbeelding van representatie en beeldvorming zijn de textielinstallaties van Rossella Biscotti. Zij zette demografische gegevens van immigranten om in een geometrisch patroon van blokjes die geponst zijn in stof. In feite verbeeld het de abstractie van de vluchtelingenproblematiek: mensen worden anonieme nummers in een wachtrij en politici lijken enkel nog van quota te spreken.

Schermafbeelding 2017-10-11 om 10.52.20
Barbara Visser, ‘
Le monde appartient à ceux qui se lèvent tôt (no. 1, 2 & 3)’, 2002, collectie Stedelijk Museum Amsterdam, courtesy: Annet Gelink Gallery, Amsterdam

Remy Jungerman gebruikt in zijn werk het motief van een platgereden pad als metafoor voor iets of iemand die vrijwillig uit de natuurlijke habitat stapt. Jungerman: “Die stap is een risico – je kunt platgetreden worden, maar je kunt ook ontsnappen.” De kunstenaar gebruikt het motief als een metafoor voor zichzelf: hij is vanuit Suriname naar Nederland gekomen. Het Stedelijk is met deze tentoonstelling ook uit zijn comfort zone gestapt – en een beetje platgereden door zo’n groots thema. Conclusie van deze cursus: Thematische tentoonstellingen zijn tricky. Het hoeft geen concrete eindconclusie te bevatten, maar wil het slagen, dan moet er een rode draad in te ontdekken zijn die meer suggereert dan een trefwoord alleen.

 

Hoe lang doe je er over? | 60 min   

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | In deze video vertelt Rossella Biscotti over haar werk 10×10, waarin ze data visualiseert op textiel.


De tentoonstelling ‘Ik ben een geboren buitenlander. Aspecten van migratie in de collectie van het Stedelijk’ in het Stedelijk Museum Amsterdam is t/m 3 juni 2018 te zien. Meer informatie: http://www.stedelijk.nl/tentoonstellingen/ik-ben-een-geboren-buitenlander

Coverbeeld: Remy Jungerman, ‘Zonder titel’, 1997, olieverf op doek. Collectie Stedelijk Museum Amsterdam.

GO | NO GO #78: Bullets, not brushes

GO | NO GO 1 oktober 2017

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Ditmaal zijn we bij GRIMM op de Keizersgracht geweest om de tentoonstelling ‘Gunshot Plywood Bronze Works’ van Matthew Day Jackson te bekijken.

Wanneer een galerie twee vestigingen in een stad heeft (Keizersgracht en Frans Halsstraat in Amsterdam), wil het nog wel eens mis gaan wat afspraken betreft. Helaas ook bij De Kunstmeisjes. Daarom schrijft deze week de ene helft van ons lieftallige team over de expositie op de Keizersgracht en drinkt de andere helft koffie in De Pijp. Mocht iemand interesse hebben: de cappuccino bij Boutique del Caffe Torrefazione is echt Italiaans (dik schuim!) en echt heerlijk. Maar voordat we onszelf illusies gaan maken dat we foodbloggers kunnen worden, terug naar GRIMM. Daar zie je nog even (get it while it’s hot) de solotentoonstelling van de Amerikaanse Matthew Day Jackson.

Deze kunstenaar is een geboren en getogen Amerikaan, die in zijn werk heden en verleden combineert en refereert naar de ‘Horriful’-theorie: alles kan tegelijkertijd als horrible en als beautiful ervaren worden. Een van de belangrijkste thema’s in zijn werk is geweld. Volgens Jackson wordt de Amerikaanse geschiedenis beheerst door bloeddorstigheid en destructie. Of zoals hij het zelf zei: “I just recognize that we live in an extraordinarily violent place. And that the boundaries between the haves and the have-nots and those who are and those who are not are usually defined by violence.” Jackson is wellicht niet heel bekend bij het grote publiek, maar binnen de galeriewereld een hele grote naam (met een lekker prijskaartje). Tijd dus voor een kennismaking!

installatieshot
Installatieshot van de tentoonstelling Matthew Day Jackson – Gunshot Plywood Bronze Works. Courtesy of the artist and GRIMM, Amsterdam | New York

± | De Keizersgracht is een enkele ruimte waarin je meteen de hele tentoonstelling overziet. Dan valt meteen op dat het om minimalistisch en ingetogen werk gaat. May we say a bit boring at first?  Er hangen drie grote zwarte werken en twee kleinere zeefdrukken. De grote werken doen denken aan uitgebrande panelen, maar zijn in werkelijkheid bronzen afgietsels van kapotgeschoten multiplex (plywood, in het Engels, vandaar de titel) platen. Een handvol kapotte platen, meer hoef je echt niet te verwachten van deze expositie. Het werk van Jackson is net als met een kat: je moet even je best doen, maar dan ben je friends for life. Het is daarom echt noodzaak om direct na binnenkomst even goed het persbericht door te lezen of uitleg te vragen aan de galeriemedewerker. Dan kom je er namelijk achter dat de kunstwerken niet enkel een uitbarsting van doelloze agressie zijn, maar er een boeiende boodschap en maatschappijkritiek in verscholen ligt. Kan je niet wachten en wil je dit nu al weten? Lees snel verder!

4913.1_Plywood_Piece_2_Approval_Photos_09
Matthew Day Jackson, American English (detail), 2017. Courtesy of the artist and GRIMM, Amsterdam | New York

+ | Leuk dat je er nog steeds bent! Now for the interesting part: het verhaal achter Jacksons werken. Aangewakkerd door het nieuwsbericht op 1 augustus 2016 dat een Amerikaanse universiteit in Texas het dragen van vuurwapens toestaat, werd het Jackson allemaal even te kwaad. 50 jaar eerder vonden precies op die campus namelijk de “Clock Tower Shootings” plaats, waarbij 14 mensen overleden en er tientallen gewonden vielen. Vele mass shootings kenmerken de Amerikaanse geschiedenis van de afgelopen decennia, tot aan de actuele police shootings. Als reactie hierop maakte Jackson deze serie. Hij nam panelen van multiplex, het goedkope materiaal waarmee veel huizen in Amerika zijn gebouwd. Deze huizen lijken stevig, maar zijn dit in werkelijkheid verre van. Het fundament van de VS is volgens Jackson te vergelijken met deze huizen van multiplex: het lijkt allemaal mooi van buiten maar een goede windvlaag en het ligt aan gort. De platen zijn door de kunstenaar vakkundig kapot geschoten, waardoor alleen de rand nog overeind blijft. Hij had ook naar een kwast kunnen grijpen, maar dat is niet zijn style. Jackson makes no jokes: dit is wat er momenteel met Amerika gebeurt. Vreselijke verhalen en ook best vreselijke kunst. Maar tegelijkertijd ook mooi. Horriful. Hot damn, he nailed it.

Hoe lang doe je er over? |  25 min.   

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | Dit artikel van The New York Times ter gelegenheid van een eerdere expo van MDJ vertelt je alles: van zijn studie tot zijn visie en waarom hij een raceauto in zijn studio heeft staan. Must-read!


De tentoonstelling ‘Gunshot Plywood Bronze Works’ van Matthew Day Jackson bij GRIMM Gallery op de Keizersgracht is t/m 13 oktober 2017 te zien. Meer informatie: https://grimmgallery.com/exhibitions/gunshot-plywood-bronze-works/

GO | NO GO #77 | Locus: dubbel focus

GO | NO GO 26 september 2017

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Vandaag vertellen we je meer over een duo-show van twee bijzondere filmmakers in EYE, getiteld Locus: Apichatpong Weerasethakul – Cao Guimarães.

Wanneer EYE aankondigt dat ze een nieuwe tentoonstelling openen, zijn wij er altijd als de kippen bij. Dit keer zie in het filmwalhalla aan het IJ geen ode aan een wereldberoemde filmmaker zoals (hiervoor) Scorsese, maar worden twee underground filmkunstenaars uit twee totaal verschillende werelddelen uitgelicht. Apichatpong Weerasethakul (Bangkok, Thailand) en Cao Guimarães (Belo Horizonte, Brazilië) hebben eigenlijk niets met elkaar te maken en kennen elkaar niet, maar schitteren desalniettemin samen in deze expositie. Het uitgangspunt van Locus: Apichatpong Weerasethakul – Cao Guimarães is namelijk de unieke verbondenheid van beide filmmakers aan hun regio.

De titel van deze expositie, afgeleid van de namen van de filmmakers, is een hele mond vol en dagen later discussiëren we nog steeds over de correcte uitspraak. Een stuk helderder is de opbouw van de tentoonstelling: achter een wandje met daarop de introductietest, vind je eerst een ruimte waar het werk van Cao Guimarães te zien is. Zijn films zijn herkenbaar door het langzame tempo en zijn oog voor detail. Hij focust bijvoorbeeld op een zeepbel die – trager dan drie slakken die in de file staan voor een blaadje sla – door een gebouw zweeft. Het effect is fascinerend en vooral erg rustgevend. De ruimte is zo ingericht dat je meerdere films tegelijk kunt zien (ze worden simultaan afgespeeld), of juist voor een enkel scherm kunt zitten om ze afzonderlijk te bekijken.

apichatpong_weerasethakul_primitive_nabua_2009_courtesy_the_artist_and_kick_the_machine_films_bangkok
Apichatpong Weerasethakul, ‘Primitive (Nabua)’, 2009 Courtesy the artist and Kick the Machine Films, Bangkok. Via EYE, Amsterdam

Wanneer we doorlopen naar Apichatpong Weerasethakul, worden we meteen getransporteerd naar de andere kant van de aardbol, van Brazilië naar Thailand. Zijn werk (uit de serie ‘Primitive’) is te zien in een grote zaal, waar in het midden een soort zacht podium is neergezet. Vond je bioscoopstoelen al relaxed, dan is dit je dream come true. De films tonen ons de levensverhalen van tieners die opgroeien in een voormalige conflictregio: het gebied werd voorheen geteisterd door de strijd tussen soldaten en de lokale bevolking, die ervan werd verdacht communistische sympathieën te hebben. Dit verleden is de rode draad die door de serie Primitive loopt. Het zijn hele symbolische films, waarin de symbolen zijn opgenomen alsof ze de normaalste zaak van de wereld zijn. Zo wordt je aandacht bijvoorbeeld continu getrokken door inslaande bliksem, die wel lijkt opgewekt door mystieke krachten om een een bepaalde boodschap over te brengen.

HyperFocal: 0
Cao Guimarães & Rivane Neuenschwander, Quarta-feira de Cinzas/Epilogue, 2006, Courtesy the artist, foto: Hans Wildschut, via EYE, Amsterdam.

+ | Er is veel moois te zien, maar onze favoriet was met afstand de film ‘Quarta Feira de Cinzas’ (2006) van Cao Guimarães. We zien een bosrijke omgeving met mieren en confetti – nothing more, nothing less. Nu denk je waarschijnlijk niet: super logisch, mieren en confetti! Toch gaan ze wonderbaarlijk goed samen. Je ziet de mieren druk rondlopen met de grote confettivlokken in hun kaken, wat een heel speels, poëtisch en – wederom – rustgevend beeld oplevert. De kleuren van de confetti zijn heel vreemd in de natuurlijke omgeving en knallen van het scherm. Mocht je de komende tijd overvallen worden door PMS, een gebroken hart of gewoon een bijzonder slechte dag: ga heen en maak jezelf weer gelukkig met deze film!

± | De tentoonstellingen die wij inmiddels van EYE gewend zijn, zijn vaak groot van opzet en heel verhalend opgebouwd. Ze focussen meestal op één belangrijk persoon in de filmgeschiedenis, zoals voorheen bijvoorbeeld Robby Muller of de eerdergenoemde Martin Scorsese. De levensverhalen en oeuvres van deze personen worden door middel van beeld- en audiofragmenten en bakken archiefmateriaal op spectaculaire wijze verteld. Dat is bij deze tentoonstelling veel minder het geval. Hier zie je echt alleen maar films. Locus: Apichatpong Weerasethakul – Cao Guimarães is een ingetogen expositie waar alles minder draait om de maker en meer om de kunstwerken. Maar dit komt goed uit: de filmmakers zijn niet heel bekend onder het grote publiek (zeg maar gerust: totaal obscuur, geen idee wie ze zijn). Een bezoekje aan EYE is een goede introductie tot het werk van deze mannen, die wellicht ooit nog een groot retrospectief à la Scorsese krijgen. Hopelijk dan weer in EYE en dan zijn wij er weer bij.

Hoe lang doe je er over? |  60 – 90 min.   

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | Meer zien en horen van beide filmmakers? Als aanvulling op de expositie, biedt EYE ook artists talks en filmvertoningen in een van de bioscoopzalen aan. Check het hele programma en draaitijden helemaal onderaan deze pagina.


De tentoonstelling ‘Locus: Apichatpong Weerasethakul – Cao Guimarães’ is nog t/m 3 december 2017 te zien bij EYE. Meer informatie: https://www.eyefilm.nl/tentoonstelling/locus-apichatpong-weerasethakul-–-cao-guimarães


Coverbeeld: Cao Guimarães, ‘Sin Peso’, 2007 Courtesy the artist, via EYE, Amsterdam.

SPECIAL | Gallery Season Opening | Amsterdam

GO | NO GO 11 september 2017

If you say tour, we say go! Nu moeten we eerlijk bekennen dat we een wijntour door Toscane wel zouden kunnen gebruiken (is de zomer echt alweer voorbij?), maar een gallery tour maakt ons niet minder gelukkig. Lucky for us is afgelopen weekend het gallery season in Amsterdam officieel geopend: 21 galeries hebben hun nieuwe tentoonstelling van het seizoen gepresenteerd en er is dus veel nieuws te zien.

We kunnen het niet vaak genoeg zeggen: bezoek naast een museum ook af een toe een galerie. De exposities zijn helemaal gratis en nee, je wordt écht niet weggestaard als je niet van plan bent een kunstwerk te kopen. Sterker nog, de galeriemedewerkers vertellen je maar al te graag meer over de kunstwerken en tijdens de vrij toegankelijke openingen (elke paar weken weer een nieuwe) krijg je meestal wel een glaasje wijn bij binnenkomst. Dat noemen we pas gastvrijheid! To kick off the season zijn wij dus zigzaggend door het centrum gegaan en hebben een aantal not to miss exposities voor jullie op een rijtje gezet.


Anthony Goicolea, Anonymous Self Portrait XXXI, 2017, via Galerie Ron Mandos.

Anthony Goicolea & Mohau Modisakeng | Galerie Ron Mandos

Zodra je de galerie binnenloopt, sta je oog in oog met de grote grijze werken van de Cubaans-Amerikaanse Anthony Goicolea. Een belangrijk thema is de vorming van identiteit en hoe dit gezien wordt in de maatschappij; als eerste generatie Cubaanse migrant in Amerika, katholiek én gay, is hij zich heel erg bewust van zichzelf en van sociale constructies. Wij zien dit stukje zelfbewustzijn terug in zijn serie Anonymous Self-Portraits: figuren zijn zich aan het aan- of uitkleden, inclusief alle moeilijke houdingen die daarmee gepaard gaan. Als we even terugdenken aan de laatste keer dat wij skinny jeans die nét uit de was zijn gekomen probeerden aan te trekken, zijn we heel erg blij dat er niemand in de buurt was om ons te zien worstelen. Goicolea pakt echter precies dit kwetsbare, ongemakkelijke, sensuele, intieme en alledaagse moment en blaast het op tot groter dan levensgroot. Zijn techniek is ook een closer look waard: hij bouwt zijn werken laag voor laag op. Eerst tekent hij met krijt op Mylar-film (halfdoorzichtig papier zo dun als bakpapier), zowel voor-als achterkant en schildert vervolgens een extra laag op de voorkant. Wat op het gezicht witte (geschilderde) banen op het papier lijken, blijken na nadere inspectie t-shirts te zijn: een stukje abstractie waardoor je je niet snel verveelt met dit werk.

En er is meer! Galerie Ron Mandos heeft het groots aangepakt door nog een tweede expositie toe te voegen: Mohau Modisakengs video-installatie als drieluik, gepaard met een aantal stills (op de cover van dit artikel te zien). We kijken van boven op glanzend zwart-wit beelden van een man en een vrouw die (los van elkaar) in een bootje liggen. Ogenschijnlijk lijkt er niet veel te gebeuren, maar dan valt ons op dat het bootje zich langzaam met water begint te vullen, tot de personen verdronken zijn. Het behoeft weinig uitleg dat de kunstenaar hiermee verwijst naar het koloniale verleden, de slavenhandel en de invloed die dat nog steeds heeft op het postkoloniale Zuid-Afrika, alsmede de huidige vluchtelingencrisis. We hebben dit werk onlangs op de Biënnale van Venetië gezien als Zuid-Afrikaanse inzending en onze meningen waren verdeeld: waar de een vond dat lastige en hele belangrijke thema’s uit het verleden toegankelijker worden door ze op een esthetische manier als deze te presenteren, vond de ander dat de esthetische, gelikte video’s afdoen aan het onderwerp. Wij zijn benieuwd wat jullie vinden!

Hoe lang doe je er over? | 30 – 45 min.  

Wanneer kun je een kijkje nemen? | De galerie (Prinsengracht 282) is geopend van woensdag t/m zaterdag, 12.00-18.00 uur.  

Anthony Goicolea’s en Mohau Modisakengs exposities zijn t/m 21 oktober 2017 te zien bij Galerie Ron Mandos. Meer informatie: http://www.ronmandos.nl/exhibitions/anthony-goicolea-mohau-modisakeng  

 


 

Installatieshot in Flatland Gallery. Foto: De Kunstmeisjes.

Stanislaw Lewkowicz: Teerth – Greetings from Calcutta | Flatland Gallery

De Nederlandse kunstenaar Stanislaw Lewkowicz is vooral bekend om zijn litho’s – foto’s die hij vervolgens met een ambachtelijke druktechniek op papier of stof zet. Een serie van zijn kleurrijke litho’s (‘Teerth’) zien we nu in Flatland Gallery, maar onze aandacht werd direct getrokken naar iets heel anders: zijn nieuwe kunstwerk Greetings from Calcutta’ (hierboven te zien). Lewkowicz mocht op residency naar Calcutta en creëerde daar in samenwerking met lokale kunstenaars zijn visuele dagboek dat geïnspireerd is door ‘Patachitra’, de traditioneel West-Bengaalse schilderstijl met felle kleuren en krachtige lijnen. 

Zijn signature litho’s zien we nog steeds terug, maar die zijn op goud glanzend zijde geplakt en omringd door (Kantha) geborduurde dagboekaantekeningen en traditionele motieven. Van dit werk is er maar één, dus het is echt een uniek werk dat de moeite waard is om voor om te fietsen. We zien tegenwoordig een absolute revival van textielkunst en van mixed media (kunst waarin verschillende technieken – bijvoorbeeld fotografie, textiel en schilderkunst – samenkomen in één werk) en dit kunstwerk is een mooi startpunt om kennis te maken met deze trend.

Hoe lang doe je er over? | 15 min.  

Wanneer kun je een kijkje nemen? | De galerie (Lijnbaansgracht 312-314) is geopend van woensdag t/m zaterdag, 13.00-18.00 uur.

Stanislaw Lewkowicz: Teerth – Greetings from Calcutta is t/m 14 oktober 2017 te zien bij Flatland Gallery. Meer informatie: http://www.flatlandgallery.com/exhibitions/teerth/


 

Installatieshot van de expositie bij Lumen Travo. Foto: De Kunstmeisjes

 

Monali Meher: Roots and Threads, Borders and Pieces | Lumen Travo

Lumen Travo zit pal naast Flatland Gallery (ze delen zelfs een ingang), dus je krijgt bij je bezoek aan de Lijnbaansgracht twee exposities voor de prijs van één en ze zijn beide gratis, dus beter kan niet. Ook qua kunst krijg je een dubbeldeal, want net als bij Flatland, vind je bij Lumen Travo mixed media waarin textiel een belangrijke rol speelt. De van oorsprong Indiase kunstenares Monali Meher (nu woonachtig in Gent) reflecteert met haar werk op het thema van migratie: van heel klein als verhuisdozen in ingepakt moeten worden, tot heel groot als migratie van het ene werelddeel naar het andere.

We zien twee verschillende soorten werken in deze expo: foto’s van Meher zelf waar ze vervolgens met rode draden geborduurde patronen en geschreven woorden op heeft aangebracht, en persoonlijke objecten die helemaal “ingepakt” zijn door dezelfde rode wollen draden. Het combineren van de verschillende materialen is – zoals we bij de expo in Flatland Gallery schreven – wat veel kunstenaars op dit moment doen, terwijl het tegelijkertijd ook een rijke geschiedenis toont. Meher gebruikt haar persoonlijke verhaal om het universele en historische verhaal van migratie uit de beelden, wat een goede zet is geweest. We geven eerlijk toe dat we niet elke foto even mooi vonden, maar de expositie als geheel heeft een prettige sfeer waarin we verschillende culturen voelen samenkomen, en is Meher absoluut one to watch!  

Hoe lang doe je er over? | 15 min.  

Wanneer kun je een kijkje nemen? | De galerie (Lijnbaansgracht 314) is geopend van woensdag t/m zaterdag, 13.00-18.00 uur.

Monali Meher: Roots and Threads, Borders and Pieces is t/m 14 oktober 2017 te zien bij Lumen Travo. Meer informatie: https://www.lumentravo.nl/wp/


 


Steve Fitch, Motel, Raton, New Mexico, 1980, via Galerie Wouter van Leeuwen.

Steve Fitch: Western Landmarks & American Motel Signs | Galerie Wouter van Leeuwen

Wie houdt er niet van een beetje Americana? Wij wel, that’s for sure. Nadat we eerder dit jaar van wat Amerikaanse vintage fotografie hebben genoten in Foam (William Eggleston) en het Rijksmuseum (Star Vu), huppelen we nu bij Galerie Wouter van Leeuwen binnen. Daar zie je namelijk een mooie selectie van het werk van Steve Fitch (1949). Hij begon in 1971 reclamezuilen langs de Amerikaanse snelwegen te fotograferen: neon lichtmasten die motels, diners of (stoute) theaters aanprijzen.

Hij begon met een serie overdag, waarbij de zuilen wel te zien zijn maar zonder hun kenmerkende neon-licht. Ze ogen tegelijkertijd vrolijk als een beetje sneu. Een aantal jaren later ging Fitch terug en fotografeerde hij deze snelwegmonumenten ‘s nachts. En dat is precies waar wij het warm van krijgen: het meest heerlijke zuurstokroze, waardoor alles een Lolita-vibe krijgt en wij ons spontaan Thelma & Louise wanen. De galerie geeft een bescheiden overzicht van Fitch’s werk, waardoor het makkelijk behapbaar is en je zelfs in je lunchpauze een beetje kunst kan proeven.

Hoe lang doe je er over? | 15 min.  

Wanneer kun je een kijkje nemen? | De galerie (Hazenstraat 27) is geopend van donderdag t/m zaterdag, 13.00-18.00 uur.

Steve Fitch: Western Landmarks & American Motel Signs is t/m 14 oktober 2017 te zien bij Galerie Wouter van Leeuwen. Meer informatie: www.woutervanleeuwen.com


 

GO | NO GO #76: Fotografietalent spotten

GO | NO GO 7 september 2017

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze week ontdekken we nieuw fotografie talent in Foam.

We love a good update. Zeker als die update betekent dat je met een kleine investering, zeg circa één uur van je tijd, meteen op de hoogte bent van de stand van zaken in de fotografie. Foam organiseert namelijk alweer voor de elfde keer hun Foam Talent show: een zorgvuldig gecureerd overzicht van upcoming internationaal fotografietalent. Na vorige edities in Londen, Parijs en New York, wordt het dit jaar – hoezee! – in Foam zelf gehouden. Lucky for us, want een tour langs de rising stars van over heel de wereld wordt hierdoor een stuk goedkoper.

Foam heeft een selectie van 20 veelbelovende talenten uit een poule van maar liefst 1790 fotografen uit 75 verschillende landen gemaakt. Wij zijn om te beginnen al heel blij dat we niet in de jury zaten, damn wat een werk. Het eindresultaat liegt er echter niet om: verspreid over een aantal zalen laten de nieuwe talenten ons haarfijn zien wat de nieuwe trends op fotografiegebied zijn. Dit betreft zowel de onderwerpen als de technieken. Zo zien we veel maatschappelijk betrokken thema’s, als bijvoorbeeld onze angst voor terrorisme, verbeeld door Thomas Kuijpers. Naast “normale” fotografie (netjes in een lijstje aan de wand), zie we ook dat de nieuwe lichting het medium oprekt; installaties en verschillende media worden toegevoegd om hun boodschap over te brengen.

De tentoonstelling is echt een rit die je zelf moet ervaren en waar je hoe dan ook een stuk wijzer uitkomt. Aangezien we zelf dol zijn op lijstjes (Buzzfeed, you have shaped our generation), leek dit ons de perfecte gelegenheid om er één voor jullie te maken. Drie kunstenaars die volgens ons een absolute GO zijn:

Schermafbeelding 2017-09-06 om 13.43.20
Links: From the series “Traces”, door Weronika G
ęsicka, via Foam, Amsterdam.  | Rechts: Mark Dorf, “Landscape 14”, 2017, via mdorf.com

+ | Om maar meteen te beginnen met het meest gebruikte persbeeld uit de expo en tevens de cover van het Foam Magazine: de Poolse Weronika Gęsicka (1984). In haar werk onderzoekt ze ons geheugen en de mechanismen die hiermee gepaard gaan. Hoe slaan wij het verleden op in onze herinneringen aan de hand van beelden? Haar werk is erg humoristisch en absurdistisch, waardoor je er naar kunt blijven kijken. De serie Traces die we in Foam zien, bestaat uit Amerikaanse foto’s van zo’n 70 jaar geleden. De personen op de foto’s zijn vervolgens onder handen genomen door Gęsicka, waardoor lichaamsdelen en houdingen ineens heel anders zijn dan op het originele beeld. It’s freaky and we love it.

+ | Mark Dorf (1988) uit de Verenigde Staten is de belichaming van een fotograaf die zowel technische vernieuwing als relevante thematiek in zijn werk laat zien. Het is een mengelmoes van fotografie, installatiekunst, digitale media en sculptuur (zie de foto rechts). Hij fotografeert natuurlijke taferelen, zoals planten en struiken uit de Botanische tuinen van Brooklyn en de Bronx en laat digitale hulpmiddelen gewoon zichtbaar. Zo zie bijvoorbeeld midden in zijn foto’s de kloon-tool van Photoshop, waarmee je fragmenten uit de foto kan klonen en hergebruiken. Dorf wil ons hiermee wijzen op de pijnlijke werkelijkheid dat er tegenwoordig weinig ‘natuurlijks’ meer is aan de natuur zoals wij deze kennen. Een aangeplant bos dat ‘wild’ moet lijken, is ook maar een constructie naar ons idee van hoe ‘ongerept’ eruit zou zien. Wij stadsmeisjes keken in ieder geval met een scheef oog naar elk stuk onkruid dat we onderweg naar huis tegenkwamen.

IMG_1967
Zaalopname Foam Talent met het werk van Alix Marie

+ | De laatste fotograaf in dit rijtje, is de Franse Alix Marie (1989). Zij is best een beetje obsessed door de menselijke huid, to say the least. Dit is het grootste orgaan dat wij bezitten en is tegelijkertijd een erg kwetsbaar onderdeel van ons lichaam – het is ons meest directe contactpunt met de buitenwereld. Om dit thema af te beelden, gebruikt Alix Marie fotografie op verschillende manieren: als “gewone foto’s” aan de wand, maar ook als cut-outs in installaties die de ruimte inspringen en in jouw comfortzone als kijker treden. Verwacht echter geen gave huidjes, zoals je ze kent van modebladen of advertenties. Haar werk stoot af en trekt aan, het is tegelijkertijd goor en lekker. Ze doet ons beseffen hoe ver we misschien wel van de lelijke schoonheid van onze eigen natuur zijn gaan staan. We strijken onze huid immers liever glad met filters of fillers dan dat we op onze poriën inzoomen, toch? Botox, anyone?

Hoe lang doe je er over? | 60 min.

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | Drie keer per jaar geeft Foam een eigen magazine uit. Het huidige nummer staat volledig in het thema van van deze expo en de 20 geselecteerden. Mocht je dus in alle rust nog even al het talent in je willen opnemen, dan kan dat ook thuis op de bank! Je kunt het magazine online kopen of gewoon in de winkel van Foam.


De tentoonstelling ‘Foam Talent’ is t/m 12 november 2017 te zien bij Foam. Meer informatie: https://www.foam.org/nl/museum/programma/foam-talent

Coverbeeld: zaalopname met de serie “Traces”, door Weronika Gęsicka.

 

 

 

GO | NO GO #75: Green hair, don’t care

GO | NO GO 5 september 2017

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. We trappen het culturele seizoen af met de expositie ‘Van Fauvisme tot Surrealisme. Joodse avant-gardekunstenaars uit Hongarije.’ in het Joods Historisch Museum.

Het culturele seizoen is weer geopend en het duizelt ons – in a good way – van alle nieuwe expo’s die op de planning staan. We beginnen echter met een tentoonstelling die al een tijdje loopt en die je nog op de valreep mee kunt pakken: Van Fauvisme tot Surrealisme. Joodse avant-gardekunstenaars uit Hongarije. Wij zijn het erover eens dat de titel erg specifiek is: de kunstenaars in deze expo zijn Joods, avant-gardistisch en komen uit Hongarije. Hoeveel kunnen dat er zijn, twee, drie? Think again, onze broeken zakken spontaan af van verbazing als we door de ruimtes van deze expositie lopen: een hele nieuwe wereld van – ons tot nu toe veelal onbekende – kunstenaars ontvouwt zich voor onze ogen.

Mocht je nu op het puntje van je stoel zitten: het zijn negentien kunstenaars die zowel Joods, Hongaars, als avantgardistisch waren. Ze begonnen met wat minder: de invloedrijke groep Nyolcak (De Acht) kickstartte de artistieke vernieuwing in Hongarije aan het begin van de vorige eeuw. Ze lieten zich inspireren door Duitse expressionisten en Franse fauvisten en zetten zich af tegen het idee van schilderen naar de natuur: je hoefde je niet altijd aan de regels te houden. Wanneer je verder de expositie induikt, kruip je vanzelf in de woelige geschiedenis van Europa in de eerste helft van de vorige eeuw: revoluties, opkomend antisemitisme, nieuwe kunststromingen die voorgoed breken met klassieke noties van kunst. Niet alleen Parijs, Berlijn en Wenen waren hoofdsteden voor artistieke vernieuwing: Boedapest deed er niet voor onder. Van nationale helden Róbert Berény (zie hieronder) en Lili Ország, tot de wereldberoemde Moholy-Nagy, deze tentoonstelling met werken uit privécollecties en Hongaarse musea laat zien dat er nog zoveel meer te ontdekken valt.

Schermafbeelding 2017-09-05 om 09.49.16
Links: Róbert Berény, Zelfportret met hoge hoed, 1907. Foto: István Füzi. Janus Pannonius Múzeum, Pécs | Rechts: Dezsö Czigány, Zelfportret,  1909. Privécollectie, beide via het Joods Cultureel Kwartier Amsterdam.

+ | Het wemelt van de krachtige kunstwerken in deze expositie. Het begint goed met de fauvistische werken, die ons doen denken aan Cézanne: groene borsten, paarse bomen, krachtige blikken in de portretten, perspectieven die niet altijd kloppen, dikke contouren. Het ultieme voorbeeld hiervan is het zelfportret van Dezsö Czigány, ook wel ‘het groenharige monster’ genoemd (zie hierboven). Czigány lijkt met zijn blik je ziel te doorboren, terwijl er een lichtelijk angstaanjagende intensiteit van hem afstraalt. Hij maakt geen excuses voor zijn aanwezigheid, eist je aandacht op en doet wat hij zelf wil – green hair, don’t care. Hoewel wij dachten dat dit groene haar hem de vleiende titel ‘monster’ had gegeven, blijkt er na wat onderzoek een morbide verhaal achter deze getalenteerde kunstenaar te zitten: geplaagd door hevige depressies vermoordde hij in 1937 zijn gezin, waarna hij zelfmoord pleegde. Kunstenaar én moordenaar, killing it both ways. Alleen al voor zijn zelfportret waar je honderd-en-één verschillende dingen in kunt zien, is een bezoek aan deze tentoonstelling de moeite waard. De kunstgeschiedenisles die volgt is een heel fijne bonus.

± | Hoe pak je dat aan, een tentoonstelling organiseren met werken van bijna twintig kunstenaars die – let’s assume – weinig mensen kennen? Dan heb je veel biografische informatie nodig, uitleg over politieke veranderingen, historische context, enzovoorts enzovoorts en terwijl we deze zin typen vervelen we ons al. Gelukkig valt het in werkelijkheid waanzinnig mee. Het Joods Historisch Museum breekt de expositie open met een sterk zelfportret van Róbert Béreny (hierboven te zien), waardoor je meteen geprikkeld bent. De focus in de tentoonstelling ligt verder echt op de kunstwerken: geen eindeloze wandteksten en biografische informatie naast de werken. De kennis ligt desondanks wel voor het grijpen, maar op een subtielere plek: in de zalen staan – vrij laag – borden waar je omheen kunt lopen en waarop je de biografieën van alle kunstenaars kunt lezen, inclusief mooie historische foto’s. Het is heel simpel in deze tentoonstelling: wil je meer weten, look down, wil je pertinent alleen mooie kunst zien, look up. Dat gezegd hebbende, vinden we in de laatste zaal naast sommige kunstwerken bordjes met een inhoudelijke analyse: wat zien we, wat betekent het? Deze zijn zo goed geschreven dat we het jammer vinden dat er niet wat meer van zulke bordjes, verspreid over de kunstwerken, te vinden zijn. Mede door de roerige politieke en historische context, zouden bepaalde werken meer gaan leven met behulp van iets meer uitleg. Nu blijft het bij een – weliswaar hele mooie – introductie van een groep getalenteerde kunstenaars uit het verleden.

17. Berény
Róbert Berény, Ten oorlog! Ten oorlog!, 1919. Hongaars Nationaal Museum – Boedapest, via het Joods Cultureel Kwartier, Amsterdam.

Hoe lang doe je er over? | 45 min.   

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | Hoe leer je een cultuur beter kennen dan door middel van eten? We like the way you think, Joods Historisch Museum. Op 10 september krijg je tijdens de Hongaarse middag (12:00-16:00 u.) namelijk hapjes, maar ook een docu, een rondleiding door de expositie en muzikaal vermaak, helemaal voor niets. Als je dan helemaal in Hongaarse sferen bent, stap je aansluitend op de fiets en ga je naar De Balie voor de speciale thema-avond over de Joodse avant-garde in Hongarije. Voormalig directeur van het JHM en curator van de tentoonstelling Van Fauvisme tot Surrealisme Joël Cahen vertelt samen met andere interessante gasten over deze periode in de (kunst)geschiedenis.  


De tentoonstelling ‘Van Fauvisme tot Surrealisme. Joodse avant-gardekunstenaars uit Hongarije.’ is t/m 24 september 2017 te zien in het Joods Historisch Museum. Meer informatie: https://jck.nl/nl/tentoonstelling/van-fauvisme-tot-surrealisme

 

De Kunstmeisjes Summer Special: Augustus 2017

SPECIALS 10 augustus 2017

Stadslui en boerenpummels opgelet, wij hebben voor ieder wat wils in deze nieuwe editie van de Summer Special! Waar we een maand geleden nog in de Randstad bleven, hebben we deze keer – heel voorzichtig – ook een uitstapje beneden de rivieren gemaakt. Naast twee tentoonstellingen in Amsterdam (hé, we blijven toch echt stadsmeisjes), sturen we jullie deze maand ook naar Noord-Brabant (BOSSCHE BOLLEN!) en zelfs de ekte ekte natuur in voor een expositie in een oud landhuis. Dus pak de auto, trein, elektrische fiets, eenwieler of step (en vooral een paraplu, want je weet maar nooit met die Hollandse zomer), want het is tijd voor onze tweede artsy roadtrip!

Zaaloverzicht van de tentoonstelling ‘Zanele Muholi’, foto door Gert Jan van Rooij, via Stedelijk Museum Amsterdam

AMSTERDAM | Zuid-Afrikaans activisme met Zanele Muholi in het Stedelijk

We beginnen de maand krachtig: het is niet altijd hersenloos luieren en naar mooie plaatjes kijken. Vooral in de zomermaanden moeten we onze hersencellen actief houden (of aanvullen na alle drankovergoten avonden…). Dus chop chop: op naar het Stedelijk voor een indringende les  van de Zuid-Afrikaanse fotografe Zanele Muholi. Waar afgelopen weekend Amsterdam roze kleurde en het feestende Pride-publiek zich sterk maakte voor gelijke rechten voor de LGBTQI-gemeenschap, doet Muholi dat dagelijks. Haar realiteit is echter niet altijd zo feestelijk.

In Zuid-Afrika heeft de LGBTQI-gemeenschap het erg moeilijk, to say the least; verstoting, verkrachting, verminking en moord zijn geen uitzonderingen en acceptatie is vaak ver te zoeken. Muholi vecht met haar kunst om deze gemeenschap in de geschiedschrijving van Zuid-Afrika op te nemen. Haar zelfbenoemde missie is: “to re-write a black queer and trans visual history of South Africa for the world to know of our resistance and existence at the height of hate crimes in SA and beyond.” Dit doet ze in deze tentoonstelling door middel van drie fotoseries en een documentaire – de rode draad die door dit alles loopt is ‘trots’. We zien trotse mensen, die hun plekje op deze wereld grijpen, met Muholi’s camera als handvat. Onze favoriet is Muholi’s meest recente serie ‘Somnyama Ngonyama (Hail the Dark Lioness, 2015-heden)’: zelfportretten van Muholi waarin ze zichzelf als zwarte lesbienne in verschillende gedaantes laat zien. Met extreem grote zwart-wit contrasten in de foto’s benadrukt ze haar blackness, waarmee ze als vertegenwoordiger van de zwarte Zuid-Afrikaanse- én LGBTQI-gemeenschap optreedt.

Hoe lang doe je erover? | 30 – 45 min.

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

De tentoonstelling ‘Zanele Muholi’ is tot en met 15 oktober 2017 te zien in het Stedelijk Museum Amsterdam. Meer informatie: http://stedelijk.nl/tentoonstellingen/zanele-muholi


Kunstmeisje Nathalie in de tentoonstelling ‘Between the Lines’ van Chiharu Shiota, foto De Kunstmeisjes

’s HERTOGENBOSCH | De rode draad zoeken in Het Noordbrabants Museum

Soms is één kunstinstallatie de moeite waard om het halve land voor te doorkruisen. Voor ons Amsterdamse Kunstmeisjes was er geen twijfel over mogelijk of we al dan niet naar Den Bosch moesten gaan deze zomer. In Het Noordbrabants Museum zie je nu namelijk de (letterlijk) allesomvattende tentoonstelling Between the Lines van de Japanse kunstenares Chiharu Shiota (1972). Shiota veroverde in 2015 de Biënnale van Venetië met een installatie waarin ze duizenden bollen rode wol door de ruimte spande. Nu, speciaal voor deze expositie in Den Bosch, toont Shiota een soortgelijke installatie: Uncertain Journey kostte haar en 10 assistenten 12 dagen, 2000 bollen wol en 10.000 nietjes om te maken. De rode draden zijn door de ruimte heen getrokken, lijken uit kleine bootjes die op de grond staan te schieten, en vullen de 130m2 op als een soort magisch spinnenweb.

Zowel deze installatie als de andere 23 werken in deze tentoonstelling laten de ontwikkeling van Chiharu Shiota zien. Als jonge kunstenaar besefte ze zich al gauw dat ze meer wilde dan “alleen maar” schilderen of tekenen. Ze wilde werken in en met de ruimte om haar heen. Dit zien we terug in haar performances, geïnspireerd door haar docente Marina Abramovic (wij zijn stikjaloers) en in haar kleine en grote draadsculpturen. De rode draad in haar oeuvre (pun very much intented) is de vorming van identiteit, onze herinneringen en hoe wij allemaal met elkaar verbonden zijn. Ook al is de installatie Uncertain Journey echt het hoogtepunt van deze expositie, komen deze thema’s ook bijzonder goed terug in de andere werken. Zo zijn wij bijvoorbeeld dol op de video’s waarin Shiota jonge kindjes filmt die vertellen over hun “herinnering” van toen ze nét geboren waren. Dit werk hoorde bij Shiota’s grote kunstinstallatie op de Biënnale in 2015 en is ook hier een echte must-see.

P.S. When in Rome… als je toch in Den Bosch bent, moet je sowieso een Bossche Bol van Jan de Groot (de legendary bakker) eten. Gelukkig kun je een van deze bollen geluk in het museumcafé krijgen, wat dit culinaire uitstapje toch nog wat culturele flair geeft.

Hoe lang doe je erover? | 30 min.

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

De tentoonstelling ‘Between the Lines’ van Chiharu Shiota is tot en met 15 oktober 2017 te zien in het Noordbrabants Museum. Meer informatie: http://www.hetnoordbrabantsmuseum.nl/bezoek/tentoonstellingen-activiteiten/tentoonstellingen/chiharu-shiota/

Schermafbeelding 2017-08-09 om 20.32.39
Links: Kunstmeisje Renee bij het kunstwerk ‘Under Construction’ door Darwin, Sinke & Van Tongeren, ‘Under Construction’, foto De Kunstmeisjes | Rechts: ‘Pauw’ door Darwin, Sinke & Van Tongeren, foto Ernst Moritz, via Museum Oud Amelisweerd.

BUNNIK | Downton Abbey met dode beesten in Museum Oud-Amelisweerd

Na ontelbaar veel landweggetjes in Bunnik (waarschijnlijk zijn het er niet eens zo veel, maar zijn wij gewoon een paar keer verkeerd gereden. Bare with us.) kom je uit bij het landhuis Oud-Amelisweerd. Het was ooit een korte periode eigendom van Lodewijk Napoleon, koning van Holland, waardoor we dit met recht de Hollandse Downton Abbey kunnen noemen. Het landhuis is allang niet meer bewoond en ademt ook een vleugje vergane glorie uit. Gelukkig heeft men besloten dit kasteel nieuw leven in te blazen en is Museum Oud-Amelisweerd sinds 2014 open voor het publiek. De collectie bevat schilderijen van de Nederlandse kunstenaar Armando en waanzinnig mooie Chinese behangsels. Het MOA organiseert echter ook tijdelijke tentoonstellingen, waarin natuur en cultuur samenkomen. Nu te zien: TIER. Armando, Darwin, Sinke & Van Tongeren.

Ja, de titel is een mondvol, maar de expositie is eigenlijk best overzichtelijk. Sinke & Van Tongeren is een duo taxidermisten; ze zetten dieren op. Maar denk niet dat je hier schele labradors en verkreukelde adelaars zult zien. Sinke & Van Tongeren zijn echte pro’s die opgezette beesten tot kunst verheffen. Deze dieren worden gecombineerd met theatrale sculpturen, schilderijen van Armando en foto’s, wat het museum tot een soort walk-in kunstinstallatie maakt – in elke kamer vind je weer een nieuwe set kunstwerken. Een beetje morbide is de expositie wel, wat juist wel lekker bijdraagt aan de ietwat grimmige sfeer van het verlaten landhuis.

Hoe lang doe je erover? | 30 min.

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

De tentoonstelling ‘TIER. Armando, Darwin, Sinke & Van Tongeren’ is tot en met 10 september 2017 te zien in Museum Oud-Amelisweerd. Meer informatie: http://www.moa.nl/nl/Exhibitions/Tier

Schermafbeelding 2017-08-09 om 20.35.07
links: Jitske Schols, ‘Ayla’, 2016 | rechts: Emo Verkerk, Remco Campert, 2009

AMSTERDAM | Ode aan een Amsterdammer in het Scheepvaartmuseum

We begonnen deze Summer Special met een expositie die politiek geëngageerd is en zeker wat intellectuele activiteit van haar bezoekers verwacht. Wil je iets veel luchtigers, dan ben je bij Het Scheepvaartmuseum aan het goede adres. Helemaal gratis (dat is pas toegankelijke kunst!), vind je op de begane grond de pop-uptentoonstelling Ode aan een Amsterdammer. Hoewel ‘pop-up’ tegenwoordig vooral doet denken aan verlaten winkelpanden die worden bezet door kraampjes met handgemaakte hipstersieraden en Weckpotten vol ambachtelijke avocadoconfituur, betekent het kort gezegd gewoon ‘een tijdelijk concept’. Als we ons dan ook nog eens over het woord ‘concept’ kunnen tillen, komen we eindelijk bij de kern van de zaak: de Dutch National Portrait Gallery is een collectief van Nederlandse portretkunstenaars die exposities op wisselende locaties maken. Ze willen de maatschappij laten zien door middel van de gezichten van haar bewoners en de bewoners hierdoor weer met elkaar verbinden. Zo ook nu met de expositie Ode aan een Amsterdammer.

Ongeveer 70 portretten – geschilderd, getekend en gefotografeerd – laten verschillende inwoners van onze hoofdstad zien. Van anonieme feestgangers in de Warmoesstraat en straatschoffies in de Tilanusstraat, tot volkshelden als Johan Cruijff en burgemeester Eberhard van der Laan. We zullen eerlijk zijn: niet elk portret is even mooi (Remco Campert, we feel you bro) en de ruimte biedt niet voor elk werk genoeg ruimte (of is het juist de bedoeling dat Bram Moszkowicz boven de brandslang hangt?). Dat gezegd hebbende is Ode aan een Amsterdammer precies wat het claimt te zijn: een klein, toegankelijk en veelzijdig eerbetoon aan de even veelzijdige Amsterdammer. En een perfect excuus om weer eens langs Het Scheepvaartmuseum te gaan, wat het stukje omfietsen altijd waard is.

Hoe lang doe je erover? | 15-20 min.

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

De tentoonstelling ‘Ode aan een Amsterdammer’ is tot en met 27 augustus 2017 te zien in Het Scheepvaartmuseum. Meer informatie: https://www.hetscheepvaartmuseum.nl/over-het-museum/pers/ode-aan-een-amsterdammer


coverbeelden v.l.n.r.: ‘Under Construction’, credit Darwin, Sinke & Van Tongeren |Chiharu Shiota, ‘In the Hand’, 2017, courtesy Kenji Taki Gallery. © Chiharu Shiota, c/o/ Pictoright Amsterdam, 2017 | ‘Bester I, Mayotte’, 2015, © Zanele Muholi. Stevenson, Cape Town/Johannesburg en Yancey Richardson, New York. | Bart Koetsier, ‘Taillights Fade, Warmoesstraat’, 2013 | Emo Verkerk, Remco Campert, 2009


 

 

HIGHLIGHT #13: Op wereldreis met wandelend anti-cliché Michael Wolf

HIGHLIGHTS 3 augustus 2017

Sommige kunstwerken en kunstenaars kunnen niet genoeg aandacht krijgen als je het ons vraagt! In onze rubriek ‘Highlights’ neemt een van De Kunstmeisjes jullie daarom mee naar een van haar favorieten. Deze keer introduceert Emma je de wereld door de blik van fotograaf Michael Wolf.

Dat wat normale mensen hebben met posters van Justin Bieber of de Backstreet Boys (just pick your generation), heb ik met Michael Wolf. Nee, dat is geen superster, geen acteur, niet iemand met een fabulous sixpack, maar een Duitse fotograaf van middelbare leeftijd die prachtige plaatjes schiet van eindeloos hoge flatgebouwen, verlaten schoonmaakspullen, geplette mensen in de metro van Tokio en van Parijse daken. Ik zag zijn werk voor het eerst op een kunstbeurs in 2014. Michael Wolf wordt vertegenwoordigd door een Amsterdamse galerie (Wouter van Leeuwen) die ik hierbij even expliciet wil bedanken dat het geen straatverbod jegens mij heeft aangevraagd. Ik achtervolg de galerie namelijk sinds die eerste keer op elke beurs en sta regelmatig aan de deur om wellicht nieuw werk van de kunstenaar te mogen te zien. Nu vraag je je misschien af (misschien ook niet, maar work with me here), wat is nou de aantrekkingskracht van zijn foto’s?

Stel, je hebt een camera en je staat midden in Parijs, of voor de skyline van een andere wereldstad. Waar de meeste mensen dan de Eiffeltoren of de contouren van de talloze wolkenkrabbers zou vastleggen, doet Michael Wolf precies het tegenovergestelde. Met zijn foto’s laat hij zijn unieke blik op de grootstedelijke maatschappij zien en zoomt hij in op wat deze plaatsen en hun inwoners echt zijn. Dankzij zijn foto’s zie ik steden op een heel andere manier dan ik ze ooit heb gezien, of ontdek ik steden waar ik nog niet ben geweest. Vandaag gaan we daarom even op wereldreis, een alternatieve wereldreis welteverstaan. Ik neem jullie namelijk mee naar Hong Kong, Tokio en Parijs – door de ogen van het wandelend anti-cliché Michael Wolf.


Michael Wolf, Untitled, from the series Architecture of Density, 2005 © Michael Wolf

We beginnen in Hong Kong (Nǐ hǎo!). Net zoals met andere grote steden, kiezen fotografen die deze metropool bezoeken vaak voor het beeld van de skyline. Wolkenkrabbers from head to toe, waar elke Ikea-consument vervolgens een twee-bij-twee poster voor 39,95 euro van boven de bank gaat hangen. But not Michael Wolf. Wolf focust in zijn foto’s van Hong Kong ook op de architectuur, maar zoomt volledig in op de details van een flatgebouw. De overbevolkte stad blijft groeien en bij gebrek aan oppervlakte ontstaan enorme wolkenkrabbers waar mensen in mini-appartementjes leven. In Architecture of Density, de foto’s die Wolf van deze complexen maakte, zie je geen horizon en geen lucht, waardoor het lijkt alsof het gebouw om je heen eindeloos doorgaat. Van veraf lijken het abstracte werken, maar met je neus er bovenop zie je menselijke details zoals ventilatoren of de was die buiten hangt – dat dubbele effect zorgt ervoor dat ik maar naar deze serie kan blijven kijken.

Naamloos
Michael Wolf, Untitled, from the series Informal Solutions, 2016 © Michael Wolf/Wouter van Leeuwen

Het gebrek aan ruimte in een miljoenenstad als Hong Kong leidt niet alleen tot enorme flats vol kleine appartmentjes, het zorgt er ook voor dat iedereen zijn ruimte optimaal moet benutten. Zo ontdekte Wolf de kleine steegjes achter grote gebouwen, op het eerste gezicht geen boeiende plek, laat staan spannend genoeg voor een nieuwe fotoserie. Maar lopend door de steegjes ontdekte hij het leven dat er zich afspeelt: het is een tweede huis voor bijvoorbeeld de schoonmakers en restaurantmedewerkers. Die rusten tussen het werk door uit op oude plastic stoelen en drogen hun schoonmaakspullen handig aan de ramen en deuren. Het is een kunst om de ruimte en de mogelijkheden die je er hebt, zo praktisch mogelijk te benutten. Wolf zag er de kunst van in en ontdekte mooie composities in de alledaagse voorwerpen, wat resulteerde in een nieuwe serie. Who knew dat schoonmaakspullen zo mooi konden zijn?

MetroMichael Wolf, Untitled, from the series Tokyo compression, 2010 © Michael Wolf / Wouter van Leeuwen

Van Hong Kong door naar Tokio (Konnichiwa!), de stad waar iedere fotograaf los zou gaan met een timelapse van gebouwen, wegen en lichten of de lichtgevende billboards en drukke straten zou vastleggen. Wolf koos ervoor de bevolking van de volle stad vast te leggen op momenten dat niemand daar blij van wordt: in een overvolle metro. In de serie Tokyo Compression zie je forenzen tegen het metroraampje gedrukt, hopeloos uit hun ogen kijkend of hun blik afwendend. De condensdruppels staan op de ramen en kijkend naar de foto ruik je bijna het zweet van de passagiers. Iedereen die wel eens in Londen, Parijs of Tokyo geweest is, herkent het onaangename gevoel meteen. Een serie waar ik niet altijd even lang naar kan kijken zonder de neiging te hebben anderhalve liter Unicura-zeep over mezelf uit te storten. Maar dat vieze maakt het soms juist wel lekker.

michael wolf 6

Na jaren in Azië, verhuisde Wolf vervolgens voor het werk van zijn vrouw mee naar Parijs (Bonjour!). De gemiddelde kunstenaar zou blij worden van het idee, maar hij vond het helemaal niks. Daar waar iedereen de Eiffeltoren of prachtige straten vastlegt in Parijs, werd hij claustrofobisch van het idee dat hij weer een plaatje moest schieten van ‘de stad vol clichés’, zoals hij het zelf noemt. Hij vond zijn draai niet in de stad en besloot het cliché in zijn geheel te ontwijken door de straat niet meer op te gaan. Vanuit zijn woonkamer verkende hij de stad veilig via Google Maps. Van de beelden die hij tegenkwam, maakte hij foto’s. Door in te zoomen en kaders om beelden te maken, ontstaan er hele nieuwe beelden. Zoals de foto hierboven, waarmee Wolf naar de beroemde foto ‘Le baiser de l’Hôtel de Ville (The Kiss)’ van Robert Doisneau verwijst, een van de meest iconische foto’s van het twintigste eeuwse Parijs.

Toen hij de stad veilig had verkend, kwam hij per ongeluk nog een keer buiten en zag de stad van een heel ander perspectief: namelijk vanaf het dak van het huis van een vriend. Toen wist hij: dit is hoe ik Parijs vast wil leggen, want dit is nog niet eerder gedaan. In de serie Paris Rooftops zie je vaak geen horizon en geen lucht. De schoorstenen, pijpen en huizen spelen de hoofdrol in foto’s waarbij je Parijs ziet zoals je dat nog nooit had gezien. Het kan zijn dat ik vroeger te veel Sinterklaasfilms heb gezien, maar elke keer als ik naar deze werken kijk, heb ik zin om het werk in te lopen en over de daken te rennen.


Michael Wolf, Paris Rooftops #4, 2014 © Michael Wolf/Wouter van Leeuwen

Het werk van Wolf is anders dan al het andere wat je gewend bent, een beetje raar en juist daarom zo fascinerend. Vorig jaar heb ik eindelijk een werk van hem gekocht en hoef ik de deur niet meer uit om keihard te fangirlen. Plus, ik kan opgelucht ademhalen, want hiermee heb ik ook mijn straatverbod bij Wouter van Leeuwen afgekocht. Vanaf mijn bank kijk ik verlekkerd naar een foto uit de Architecture of Density series, maar stiekem heb ik al een verlanglijstje opgesteld van andere werken die ik wil kopen zodra mijn portemonnee het toelaat. Een echte fangirl heeft immers nooit genoeg…  


Zin om lid te worden van de fanclub? Bezoek op fotografiebeurs Unseen de stand van Galerie Wouter van Leeuwen waar werk van Michael Wolf te zien zal zijn. I will be there, front row.

HIGHLIGHT #12: Black Mona

HIGHLIGHTS 27 juli 2017

Sommige kunstwerken en kunstenaars kunnen niet genoeg aandacht krijgen als je het ons vraagt! In onze rubriek ‘Highlights’ neemt een van De Kunstmeisjes jullie daarom mee naar een van haar favorieten. Mirjam leidt je door de gangen van het Louvre naar één van haar all-time favorites in het hele museum: Portrait d’une femme noire van Marie-Guillemine Benoist.

Wandelend door de ellenlange gangen van het Louvre, lijken de drommen mensen altijd maar op weg te zijn naar één vrouw: Miss Mona Lisa. Laat dat minzame lachje van haar eens voor wat het is en sla af naar een andere vleugel. Er is een andere vrouw in de Franse schatkist die ik altijd even gedag moet zeggen als ik in Parijs ben. Helaas weten we haar naam niet, maar ze is net zo mooi en minstens zo mysterieus als Mona. En als geschilderd portret veel unieker in haar soort, want, de geportretteerde dame is zwart. En ook nog eens geschilderd door een vrouw!


Marie-Guillemine Benoist, Portrait d’une femme noire (1800) © Musée du Louvre / A. Dequier – M. Bard

Je ziet haar in één oogopslag: in een rij portretten van blanke welgestelden hangt ze fier in het midden. Kunstmeisje Renee wijdde er al eens een highlight aan: blackness in de kunst is zwaar ondervertegenwoordigd. Zij schreef over hoe hedendaagse kunstenaar Kerry James Marshall eigenhandig dit gapende gat probeert op te vullen. Marie-Guillemine Benoist, hoewel een blanke grande dame, was één van de weinigen in de kunstgeschiedenis die hem een handje hielp met die lacune.

Marie-Guillemine Leroulx de la Ville (1768 – 1826), beter bekend onder haar trouwnaam Mme Benoist, was een dame van aristocratische afkomst die tot een kleine elite van professionele vrouwelijke schilders hoorde. Zoals de meeste vrouwelijke kunstenaars in die tijd, paste Benoist in het ideaalbeeld van upper class womanhood: ze schilderde fantastisch, trouwde, kreeg kinderen en gooide haar kwast er bij neer. Toch was haar leven allerminst saai. Ze werd geboren in een gerenommeerde familie van politici en beleidsmakers. Haar vader werd in 1792 benoemd als minister in het kabinet van Louis XVI. Haar man, Pierre-Vincent Benoist, met wie ze in 1793 trouwde, was advocaat en openlijk koningsgezind. Toen de Franse Revolutie in 1793-1794 een hoogtepunt bereikte (Louis XVI werd onthoofd, just saying), moest het echtpaar vanwege hun hechte vriendschappen met monarchisten zelfs onderduiken.

89185__MG_8685Installatieshot van zaal 54 in het Louvre, met Portrait d’une femme noire van Marie-Guillemine Benoist in het midden © Musée du Louvre / Antoine Mongodin

Eind goed al goed, want in 1800 schilderde ze op eigen initiatief het portret van een zwarte vrouw. Normaliter schilderde men zwarte figuren als een studie voor een groter schilderij (bijvoorbeeld een slaaf in een blank tafereel), of als een oefening in het uitdrukken van een zwarte huid in verf om de technische vaardigheid van de schilder aan te prijzen. Dit schilderij daarentegen is echt een portret van een individu. Haar zachte huid steekt fris af bij haar witte draperieën en hoofdtooi, en is radicaal anders dan de typisch 18de-eeuwse traditie van het presenteren van niet-Europeanen als exotische ‘types’. We kijken hier niet naar een oriëntaals spektakel, maar naar een persoon, die ons recht aankijkt vanuit haar chique ancien régime zetel. Daar staat tegenover dat we, op wat wulpse vrouwtjes na, in het Louvre zelden blanke dames uit dezelfde periodes aantreffen die geportretteerd zijn met zulke prominent ontblote borsten. In deze tijd had vrouwelijk naakt een symbolische betekenis: het werd geassocieerd met goddelijkheid (I’m your Venus) of met een personificatie, zoals Eugène Delacroix’s La Liberté guidant le peuple [Liberty leading the people] (zie afbeelding hieronder). Hij schilderde in 1830 de vrijheid van het Franse volk in de vorm van een dame met ontbloot bovenlijf die le peuple over de barricades leidt, met de vlag van de Franse Revolutie hoog in de lucht.


Eugène Delacroix, Le 28 Juillet. La Liberté guidant le peuple (1830) © Musée du Louvre / Erich Lessing

Toch valt Benoists schilderij niet direct in één van deze categorieën. Waarom zou ze dit dan uit zichzelf geschilderd hebben? Ze maakte dit werk zes jaar nadat in 1794 slavernij in de Franse koloniën werd afgeschaft en alle slaven bevrijd werden. Er wordt gezegd dat de vrouw in het schilderij een slaaf was die naar Frankrijk was gebracht door Benoists zwager, die in 1800 terug was gekeerd van het Franse eiland Guadeloupe. Afrikaanse en gekoloniseerde zwarte mensen werden regelmatig naar Europa gebracht om in de huishoudens van de upper en middle class te werken. Omdat slavernij al sinds de Middeleeuwen in Frankrijk was afgeschaft, moest de status van een slaaf op Frans grondgebied veranderd worden naar het beroep van bediende bij de Franse autoriteiten. Het is daarom heel aannemelijk dat de vrouw in Benoists schilderij een slave-turned-servant was die niets te zeggen had over hoe ze werd geportretteerd.

Dus hoe trots mag ik zijn op dit uitzonderlijke portret in het Louvre? De zwarte vrouw is weliswaar vrij statig afgebeeld, maar half naakt en haar naam deed er blijkbaar niet toe – al vanaf het moment dat de Franse staat het schilderij in 1818 van Benoist aankocht heette het Portrait d’une négresse (later is de titel aangepast naar het meer ethisch verantwoorde femme noire). Toch wordt gesuggereerd dat het schilderij door Benoist bedoeld was als ode aan de emancipatie van zowel de bevrijde slaaf als van de vrouw in het algemeen: in die periode was er een korte feministische opwelling in Frankrijk. De dame in het schilderij verbeeldt wellicht de bevrijding van de vrouw, zwart of blank, waardoor de ontblote borsten toch meer in het kader liggen van La Liberté die ons over de barricades trekt. #Freethenipple op z’n negentiende-eeuws.

Het droevige van dit alles is dat, als deze interpretatie inderdaad in lijn ligt van de bedoelingen die Marie-Guillemine Benoist ooit had met dit schilderij, het extra cru is om vervolgens te weten dat slavernij alweer werd geherintroduceerd door Napoléon Bonaparte in 1802. Twee jaar later werden ook de vrouwen weer aan de kettingen gelegd in de Code Napoléon: hierin stond dat binnen het huwelijk slechts één persoon de leiding kon hebben en rara wie dat was volgens de wet. Er stond beschreven dat een gehuwde vrouw ‘handelingsonbekwaam’ was en moest gehoorzamen aan haar man. Daar gaat je emancipatie.

IMG_8087

Even een kleine confession: al hekel ik posters van schilderijen omdat ze bij lange na niet de werkelijke uitstraling van het werk kunnen halen, en het voor mijn gevoel altijd zo enorm benadrukt dat ik the real thing nooit werkelijk zal kunnen bezitten, hangt Portrait d’une femme noire in mijn eigen slaapkamer. Als ik ’s ochtends wakker word en even naar haar kijk, en zij terugkijkt, krijg ik het gevoel dat deze onbekende vrouw met teveel liefde is geschilderd om slechts een showing off ma painting skills-werkje van Benoist te zijn. Benoist was één van vele vrouwelijke kunstenaars die steeds meer status verwierf ondanks de restricties die haar kunstenaarschap werden opgelegd. Ze werd niet toegelaten tot officiële kunstacademies en ze mocht niet deelnemen aan lessen met levende modellen, wat ervoor zorgde dat vrouwen geen figuurstudies konden maken – de hoogste kunstvorm in die tijd. Deze barrières bleven in stand tot ver in de negentiende eeuw, waardoor vrouwen automatisch een achterstand hadden en nooit zoveel hebben kunnen bijdragen aan de beeldende kunsten. Toen de Bourbon-dynastie op de Franse troon hersteld werd na afloop van het napoleontische tijdperk (in 1814 werd het eikeltje naar het eiland Elba verbannen), werd Benoists man Pierre-Vincent benoemd tot minister van de koning en gaf ze haar schilderscarrière definitief op.

Dus ja, een poster in mijn slaapkamer, omdat het werk me altijd weer aan het denken zet. Niet alleen omdat Portrait d’une femme noire ondanks de onduidelijke motieven achter het werk desalniettemin een uitzondering op de blanke regel is, en daarmee zo’n enorme highlight in de kunstgeschiedenis. Maar ook omdat het werk me eraan herinnert dat iedere vooruitgang teruggedraaid kan worden – van Yes we can! naar Grab them by the pussy. Deze zwarte Mona Lisa waarschuwt me: never take your freedom for granted.


Portrait d’une femme noire van Marie-Guillemine Benoist wacht op jou in de Sully-vleugel van het Louvre, op de tweede etage, zaal 54, in de categorie ‘Jacques-Louis David (1745-1825) et ses élèves: l’art du portrait’. Voor meer informatie en openingstijden van het museum: http://www.louvre.fr/en/hours-admission