GO | NO GO #172:  The Future, Past and Present are female

GO | NO GO 17 april 2019

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze week voelde we ons ‘empowered AF’ in de grachtengordel van Amsterdam, waar we de tentoonstelling ‘Futures, Past & Present’ in Huis Marseille bezochten.

Wat hebben fotografen Céline van Balen, Julie Greven, Esther Kroon en Helga Paris met elkaar gemeen? Behalve dat het alle vier vrouwen zijn, is hun gemeenschappelijke gave dat ze hun modellen op unieke en persoonlijke wijze hebben weten vast te leggen. Heeft dit te maken met het feit dat ze zelf ook vrouwen zijn? Huis Marseille suggereert in de tentoonstelling Futures, Past & Present van wel. Door het hele museum vind je hier het werk van deze vier boss ladies, van wie de opkomst van hun carrière bovendien werd bepaald door bijzondere omstandigheden.

Berliner Kneipen (Berlin, 1974-1982).jpg
Helga Paris, ‘Berliner Kneipen (Berlin, 1974-1982)’, via: Huis Marseille, Amsterdam

De foto’s van Helga Paris (1938) gaan bijvoorbeeld over het leven in de Duitse Democratische Republiek, waar sporen van de Tweede Wereldoorlog en het communistische regime toen nog erg duidelijk te zien waren. Het werk Céline van Balen (1965) valt samen met de bloeiperiode van de analoge fotografie in de Nederlandse kunstindustrie, die de laatste tijd mede door sociale media weer aan populariteit wint. Van Balen en Esther Kroon (1966) maken beiden deel uit van een generatie Nederlandse fotografen die in de nineties internationale bekendheid genoot, vooral door hun talent om jonge kinderen bijzonder authentiek vast te leggen. Het werk van de Deense Julia Greeve (1991) belichaamt in deze tentoonstelling de Instagram-generatie door alleen jonge vrouwen te fotograferen en analoog te werken, wat het erg goed doet op het medium. Zo komen het verleden, heden en de toekomst van (vrouwelijke) portretfotografen in deze tentoonstelling mooi samen.

KRO-169-2_B-r.jpg
Esther Kroon, ‘Recreatiegebied Spaarnwoude, Amsterdam’, 1989, © Esther Kroon. Courtesy Nederlands Fotomuseum, Rotterdam, via: Huis Marseille, Amsterdam

+ | Warning: als je geen last hebt van baby fever krijg je door de kinderportretten van Esther Kroon geheid klapperende eierstokken of acute knuffelverlangens. In 1989 kwam haar carrière in een stroomversnelling door de serie Kinderen in de grote stad, waarin ze spelende kinderen in verschillende buurten van Amsterdam vastlegde. Haar veelbelovende carrière kwam tragisch tot een abrupt einde toen zij op 25-jarige leeftijd in Guatemala werd beroofd en vermoord. Wat opvalt aan de kinderportretten van Kroon is het perspectief: ze fotografeerde de kinderen bewust dichtbij en vanuit een laag standpunt. Hierdoor lijken sommige kinderen net superheldjes (again: very cute). Ook is het typisch voor Kroon dat ze kinderen uit alle lagen van de maatschappij heeft gefotografeerd, die allemaal stuk voor stuk even intens in de camera kijken. Kroon nam haar modellen, ondanks hun jonge leeftijden, uiterst serieus. Deze kinderen zijn echte personen, geen metaforen of tabula rasa, zoals ze vaak worden afgebeeld. Op haar zwart-wit foto’s ogen ze stuk voor stuk dapper, kwetsbaar en vooral uniek.

By_the_Bench_2018_Julie_Greve.jpg
Julie Greve, ‘Bathers’, 2018, via: Huis Marseille, Amsterdam.

+ | De Deense Julie Greve vertegenwoordigt in deze tentoonstelling het heden en de toekomst. In 2018 studeerde ze af aan Central Saint Martins in Londen, waar haar talent niet onopgemerkt bleef. Haar afstudeerwerk werd gelijk tentoongesteld in de Bonington Gallery (Nottingham) en nu dus in Huis Marseille. Je moet hier trouwens wel even zoeken want het werk hangt een beetje verstopt: beneden en in het tuinhuis. Greve fotografeert uitsluitend Deense jonge meisjes die weinig tot geen ervaring hebben met model staan. Het resultaat: herkenbare, persoonlijke en intieme portretten van tienermeiden. We kregen er spontaan flashbacks van naar onze eigen tijd als tieners. Een onzekere, maar zeker ook mooie periode die ons heeft gevormd tot de (doorgaans) zelfverzekerde vrouwen die we vandaag zijn. Het museum lijkt met deze tentoonstelling een signaal af te willen geven: het is nu écht tijd om vrouwelijke makers met grotere regelmaat een podium te geven in een kunstwereld die nog steeds erg wit en erg man is. Dit roept iedereen natuurlijk al jaren, maar Huis Marseille puts its money where its mouth is. Het programma voor komend jaar wordt gedomineerd door vrouwelijke fotografen, met aankomende exposities van onder andere Deana Lawson en Elspeth Diederix. Is Huis Marseille onaangekondigd bezig met het Jaar van de Vrouw? We are down for that.

Hoe lang doe je er over | 60 minuten

Expert level |  Beginners | Gevorderden | Crazy Pro

Meer weten | Altijd al benieuwd geweest waar de term ‘The Future is Female’ nou eigenlijk vandaan komt? De slogan is in de jaren 70 ontstaan en werd als eerste gebruikt door Labyris Books, een boekenwinkel in New York die bekend stond om het grote aanbod boeken met een lesbisch thema. Zij maakte een shirt met deze slogan, dat in 1975 werd gedragen door Alix Dobkin, een bekende zangeres. Een paar jaar geleden ging de slogan plotseling weer viral toen een groot geschiedenis-Instagram account (@h_e_r_s_t_o_r_y) een foto poste van Alix Dobkin die het shirt droeg. Celebrities als Cara Delavigne werden ermee gespot op straat en inmiddels gooit iedereen met de term alsof het confetti is.


De tentoonstelling is nog t/m 2 juni in fotografiemuseum Huis Marseille te zien.

Meer informatie: https://www.huismarseille.nl/tentoonstelling/futures-past-present/

Tekst: Ananda Hegeman

Cover: Celine van Balen, ‘Zira Berg’, ‘Document Nederland: Kinderen van Zeven, 1997–1999, © Céline van Balen. Courtesy Rijksmuseum, Amsterdam / Willem van Zoetendaal. via: Huis Marseille, Amsterdam. 

Advertenties

GO | NO GO #171: Fotografische chirurgie in Foam

GO | NO GO 10 april 2019

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Met deze keer de tentoonstelling ‘Scheltens & Abbenes – ZEEN’ in het Amsterdamse fotografiemuseum Foam.

In de grote zaal op de eerste verdieping van Foam treed je een wonderbaarlijke vormenwereld binnen. Aan de muren hangen grote ingelijste foto’s met kleurrijke vlakken en lijnen die niet meteen te duiden zijn. Op de grond ligt een verzameling van evenmin te verklaren geometrische vormen, een opgerold paars tapijt en een opgevouwen verwarmingsdeken op een pallet. Ook de zoektocht naar een zaaltekst die uitleg kan bieden, vergt enige moeite. Na twee keer goed rondgekeken te hebben, blijkt dat deze onderdeel is van de sculpturengroep in het midden van de zaal – de tekst ligt als een tentzeil uitgestrekt over een wit blok. Hier wordt de wereld van kunstenaarsduo Scheltens & Abbenes gepresenteerd, zo lezen we, de meest vooruitstrevende fotografen van het hedendaagse stilleven in Nederland.

Fantastic Man Irony c Scheltens Abbenes.jpg
Scheltens & Abbenes, ‘Fantastic Man, Irony’, 2012, via: Foam 

Scheltens & Abbenes zijn Maurice Scheltens (NL, 1972) en Liesbeth Abbenes (NL, 1970). Sinds 2001 werken de twee samen aan fotografie-opdrachten voor mode- en designmerken. Voor de modeliefhebber voelt de stijl van Scheltens & Abbenes wellicht bekend aan. Het uitgebalanceerde zachte kleurenpalet, de minimalistische abstractie en de aandacht voor kwaliteit van materialen, doen denken aan de uitstraling van Scandinavische modehuizen. Het is dan ook geen verrassing dat Scheltens & Abbenes grote campagnes hebben ontworpen voor het Zweedse modelabel COS; het campagnebeeld van de tentoonstelling, een foto van tientallen keurig gearrangeerde licht roze, blauwe en groene zeepjes, is onderdeel van de serie Collections voor COS uit 2012. Maar ook foto’s voor andere grote modehuizen als Paco Rabanne en Hermès komen voorbij in de expositie. Daarnaast maakte het duo editorials voor magazines als Fantastic Man, The Gentlewoman of New York Times Magazine. Voor het eerst is de fotografie van Scheltens & Abbenes bij elkaar gebracht en in een volledig nieuwe context te zien: niet in een magazine, maar in een museum.

Scheltens&Abbenes, Scholten&Baijings, Art Institute Chicago, Hay, 2013.jpgScheltens & Abbenes, ‘Hay, Art Institute Chicago, Hay’, 2014, via: Foam. 

+ | Bij Scheltens & Abbenes gaat het om het object – of het nou de voering van een jaszak is, een stukje kant of een glazen knikker. Mensen of dieren ontbreken in hun wereld. Schilderijen of tekeningen waar, op een verdwaald vliegje na, geen levende wezens zijn afgebeeld, worden in de Kunstgeschiedenis ‘stillevens’ genoemd. Deze beelden van levenloze objecten zijn alles behalve natuurlijk. Ze zijn zorgvuldig door de kunstenaar bedacht, gearrangeerd en belicht. Diezelfde kunstmatigheid zien we terug in de stillevens van Scheltens & Abbenes. Niets lijkt aan het toeval overgelaten te zijn en alle objecten en vormen zijn bedachtzaam en precies vastgelegd op camera. Scheltens & Abbenes ontleden de objecten en gebruiken de lens van de camera om nieuwe gewaarwordingen aan het licht te brengen. Als titel van de tentoonstelling koos het kunstenaarsduo ‘ZEEN’, een woord dat synoniem is aan de pees, het weefsel dat onze spieren en botten laat bewegen en bij elkaar houdt. Net zoals doktoren het lichaam ontleden om zo achter haar functioneren te komen, ontleden Scheltens & Abbenes objecten. Ze vragen de bezoeker om ook eens als een chirurg of laborant naar alledaagse objecten te kijken om zo tot de ontdekking te komen uit welke onderdelen die objecten allemaal bestaan en daar de functionele schoonheid van in te zien. Speciaal voor Foam maakten de kunstenaars ook de nieuwe video-installatie Zeen, waarin de verschillende beelden uit het oeuvre op vier wanden worden geprojecteerd, bijgestaan door muziek, waardoor je als bezoeker helemaal in de wereld van Scheltens & Abbenes wordt opgezogen.

Cos Collection Soapbars c Scheltens Abbenes.jpg
Scheltens & Abbenes, ‘Cos, Collection Soapbars’, 2012, via: Foam. 

+ | Naast een uitgesproken benadering van het object en zoektocht naar het wezen der dingen, laten Scheltens & Abbenes zien dat een huwelijk tussen opdrachtfotografie en autonome fotografie – oftewel ‘kunst’ – mogelijk is. Ze doen dit door het presenteren van tweeluiken. In deze tweeluiken worden beelden uit commerciële opdrachten gemixt en gematcht met autonome foto’s. De twee soorten fotografie gaan naadloos in elkaar over en laten zien dat het een dunne lijn is tussen zogenaamde ‘hoge en lage kunst’. Maar ondanks deze ontwikkeling is het onderscheid nog altijd aanwezig en wordt fotografie, en zeker een opdracht voor een modehuis of rapportage in een magazine, zelden op hetzelfde niveau als kunstfotografie gezien, laat staan als dat van schilderijen en sculpturen. Fotografie in haar algemeenheid werd sinds haar ontstaan door de kunstwereld gecategoriseerd als ‘toegepaste kunst’, en pas in de tweede helft van de twintigste eeuw langzaam geaccepteerd als autonome kunstvorm. In hun weloverdachte ensembles pogen Scheltens & Abbenes ook opdracht- of commerciële aan de categorie ‘kunst’ toe te voegen. Als chirurgen ontleden ze elk onderdeel en tonen ze ons de verschillende gezichten van het object, en van wat kunst kan zijn.

Hoe lang doe je er over? | Ongeveer 30 minuten.

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | Bij de tentoonstelling hoort ook de publicatie van Scheltens & Abbenes’ boek ZEEN, naar het grafisch ontwerp van Esther de Vries. Een presentatie van het boek is te zien in de ruimte parallel aan het café van Foam. In het boek worden de beelden in een nieuwe volgorde en combinatie gepresenteerd en vergezeld door enkele teksten. Hiermee heb je de kans de foto’s uit de expo van Scheltens & Abbenes nog eens te bewonderen en de expo als het ware naar huis te nemen!


De tentoonstelling ‘Scheltens & Abbenes – ZEEN’ is nog t/m 5 juni 2019 te zien bij Foam. Meer informatie:

Tekst: Jule van Ravenzwaay

Cover: Scheltens & Abbenes, ‘Cos, Collection Soapbars’, 2012, via: Foam. 

GO | NO GO #170: Een rondje Rembrandt #4: Spaar ze allemaal in het Rijksmuseum

GO | NO GO 4 april 2019

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Dit jaar knallen we er een speciale serie in: ‘Een rondje Rembrandt’, ter gelegenheid van het nationale themajaar ‘Rembrandt en de Gouden Eeuw’. In 2019 is het namelijk precies 350 jaar geleden dat Rembrandt is overleden. Door het hele land vinden er bijzondere Rembrandt-themed exposities plaats en wij gaan ze stuk voor stuk af. Deze week zijn we zijn we in het Rijksmuseum, waar nu de tentoonstelling ‘Alle Rembrandts’ te zien is.

Het Rijksmuseum kan met de grootste collectie schilderijen van Rembrandt worldwide natuurlijk niet achterblijven dit Rembrandtjaar! Maar niet alleen de grote doeken als de Nachtwacht, het Joodse Bruidje en de Staalmeesters hebben hun thuis gevonden in het neo-gotische paleis van Cuypers, in de krochten van het prentenkabinet bevinden zich ook de kleinste meesterwerkjes van Rembrandt. Voor ‘Alle Rembrandts’ heeft het Rijksmuseum een grote lenteschoonmaak gehouden en alle kasten, kabinetten, depots en hoekjes van de collectie Rembrandt uitgeplozen. Resultaat: een totaalbeeld van Rembrandt als kunstenaar, mens en vooral als verhalenverteller in circa 350 kunstwerken. Dit is nog nooit eerder gedaan en mogelijk is dit ook de enige keer in ons leven dat we het kunnen zien.

Alle Rembrandts-0314.jpg
Zaaloverzicht ‘Alle Rembrandts’, het Rijksmuseum, Amsterdam

Rembrandt is de meester van de selfie: geen één andere kunstenaar heeft in de zeventiende eeuw zoveel zelfportretten gemaakt als mister van Rijn. Dat wordt duidelijk in de eerste zaal, waar we up-close and personal kennismaken met de meester: lachend, fronsend, chagrijnig, beteuterd, alle emoties komen voorbij. In 1604 raadde kunstschilder en schrijver Karel van Mander in zijn Schilder-boeck kunstenaars aan om – heerlijk ijdel – de spiegel veel te gebruiken om de eigen gezichtsuitdrukkingen te bestuderen. And so Rembrandt did. Hij gebruikte zichzelf talloze keren als model, zowel in studies als in voltooide schilderijen of etsen (leuke speurtocht: hoe vaak etst of schildert hij zichzelf stiekem in een andere voorstelling?). Vaak hulde hij zichzelf in uitbundige hoofddeksels, zoals baretten en hoeden met pluizige veren. Maar met zijn zwoele lange lok over zijn voorhoofd (ook wel ‘lovelock’ genoemd) in Zelfportret met warrig haar toont Rembrandt zichzelf vooral als ambitieuze en slightly sleeky gentleman-kunstenaar. Na deze informele nice-to-meet-you is het tijd om zijn oeuvre te verkennen.

Schermafbeelding 2019-03-31 om 19.59.23.png
Links: Rembrandt van Rijn, ‘Zelfportret met warrig haar’, ca. 1628-1629, legaat van de heer en mevrouw De Bruijn-van der Leeuw, Zwitserland, 1961, via: Rijksmuseum, Amsterdam. | Rechts: Rembrandt van Rijn, Zelfportret, ca. 1628. Aankoop met steun van de Vereniging Rembrandt, de Stichting tot Bevordering van de Belangen van het Rijksmuseum en het Ministerie van CRMRembrandt

+ | Van zijn eerste werken als jonge schilder in Leiden, tot aan zijn verhuizing naar Amsterdam: het leven en werk van de schilder wordt aan de hand van verschillende thema’s uitgelicht. In Leiden gebruikt hij vaak zijn moeder als model voor verschillende studies, maar vermoedelijk ook voor het schilderij ‘Oude lezende vrouw, waarschijnlijk de profetes Hanna’ (1631). In Amsterdam is – zoals vaak vrouwen, vriendinnen of mistresses de inspiratiebron zijn voor kunstenaars – zijn grote liefde Saskia zijn muze. We komen haar in zijn werk tegen in bed, in gedachten verzonken en als talloze doodles. Hallo vele inkijkjes in het dagelijks leven van Rembrandt, inclusief erotische scènes!. Dat Rembrandt ook dol was op ‘mensen kijken’ (wij doen het ook graag, maar dan liever vanaf het terras) wordt duidelijk in zijn vele tekeningen en etsen van de mensen op straat: soldaten, muzikanten, bedelaars en andere sloebers worden met enkele trefzekere lijnen getekend in zwart krijt. Waar collega’s van Rembrandt in hun tekeningen vaak de draak staken met het ‘plebs’, laat hij ze zonder enige spot tot leven komen op zijn papier. Niet alleen deze figuren, maar ook de chique portretten van mensen uit zijn omgeving, zoals bijvoorbeeld Jan Six en Marten en Oopjen, en zijn Bijbelse voorstellingen weet hij met een grootse flair en realisme neer te zetten.

Schermafbeelding 2019-03-31 om 19.39.18.png
Links: Rembrandt van Rijn, ‘Man in oosterse kleding’, 1635. Schenking van de heer en mevrouw Kessler-Hülsmann, Kapelle op den Bosch | Rechts: Rembrandt van Rijn, ‘Jeremia treurend over de verwoesting van Jeruzalem’, 1630. Aankoop met steun van particulieren, de Vereniging Rembrandt en de Stichting tot Bevordering van de Belangen van het Rijksmuseum.

± | Please be warned: ‘Alle Rembrandts’ heeft natuurlijk alles in zich om een mega publiekstrekker te zijn. Alleen de naam van de tentoonstelling al! Laat je trouwens niet misleiden door dat ‘alle’, het zijn natuurlijk niet álle werken van de meester ooit gemaakt, maar de werken in de collectie van het Rijksmuseum. Dat zijn er alsnog een hele hoop: in de tentoonstelling worden naast een paar dozijn schilderijen bijvoorbeeld ook 300 (!!!) etsen van de grootmeester getoond. Erg bijzonder, want de werken op papier zijn erg kwetsbaar en gevoelig voor licht. Ze worden dus niet vaak tentoongesteld; de regel is meestal drie maanden op tentoonstelling, drie jaar weer terug in het depot. Kijk niet gek op als je in eerste instantie de – vaak kleine – etsjes niet kan vinden: ze bevinden zich achter de drommen mensen die zich allemaal vergapen rondom de paar vierkante centimeter papier. Misschien wel iets té veel zalen, een overkill ligt op de loer. Als heuse kunstliefhebbers proberen wij die hard alle etsen, schilderijen en bijbehorende teksten te bestuderen, maar ook wij zijn na een paar zalen visueel volledig verzadigd en intellectueel overspannen. Mocht je ertoe in staat zijn, raden wij dan ook aan meerdere keren de tentoonstelling in delen te bezoeken, om niet overweldigd te raken en te kunnen blijven genieten van iedere parel die er te zien is. Bezoek bijvoorbeeld de zalen met de Bijbelse werken op de ene dag, en combineer de landschappen van en om Amsterdam met de kleine ruimte waar de intieme werken hangen. Want de grootmeester is het waard om uitvoerig te bestuderen. Daarnaast is de tentoonstelling een unicum: zo’n groot overzicht gaat niet snel weer gebeuren. Trek er dus de tijd voor uit!   

Hoe lang doe je er over | Trek voor de 9 (!) zalen zeker een middag uit, of bezoek de tentoonstelling meerdere keren!

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy Pro

Meer weten | Speciaal voor de tentoonstelling schreef conservator Jonathan Bikker het boek ‘Rembrandt. Biografie van een rebel’ waarin hij je meeneemt langs alle hoogte- en dieptepunten uit het leven van de kunstenaar. Het boek is ontworpen door Irma Boom, een internationaal gewaardeerd grafisch ontwerpster en ook verantwoordelijk voor de huisstijl van het Rijksmuseum! De biografie vind je in de museumwinkel van het Rijksmuseum of in hun webshop.


De tentoonstelling ‘Alle Rembrandts’ is nog te zien t/m 10 juni 2019 in het Rijksmuseum, Amsterdam. Meer informatie: https://www.rijksmuseum.nl/nl/alle-rembrandts

Tekst: Charlotte Hercules

Cover:Rembrandt van Rijn, ‘Schutters van wijk II onder leiding van kapitein Frans Banninck Cocq’, bekend als de ‘Nachtwacht’, 1642. Bruikleen van de gemeente Amsterdam

GO | NO GO #169: Tussen de draden door lezen

GO | NO GO 2 april 2019

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze keer bezochten we het TextielMuseum in Tilburg voor de tentoonstelling ‘Cultural Threads’.

‘Wie ben je?’ en ‘Waar kom je vandaan?’ zijn zomaar twee vragen die wij mensen elkaar regelmatig stellen. Maar ze zijn niet altijd gemakkelijk of eenduidig te beantwoorden, zeker niet voor iemand met een migratie-achtergrond. En zeg nou eerlijk, behoort bijna de meerderheid van de wereldbevolking daar inmiddels niet toe? In de tentoonstelling Cultural Threads in het Tilburgse TextielMuseum worden verschillende migratieverhalen verteld aan de hand van prachtige ambachtelijke objecten van textiel. De negen deelnemende kunstenaars laten zien hoe goed textiel zich leent als medium om meerdere – soms verborgen – verhalen te vertellen. Het weven, naaien en borduren van draden staat symbool voor het samenkomen of juist botsen van vreemde culturen.

12_culturalthreads.jpg
Fiona Tan, ‘Nellie’, video still, 2013, Courtesy: Museum van Loon & de kunstenaar, Courtesy Frith Street Gallery, Londen, via: TextielMuseum, Tilburg. 

Het valt ons al een tijdje op: textiel wordt steeds populairder bij hedendaagse kunstenaars. Enerzijds lonkt de ambacht en de materialiteit van textiel in een tijd dat alles steeds digitaler en daarmee niet langer tastbaar wordt. Zo voerde kunstenaar Rafaël Rozendaal (NL, 1980) bijvoorbeeld bekende webpagina’s als Googles zoekpagina of de Facebook-tijdlijn uit in de vorm van geweven wandkleden. Anderzijds, en daar gaat het in de huidige tentoonstelling in het TextielMuseum over, is textiel een beladen medium dat zich goed leent voor het vertellen van complexe verhalen. Textiel hoort immers bij het dagelijks leven en is nauw verbonden met onze identiteit. We gebruiken onze kleding om uit te dragen wie we zijn, waar we vandaan komen en het geeft onze positie in de maatschappij weer. Maar textiel gaat ook over handel en is door de eeuwen heen enorm waardevol handelswaar gebleken – hier vind je de verhalen van internationale kruisbestuiving, maar ook die van kolonialisme. Als laatste is het weven, naaien en borduren van textiel door de eeuwen heen als ‘vrouwenwerk’ bestempeld en daarmee gekoppeld aan de vrouwelijke genderrol. Textiel, zou je dus kunnen zeggen, is nooit neutraal, maar juist onlosmakelijk verbonden aan maatschappelijke kwesties zoals identiteit, migratie en globalisering. Dit wordt veelvuldig geïllustreerd in de wandkleden, borduursels en textiele sculpturen in de expo Cultural Threads.

31_culturalthreads-e1554061908230.jpg
Eylem Aladogan, ‘The Haunted Fields (for the love of my father)’, 2018

+ | Ondanks het feit dat de tentoonstelling zware maatschappelijke thema’s zoals migratie en kolonisatie aankaart, is het geen politiek manifest. Dit komt doordat het persoonlijke verhaal telkens weer centraal staat. Neem voorbeeld het verhaal van kunstenares Aiko Tezuka (Japan, 1976) die als kind emigreerde uit Japan naar Nederland. Zij onderzoekt wat haar Japans-Nederlandse identiteit voor haar betekent. In geweven panelen laat Tezuka traditionele Japanse bloemmotieven en moderne Europese symbolen, zoals het peace-teken of het logo van een VISA-creditcard, versmelten, waardoor deze nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn. De intieme video-installatie Nellie (2013) van Fiona Tan (Indonesië, 1966) toont weer een heel ander verhaal. In een oude kamer, behangen met de rijk gedecoreerde Toile de Jouy-stof, zien we een meisje in een jurk van precies dezelfde stof. Op de achtergrond horen we tropische geluiden en de hitte in de ruimte is bijna voelbaar. Het meisje vertelt het verhaal van Cornelia van Rijn, de vergeten dochter van Rembrandt, die na het overlijden van haar vader naar Batavia emigreerde. De idyllische landschappen en figuren op de stof die in de video haar gehele wereld vormgeven, getuigen van de zeventiende-eeuwse Westerse fascinatie voor de Oost en ons koloniale verleden.

Naast de kunstwerken is er ook nog de persoonlijke interpretatie van de populaire verhalenverteller Akwasi, die je in de vorm van de audiotour ‘Akwasi in je oor’ aan de hand van de kunstwerken zelfgeschreven verhalen vertelt.

09_culturalthreads.jpg
Jennifer Tee, ‘process in the TextielLab’, foto: Tommy de Lange, TextielMuseum Tilburg. 

+ | Alle objecten in de tentoonstelling vertellen dus een heel eigen verhaal, maar dit verhaal ligt niet altijd aan de oppervlakte. Als bezoeker word je gevraagd de tijd te nemen, het bordje te lezen en de kunstwerken nauwkeurig te analyseren. Dit vergt dus wat extra moeite maar je gelukkig word je ook een handje geholpen. Aan het einde komen we namelijk een van de leukste dingen in de expo tegen: video’s die het maak- en denkproces van de kunstenaars laten zien. Vier van de negen getoonde kunstenaars – Eylem Aladogan, Celio Braga, Jennifer Tee en Vincent Vulsma – werden uitgenodigd om een kunstwerk te ontwikkelen in het Textiellab, een kenniscentrum en open atelier van het TextielMuseum waar dagelijks met naald en draad geëxperimenteerd wordt. Het is geweldig om te zien wat de machines in het Textiellab allemaal kunnen en hoe er allerlei verschillende details in de textielen kunnen worden aangebracht. De video van Jennifer Tee (NL, 1973) toont bijvoorbeeld hoe de kunstenares tampans ofwel scheepskleden uit Zuid-Sumatra bestudeert, als uitgangspunt neemt voor haar werk en vervolgens zelf laag voor laag nieuwe betekenissen op het kleed toevoegt. De schepen op de kleden staan symbool voor de reis die we allemaal in het leven afleggen; de kleden werden dan ook gebruikt in ceremonies ter ere van overgangsrituelen als een overlijden, geboorte of huwelijk. Tee stopt ze vol met verwijzingen aan haar eigen Chinees-Indonesisch-Europese familie, zoals bijvoorbeeld de nagebootste tulpenblaadjes die naadloos in de originele patronen overgaan en verwijzen naar – hoe kan het ook anders – Nederland. In een andere video is kunstenares Eylem Aladogan (NL, 1975) aan het woord. Ze vertelt hoe ze eerst van plan is om mensen af te beelden, vervolgens overstapt op paarden en uiteindelijke toch besluit een doek met een Ottomaans bloemenmotief te maken. Het is een reactie op de opkomst het regime van de Turkse president Erdogan die de Ottomaanse samenleving verheerlijkt. Door het zien van het productie- en denkproces wordt pas echt duidelijk wordt hoeveel verschillende lagen, zowel letterlijk als figuurlijk, er in het textiel zijn aangebracht. Het maakt dat je de kunstwerken nogmaals wil bekijken.

Hoe lang doe je er over? | De tentoonstelling is niet heel groot. Een half uurtje is voldoende.

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | Rondom het TextielMuseum hebben verschillende kleine creatieve bedrijven zich gevestigd in de TextielAteliers. Van dinsdag t/m vrijdag kun je bijvoorbeeld een bezoek brengen aan handweverij ASVZ waar mensen met een verstandelijke beperking allerlei leuke textielproducten maken en verkopen.


De tentoonstelling ‘Cultural Threads’ is nog t/m 12 mei 2019 te zien bij TextielMuseum in Tilburg. Meer informatie: https://www.textielmuseum.nl/nl/tentoonstelling/cultural-threads

Tekst: Jule van Ravenzwaay

Cover: Aiko Tezuka, detail of: ‘Certainty / Entropy (peranakan 2), 2014, Courtesy Aiko Tezuka & Galerie Michael Jansen, foto: Edward Hendricks.

GO | NO GO #168: All hail Hockney

GO | NO GO 27 maart 2019

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze week gingen we naar het Van Gogh Museum, waar op dit moment kleurrijke schilderijen van David Hockney hangen.

De lente is ein-de-lijk hier! Na maanden van zelfopgelegd isolement en een structureel vitamine D-tekort kunnen weer gaan picknicken in het park, met blote benen over straat en ongegeneerd veel ijsjes eten (oké, toegegeven: dat laatste deden we in de winter ook). Iemand die ook groot fan is van de lente, is David Hockney. ‘Als de natuur vol in bloei staat, is het net of er champagne over de struiken is gegoten. Alles schuimt en het ziet er schitterend uit’, aldus de duurste levende kunstenaar. In 1972 verkocht Hockney het schilderij Portrait of an Artist voor 18 duizend dollar. Vorig jaar verscheen het werk weer op de markt en werd het door een anonieme koper gekocht voor een bescheiden 90,3 miljoen dollar. Zelf geeft Hockney hier niet zoveel om. Het enige wat hem dwarszit, is dat hij nu niet weet waar zijn schilderij uithangt. De middag van de veiling heeft hij Christie’s een mailtje gestuurd met maar vier woorden: ‘Who. Has. MY. Painting?’. In verband met de privacy van de koper mocht het veilinghuis dit niet delen en weet de schilder tot op de dag van vandaag dus niet waar het werk zich bevindt. Gelukkig geldt dat niet voor de schilderijen die nu te zien zijn in de expositie ‘Hockney-Van Gogh’ in het Van Gogh Museum. Hockney was er als de kippen bij om de werken in de tentoonstelling te bewonderen en belandde zelfs nog in een onverwacht avontuur.

MoreFelledTreesWoldgate_HR.jpg
David Hockney, ‘Nog meer gevelde bomen langs Woldgate’, 2008, olieverf op 20 doeken, © David Hockney, Foto: Richard Schmidt, via: Van Goghmuseum, Amsterdam

Behalve dat Hockney’s kleurrijke kunst from miles away te herkennen is, is hijzelf ook een wandelend kunstwerk. Zijn signature look is een groen vestje, rode stropdas en gele bril: net zo kleurrijk als zijn schilderijen. In de jaren 60 vertrok hij naar Los Angeles, waar hij zich permanent vestigde. De kolossale werken die nu in het Van Gogh Museum hangen maakte hij in de jaren 90 toen hij terugging naar zijn geboortegrond Yorkshire om zijn moeder te bezoeken. Dat Hockney toen al drie decennia in LA woonde zie je hier duidelijk terug. Als wij namelijk aan Noord-Engeland denken, denken wij aan een grijze boel, maar Hockney heeft Yorkshire als een Californisch landschap geschilderd door alles erg sunny en levendig af te beelden. Na een bezoekje aan deze tentoonstelling zie je jouw omgeving gegarandeerd ook door een kleurrijke Hockney-bril. 

ArrivelofspringinWoldgate_HR.jpg
David Hockney, ‘Het aanbreken van de lente in Woldgate, East Yorkshire in 2011 (tweeduizendelf)’,© David Hockney, Foto: Richard Schmidt, Centre Pompidou, Parijs. Musée national d’art moderne – Centre de création industrielle, via: Van Goghmuseum, Amsterdam.

+ | Je kunt Hockney best een excentrieke kunstenaar en een anarchist noemen, die begin jaren zestig al openlijk voor zijn ­homoseksualiteit uitkwam, terwijl de Engelse wet het nog verbood. Hij flirtte met pop-art, moest niks hebben van het minimalisme of (in zijn woorden) ‘barbaarse abstracte kunst’, maar wou portretten en reusachtige kleurrijke natuurschilderingen maken. De meeste landschapsschilderijen van Hockney waren eerder al in Londen, Parijs, Bilbao, Keulen en New York te zien, maar nu is het eindelijk de beurt aan Amsterdam. De eerste tentoonstelling sinds 1995 laat maar liefst 119 kunstwerken van de iconische kunstenaar zien. Je bezoekt deze expo niet, je loopt er ín. Het gigantische Arrival of Spring in Woldgate, East Yorkshire is 3,70 meter hoog, 9,75 meter breed en bestaat in totaal uit 32 doeken. Het is zo groot en kleurrijk dat je als het ware wordt opgezogen door het werk. Als je er langs loopt, voelt het eigenlijk alsof je een boswandeling maakt. Vlak na de opening van de expositie is Hockney naar Normandië vertrokken, waar hij vier maanden verblijft om daar nogmaals de komst van de lente vast te leggen. Volgend jaar een Hockney x Van Gogh 2 dus?

WoldgateWoods6&9_HR.jpg
David Hockney, ‘Woldgate Woods, 6 & 9 november 2006’, olieverf op 6 doeken, © David Hockney, Foto: Richard Schmidt, Van Goghmuseum, Amsterdam.

+ | De expositie is geen one man show: belangrijk thema is de invloed van Vincent Van Gogh op Hockney. Van Gogh, groot voorbeeld voor Hockney, was ook gefascineerd door de afwisseling van de seizoenen. Vanuit Arles schreef hij in de lente van 1888 aan zijn broer: ‘…stuur me in godsnaam onmiddellijk die verf. Het seizoen van de bloeiende boomgaarden duurt maar zo kort en je weet dat dat motieven zijn waar iedereen vrolijk van wordt.’ Beide kunstenaars hebben dus een grote fascinatie voor de natuur, gebruiken veel kleur en experimenteren met perspectief. In de tentoonstelling worden de Hockney-werken aangevuld met werk van Van Gogh uit de collectie van het museum. Maar wat wij vooral awesome vinden, zijn de schetsboeken van de twee kunstenaars die naast elkaar zijn gelegd. Schetsen is als mijmeren voor een beeldend kunstenaar; deze schetsen laten goed zien dat de twee kunstenaars echt soulmates zijn. De manier van schetsen is bijna een-op-een identiek. Toch zijn er ook veel verschillen tussen de kunstenaars. Ten eerste is er het formaat: Hockney’s schilderijen zijn als het ware Van Goghs voor reuzen. Ten tweede is er een verschil in techniek. In de Yorkshire-periode experimenteerde Hockney voor het eerst met zijn iPad en maakte hij tekening met behulp van de app Brushes en een stylus-pen. Very technological, much wow. Zelf zegt hij het vooral fijn te vinden dat hij de iPad makkelijk mee kan nemen en in zijn bed verder kan werken; wij zien hem al voor ons in zijn kleurrijke bed (hoe schattig!). Zo ontstonden de afgelopen jaren tientallen digitale tekeningen, die op groot formaat uitgeprint in de tentoonstelling worden getoond. Zou Van Gogh deze moderne techniek ook hebben omarmd als het in zijn tijd beschikbaar was geweest?

Hoe lang doe je er over? | 60 minuten

Expert level | Beginner | Gevorderden | Crazy Pro

Meer weten | Geïnspireerd geraakt? Elke zaterdag en het hele paasweekend vind je in de tentoonstellingsvleugel de Tekenkar. Laat je inspireren door de werken van Hockney en Van Gogh of doe een van de tekenopdrachten. Reserveren is niet nodig.


De tentoonstelling ‘Hockney – Van Gogh: The Joy of Nature’ is nog t/m 26 mei 2019 te zien in het Van Gogh Museum. Meer informatie: https://www.vangoghmuseum.nl/nl/plan-je-bezoek/zien-en-doen/tentoonstellingen/tentoonstelling-hockney-van-gogh

Tekst: Ananda Hegeman

Cover: Rineke Dijkstra, portret van David Hockney voor NRC Handelsblad, 2019

GO | NO GO #167: Is het kunst of kan het weg?

GO | NO GO 22 maart 2019

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Afgelopen weekend bezochten we het Stedelijk Museum Schiedam, waar de tentoonstelling ‘Manzoni in Holland’ momenteel te zien is.

Piero Manzoni, die voluit eigenlijk Graaf Meroni Manzoni di Chiosca e Poggiolo heet, overleed in 1963 op 29-jarige leeftijd. Je kunt echter nog steeds een blikje gevuld met zijn poep kopen. Het is niet bepaald een smaakmakende binnenkomer, maar blijkt wel een mooie metafoor voor zijn letterlijke en figuurlijke nalatenschap. De Italiaanse kunstenaar zette eind jaren 50 en begin jaren 60 de kunstwereld op zijn kop met zijn ironische benadering van de kunstenaarspraktijk. Hij beplakte schilderijen met veren, blies ballonnetjes op en stelde ze vervolgens tentoon als ‘Fiato d’artista’ (adem van de kunstenaar), liet bezoekers op een sokkel staan waarna hij ze tot kunstwerk declareerde, en vulde blikjes met zijn eigen uitwerpselen die onder het mom van ‘Merda d’artista’ per 30 gram verkocht werden voor evenveel geld als de dagwaarde van 30 gram goud. Recentelijk bracht zo’n blikje een recordbedrag van 275.000 euro op tijdens een veiling, wat bewijst dat Manzoni’s knipoog-kritiek nog steeds van toepassing is: alles is kunst zodra iemand het als kunst verklaart, zelfs als het shit is.

SONY DSC
Piero Manzoni, ‘Merda d’Artista n. 63’, 1961. ® Fondazione Piero Manzoni, Milano, © Pictoright Amsterdam 2019, via Stedelijk Museum Schiedam.

Deze spraakmakende werken zie je allemaal terug in de tentoonstelling ‘Manzoni in Holland’, de eerste overzichtstentoonstelling van Piero Manzoni in Nederland sinds een halve eeuw. Naast een compleet overzicht van zijn oeuvre, van de vroege ‘Achromes’ (kleurloze schilderijen) tot en met zijn latere, meer conceptuele werk, maken we ook kennis met zijn inspiratiebronnen. Maar de tentoonstelling gaat nog verder; voor het eerst wordt hier het verhaal over zijn bijzondere relatie met Nederland verteld. Ook komen we het werk van latere kunstenaars tegen die in Manzoni’s voetsporen zijn getreden.

± | Ook al was hij stiekem van adel, Piero Manzoni was een self-made man. Hij sloeg de kunstacademie over en debuteerde op zijn 23ste met de “antropomorfische werken”: schilderijen waarop de silhouetten van alledaagse objecten, zoals bijvoorbeeld gereedschap, waren afgedrukt. Daarmee maakte hij meteen een duidelijk statement dat hij vond dat zijn kunst niet al te serieus genomen moest worden. In die tijd verruilde familievriend Lucio Fontana (1899-1968) het traditionele schildersgerei voor een mes waarmee hij vervolgens het doek bewerkte, een nogal revolutionaire zet binnen de kunstwereld. In Milaan maakte Manzoni ook kennis met de volledig blauwe werken van Yves Klein (1928-1968), wederom een compleet vernieuwende benadering van het schilderij. Bij binnenkomst vind je direct een paar voorbeelden van hun werk, waaronder Klein’s ‘Monochrome (IKB 100)’ (1956). Beide kunstenaars hebben veel invloed gehad op Manzoni; ze maakten de weg vrij voor een meer speelse omgang met kunst. Manzoni kwam daardoor op het idee om doeken in gipsklei te dopen en ze op een canvas te laten drogen waardoor er een onvoorspelbaar patroon ontstond. Hij noemde ze de ‘Achromes’: kleurloze schilderijen die als het ware zichzelf creëerden. Daarmee ging Manzoni nog een stapje verder dan zijn grote voorbeelden Fontana en Klein; hij daagde niet alleen de traditionele definitie van kunst uit, maar ook die van het kunstenaarschap. Deze werken zijn zo bepalend geweest voor zijn carrière dat er in de tentoonstelling een hele zaal mee vol is gehangen. Als bezoeker moet je je echter wel een beetje in dit verhaal verdiepen, anders sta je te midden van een wit geschilderde zaal met allemaal kleurloze, abstracte werken en stel je jezelf inderdaad de vraag: is dit nou kunst of het werk van een creatieve stukadoor?

Schermafbeelding 2019-03-16 om 08.52.36.png
Links: Piero Manzoni, 1961, Courtesy Fondazione Piero Manzoni, Milaan | Rechts: Piero Manzoni, ‘Base Magica, Scultura Vivente’, 1961. Collectie Fondazione Piero Manzoni, Milaan, ©Pictoright Amsterdam 2019,

In 1958 reist Manzoni af naar Rotterdam om deze werken tentoon te stellen in het Groothandelsgebouw. De reactie valt over het algemeen tegen, maar galeriehouder Hans Sonnenberg is wel onder de indruk en nodigt Manzoni uit om deel te worden van de Nederlandse Zero-groep (ook wel bekend als de Nul-beweging), een aftakking van de Europese ZERO-beweging die geënt was op het uitwissen van alle emotie en individuele expressie uit het kunstwerk. Voor Jan Schoonhoven (1914-1994), ook lid van de groep, was het neutraliserende wit van Manzoni een openbaring. Voor die tijd produceerde Schoonhoven geometrische reliëfs in grauwe kleuren (in de tentoonstelling hangt een voorbeeld uit 1958: ‘Construction détruite Abraham’). Nu herinneren we Schoonhoven bijna alleen nog maar om zijn “witte luikjes”, waarvan er hier overigens ook een exemplaar te vinden is.

Wim T. Schippers, Pindakaasvloer, 1962. Tentoonstelling Project & Object, Galerie Mickery, Loenersloot, 1969, Collectie Theater Instituut Nederland, Archief Mickery - ©Pictoright Amsterdam 2019.jpg
Wim T. Schippers, ‘Pindakaasvloer’, 1962. Tentoonstelling ‘Project & Object’, Galerie Mickery, Loenersloot, 1969, Collectie Theater Instituut Nederland, Archief Mickery – © Pictoright Amsterdam 2019.

+ | Manzoni wordt niet voor niets herinnerd als een van de meest avant-gardistische kunstenaars van zijn tijd. Terwijl zijn tijdgenoten nog druk bezig waren met het zoeken naar nieuwe variaties op het oude vertrouwde schilderij, dacht Manzoni al voorbij de materiële grenzen. In Milaan en Kopenhagen deelde hij gekookte eieren met daarop zijn vingerafdrukken uit aan bezoekers die ze vervolgens op aten en zo vereenzelvigd werden met het kunstwerk. Het voelt dan ook een klein beetje als cheating dat één van deze ‘Uova con Impronta’ de dans is ontsprongen en nu keurig in een kistje op display ligt in Schiedam. Maar Manzoni maakte het publiek graag onderdeel van het kunstwerk, zo ontwierp hij de ‘Base Magica’ (ook opgesteld in de tentoonstelling), een sokkel waarop iedereen plaats mag nemen en voor heel even een kunstwerk kan zijn. Deze out of the box omgang met de definitie van kunst brak de weg open voor de conceptuele kunst: een vorm van kunst waarbij het om het idee in plaats van de uitwerking draait. Een publiekstrekkertje uit deze expositie is dan ook niet voor niets de ‘Pindakaasvloer’ van Wim T. Schippers: een compleet zinloos concept dat het, juist om die reden, toch meermaals tot kunstwerk heeft geschopt. Schippers voerde het concept voor het eerst uit in 1969 en legde het speciaal voor deze tentoonstelling opnieuw aan. In tegenstelling tot het werk van Manzoni, mag je de pindakaas helaas niet aanraken (oplikken mag ook niet, we checked). Toch jammer voor het publiek dat van te voren in de krant heeft gelezen dat de tentoonstelling hen zou uitnodigen om “onderdeel” van de kunst te worden! Maar de expositie stelt ons alles behalve teleur: het laat voor het eerst duidelijk zien hoe groot Manzoni’s invloed is geweest, vooral in Nederland, en laat haar bezoekers tegelijkertijd ervaren hoe leuk kunst kan zijn! Het gaat er niet altijd om dat je begrijpt wat je ziet, maar dat je er ook anders van kunt gaan kijken.

Hoe lang doe je er over? | 45 minuten (plus een kwartier als je nog even op de ‘Base Magica’ gaat staan om je fifteen minutes of fame te claimen)

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | On another note, het Stedelijk Museum Schiedam organiseert sinds kort ‘Slow Art Zondagen’ op iedere eerste zondag van de maand. Samen met een museumdocent ga je op pad en neem je de tijd om een kunstwerk eens uitvoerig te bekijken, zo ontdek je vanalles en gaat het werk ineens veel meer voor je leven!


De tentoonstelling ‘Manzoni in Holland’ is nog t/m 2 juni 2019 te zien bij Stedelijk Museum Schiedam. Meer informatie: https://www.stedelijkmuseumschiedam.nl/tentoonstelling/manzoni-in-holland/

Tekst: Jolien Klitsie

Cover: Piero Manzoni, ‘Impronta’, 1960. Collectie Fondazione Piero Manzoni, © Pictoright Amsterdam 2019.

GO | NO GO #166: Op wandeltocht met kunstenaar Richard Long

GO | NO GO 19 maart 2019

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Dit keer hiken we door de solo-tentoonstelling van Richard Long in De Pont in Tilburg.  

Als je midden in De Pont een berg stenen tegenkomt, is dat niet omdat er een verbouwing plaatsvindt. Het zijn kunstinstallaties van de Britse Richard Long, die je uitnodigt om je in te leven in zijn grootste hobby: lange wandeltochten maken. De kunstenaar gaat er niet alleen op uit om een frisse neus te halen; op de meest afgelegen plekken van de wereld, van de oneindige bossen in Canada tot moeilijk te beklimmen gebergten zoals de Atlas en de Himalaya, beult hij zichzelf dagenlang af om zijn eigen grenzen op te zoeken en te verleggen. Alsof dat niet genoeg is, creëert hij onderweg vanuit zijn kleine blauwe trekkerstentje grootse kunstwerken in de natuur. Met stenen, klei, leem, rotsen en andere materialen die hij tegenkomt, maakt hij sporen of markeringen. Long is de beroerdste niet: voor wie geen wandelschoenen in huis heeft, maakt de kunstenaar ook kunstinstallaties in musea en galeries. De keien laat hij van verschillende plekken in Europa komen, waarna ze in gestructureerde en soms hypnotiserende patronen worden neergelegd.

Richard Long_ zaaloverzicht 2019_ De Pont museum, Tilburg_photo GJ van Rooij.jpg
Zaaloverzicht, Richard Long, De Pont museum, Tilburg, foto G.J. van Rooij

Longs eerste werk ooit, A Line Made By Walking (1967), typeert zijn verdere oeuvre. Dit werk bestaat uit een foto waarop Richard Long een kaarsrecht spoor van platgetrapt gras laat zien. Zo’n kunstwerk maken lijkt simpel – dat kan je kleine zusje dus écht – maar toch zit er meer in: Long aanbidt de natuur en maakt het kunst door er een fysieke interventie aan te voegen. De door mensenhanden gemaakte vormen, lijnen, cirkels geven opeens een heel ander karakter aan de natuur: het is niet meer ongerept, maar zeker ook niet vernietigd. De sporen die hij achterlaat, verdwijnen bovendien vaak met de tijd. Wat overblijft zijn landkaarten, foto’s en tekstuele kunst, die hij om deze reden “tweedehands” werk noemt. Long ziet de interventies in de natuur als het primaire kunstwerk en geeft de kijker vooral de gelegenheid om zijn of haar eigen verbeeldingskracht te trainen. Aan de hand van een enkele foto, tekst of beschrijving ga je mee op op reis naar het moment dat Long het betreffende kunstwerk maakte.

Red Slate Line (1986), Richard Long, De Pont museum, Tilburg_courtesy the artist and Lisson Gallery_photo GJ.vanROOIJ.jpg
Zaaloverzicht, Richard Long, ‘Red Slate Line’, 1986, courtesy the artist and Lisson Gallery, De Pont museum, Tilburg, foto G.J. van Rooij

+ | De 73 jaar oude Britse kunstenaar hijst zichzelf nog graag in zijn kniebeschermers om zelf zijn immense installatie op te bouwen in exposities. Elke sculptuur is anders gearrangeerd en zal nooit hetzelfde worden opgebouwd door Long, die graag net zo lang schuift en zeult met de tot ze in een perfecte vorm liggen. Een bezoek aan de expositie in De Pont is dus echt een once in a lifetime ervaring. De grote fabriekshal van De Pont lijkt bovendien de ideale ruimte om de grote uit stenen opgebouwde sculpturen de ruimte te geven die ze verdienen. Het is bijna alsof je je in de open lucht bevindt, maar dan zonder het gure weer en de harde wind. De museumvloer is gevuld met honderden stenen in cirkelvormen, grove rotsblokken in de vorm van een kruis en kaarsrechte paadjes aan keien. Voor wie zich niet meteen een met natuur voelt bij het zien van een berg stenen, is er een mini-wandelroute langs één van zijn werken. Het is bijna alsof je de woeste natuur in wordt gestuurd met een oldschool landkaart. De pret is wel snel voorbij, want de gehele wandeltocht omvat zo’n zeven stappen.

A Line in the Andes, South America_1981_ © Richard Long, Courtesy of Lisson Gallery .jpg
Richard Long, ‘A Line in the Andes, South America’, 1981, Richard Long, Courtesy of Lisson Gallery, via: De Pont, Tilburg.

+ | De centrale fabriekshal wordt omringd door kleine kabinetten, waarin de wandel-goeroe zijn dagenlange tochten terugbrengt tot pure beschrijvingen. We zien eenheden van tijd en afstand, afgevuld met foto’s of poëtische teksten als ‘Walking with five stones, walking across five rivers.’ Elk kabinet is een soort witte tijdscapsule, als bladzijden van een dagboek dat Long bijhoudt. Maar wat het nou exact betekent, wordt niet uitgelegd en we voelen ons net Russel Crowe in A Beautiful Mind die een onmogelijke code probeert te kraken. Een ontspannen tripje naar de natuur biedt Long dus niet, maar dat hadden we kunnen verwachten: de kunstenaar zoekt niet alleen zijn eigen grenzen op, maar laat ons hetzelfde doen. De combinatie van grote kunstinstallaties in de centrale hal en de gevarieerde, cryptische kabinetten geeft aan dat er meer lezingen van Longs werk mogelijk zijn. Long voelt de vrijheid om zijn ervaringen op verschillende manieren te uiten; als bezoeker krijg je dezelfde vrijheid en ruimte om de teksten, foto’s en installaties op je eigen manier te interpreteren. Of je er nu een spirituele ervaring, een monument of gewoon een hoop stenen in ziet: Longs werk prikkelt je nieuwsgierigheid.

Hoe lang doe je er over? | 30 minuten

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy Pro

Meer weten | Hoewel Richard Long weer en wind heeft getrotseerd om zijn kunst te maken, zijn wij blij dat we van onder een dekentje het gesprek kunnen bekijken dat Stephen Snoddy, directeur van The New Art Gallery Walsall, had met de kunstenaar.  

De tentoonstelling ‘Richard Long’ is nog t/m 16 juni te zien in De Pont in Tilburg. Meer informatie: https://depont.nl/tentoonstelling/richard-long/

Tekst: Carlien Lammers

Cover: Richard Long, ‘Natural Forces, Dartmoor, England’, 2002, © Richard Long, courtesy of Lisson Gallery.

GO | NO GO #165: It’s a material world

GO | NO GO 14 maart 2019

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze keer pakten we de Intercity Direct die ons – met enige vertraging – naar Rotterdam bracht, waar de Kunsthal nu de expositie ‘Trouble in Paradise – Collection Rattan Chadha’ toont.

Meteen bij aankomst in de Rotterdamse Kunsthal worden we de tentoonstelling binnen gelokt: al bij de kluisjes horen we Madonna-fans uit volle borst liedjes van hun heldin zingen. Voor deze video-installatie van Candice Breitz, Queen (A Portrait of Madonna) uit 2005, hebben de superfans zich prachtig uitgedost en dit is hun 15 minutes of fame. Ze genieten er met volle teugen van. Het zijn anonieme mensen van allerlei achtergronden die hier even in de huid van hun pop-icoon mogen treden. Toeval of niet, net als we de rest van de tentoonstelling ‘Trouble in Paradise – Collection Rattan Chadha’ willen betreden, zingt het koor “It’s a material world”. Het lijkt een knipoog naar de kunstwerken in de expositie, die stuk voor stuk in het bezit zijn van één man: Rattan Chadha, de man die lange getallen met veel nullen op zijn bankrekening moet hebben staan.

09 Funda Gül Özcan, FUNFAIRAFFAIR, 2017, Collection Rattan Chadha, foto Gert Jan van Rooij
Funda Gül Özcan, ‘FUNFAIRAFFAIR’, 2017, collectie Rattan Chadha, foto: Gert Jan van Rooij

Rattan Chadha, geboren in 1949 in Delhi, is oprichter van Mexx en van CitizenM-hotels en sinds 2000 ook serieus kunstverzamelaar. Hij zegt over zijn aankopen: ‘Het is altijd het werk op de eerste plaats dat mij intrigeert. Ik koop een werk, geen naam.’ Ondertussen trekt wel een hele stoet bekende kunstenaars aan je voorbij: Marlene Dumas, Andy Warhol, Michaël Borremans, Raymond Pettibon, Erik van Lieshout, Gilbert en George, Rita Ackermann en Rafaël Rozendaal. Hij ziet de werken als een reflectie op zijn eigen leven. Sommige mensen houden daar een dagboek voor bij, Chadha laat zijn kunstaankopen voor hem spreken. Zijn collectie bestaat inmiddels uit meer dan 800 werken. Er is verstild, melancholiek werk, maar er is vooral ook veel kleur, soms met lawaai en glitter. Kunst keihard in your face! Gelikte beeldtaal, nieuwe materialen en sociaal engagement worden niet geschuwd. De Kunsthal toont in vier zalen 70 werken uit zijn privé-verzameling, opgedeeld in drie thema’s: Soul Searching, Delicious Confusion en Forever Young, verwijzend naar de drie verzamelfasen van Chadha zelf. De expositie is als een reis door Chadha’s verzameldrift – iedereen aan boord!

14 Marlene Dumas, Sad Romy, 2008, Collection Rattan Chadha, foto Peter Cox, Courtesy Zeno X Gallery Antwerp
Marlene Dumas, ‘Sad Romy’, 2008, collectie Rattan Chadha, foto: Peter Cox, Courtesy Zeno X Gallery, Antwerpen, via De Kunsthal, Rotterdam.

+ | We duiken meteen in het diepe: een van de eerste kunstwerken die we tegenkomen brengt ons een beetje in mineur, maar daar houden we wel van. Op het schilderij Sad Romy (2008) van Marlene Dumas zien we Romy Schneider. Deze actrice was een fenomeen: als zestienjarige vertolkte de hoofdrol van haar eerste Sissi-film (1955). Ja, die drie mierzoete films die altijd met kerst op de buis zijn. Ze werd een echt icoon; onze oma’s adoreren haar. Het prinsessen-imago heeft ze later alsnog van zich af weten te schudden door met gerenommeerde filmmakers te werken, zoals Luchino Visconti en Orson Welles. Schneider speelde onder hun hoede vaak emotioneel complexe vrouwen, en ook haar privéleven was een rollercoaster: ze heeft haar zoon verloren door een ongeval, ging veel drinken en is zelf ook te jong gestorven. Het klassieke tragische leven van een diva. De foto waar het doek van Dumas op gebaseerd is, komt uit de film L’important c’est d’aimer (1975) van Andrzej Zulawski. Hierin speelt Schneider een actrice die tot het uiterste gekweld wordt door haar regisseuse. Haar personage kan de scène niet aan en moet huilen. Een fotograaf op de set smeekt ze geen foto’s te maken en haar met rust te laten. Of Dumas deze film gezien heeft, weten we niet zeker, maar deze scène lijkt voor de kunstenaar gemaakt te zijn. Het voortdurende rollenspel van vrouwen en de representatie ervan, is een terugkerend thema in haar schilderijen. Door het doek Sad Romy te noemen trekt Dumas Romy Schneider los van haar rol als actrice en toont een vrouw met intens verdriet, geacteerd of niet. Als je het werk van Dumas op de tentoonstelling bekijkt, hoor je op de achtergrond steeds de Madonna-fans uit de video-installatie van Catherine Breitz zingen. Hun lofzang op de afwezige superster Madonna voelt opeens een beetje leeg aan en snijdt met de aanwezigheid van het beeld van de huilende icoon Sissi. Not all that glitters… We zijn onder de indruk van hoe de kunstwerken in deze expositie soms op verrassende wijze op elkaar lijken te reageren, en die daarmee de diepte van de individuele kunstwerken openbaren.

6801spgrayson kopie
Grayson Perry, ‘The Walthamstow Tapestry’, 2009, collectie Rattan Chadha.

+ | Van emotionele mineur naar extatisch hoogtepunt: we sprongen een gat in de lucht toen we The Walthamstow Tapestry (2009) van de Britse kunstenaar Grayson Perry op de tentoonstelling zagen! Sommigen vinden Grayson Perry maar een clown, voor anderen is hij een belangrijke kunstenaar die ons hedendaagse leven de spiegel voorhoudt. Wij zijn in ieder geval dol op hem en op Claire, zijn alterego. In een enorm (140 x 710 cm) geborduurd wandtapijt beeldt Perry de levenscyclus van geboorte en dood uit. Hij doet dat in de stijl van een folkloristisch stripverhaal en gebruikt daarvoor symbolen uit religieuze kunst zoals oermoeder Maria, de duivel, het hiernamaals en alles wat daarbij hoort. Heel terloops introduceert hij in deze mythische setting ook allerlei merknamen als Chanel, Disney en Marks and Spencer. Ergens klopt dat natuurlijk: iedereen kent zulke merken en ze begeleiden je op je levenspad. 500 Jaar geleden, toen dit soort tapijten erg on trend waren, liet je je leiden door de kruisweg van Christus. Vandaag de dag staat onze cradle-to-grave in het teken van consumeren. Mensen kunnen eigenlijk niet meer zonder smartphone van Apple of Samsung, ook al zouden ze dat soms (heeeeeel kort) wel willen. En als je een kind krijgt, wil je een lichte, stevige en mooi vormgegeven kinderwagen van een betrouwbaar merk. Ga je voor de Bugaboo Fox of koop je een Yoyo Babyzen? En wat zeggen de boeken die we lezen (gekocht online als e-book of als versleten paperback in een tweedehands winkeltje) over ons? En waarom houden we van bepaalde kunst meer dan van andere? Dat The Walthamstow Tapestry opeens opduikt in de collectie van de man van Mexx en CitizenM is wat dat betreft food for thought.

PHOTO-2019-02-28-13-49-59Zaaloverzicht ‘Trouble in Paradise’, collectie Rattan Chadha, foto: De Kunstmeisjes.

± | We brengen veel tijd door met de individuele kunstwerken, waar we allemaal een aantal favorieten tussen vinden. Maar van een afstandje bezien, vinden we de indeling in drie thema’s van de tentoonstelling een beetje gezocht. De expositie presenteert op chronologische wijze de totstandkoming van Chadha’s collectie en wil daar heel graag drie afgebakende thema’s in zien, maar niet alle kunstwerken lijken zich te schikken naar deze indeling. In de eerste verzamelfase Soul Searching wordt het menselijk lichaam met een zekere melancholie belicht. Ja, we vinden hier intieme schilderijen van Borremans, Picabia en de eerder genoemde Dumas. Maar het werk Porn (2006) van Marc Bijl staat hier bijvoorbeeld ook tussen. In dit beeldhouwwerk zie je de letters PORN op een sokkel in druipende zwarte cargloss-verf staan pronken. Wat is daar in hemelsnaam melancholisch aan? Het lijkt toch meer een lekker cynisch statement, of niet? Chadha’s tweede verzamelfase, Delicious Confusion, wordt als meer maatschappijgericht en conceptueel gepresenteerd. Maar die conceptualiteit (waarin het idee achter het kunstwerk het belangrijkste is) zagen we in elke zaal wel terug, ook in de intieme schilderkunst van de eerste ruimte. In de derde en meest heldere “fase”, Forever Young, is werk te vinden van aanstormend talent dat met allerlei verschillende materialen en nieuwe technologieën gemaakt is. Ons advies: ga vooral niet te hard op zoek naar drie heel verschillende verzamelfasen, maar struin intuïtief door de expositie op zoek naar jouw oude en wellicht nieuwe favorieten. Het blijkt immers weer: kunst en haar verzamelaars zijn niet zo makkelijk in een hokje te stoppen, en dat is helemaal oké.

Hoe lang doe je er over? | Een goed uur

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | Zelf kunstverzamelaar worden kan ook met een klein budget. Check deze organisaties en online galeries eens: Young Collectors Circle, WeLikeArt, Patty Morgan, Gallery Viewer. Wij zijn fan.


De tentoonstelling ‘Trouble in Paradise’ is nog t/m 26 mei 2019 te zien bij De Kunsthal. Meer informatie: https://www.kunsthal.nl/nl/plan-je bezoek/tentoonstellingen/troubleinparadise/

Tekst:  Daphne Rosenthal

Cover: Grayson Perry, ‘The Walthamstow Tapestry’, 2009, collectie Rattan Chadha.

GO | NO GO #164: Picasso op papier – grafisch werk van een Don Juan

GO | NO GO 7 maart 2019

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze week gingen we naar de Rotterdamse Kunsthal, waar op dit moment het grafisch werk van grootmeester Pablo Picasso te zien is.

Dat Pablo Picasso (1881–1973) een echte player was, is geen geheim. Een snelle Google-search levert op dat Picasso met maar liefst veertien vrouwen een serieuze relatie of affaire heeft gehad. En dan tellen we eventuele geheime romances niet eens mee. De vele dames hebben niet alleen invloed gehad op zijn persoonlijke leven, ook zijn werk werd sterk door ze beïnvloed. Vaak viel het begin van een nieuwe relatie van de kunstenaar samen met een nieuwe stijl van schilderen en tegenwoordig wordt zijn oeuvre soms zelfs ingedeeld naar de periode dat hij met een bepaalde vrouw samen was. De schilder bleef dus zijn hele leven lang op zoek naar vernieuwing: in zijn liefdesleven en in zijn werk.

PHOTO-2019-02-28-14-07-05.jpg
Zaaloverzicht ‘Picasso op Papier’ in de Kunsthal, foto: De Kunstmeisjes.

In de tentoonstelling ‘Picasso op Papier’ in de Rotterdamse Kunsthal komen twee facetten van Picasso’s kunstenaarschap samen: zijn meesterlijke beheersing van grafische technieken en het terugkerende thema van de vrouw. Voor Picasso was grafiek een kunstvorm waar hij vooral lekker mee kon experimenteren. In totaal maakte hij meer dan 2500 prenten in verschillende technieken zoals etsen en kleurenlino’s. Museum Boijmans Van Beuningen heeft meer dan 400 van deze prenten in haar bezit. Het museum is de komende zeven jaar gesloten voor renovatie, maar dankzij het project ‘Boijmans bij de Buren’, is de collectie de komende jaren regelmatig bij culturele instellingen in de buurt te zien. De Kunsthal heeft nu meer dan 70 Picasso’s op papier te leen gekregen. Een cadeautje dat wij ook niet zouden afslaan.

Schermafbeelding 2019-03-03 om 20.07.55.png
Links: Pablo Picasso, ‘La Dame à la Collerette’ (Portrait de Jacqueline à la Fraise), 1962 | Rechts: Pablo Picasso, ‘Portrait d’homme à la fraise’, 1962, beide: Collectie Boijmans Van Beuningen. 

+ | Picasso maakte al eerder in zijn loopbaan prenten, maar na zijn verhuizing naar

Parijs in 1904 ging hij zich echt verdiepen in deze kunstvorm. Het hoogtepunt is de Vollard Suite, een reeks van honderd etsen waarmee Picasso voor het eerst heeft bewezen een op-en-top prentkunstenaar te zijn. Hij maakte de serie etsen – die is vernoemd naar de uitgever Ambroise Vollard – tussen 1930 en 1937. De jonge Marie-Thérèse Walter, Picasso’s minnares vanaf 1927, was zijn muze. Marie-Thérèse was pas zeventien jaar toen ze Picasso ontmoette in warenhuis Lafayette. De twee kregen een geheime relatie en ze ging zelfs in dezelfde straat als de kunstenaar en zijn toenmalige vrouw Olga wonen om dichtbij haar lief te zijn. In 1935 verliet Olga de ongemakkelijke driehoeksverhouding toen bleek dat Marie-Thérèse zwanger was (gevalletje thank u, next). In 1936 verliet zij op haar beurt Picasso weer toen hij verliefd was geworden op Dora Maar en beide vrouwen erop wees dat ze zelf maar moesten uitvechten bij wie hij zou blijven wonen. Het recente ‘Khloe Kardashian – Tristan – Jordyn’-schandaal is er niks bij. De Vollard Suite-serie vertelt geen doorlopend verhaal, maar de etsen hebben wel een duidelijke samenhang: Marie-Thérèse als model van een bebaarde beeldhouwer, Picasso’s alter-ego. Ook wordt ze op een paar prenten bemind door een Minotaurus, wat een half mens, half stier is. Kinda creepy, but very cool.

8 Pablo Picasso, Sculpteur et Modele Agenouille, 1933, Collectie Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam, co Pictoright Amsterdam 2019, foto Studio Buitenhof, Den Haag
Pablo Picasso, ‘Sculpteur et Modele Agenouille’, 1933, Collectie Museum Boijmans van Beuningen

+ | Vanaf 1958 stortte Picasso zich op linoleumsnede, een van de vele prenttechnieken waarvan hij zich meester maakte. Hij blonk uit in de zogenaamde eliminatietechniek, waarbij hij elke keer een deel van de linoleumplaat wegsneed. Zo veranderen de kleuren in de compositie van elke druk. Hij was dan inmiddels wel al een oude vent, maar zijn wilde haren blijkbaar nog niet kwijt. Een paar jaar eerder had hij Jacqueline Roque ontmoet en in 1961 trouwde hij zelfs met haar. Het werd het laatste liefje van de kunstenaar; ze bleven tot zijn dood in 1973 bij elkaar. In zijn laatste jaren heeft hij haar dan ook talloze keren geportretteerd. Het hoogtepunt van deze periode is zonder twijfel de reeks van acht proefdrukken van de kleurenlino
La Dame à la Collerette. Hoewel het maakproces technisch nogal een moeilijk verhaal is, wordt door deze serie, waar Jacqueline in historische outfits is afgebeeld, goed duidelijk hoe de kunstenaar te werk ging. De serie hangt in volgorde erg overzichtelijk aan één muur, waardoor na het zien van de expositie ‘Picasso op papier’ zelfs je kleine neefje zich linoleumsnede-expert kan noemen.

Hoe lang doe je er over? | 45 minuten

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy Pro

Meer weten | Wil je precies weten hoe Picasso zijn passie voor vrouwen en kunst beoefende? Het tweede seizoen van de Amerikaanse dramaserie Genius gaat over het leven van de kunstenaar, met Antonio Banderas in de hoofdrol. Een soort Temptation-Island voor kunstliefhebbers.


De tentoonstelling ‘Picasso op Papier’ is nog tot en met 12 mei 2019 te zien op de vierde verdieping van de Kunsthal. Meer informatie: https://www.kunsthal.nl/nl/plan-je-bezoek/tentoonstellingen/Picassooppapier/

Tekst: Ananda Hegeman

Cover: Zaaloverzicht ‘Picasso op Papier’ in de Kunsthal, foto: De Kunstmeisjes.

GO | NO GO #163: Presto, presto naar de Nieuwe Kerk

GO | NO GO 5 maart 2019

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. In het hart van Amsterdam vluchten we de Nieuwe Kerk in, weg van de drukte, weg van het toerisme, op zoek naar rust en kunst en wellicht zelfs een spirituele ervaring.

In deze achtste editie van de jaarlijkse serie Meesterwerk toont de Nieuwe Kerk het schilderij Aartsengel Michaël (ca. 1663) van de Italiaanse Luca Giordano. Deze kunstenaar is in Nederland vrij onbekend, maar in Zuid-Europa een ware held. Een meester uit de zeventiende eeuw, niet weg te denken uit Italiaanse kerken. Het enorme doek in de Nieuwe Kerk is het stralende middelpunt van een theatrale opstelling die daar speciaal voor is ontworpen. Je stijgt op naar een andere wereld, met een trappetje weliswaar. Voor je daar bent, passeer je een paar wanden met heldere informatie over de schilder. Wat een leven had die Giordano! Geboren in 1634 te Napels, een wonderkind: als kunstenaarszoon mag hij op zijn achtste al twee putti, van die mollige engeltjes, decoreren in de Santa Maria La Nova in Napels. Op zijn zestiende gaat hij in de leer bij Jusepe de Ribera. Hij kopieert werk van Titiaan, Rafael, Dürer, Rubens en onze eigen Rembrandt en hij doet dat zo goed, dat hij nog vele eeuwen later kunsthistorici in verwarring brengt.

meesterwerk 22
Zaaloverzicht Meesterwerk, foto: Evert Elzinga, via De Nieuwe Kerk, Amsterdam.

De mythe gaat dat Giordano, ook bekend als Luca Fa Presto (‘Luca, werk snel’ in het Italiaans) in 24 uur een altaarstuk kon schilderen en maar twee dagen over een plafondschildering deed. In Venetië verdiende hij in een paar maanden tijd net zo veel als een gemiddelde kunstenaar in zes jaar. Giordano stierf uiteindelijk in 1705, zwemmend in het geld, met meer dan 1200 kunstwerken op zijn naam. Het verhaal gaat dat hij als echte katholiek zijn laatste adem uitblies in een hartverscheurende huilbui voor een crucifix. Wij zijn waarschijnlijk net iets te nuchter om in eenzelfde katholieke hysterie te vervallen bij het zien van de knappe acrobatische Michaël op het schilderij. Desalniettemin staan we vooraan bij het artistieke altaar, wie weet komt de spirituele vervoering vanzelf.

+ | Giordano werd met opdrachtgevers als het Spaanse hof en de beroemde Florentijnse families De Medici en Riccardi een echte high society schilder. Hij zette zijn toonaangevende positie in om de Contrareformatie beeldend vorm te geven. Contrareformatie? Niet goed opgelet bij geschiedenis? In een notendop: nadat Maarten Luther begin zestiende eeuw met zijn stellingen een rel veroorzaakte waar het protestantisme uit ontstond, ging de katholieke paus in de tegenaanval om het katholicisme populair te houden. In een vergadering die twintig jaar voortduurde, het Concilie van Trente (1545-1563), werd het katholicisme onder de loep genomen. Hier werden concrete besluiten genomen: wat hoort wel en wat niet en werden er allerlei regels voor de beeldende kunst gemaakt. Als kunstenaar moest je voortaan als toegewijd katholiek bekend staan en alle kerkelijke opdrachten – en dat waren er toen veel – werden gekeurd door de plaatselijke bisschop of de paus zelf. Dus niet teveel blote borsten, geen mythologische zuipfestijnen, wel heroïsche portretten van heiligen en Maria’s in extase. In de katholieke gebieden ontstond een wervelende nieuwe stijl, imposant en emotioneel geladen: de barok.

meesterwerk 28
Zaaloverzicht Meesterwerk, foto: Evert Elzinga, via De Nieuwe Kerk, Amsterdam.

Giordano was de perfecte katholieke kunstenaar, wat we terugzien in het meesterwerk in deze expositie. In Aartsengel Michaël drukt Giordano de strijd tussen goed en kwaad uit in een spel van licht en donker. Als een balletdanser daalt Michaël af naar de duisternis en stoot zijn speer zwierig in de zij van een donkerharige man die het uitschreeuwt van de pijn. De aartsengel heeft een buitengewoon vroom meisjesachtig gezichtje en een Germaans uiterlijk – waarom moet de held op dit soort doeken altijd blond zijn? Hoe dan ook, Michaël lijkt geen enkele kracht nodig te hebben om het kwaad te vernietigen. Goddelijk licht is op hem neergedaald. Een overwinning van goed over kwaad mag zeker in de tijd van Giordano geïnterpreteerd worden als een zege van het katholicisme over de protestantse ketterij. Wat je er ook van denkt, alles is heerlijk gekwast: de vleugel rechtsboven, vol van donzige gloed; het sierlijke voetje in Romeinse sandalen. Hoewel zijn schoenen een beetje five years ago zijn, wachten we gretig op de dag dat het blauwe balletpakje met zwierige linten op een wit pofbroekje en met een zachtroze cape ook in onze eeuw vol overtuiging door mannen gedragen wordt.


Mark Manders, ‘Composition with Yellow and Blue’, 2014–18.
 Courtesy of Zeno X Gallery, Antwerpen. Foto: Peter Cox, via De Nieuwe Kerk, Amsterdam

± | Als de audiotour vertelt dat het donkere gedeelte van het schilderij pasteus is aangebracht en de bovenste helft met veel vloeibaardere technieken is opgezet, dan wil je dat ook kunnen zien. Maar het doek hangt hoog en is beschermd met glas, wat voor veel reflectie zorgt. Het is onmogelijk om het subtiele licht in de vleugels van Michaël in detail te bewonderen, jammer. Dat het doek zo hoog hangt is een begrijpelijke keuze; zo kan het imponeren als in een kerk, aangezien je letterlijk opkijkt tegen het schilderij. Na enig zoeken en draaien lukt het ons wel om alles te zien, maar dan schijnen er ook nog een paar spotjes recht in ons gezicht. We raken wat gefrustreerd en geven nadere inspectie na een tijdje op. Gelukkig vinden we al snel een andere attractie in de kerk: naast Giordano is er in een kapel een driedimensionaal schilderij van Mark Manders te bewonderen. Deze Composition with Yellow and Blue is onderdeel van de Van Lanschot Kunstprijs die Manders in 2018 heeft gewonnen. Het werk bestaat uit een glazen vitrine met daarin een bronzen hoofd met een geel houten latje er doorheen, erachter een blauw doek. Dit blauw is geïnspireerd op de plafonds van Giotto’s fresco’s in de Scrovegni Kapel, Padua. Zo blijven we ook met Manders in hemelse sferen.

Hoe lang doe je er over? | 30 minuten, maar blijf nog een halfuurtje langer hangen voor de engelentour (lees hieronder meer).

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | Je kan ervoor kiezen om er na Giordano en Manders meteen vandoor te gaan, maar we raden je aan ook de engelen-audiotour te volgen. Het is een soort crash course over de betekenis van engeltjes in de kunst en tegelijkertijd leer je meer over de geschiedenis van de Nieuwe Kerk. Dit blijkt verrassend leuk. Deze speurtocht wijst je bijvoorbeeld op vier schattige engeltjes in de nok van de kerk; de beeldenstormers konden er in 1566 niet bij om ze kapot te slaan. Ook ga je de preekstoel eens echt goed bekijken: ingenieus mooi houtsnijwerk waar ook engeltjes in te vinden zijn. Je verlaat de tentoonstelling met kennis over het verschil tussen cherubijnen en aartsengelen. Handig voor als je weer eens verlegen zit om gespreksstof bij je volgende date, die de blik van een engeltje heeft, maar de lach van een duiveltje.


De tentoonstelling ‘Meesterwerk 2019 #8: Luca Giordano – Aartsengel Michaël’ is nog t/m 7 april 2019 te zien bij de Nieuwe Kerk. Meer informatie: https://www.nieuwekerk.nl/tentoonstellingen/meesterwerk-2019

Tekst: Daphne Rosenthal

Cover: detail van: Luca Giordano, ‘Aartsengel Michaël’, ca. 1663.