Categorie: GO | NO GO

GO | NO GO #143: Diep in de zee

GO | NO GO 15 november 2018

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze week vanuit onze politieke hoofdstad Den Haag, waar in De Mesdag Collectie ‘De Zindering van de zee. Een eerbetoon aan Bas Jan Ader’ te bewonderen is.

Nederland is onlosmakelijk verbonden met water; we hebben tal van rivieren, beekjes, meren en natuurlijk aan onze linkerzijde de Noordzee. Zodra het enigszins warm genoeg is, staan de wegen richting het strand vol files. Zelfs in het koude januari zijn wij niet bang voor een plons in de zee om het nieuwe jaar in te luiden. Naast verfrissing geeft de zee ook inspiratie. In de kunst is de zee al eeuwen een geliefd onderwerp, denk maar aan J.M.W. Turner, Caspar David Friedrich, Hokusai, Monet, Mesdag en recentelijk nog de installatie ‘Waterlicht’ (2016 – 2018) van Studio Roosegaarde in het Museumpark in Rotterdam. Dit werk laat zien hoe hoog het water van de zee zou staan zonder menselijk ingrijpen. We kunnen je één ding vertellen: dan zou het niet verkeerd zijn wat meer op een zeemeermin te lijken. Hoe prachtig en groots de zee is, hij is dus ook zeker onstuimig en onvoorspelbaar. Dit heeft kunstenaar Bas Jan Ader (1942-1975) ook geweten: zijn fascinatie voor de zee heeft hem hoogstwaarschijnlijk het leven gekost.

Zaaloverzicht - De Mesdag Collectie foto Jan-Kees Steenman-4Zaaloverzicht ‘De Zindering van de zee. Een eerbetoon aan Bas Jan Ader’, foto: Jan-Kees Steenman, via: De Mesdag Collectie, Den Haag.

In 1975 begon een van de meest bekende Nederlandse conceptuele kunstenaars, Bas Jan Ader, aan een nieuw kunstproject: het driedelige ‘In Search of the Miraculous’. In het middelste deel ging hij in een klein bootje singlehanded de Atlantische Oceaan over zeilen. Net als zijn voorafgaande performances zou het beeldmateriaal dat hij zou schieten tijdens deze reis het nieuwe kunstwerk worden. Helaas hebben wij deze beelden nooit kunnen bewonderen; Ader is nooit op zijn bestemming aangekomen. Ongeveer tien maanden na zijn vertrek werd zijn bootje leeg teruggevonden voor de kust van Ierland, met geen enkel teken van Ader zelf. Een groot mysterie dus. ‘In Search of the Miraculous’ (1975) is de rode draad die door de expositie ‘De Zindering van de zee. Een eerbetoon aan Bas Jan Ader’ loopt. Zo’n dertig hedendaagse kunstenaars geven hun visie op de zee en reageren op Bas Jan Aders werk. Dompel je onder in de woeste zee zonder ook maar een haar nat te hoeven maken. Dat gebeurt tijdens deze regenachtige herfstmaanden immers al genoeg.

Agassi_See_You_HR
Nelly Agassi, ‘Sea You’, 2018, Collectie van de kunstenaar en Dvir Gallery, foto: Jan-Kees Steenman, via: De Mesdag Collectie, Den Haag.

+ | Vanaf de entree van de tentoonstelling word je direct meegetrokken de woeste zee in, dankij een videowerk van de Chileense kunstenaar Enrique Ramirez (1979). Het kunstwerk ‘Así… como la geografía se deshace’ (Zo… wordt geografie ongedaan gemaakt, 2015) toont de golven en het schuim dat voor korte tijd sporen achterlaat op het wateroppervlak. Er worden zo als het ware geografische kaarten gemaakt, waarop grenzen constant lijken te ontstaan en verdwijnen. Dit roept behoorlijk filosofische vragen op: van wie is de zee nou eigenlijk, of zijn wij misschien van de zee? Going in deep, daar houden wij van. Op de eerste verdieping wordt het wat emotioneler met het neon-werk ‘Sea You’ (2018) van de Israëlische kunstenares Nelly Agassi (1973). Agassi is gefascineerd door de dunne grens tussen het leven, het werk en de dood van Ader. In dit werk zie je in neon-letters de woorden Sea You die een vorm van een hartslag, gemeten op een medisch apparaat, uitbeelden. Hiermee brengt Agassi Aders hartslag een beetje onder ons, de kern van de kunstenaar slaat als het ware door haar kunstwerk heen. Zelf zegt zij te hopen Bas Jan Ader ooit te zelf te ontmoeten in een droom of ergens tussen haar eigen leven en zijn dood, op de lijn van de horizon.

Zaaloverzicht - De Mesdag Collectie foto Jan-Kees Steenman-1Zaaloverzicht ‘De Zindering van de zee. Een eerbetoon aan Bas Jan Ader’, met maquette ‘Golfbreker’, 2018 van Ruben Bellinkx, foto: Jan-Kees Steenman, via: De Mesdag Collectie, Den Haag.

+ | Wat deze tentoonstelling extra bijzonder maakt, is dat voor het eerst in de geschiedenis van De Mesdag Collectie een tijdelijke tentoonstelling door het gehele museum te zien, en niet alleen in een losse expositiezaal. De werken uit ‘De zindering van de zee’ hangen dus door de kunstwerken uit de vaste collectie. Hier is bewust voor gekozen om de gedachtegang van Hendrik Willem Mesdag (1831 – 1915) voort te zetten. Naast marineschilder (hij schilderde zelf voornamelijk ook zeegezichten, hoe toepasselijk is dat!), was Mesdag ook een gepassioneerde kunstverzamelaar. Hij was erg begaan met de hedendaagse kunst van zijn tijd en kocht dan ook regelmatig eigentijds werk voor in zijn privécollectie, wat later De Mesdag Collectie is geworden. Maar goed, dat was in de 19de eeuw en die kunst is nu dus al lang niet hedendaags meer. Door nu Mesdags moderne collectie te combineren met hedendaags werk uit de 21ste eeuw, ontstaan er speciale connecties en komen beide tijdperken in een nieuw licht te staan.

Zo staat er in een van de kamers van het museum, tussen muren vol 19de-eeuwse schilderijen, een enorme maquette. ‘Golfbreker’ (2018) van de Belgische kunstenaar Ruben Bellinkx toont een brug die over het strand het water inloopt. Het is een stukje van een transatlantisch wegennetwerk dat verschillende landen en continenten met elkaar zou verbinden. Wellicht een erg utopisch idee, maar achter dit werk hangt weer een enorm schilderij van Mesdag, dat een treinspoor verbeeldt. Treinverkeer was in Mesdags tijd een haast utopische manier van massavervoer, dus wie weet wordt Bellinkx’ transatlantische ‘over land, over zee’-idee ooit daadwerkelijk uitgevoerd. Misschien dat je na je bezoek aan deze tentoonstelling een beetje huiverig bent geworden voor de grote enge zee, en er helemaal niet aan moet denken met je autootje overheen te rijden. Zeer begrijpelijk, maar zeg eens eerlijk: stiekem is het toch juist het mysterieuze en wilde van de zee wat hem zo aantrekkelijk en intrigerend maakt, niet waar? Bas Jan Ader vond van wel.

Hoe lang doe je er over? | Omdat de tentoonstelling door het hele museum loopt, ben je dus best wel even bezig om alles goed te bekijken. Neem er ruim een uur de tijd voor. Wil je lekker lazy een rondleiding: deze worden op 14 en 28 november gegeven.

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy Pro

Meer weten | De tentoonstelling ‘De Zindering van de Zee. Een eerbetoon aan Bas Jan Ader’ is onderdeel van ‘Feest aan Zee 2018’. Dit is een grootschalig evenement waarbij heel het jaar de 220ste verjaardag van badplaats Den Haag/Scheveningen gevierd wordt. Kijk hier voor meer informatie en een overzicht van alle activiteiten.


De tentoonstelling ‘De Zindering van de zee, een eerbetoon aan Bas Jan Ader’ in De Mesdag Collectie is nog t/m 6 januari 2019 te zien. Meer informatie: https://www.demesdagcollectie.nl/nl/plan-uw-bezoek/te-zien/tentoonstelling-de-zindering-van-del-zee

Tekst: Yaël Speck

Cover: Jan Fabre, ‘Hommage aan Bas Jan Ader, 3-5 juli 1976, Nederland, Zirkzee [sic], duur: ca. 46 uur’, 1976/77, fotografie, © Jan Fabre. Collectie Angelos bvba, via: De Mesdag Collectie, Den Haag.

 

 

Advertenties

GO | NO GO #142: Feminisme verborgen in Perzische poëzie

GO | NO GO 13 november 2018

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze keer zijn we in het Haagse GEM voor de expositie ‘Shirin Neshat – Poetry in Motion’.

‘Ik zal opnieuw de zon begroeten. Ik zal de stromen groeten die in mij vloeiden. Ik zal de wolken groeten die mijn eindeloze gedachten waren,’ aldus de eerste drie regels uit het gedicht ‘Ik zal opnieuw de zon begroeten’ van de Iraanse dichteres Forough Farrokhzad (1953-1967). Deze zinnen staan als een tatoeage gekalligrafeerd op het gezicht van een gesluierde vrouw op de foto ‘I Am Its Secrets’ (1993). De Perzische dichtkunst speelt een belangrijke rol in de foto’s en video’s van Shirin Neshat (1957 Qavis, woont en werkt in New York), waarvan nu de indrukwekkende solo-expositie ‘Poetry in Motion’ in het Haagse GEM te zien is.

Shirin Neshat, ‘Farokh Legha’ (film still), 2009, courtesy de kunstenaar en Gladstone Gallery, New York en Brussel, via: Gemeentemuseum Den Haag.
Shirin Neshat, ‘Farokh Legha’ (film still), 2009, courtesy de kunstenaar en Gladstone Gallery, New York en Brussel, via: Gemeentemuseum Den Haag.

In 1977 vertrok de kunstenares op zeventienjarige leeftijd als bannelinge naar Amerika. Wanneer ze in de jaren negentig voor het eerst terugkeert naar Iran, treft ze een compleet ander land aan: de Iraanse Revolutie van 1979 had geresulteerd in de val van de Sjah (het oude Perzische koningshuis) en de opkomst van het Islamitische regime van Ayatollah Khomeini. Volgens de nieuwe leider was de Sjah te Westers georiënteerd en hechtte hij te weinig aan de leer van de Islam. Khomeini voerde strenge Islamitische hervormingen door, waardoor onder meer de openbare rol van vrouwen werd ingeperkt (door het verplicht dragen van een hoofddoek, door verbod op dansen in het openbaar, enzovoorts). Deze nieuwe beperkte positie van de vrouw maakte grote indruk op Neshat. In haar foto’s en video’s doet ze verslag van wat ze ziet (vanuit haar deels Westerse, deels Iraanse perspectief) en focust ze op de rol van vrouwen in veranderende en revolutionaire situaties, gevangen tussen traditie, religie, modernisering en vrije wil.

+ | ‘Poetry in Motion’ is onderdeel van een dubbelproject met het Gemeentemuseum, waar gelijktijdig de expositie ‘Glans en Geluk: kunst uit de wereld van de Islam’ te zien is. Terwijl in het Gemeentemuseum met name de pracht en praal van de Islamitische kunst en cultuur te zien is (lees hier ons artikel over deze tentoonstelling), is er in het GEM gelukkig ook ruimte voor een kritische blik. De foto’s en video’s van Neshat zijn sterk geworteld in de Islamitische cultuur maar getuigen tegelijkertijd van een gevoel van leed. Het werk toont de pijn van alle onderdrukte vrouwen en het verlies van wat ooit een vrij en liberaal land was. Na het zien van ‘Glans en Geluk’ in het Gemeentemuseum, is de expo van Neshat een welkome toevoeging, doordat het laat zien dat Iran meer dan alleen een land van esthetische rainbows and unicorns is en dat het dagelijks leven voor haar inwoners niet altijd even gemakkelijk is.

Shirin Neshat, ‘Rapture’ (film still), 1999 (foto gemaakt door Larry Barns) courtesy de kunstenaar en Gladstone Gallery, New York en Brussel, via: Gemeentemuseum Den Haag.
Shirin Neshat, ‘Rapture’ (film still), 1999 (foto gemaakt door Larry Barns) courtesy de kunstenaar en Gladstone Gallery, New York en Brussel, via: Gemeentemuseum Den Haag.

+ | In de drie zalen van de tentoonstelling zijn vier video-installaties en de fotoserie Women of Allah (1993-1997) te zien. In de eerste zaal vind je Turbulent (1998) en Rapture (1999); twee video-installaties waarbij de beelden op twee schermen worden afgespeeld die vervolgens op elkaar lijken te reageren. Beide video’s benadrukken de sterke verschillen tussen man en vrouw in de Iraanse cultuur. De mannen en vrouwen komen dan ook in geen enkele scène samen voor, maar hebben hun eigen scherm en reageren enkel op elkaar. Poëzie komt in beide video’s naar voren in de vorm van prachtige muziek en traditioneel of melancholisch gezang. Neshat reageert op het verbod voor vrouwen om in het openbaar te zingen. De vrouwen in Turbulent en Rapture schreeuwen en gillen op een innemende manier, terwijl vanaf het andere scherm de mannen stilletjes toekijken.

In de fotoserie Women of Allah zijn de vrouwen volgens Westerse stereotypen afgebeeld in de traditionele chador (een Perzisch gewaad dat het hele lichaam bekleed). In Iran heerst nog altijd een beperkte vrijheid van meningsuiting. Door regels uit gedichten van moderne vrouwelijke dichters op de foto’s te kalligraferen, geeft Neshat de vrouwen een kans zich uit te spreken op een manier waarop ze dat anders nooit zouden kunnen. Het metaforische taalgebruik van de poëzie leent zich bovendien uitermate goed voor het verstoppen van ideeën en opvattingen tussen de regels. Op een tafel in de ruimte van de tentoonstelling liggen de vertalingen van deze bijzondere gedichten. Een mooie toevoeging, hoewel de directe link misschien nog beter over zou overkomen wanneer de gedichten op een bordje naast de foto’s te lezen zouden zijn.

Shirin Neshat, ‘Zarin (film still)’, 2005 (foto gemaakt door Larry Barns), courtesy de kunstenaar en Gladstone Gallery, New York en Brussel, via: Gemeentemuseum Den Haag.
Shirin Neshat, Zarin (film still)’, 2005 (foto gemaakt door Larry Barns), courtesy de kunstenaar en Gladstone Gallery, New York en Brussel, via: Gemeentemuseum Den Haag.

In de laatste zaal is recenter werk van Neshat te zien: de video’s Zarin (2005) & Munis (2008). Met name de video Zarin maakt een diepe indruk. Zarin is een jonge prostituee in het Iran van de jaren vijftig, lijdt overduidelijk aan een vorm van anorexia en is diep ongelukkig. Op een gegeven moment heeft ze waanbeelden, waarbij de mannen die bij haar langs komen gezichtsloos worden. Ze vlucht en probeert al haar zonden in het badhuis tot bloedens toe van zich af te schrobben. Hoewel alle in de tentoonstelling getoonde werken van Neshat zo’n tien tot twintig jaar oud zijn, zijn de verhalen herkenbaar en is de boodschap nog altijd actueel. De poëtische werken zijn een feministisch betoog voor vrouwen wereldwijd.

Hoe lang doe je er over? | 20 tot 60 minuten, afhankelijk van het aantal video’s dat je bekijkt.

Expert level | Beginners | Gevorderden | | Crazy pro

Meer weten | Meer weten over het huidige Iran? De televisieserie ‘Onze man in Teheran’ van de al 16 jaar in Iran wonende Nederlandse journalist Thomas Erdbrink geeft een uniek inzicht in het leven in Iran.


De tentoonstelling ‘Shirin Neshat – Poetry in Motion’ is nog t/m 17 februari te zien in GEM museum voor hedendaagse kunst. Lees meer: http://www.gem-online.nl/tentoonstellingen/shirin-neshat

Tekst: Jule van Ravenzwaay

Cover: Shirin Neshat, I am its Secret’ (uit de serie Women of Allah), 1993, courtesy de kunstenaar en Gladstone Gallery New York en Brussel, via: Gemeentemuseum Den Haag.

BLACKBIRD, BUTTERFLY AND CHERRIES by ?Ambrosius II Bosschaert or ?Abraham Bosschaert (1573-1621), painting in the Green Closet at Ham House, Richmond-upon-Thames. HH/313

GO|NO GO #141: Het Mauritshuis goes Downton Abbey

GO | NO GO 8 november 2018

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze week zijn we in het Mauritshuis in Den Haag voor een vleugje Downton Abbey in de tentoonstelling ‘National Trust – Hollandse meesters uit Britse landhuizen’.

Je hoeft niet naast het Rijksmuseum te wonen om te kunnen genieten van een mooie Vermeer of Rembrandt. Naast het Haagse Mauritshuis is ook prima. In het classicistische gebouw aan de Hofvijver vind je namelijk meerdere topstukken uit de Gouden Eeuw: Vermeers ‘Meisje’, Fabritius’ ‘Puttertje’, Rembrandts ‘Anatomieles’, Potters ‘Stier’. Maar niet alle parels uit de Gouden Eeuw zijn in Nederland gebleven. Bij internationale allure hoort namelijk ook internationale handel: in de loop der eeuwen zijn er ontzettend veel kunstwerken van Hollandse meesters verspreid over de hele wereld. Met name Britse verzamelaars waren er dol op, oh my. De Hollandse topstukken die al eeuwen tot het interieur van Downton Abbey-eske landhuizen in Groot-Brittannië behoren, zijn nu eventjes back to their roots in de tentoonstelling ‘National Trust – Hollandse meesters uit Britse landhuizen’. Aren’t we lucky bastards?

Hoe al deze werken nu bij elkaar zijn gekomen in Den Haag? Well hello there, National Trust! De National Trust werd in 1895 opgericht als een liefdadigheidsinstelling, en heeft als doel ‘places of historic interest or natural beauty’ te behouden, ‘for ever, for everyone’. In totaal bezit de trust een enorm aantal van 350 historische huizen, maar ook tuinen, fabrieken, bossen en ander archeologisch erfgoed vallen onder hun beheer. Door de inzet van tienduizenden vrijwilligers zijn veel landgoederen behouden, soms ook met hun historisch interieur. Er zijn zelfs een aantal gevallen waarin de National Trust kunstwerken heeft teruggekocht die eens onderdeel waren van het originele interieur. Wij kunnen de mensen achter de National Trust wel zoenen, want dankzij hen is er nu een selectie van 22 meesterwerken uit twaalf Britse landhuizen in goede conditie gebleven en nu te zien in het Mauritshuis. Gratis tip om in de stemming te komen: zet voor je bezoek een sterke kop thee, add milk to your taste en verwen jezelf met een scone.

SELF PORTRAIT WEARING A WHITE FEATHERED BONNET by Rembrandt van Rijn.
Rembrandt, ‘Zelfportret met gevederde baret’, 1635, Buckland Abbey, Devon, via Het Mauritshuis, Den Haag.

± | De expositie begint met een succes: het onmisbare educatieve introductiefilmpje heeft ons dit keer niet in coma gekregen! We worden meegenomen naar drie landhuizen waar schilderijen in de tentoonstelling vandaan komen, waardoor we ons direct Mary Crawley uit Downton Abbey wanen (disclaimer: na het zien van de tentoonstelling zul je alle seizoenen opnieuw willen bingen). A splendid start! Bijzonder is dat je de ruimtes ziet waar de schilderijen al eeuwen hangen. Kunstwerken werden oorspronkelijk immers niet gekocht om netjes naast elkaar te hangen in een perfect verlicht museum met klimaatinstelling. Nee, ze hingen achter deuren, boven ramen, op schreeuwerige behangetjes (goudleer op de wanden was a thing in de zeventiende eeuw) en allemaal door elkaar. In het Mauritshuis is dit – eigenlijk een beetje jammer – niet doorgevoerd. Het doel is duidelijk: de schilderijen moeten alle aandacht krijgen. Na eeuwen achter fluwelen gordijntjes en in intieme salons te hebben gehangen, verdienen ze nu wat rust en ruimte om goed bekeken te worden. Wij krijgen er geen genoeg van: ondanks de vier eeuwen die tussen jou en de schilderijen in staan, zijn deze kunstwerken tijdloos en overbruggen ze de jaren met gemak. De tentoonstellingsruimte is echter helaas aan de kleine kant, waardoor de schilderijen alsnog dicht op elkaar hangen en je als bezoeker sneller bent afgeleid – want hangt daar verderop nou een Rembrandt?!

View of Dordrecht (from the Maas) by Aelbert Cuyp (Dordrecht 1620 ¿ Dordrecht 1691)
Albert Cuyp, ‘Gezicht op Dordrecht vanuit het noorden’, c. 1655, via Het Mauritshuis, Den Haag.

+ | Naast de usual suspects als Rembrandt, Jan Steen, Pieter de Hooch en Gerard ter Borch, haalt de tentoonstelling ook enkele Hollandse schilders uit de vergetelheid die in hun tijd absolute eindbazen waren. Simon Verelst bijvoorbeeld: hij emigreerde op 25-jarige leeftijd naar Londen, waar hij binnen de kortste keren de meest elegante portretten mocht maken van de Britse royals. En heb jij wel eens gehoord van Peter Lely? Deze Nederlandse schilder had een booming carrière in Engeland, waar hij net als Verelst de VIPs aan het hof mocht portretteren. In zijn werk zien we zelfs wat Anthony van Dyck vibes (dé leerling van Rubens) terug. Klein detail: hij stierf met zijn palet in de hand terwijl hij de gravin van Somerset schilderde. Talkin’ bout a fashionable exit. De tentoonstelling brengt zeventiende-eeuwse schatten uit de statige landgoederen naar het grote publiek. We krijgen dus een unieke kans werken te zien die normaal niet allemaal even toegankelijk zijn, want naast het feit dat ze niet in Nederland zijn, zijn sommige landhuizen niet openbaar. Het Mauritshuis gelukkig wél, en je mag hier altijd zonder uitnodiging op de thee komen. Wel even langs de kassa natuurlijk.

Hoe lang doe je er over | circa 30 minuten.

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy Pro

Meer weten | Zelf een keer à la Lady Mary Crawley de trappen van een Brits landhuis bestijgen? Met een bezoek aan één van de landhuizen steun je de National Trust, klik hier voor een overzicht van het erfgoed in hun beheer.


De tentoonstelling ‘National Trust – Hollandse meesters in Britse landhuizen’ in het Mauritshuis is nog te zien t/m 6 januari 2019. Meer informatie: https://www.mauritshuis.nl/nl-nl/ontdek/tentoonstellingen/national-trust/

Tekst: Charlotte Hercules

Coverbeeld: Ambrosius II Bosschaert of Abraham Bosschaert, ‘Blackbird, Butterfly and Cherries’, Ham House, Richmond-upon-Thames. via Het Mauritshuis, Den Haag.

GO | NO GO #140: Welkom in het supermuseum!

GO | NO GO 6 november 2018

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Afgelopen weekend waren we op de Hoge Veluwe, niet voor ons wekelijkse portie natuur (wel een leuke bijkomstigheid), maar voor de tentoonstelling ‘Als kunst je lief is’ in Het Kröller-Müller Museum.

Dat ieder willekeurig museum in Nederland een geweldige kunstcollectie bezit, is niet zo vanzelfsprekend als het lijkt. Sterker nog, het blijft een work in progress. Kunstwerken belanden niet zomaar op magische wijze in de tentoonstellingszaal; ze kosten klauwen met geld en er is veel concurrentie van buitenlandse kopers. Helaas heeft de overheid de laatste jaren enorm bezuinigd op de subsidies voor musea, waardoor het gevaar bestaat dat veel topstukken uit de Nederlandse kunstgeschiedenis in de kluis van een Aziatische of Arabische verzamelaar eindigen. Gelukkig zijn er in Nederland een hele hoop kunstliefhebbers die graag inspringen wanneer de overheid wat krap bij kas zit; samen vormen zij de Vereniging Rembrandt. Dit is geen exclusieve kunstclub, integendeel, de Vereniging Rembrandt is het oudste crowdfunding platform van Nederland! Sinds haar oprichting in 1883 hebben ongeveer 2200 bijzondere kunstwerken een nieuw thuis gevonden in ruim 120 musea met behulp van de leden, die variëren van jong tot oud en bijdragen naar vermogen.

Zaaloverzicht ‘Als kunst je lief is’, met links: Andreas Gursky, ‘Frankfurt’, 2007, foto: Marjon Gemmeke, via Het Kröller-Müller Museum, Otterlo.Zaaloverzicht ‘Als kunst je lief is’, foto: Marjon Gemmeke, via Het Kröller-Müller Museum, Otterlo.

In de tentoonstelling ‘Als kunst je lief is’ in Het Kröller-Müller Museum zie je 80 van de recente aanwinsten, afkomstig uit 40 musea. Je krijgt hier dus een soort supertour door het Nederlands openbaar kunstbezit, uiteenlopend van prehistorische voorwerpen tot moderne designmeubelen. Maar de expositie gaat verder dan het enkel weergeven van een rijke geschiedenis, je ziet ook hoe groot de Hollandse ambities zijn om te kunnen concurreren met kunstenaars en ontwerpers van wereldniveau. Dat lijkt een hele hoop informatie om in één tentoonstelling te verpakken, maar het resultaat is als een feestmaal! Je wordt uitgenodigd om te proeven van een verzameling van artistieke hoogtepuntjes, waarin ongebruikelijke smaakcombinaties leiden tot mooie verrassingen, en er net genoeg ruimte tussen iedere gang zit om van elk hapje te smullen.

Tentoonstelling Als kunst je lief is - Kroller-Muller foto Marjon Gemmeke
Zaaloverzicht ‘Als kunst je lief is’, foto: Marjon Gemmeke, via Het Kröller-Müller Museum, Otterlo.

+ | De kunstwerken in deze expositie zijn flink in de mix gegooid: zoek bijvoorbeeld de verschillen tussen het werk van Isa Genzken (1948) en Petrus van Schendel (1806-1870). In deze tentoonstelling worden Schendels ‘Zelfportret bij lamplicht’ (een van de hoogtepunten uit Schendels oeuvre) en Genzkens ‘Zwei lampen’ (een zwart doek met daarop twee oplichtende skeletten van lampen) gezamenlijk gepresenteerd. Terwijl one trick pony Schendel in de 19de eeuw internationaal bekend stond om zijn honderden schilderijen bij (lamp)licht, bouwde Genzken in de laatste decennia een hysterisch oeuvre op bestaande uit allerlei verschillende media. Qua kleur en onderwerp passen deze twee werken natuurlijk heel goed bij elkaar, maar ondertussen geeft de combinatie ook in één oogopslag de grote veranderingen in de manier waarop we kunst zijn gaan beschouwen tussen de 19de en de 20ste eeuw weer.

Cornelis Cornelisz. Buys II, Jacob trekt bij Laban weg - Jacob flees from Laban, circa 1535, Stedelijk Museum, Alkmaar
Cornelis Cornelisn. Buys II, ‘Jacob trekt bij Laban weg’, ca. 1553, Stedelijk Museum Alkmaar, via Het Kröller-Müller Museum, Otterlo.

+ | Oké, nog eentje dan! Weer zo’n grappige combinatie treffen we iets later aan tussen Cornelis Cornelisz Buys II (1500-1545) en Andreas Gursky (1955). Buys’ schilderij ‘Jacob trekt bij Laban weg’, waarop we een passage uit de Bijbel zien, is een meesterwerk uit de Hollandse Renaissance. Deze periode binnen de schilderkunst slaan we vaak iets te snel over, omdat de glorieuze Gouden Eeuw kort daarop volgt. Op het schilderij zien we een voorstelling waarin Jacob met zijn hele gezin en kudde vlucht uit Laban. Daaruit heeft Buys verschillende passages gezamenlijk afgebeeld op het schilderij, waardoor het ook echt als een stripverhaal leest. Even verderop hangt het reusachtige werk ‘Frankfurt’ van de Duitse fotograaf Gursky, een hedendaags tafereel dat we allemaal goed herkennen. Op de foto is de drukke aankomst- en vertrekhal van de luchthaven afgebeeld, maar driekwart van het geheel wordt ingenomen door de schermen met vluchtnummers en gate-informatie, met daaronder nog wat passagiers op zoek naar hun bestemming. Hoewel het eruit ziet als een momentopname, bestaat het werk eigenlijk uit heel veel verschillende foto’s waaruit Gursky zorgvuldig details heeft gekozen om zo nieuw beeld te construeren. Net als het schilderij van Buys vormt ook dit werk eigenlijk een samenloop van verschillende verhalen, hoewel die helemaal niet zo expliciet zijn afgebeeld.


Zaaloverzicht ‘Als kunst je lief is’, met links: Andreas Gursky, ‘Frankfurt’, 2007, foto: Marjon Gemmeke, via Het Kröller-Müller Museum, Otterlo.

± | ‘Als kunst je lief is’ toont ook aan dat museale kunst niet alleen uit geschilderde meesterwerken bestaat; er zijn veel meer objecten die ons historische plaatje compleet maken. Objecten als meubelstukken en serviezen zijn in eerste instantie als gebruiksvoorwerpen gemaakt, en worden tegenwoordig dus minder snel als “belangrijke kunst” beschouwd. Maar de werkelijkheid is dat er minstens net zo veel vakmanschap aan te pas komt. Gelukkig heeft de toegepaste kunst een prominente plek binnen deze tentoonstelling gekregen. Bijvoorbeeld het legendarische zwaard van Ommeschans, dat onlangs via een Londense veiling weer terugkeerde naar Nederland, of een prototype van de ‘Lage Stoel’ van Gerrit Rietveld, een innovatief ontwerp dat wereldwijd beroemd werd. Het Hollandse handelsverleden ontbreekt ook niet aan dit verhaal: zo komen we een prachtige geïmporteerde Japanse lakkist tegen, en een waanzinnige 18e eeuwse orgelklok van Britse afkomst die jarenlang bij een verzamelaar thuis op de Herengracht in Amsterdam heeft gestaan. Tegelijkertijd is dat het enige minpuntje van deze tentoonstelling; ons handelsverleden heeft ook een keerzijde gehad die not so pretty was, een kanttekening die de organisatie best in eenzelfde adem met de VOC had mogen benoemen. Het moge duidelijk zijn: deze expositie draait voornamelijk om visuele pracht.

Hoe lang doe je er over? | 60-90 minuten

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | Weer of wind, een ommetje door de sprookjesachtige beeldentuin hoort erbij! Bewonder de voluptueuze sculpturen van Barbara Hepworth binnen het vierkante Rietveld Paviljoen en waan jezelf een dagje als Alice (of Alex) in Wonderland te midden van Lucio Fontana’s ‘Concetto Spaziale’.


De tentoonstelling ‘Als kunst je lief is’ is nog t/m 3 februari 2019 te zien in Het Kröller-Müller Museum. Meer informatie: https://krollermuller.nl/als-kunst-je-lief-is.

Tekst: Jolien Klitsie

Cover: Zaaloverzicht ‘Als kunst je lief is’, foto: Marjon Gemmeke, via Het Kröller-Müller Museum, Otterlo.

'Sasuke'. 1983 from the series A Game - Masahisa Fukase Archives - Foam

GO | NO GO #139: Kill the pig

GO | NO GO 30 oktober 2018

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Met de nieuwe metro reisden we naar FOAM waar we de expositie ‘Masahisa Fukase – Private Scenes’ bewonderden.

Arme Fukase, hij viel in 1992 van een trap in zijn favoriete bar en zou er blijvende hersenschade aan overhouden, zo ernstig dat hij nooit meer kon werken. Na zijn overlijden in 2012 werd zijn archief ontsloten en bleek de Japanse fotograaf een verrassend divers oeuvre te hebben nagelaten. Wat is hier heerlijk geëxperimenteerd: bewerkt fotopapier, waanzinnige shots van zijn kat met opengesperde bek, tot in de puntjes geënsceneerde studiofotografie en losse beelden met zijn vrienden in het café. De tentoonstelling Masahisa Fukase – Private Scenes in Foam laat zien dat Fukase niet voor één gat te vangen is. Hij werkte in series, vaak gedurende lange periodes, en besteedde veel aandacht aan de samenhang van zijn presentaties. In de tentoonstelling loop je zodoende door een uniek stukje naoorlogse Japanse fotogeschiedenis.

Kanazawa 1977 from the series Ravens C Masahisa Fukase Archives
Masahisa Fukase, ‘Kanazawa’, 1977, from the series ‘Ravens’, © Masahisa Fukase, via Foam.

Fukase werd in 1934 geboren in Hokkaido (het grote noordelijke eiland van Japan) en was als oudste zoon de aangewezen persoon om de Fukase fotostudio, gespecialiseerd in traditionele familieportretten, over te nemen. Hij ging naar Tokio om fotografie te studeren en bleef daar hangen. Al snel bleek dat zijn manier van werken niet helemaal paste in het keurslijf van het familiebedrijf. Met allerlei baantjes bij reclame- en ontwerpbureaus hield hij zich voorlopig overeind, tot hij in 1961 furore maakte met de foto-installatie Kill the pig. Houd je van een lekker broodje Parmaham zo nu en dan? Na het zien van deze serie in een slachthuis hadden wij er in ieder geval even helemaal geen zin meer in. Misschien is het wel projectie, maar we zagen het verdriet van het varken. En waarom zou dat niet kunnen? Een depressief varken. Fukase laat het je voelen. Dat tegenover deze wand een paar foto’s hangen van het doodgeboren kind van hem en zijn eerste vrouw, zet alles helemaal op scherp. Fukase windt er geen doekjes om en laat de schrijnende kant van ons bestaan zien. Hier overvalt ons het akelige besef dat foto’s over dit soort onderwerpen ook heel erg mooi kunnen zijn. Volgens Fukase wordt echter niemand gelukkig van zijn foto’s, hijzelf incluis: ‘I was always lost, and caused other people to become lost. Is it fun to take photographs?’ Wij vragen ons echter vooral af: is it fun om naar zijn foto’s te kijken? Let’s find out.

'Untitled', from the series Family, Masahisa Fukase - Foam
Masahisa Fukase, ‘Untitled’, 1972, from the series ‘Family’, © Masahisa Fukase, via Foam.

+ | In de tentoonstelling zijn niet alleen foto’s aan de wand, maar ook prachtige boeken te zien. In de tweede ruimte liggen Homo Ludence (1971) en Yoko (1978) in een vitrine. Foam laat je met een video door deze boeken ‘bladeren’. In de jaren 70 was dit werk heel vernieuwend; het brak met het traditionele beeld van de Japanse vrouw. Fukases tweede vrouw Yoko Wanibe was twaalf jaar lang zijn onderwerp en hij was twaalf jaar lang haar man. Ze zei hierover: ‘In de tien jaar dat we nu samenwonen, heeft hij mij slechts door de lens bezien. Ik geloof dat alle foto’s die hij van mij maakte ontegenzeggelijk foto’s van hemzelf waren.’ Wanibe liet zich als een pop door hem regisseren en toch krijg je ook wel iets mee van wie ze zelf was. Op sommige momenten is de irritatie van Wanibe over al dat gefotografeer goed te zien. Zij heeft Fukase na twaalf jaar verlaten. Vandaag de dag kun je bijna niet anders naar deze fotoboeken kijken dan als voorbeelden van The Male Gaze, de beroemde feministische theorie van Laura Mulvey uit 1975. Mulvey richt zich in dit essay vooral op films. Ze laat zien hoe dominant het straight male perspectief is en hoe weinig ruimte hierdoor overblijft voor andere manieren van kijken naar de wereld. Inmiddels is duidelijk dat deze blik niet alleen in film dominant is, maar overal en dat de hele wereld doordrenkt is van heteronormativiteit. Zie hier een filmpje waar Mulveys theorie met wat voorbeelden wordt toegelicht.

Ants 1962 from the series Color Approach C Masahisa Fukase Archives - Foam - De Kunstmeisjes
Masahisa Fukase, ‘Ants’, 1962, from the series ‘Color Approach’, © Masahisa Fukase, via Foam.

+ | Nadat hij was verlaten door zijn vrouw, vertrok Fukase niet bepaald in opperbeste stemming naar Hokkaido. Hij fotografeerde raven in bomen, van dichtbij, in vlucht, in de nacht, overdag, soms alleen, maar vaak ook in een zwerm. De serie Ravens (1975-1985) is een must-see! De foto’s hebben prachtige composities, zijn geheimzinnig en krijgen door het zwart van de vogels een kalligrafische kwaliteit. Wat opvalt is hoe de vogels harmonieus in groepen leven en dit lijkt in schril contrast te staan met de onaangepastheid van Fukase zelf. Naast deze onvergetelijke, sprookjesachtige zwartwitfoto’s is in Foam ook een selectie kleuren Polaroid-prints van deze wereldberoemde serie tentoongesteld. En we blijven maar verrast worden met nog een serie en nog een bijzondere presentatie van Fukases werk. Van beschilderde foto’s van stoeptegels tot foto’s van hemzelf bubbelend in bad. Kunstenaars worden vaak herinnerd door hun meest succesvolle werken, die dan in een kunsthistorische stijl of stroming gepropt worden. Wij vinden het heel fijn dat in deze tentoonstelling juist de diversiteit van Fukases oeuvre getoond wordt. Hij werd niet belemmerd door het verlangen een eigen stijl te hebben of zichzelf als merk in de markt te zetten. Fukase deed wat hij wilde. Die drive werkt nog steeds aanstekelijk en je krijgt er zelf zin van te gaan fotograferen. En dan het liefste niet met je smartphone, maar met die oude camera die ligt te verstoffen in je kast.

Hoe lang doe je er over? | Een goed uur. En als je er toch bent, bezoek dan ook even de andere tentoonstelling die we onlangs hebben besproken in ons artikel ‘Loading … een update van Foam’.

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | Iedere zondag van 14.00 tot 16.00 uur kan je bij Foam leuke workshops volgen om in de geest van Masahisa Fukase een nieuwe stijl te ontdekken, of zo nodig meerdere. Klik hier voor meer informatie.


De tentoonstelling ‘Masahisa Fukase- Private scenes’ is nog t/m 12 december 2018 te zien bij Foam. Meer informatie: https://www.foam.org/museum/programme/masahisa-fukase

Tekst: Daphne Rosenthal

Cover: Masahisa Fukase, ‘Sasuke’, 1983, from the series ‘A Game’, © Masahisa Fukase, via Foam.

Zaaloverzicht Pure Rubens Museum Boijmans Van Beuningen Rotterdam De Kunstmeisjes

GO | NO GO #138: Blockbuster Rubens

GO | NO GO 24 oktober 2018

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze week zijn we afgereisd naar Rotterdam voor de tentoonstelling ‘Pure Rubens’ in Museum Boijmans van Beuningen.

Museum Boijmans van Beuningen draait haar hand niet voor om voor opvallende blockbuster tentoonstellingen; massive exposities met grote namen, veel werken, gericht op een breed publiek en waarbij veel bezoekers worden verwacht. Zo hebben we de afgelopen jaren onder meer kunnen genieten van de clowns van Ugo Rondinone, magische waterinstallaties van Olafur Eliasson, surrealistische gekte van onder andere Dali, Ernst en Magritte, en mega drollen van Gelatin. Nu is het de beurt aan de enige echte Peter Paul Rubens (1577 – 1640). Deze Vlaamse kunstenaar uit de zeventiende eeuw, zeg maar ‘de Rembrandt van België’, is bekend om zijn monumentale schilderijen vol mythische taferelen. En natuurlijk voluptueuze naakten die een eigen naam hebben gekregen: de Rubensvrouwen. Al deze iconische ingrediënten zie je nu terug in de expositie ‘Pure Rubens’.

De tentoonstelling laat tientallen olieverfschetsen zien die van over de hele wereld bijeen zijn gesprokkeld in samenwerking met Museo Nacional Del Prado. Ze werden eerder dit jaar getoond in Madrid, nu mag Rotterdam. Wat deze schetsen zo bijzonder maakt, is dat deze niet – zoals je zou verwachten – met potlood op papier gemaakt zijn, maar met olieverf op paneel. Ze zien er dan ook voor het oog helemaal niet uit als schetsen, maar eerder als voltooide schilderijen. Het waren echter een soort oefeningen (studies) voor Rubens om zijn ideeën op papier te zetten. Deze werden later (vaak grotendeels door zijn leerlingen) uitgewerkt tot een groot schilderij. In de expositie zie je ze geregeld side by side: de schetsen en hun voltooide, geschilderde eindversies. Sommige studies werden zelfs meermalen door Rubens gebruikt. Een goed voorbeeld hiervan is midden in de expositie te zien: ‘Hoofd van een jongen’ (1601-1602). Als je langs het werkje tuurt, lijk je recht in de ogen van zijn tweelingbroer te kijken. Het is hetzelfde model, dat Rubens in het andere schilderij heeft gebruikt om de apostel Mattheüs uit te beelden. We komen dezelfde jongeman nog minstens vijf keer tegen in andere werken van Rubens of zijn leerlingen. Een leuk extraatje tijdens het museumbezoek: zoek ze allemaal!

De Kunstmeisjes. Peter Paul Rubens, ‘De triomftocht van Bacchus’, ca. 1636, via: Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam
Peter Paul Rubens, ‘De triomftocht van Bacchus’, ca. 1636, via: Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam

+ | Rubens was een echte verhalenverteller. Zijn werken beelden vaak mythes of bijbelse scènes uit en hebben meerdere keren zelfs een vervolg. Je kan sommige werken dus zien als een soort still shots uit een film of afbeeldingen uit een stripverhaal; ze lichten één specifieke scène van het verhaal uit. De schilderstijl van Rubens versterkt dit gevoel van een momentopname nog meer; door zijn dynamische verfstreken en levendige composities zie het bloed haast door de aderen van de personen stromen, wil je een jurk die om een lichaam is gedrapeerd even aanraken, en hoor je bijna het gelach of geschreeuw. Dit maakte Rubens zo populair in zijn tijd. Tegenwoordig is het een ander verhaal: het is een stuk moeilijker om het verhaal te herkennen en dezelfde passie of spanning te voelen bij een werk van Rubens. Dit komt simpelweg door het enorme cultuurverschil tussen de zeventiende eeuw en nu. In zijn tijd kende iedereen die een beetje ontwikkeld was de mythen en bijbelverhalen wel (tsja, je moest wat zonder Netflix en Instagram) en was een oorlogsscène op een schilderij net zo spannend als een huidige horrorfilm. Nu behoren deze verhalen niet standaard tot elke hogere opleiding, laat staan dat het een dagelijks gespreksonderwerp is. Museum Boijmans van Beuningen wil de kloof overbruggen: tijdens de gehele duur van de ‘Pure Rubens’-tentoonstelling is er een cross-over programma. Dit houdt in dat er vanuit verschillende artistieke disciplines een unieke visie op het werk van Rubens wordt gegeven. Verwacht dans, spoken word, gedichten, muziek en performances, die een handje helpen om Rubens’ werken extra tot leven te doen komen.

Zaaloverzicht Pure Rubens Museum Boijmans Van Beuningen Rotterdam De Kunstmeisjes
Zaaloverzicht ‘Pure Rubens’, foto: Aad Hogendoorn, via: Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam

± | Je vindt de tentoonstelling in de enorme Bodonzaal in het museum. Naast dat je jezelf hier helemaal ziet wonen (we noemen prachtig licht, strakke muren, en genoeg ruimte voor een privé-rolschaatsbaan), kun je als tentoonstellingsontwerper hier ook helemaal los gaan. Dit keer was het de eer aan Ard de Vries. Omdat de schetsen van Rubens relatief klein zijn in vergelijking met de voltooide werken die ernaast hangen, lopen ze het risico helemaal weg te vallen. Er is dus bewust gekozen om lekker veel ruimte tussen de kunstwerken te laten; een ingetogen ontwerp waarin Rubens’ schetsen de onbetwiste hoofdrol spelen. Daarnaast zijn er ook vele verwijzingen naar de ideeën die Rubens zelf had over architectuur. Deze ideeën kwamen vooral voort uit het bezoek dat hij in 1904 bracht aan de stad Genua in Italië. Daar werd hij op slag verliefd op de paleizen en schreef hier later een boek over genaamd ‘Palazzi di Genova’ (1622). De plattegronden van de paleizen die hij in zijn boek beschreef, zijn de basis voor het ontwerp dat Ard de Vries nu heeft gemaakt. Met name de bogen en opengewerkte cirkel in de grote zaal doen ons denken aan vakanties aan Italiaanse meren. Persoonlijk hadden we misschien wel een warmer kleurtje op de muren verwacht. Door de grootte van de ruimte en het hyper strakke design, voelen we ons uiteindelijk toch meer in een white cube dan op een piazza in Genua.

Hoe lang doe je er over? | De tentoonstelling zelf kost je ongeveer een uur. Mocht je daarna nog geen genoeg hebben, dan is er nog veel meer te zien in Museum Boijmans van Beuningen. Je kunt eindeloos flaneren door de gevarieerde vaste collectie met werken van onder andere Mark Rothko, Piet Mondriaan, Pieter Bruegel, Wassily Kandinsky, Claude Monet, en ga zo maar door.

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy Pro

Meer weten | Helemaal in love met Rubens door deze tentoonstelling? Steek dan naast het museum even de straat over naar de Nieuwe Binnenweg. Deze is voor de gelegenheid van de tentoonstelling omgetoverd tot de Barokke Binnenweg. Hier vind je allemaal producten geïnspireerd op Rubens schilderijen. Van overhemden en schoenen tot bier, met speciaal ingerichte etalages.


De tentoonstelling ‘Pure Rubens’ in Museum Boijmans van Beuningen is nog t/m 13 januari 2019 te zien. Meer informatie: https://www.boijmans.nl/tentoonstellingen/olieverfschetsen-rubens

Tekst: Yaël Speck

Cover: Zaaloverzicht ‘Pure Rubens’, foto: Aad Hogendoorn, via: Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam

 

Nicolas Schöffer, ‘Le Prisme’, 1965, Collectie Éléonore Lavandyra Schöffer, Parijs, via De Kunsthal, Rotterdam

GO | NO GO #137: Move your ass

GO | NO GO 18 oktober 2018

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. In de Kunsthal Rotterdam checken we de dynamische tentoonstelling ‘Actie <–> Reactie, 100 jaar Kinetische kunst’.

‘Actie <–> Reactie’ staat totaal in het teken van kinetische kunst. Vrij vertaald: kunst die beweegt of een figuurlijk loopje met ons neemt door ons te doen geloven dat het beweegt. Door technologische ontwikkelingen konden kunstenaars in de vorige eeuw ineens los gaan met wetenschap en techniek. Ze zetten kunstwerken in beweging met motor aangedreven objecten, maar speelden ook met natuurkrachten zoals wind en water. De tentoonstelling in de Kunsthal is een historisch overzicht van de afgelopen 100 jaar.

Je komt alles tegen: van bewegende installaties, knipperende wandjes met led-verlichting, trillingen van muziek die kunstwerken in beweging zetten, tot psychedelische illusies op het doek. Al je zintuigen worden aan het werk gezet. Bij binnenkomst word je bijvoorbeeld direct getrakteerd op een wereldprimeur van Heinz Mack, ‘Mechanisches Ballett’ uit 1963. Dit werk bestond voorheen alleen als model, en komt nu voor het eerst in de Kunsthal echt tot leven! De draaiende spiegels worden begeleid door een lichtshow en een muziekcompositie van György Ligeti.

Hans Haacke, Blaues Segel, 1964-1965, Collectie FRAC Grand Large – Hauts-de-France, Duinkerke, Foto Wolfgang Neeb, via De Kunsthal, Rotterdam
Hans Haacke, ‘Blaues Segel’, 1964-1965, Collectie FRAC Grand Large – Hauts-de-France,

Duinkerke, Foto Wolfgang Neeb, via De Kunsthal, Rotterdam.

+ | Een hele kunststroming leren kennen, klinkt als best veel werk voor de bezoeker. Gelukkig heeft De Kunsthal alle kunstwerken in twaalf hapklare thema’s onderverdeeld.  Dit geeft je niet alleen een helder overzicht, je snapt direct dat de kinetische kunststroming hele diverse benaderingen kent. We zien licht, beweging, instabiliteit, ritme, structuur, vibratie, ruimte, radiatie, immaterialiteit, draaiing, krachtvelden en zelfs op kosmos geïnspireerde werken. Wij waren erg onder de indruk van de enorme installatie van Jesús Rafael Soto, ‘Pénétrable de Lyon’ uit 1988. Honderden oranje plastic slierten hangen van het plafond tot aan de grond. Hier mag je een weg doorheen banen als bezoeker; je voelt je volledig opgeslokt (of juist omarmd, het is maar wat je lekker vindt) door een felgekleurd veld van draden. Niet alleen dit kunstwerk, maar ook veel andere kunstwerken mag je gewoon aanraken. Je mag op rode knoppen drukken – hebben we altijd al willen doen – of je kunt spiegelende ruimtes zoals die van Yayoi Kusama betreden. Je bent constant onderdeel van de tentoonstelling, onderdeel van de kunstwerken. Daarnaast worden je oog-brein-connecties flink op de proef gesteld: beweegt dit werk, of lijkt het maar zo door de lichteffecten of patronen? Dit is een belangrijk punt van kinetische kunst: het is pas kunst op het moment dat de kijker er een connectie mee maakt. Move your ass dus, en ga op onderzoek uit.

Žilvinas Kempinas, Beyond the Fans, 2013, Collectie kunstenaar, Foto Yusuke Nishimura, via De Kunsthal, Rotterdam
Žilvinas Kempinas, ‘Beyond the Fans’, 2013, Collectie kunstenaar, Foto Yusuke Nishimura, via De Kunsthal, Rotterdam.

± | Je ziet direct dat deze plek heaven on earth is voor menig influencer: deze tentoonstelling misstaat niet op je Insta-feed. Een tendens waar veel musea gretig gebruik van maken, maar waar de laatste tijd veel vraagtekens over zijn ontstaan. Online influencers – waar wij ook toe worden gerekend – bereiken een nieuwe, jongere doelgroep en dat is precies wat de musea willen. Maar waar ligt de grens tussen het toegankelijker maken van musea, en wanneer gaat de inhoud eronder lijden? Dit risico wordt groter als de aandacht voor kunst beperkt blijft tot sociale media die op beeld gebaseerd zijn, zoals Instagram. Zegt een plaatje wel meer dan duizend woorden? Gaat het in sommige gevallen wel over kunst, of is kunst verworden tot een artistieke achtergrond voor selfies? Wij geloven dat het een beetje van beide kan en mag zijn – a selfie never killed nobody – als er ook genoeg aandacht is voor de inhoud. De kunst hoort het onderwerp te zijn, niet de influencer. Ook musea krijgen kritiek: moet dan nou, die selfie-spots in tentoonstellingszalen en kunstwerken die worden geselecteerd op basis van hoe fotogeniek ze zijn? De woordvoerster van De Kunsthal Rotterdam laat in dit artikel stellig weten dat deze tentoonstelling niet specifiek is gericht op het bedienen van insta-millennials. Maar met zo’n hoge Instagrammability-factor, is het soms zoeken naar een hoekje zonder poserende tienermeisjes en smartphone-fotografen.

Hoe lang doe je er over? | Hoewel deze tentoonstelling zich over een kleine oppervlakte uitstrekt, bevindt zich achter elke muur een visuele verrassing. Trek hier dus gerust 60 minuten voor uit.

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | Daan Roosegaarde himself, een van de deelnemende kunstenaars, geeft op 24 oktober een masterclass ‘Van shit naar schoonheid’.  Hij vertelt meer over zijn inspiratiebronnen en werkwijze. Voor wie zoekt naar verdieping in het thema, of een handtekening van Daan.


De tentoonstelling ‘Actie <–> Reactie, 100 jaar Kinetische Kunst’’ is nog t/m 20 januari 2019 te zien in de Kunsthal Rotterdam. Meer informatie: https://www.kunsthal.nl/nl/plan-je-bezoek/tentoonstellingen/actie-reactie/

Tekst: Carlien Lammers

Cover: Nicolas Schöffer, ‘Le Prisme’, 1965, Collectie Éléonore Lavandyra Schöffer, Parijs, via De Kunsthal, Rotterdam.

GO | NO GO #136: Tussen Yin en Yang: de kunst van de balancerende olifant

GO | NO GO 16 oktober 2018

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze keer zijn we in kunsthal KAdE voor de tentoonstelling ‘A Balancing Act’.

Wie is er niet op zoek naar een vorm van balans in zijn of haar leven? We rennen alsmaar door, eten en feesten erop los, maar een keer in de zoveel tijd nemen we een balansdag en zitten we thuis op de bank met een kopje ‘balansthee’ even helemaal in balans te zijn. Volgens Judith van Meeuwen, curator van de tentoonstelling ‘A Balancing Act’ in kunsthal KAdE, is het haast een eerste levensbehoefte: ‘’Er is niets waar evenwicht geen rol in speelt’’. Dat zien we ook terug in de kunst. Balans vinden gaat over de zoektocht naar evenwicht, tussen yin en yang, over perfectie en schoonheid —iets waar kunstenaars al eeuwen door gedreven worden. Kunsthal KAdE presenteert dit allesomvattende thema door met een selectie kunstwerken uit verschillende disciplines.

‘A Balancing Act’ opent met een fantastische eye-catcher: een op zijn slurf balancerende olifant, vastgezogen aan de muur. Het gigantische gewichtloos ogende dier van Daniel Firman is enorm fotogeniek en spreekt bij iedereen tot de verbeelding. Want omg, hoe is het mogelijk dat deze zware olifant aan de muur kan hangen?!?.  Firman benadrukt met zijn olifant iets wat normaal voor oog niet zichtbaar is, maar onze hele wereld vormgeeft: de zwaartekracht. Door deze los te laten, ontstaat er een vorm van ‘gravitational disturbance’, zoals Firman dat noemt; oftewel een totaal nieuwe ervaring van de werkelijkheid. Opeens staat alles op zijn kop, net zoals de olifant. Maar de tentoonstelling bevat meer pareltjes die een reisje naar de Amersfoortse kunsthal waard zijn. Neem bijvoorbeeld de prachtige lichtinstallatie bestaande uit zwevende neonbuizen van Henk Stalling of de video van een balancerend huis dat als een wip heen en weer gaat wanneer de twee bewoners zich verplaatsen (Alex Schweder & Ward Shelley). En dan is er ook nog de kast van Tejo Remy & René Veenhuizen, Chest of Drawers (you can’t lay down your memories) uit 1991, gemaakt van een door een band bijeengehouden verzameling van lades, een van de bekendste Nederlandse designs. Off we go, tijd om de balans op te maken (hehe).

Julien Thomas, ‘Conversation (Im)balance’, 2018, courtesy de kunstenaar. Foto: Mike Bink, via Kunsthal Kade.
Zaaloverzicht ‘A Balancing Act’ met links Wainer Vaccari en rechts Daniel Firman, foto: Peter Cox, via Kunsthal Kade.

+ | We wandelen van de ene aangename verrassing naar de andere. Zo komen we bijvoorbeeld enkele prachtige werken van Alexander Calder tegen, de Amerikaanse kunstenaar bekend van zijn mobiles met abstracte figuren die in de lucht balanceren. Een mooi voorbeeld van het vinden van een letterlijk evenwicht tussen verschillende elementen in een kunstwerk. Als we verder lopen, zien we werken waarin de mens met zijn eigen gevoel voor evenwicht speelt. Het lichaam staat centraal en wordt in alle mogelijke bochten gewrongen. In de video Head to head (2013) van het Zwitserse collectief JocJonJosch staan de drie kunstenaars diagonaal met hun hoofden leunend tegen elkaar, op zoek naar wat het betekent om een collectief te zijn. Als een speler uitvalt, is het evenwicht immers verloren en valt de groep uiteen. De foto A Balancing Act (1998) van Job Koelewijn – naamgever van de tentoonstelling – toont een bredere interpretatie van het onderwerp. Koelewijn staat op straat met een gigantische wankelende stapel glazen bekers, die hij maar moeilijk in balans weet te houden. Het is een symbool voor zijn moeilijke tijd als beginnend kunstenaar in New York. Esthetisch, fysiek of symbolisch evenwicht; het thema van de tentoonstelling komt een voor een terug in de verschillende (interactieve) installaties, video’s, tekeningen en sculpturen.

Zaaloverzicht ‘A Balancing Act’, met werk van Alexander Calder. Foto: Peter Cox, via Kunsthal Kade.
Zaaloverzicht ‘A Balancing Act’, met werk van Alexander Calder. Foto: Peter Cox,
via Kunsthal Kade.

± | Het moeilijke van een thematische tentoonstelling, is dat deze soms een beetje gedwongen, te uitgedacht of te gestructureerd (lees: saai) overkomt. Alle werken dienen immers in een bepaald stramien te passen, aan dat ene thema te voldoen. Het risico is dat er dan meer op thema dan op kwaliteit wordt geselecteerd. Een ander nadeel is dat een thematische tentoonstelling nooit compleet is. Er zijn altijd nog zo veel meer voorbeelden van kunstwerken te bedenken die ook bij het thema zouden aansluiten, en dat is zeker het geval bij een thema als ‘’balans’’. Toch maakt KAdE vaker thematische exposities, zoals afgelopen zomer nog over krijt als medium. Ook bij deze tentoonstelling gaven we aan het totaalconcept tot een beetje willekeurig te vinden. Maar hoewel ‘A Balancing Act’ af en toe als een opsomming aanvoelt, zijn de kunstwerken wel van een hoge kwaliteit. De cross-over tussen verschillende vormen van kunst werkt goed en laat zien dat (de zoektocht naar) balans overal voorkomt, zonder daarbij onrecht te doen aan de individuele kunstwerken. Wij vertrekken voldaan.

Hoe lang doe je er over? | 30 minuten

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro  

Meer weten | ‘A Balancing Act’ is niet alleen een plezier voor volwassenen maar ook een paradijs voor kinderen. KAdE heeft een groot aanbod aan activiteiten voor de jongsten. Zo kan je een kinderfeestje boeken in combinatie met de tentoonstelling. Lees hier meer.


De tentoonstelling ‘A Balancing Act’ is nog t/m 6 januari te zien in kunsthal KAdE in Amersfoort. Lees meer: https://www.kunsthalkade.nl/nl

Tekst: Jule van Ravenzwaay

Cover:  logo van de expositie ‘A Balancing Act’ in Kunsthal Kade.

Museum Gouda - Museum Actueel

GO | NO GO 135: Namedroppen in Gouda ー van Gaugin tot Toorop

GO | NO GO 11 oktober 2018

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Ditmaal vanuit historisch Gouda, waar je niet alleen kunt genieten van heerlijke kaas, maar ook van heerlijke kunst. In Museum Gouda zie je nu namelijk de expositie ‘Van Gauguin tot Toorop’.

Lopend door de tentoonstelling ‘Van Gauguin tot Toorop’ in Museum Gouda, is het alsof je onopgemerkt de hogesnelheidstrein richting het noorden van het land genomen hebt. De werken die er hangen komen namelijk rechtstreeks uit de collectie van het Groninger Museum. Musea doen dit regelmatig: kunstwerken in zogenoemde “bruikleen” geven aan andere instellingen, zodat meer mensen in verschillende steden of landen er tijdelijk van kunnen genieten. Het bijzondere aan deze samenwerking, is dat het Groninger Museum niet alleen een paar kunstwerken, maar tientallen schilderijen tegelijkertijd op pad heeft gestuurd.

‘Van Gauguin tot Toorop’ toont de verzameling Franse en Nederlandse schilderkunst uit de negentiende en twintigste eeuw van Reurt Jan Veendorp (1905-1983). Veendorp was een Groningse steenfabrikant, architect en gepassioneerd kunstverzamelaar. Deze heilige drie-eenheid van verzameling (geld, kennis en liefde) resulteerde in een collectie bestaande uit ruim 400 unieke objecten, waaronder schilderijen, grafiekbladen, tekeningen, sculpturen en keramiek. In 1969 schonk Veendorp zijn (toen nog incomplete) collectie aan het Groninger Museum. In Gouda is nu een selectie te bewonderen, met voornamelijk impressionistische schilderijen. Elke zaal heeft een eigen thema, zoals natuur, het dagelijks leven en stillevens, die overigens helemaal niet stil lijken te staan door de losse en dromerige schilderstijl.

Zaalopname ‘Van Gaugin tot Toorop_, Museum Delft.
Zaalopname ‘Van Gauguin tot Toorop’, Museum Delft.

+ | Je ziet veel groots in een aantal kleine zalen. Het is flink namedroppen met kunstenaars als Paul Gauguin, Odilon Redon, Matthijs Maris, Jan Toorop, Floris Verster en Jan Mankes. In de eerste ruimte kom je vroeg-impressionistisch werk uit ongeveer 1860 tegen. Wij werden meteen gezogen naar La mer, temps gris’ (1858) van de Franse kunstenaar Charles-François Daubigny. Het toont letterlijk wat de titel zegt: de zee, grijs weer. Daubigny is een meester in tonen van de natuur in alle verschillende, ook heftige, weersomstandigheden. Deze keer zien we een woeste zee, waarschijnlijk op een late herfstdag. Je voelt de wind haast langs je oren suizen en de kleine regendruppels op je kruin vallen. Je wilt snel naar binnen rennen voordat de storm losbarst, maar… oh ja. Je bent in het museum, niks aan de hand. Net als met dit werk, zijn er vele andere die je makkelijk laten wegdwalen in de wereld die de kunstenaars voor zich zagen.

+ | Meneer Veendorp was niet arm, maar ook zeker niet rijk. Wat hij verzamelde aan kunst was dan ook gericht op zijn persoonlijke smaak, en dan was het vaak nog lang wikken en wegen of hij het werk wel zou aanschaffen. Het leuke aan deze verzamelwijze, is dat het een bonte boel van verschillende stijlen is geworden: impressionisme, pointillisme, De Haagse School, maar ook magisch-realisme. Er is wel een rode draad: de natuur. De Groningse Reurt Jan – douze points voor de naam – hield niet alleen van de natuur zelf, hij had bovenal grote bewondering voor de wijze waarop kunstenaars emoties bij de kijkers kunnen oproepen in hun schilderijen van platte landschappen, de zee of het bos. Zodoende past het cultuurpessimistische werk van de Nederlandse Carel Willink, met vernielde klassieke beelden die lijken voort te leven in een donker bos (Gezicht op Chateau Dampierre uit 1948), perfect naast het zeegezicht van Daubigny.

Schermafbeelding 2018-09-30 om 14.58.14
Links: Odilon Redon, ‘Klaprozen’, circa 1905/10, Groninger Museum (in bruikleen van ‘Stichting J.B. Scholtenfonds’), foto: Marten de Leeuw | Rechts: Paul Gauguin, ‘l’Eglise de Vaugirard’, 1881, Groninger Museum (in bruikleen van ‘Stichting J.B. Scholtenfonds’), foto: John Stoel, beide: via Museum Gouda.

+ | Bij een bezoek aan deze tentoonstelling, krijg je er een bijzondere omgeving gratis bij. Geen white cube of anonieme museumzalen, Museum Gouda is namelijk gehuisvest in een Middeleeuws gebouw dat tot ver in de twintigste eeuw diende als gasthuis. De historie druipt er aan alle kanten af: alle ramen, deuren, vloeren, plafonds, openhaarden zijn origineel, en als extra bonus een enorme kapel die een geheel eigen geschiedenis heeft. Deze was immers ooit een kerk, een voorraadschuur, toen weer een kerk, toen onderdeel van een bierbrouwerij en nu uiteindelijk een expositieruimte. Ben je nog niet visueel verzadigd na je bezoek aan de tentoonstelling, neem dan vooral een kijkje op zolder. Dit is niet een zolders zoals bij ons thuis, met oude fotoboeken die alleen maar tevoorschijn komen als je voor het eerst je nieuwe liefde mee naar huis neemt en je moeder toch echt die ene gênante babyfoto van jou moet laten zien.. Nee, deze zolder staat vol met Gouds Plateel. Dit is sieraardewerk dat rond 1900 een belangrijke bron van inkomsten was in Gouda. Je ziet zowel klassieke als moderne potten, vazen, kopjes, serviezen, en ga zo maar door  En als je dan van al die thee en koffiekopjes zin krijgt in een lekker bakkie, dan is er ook nog een museumcafé waar het prima toeven is.

Hoe lang doe je er over | 45 minuten. Het is dan wel relatief gezien een kleine tentoonstelling, maar laat ontzettend veel zien. Ook is er genoeg informatie beschikbaar om je helemaal te verdiepen in de getoonde werken.

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | Het Groninger Museum heeft een deel van hun collectie naar Gouda gestuurd, maar kregen vanuit Gouda ook wat terug, namelijk werken uit de collectie Arntzenius. Deze is te zien in de tentoonstelling ‘Van Courbet tot Israels, Museum Gouda te gast’ t/m 6 januari 2019.


De tentoonstelling ‘Van Gauguin tot Toorop.’ in Museum Gouda is nog te zien t/m 6 januari 2019. Meer informatie: https://www.museumgouda.nl/nl/nu-te-zien/tentoonstellingen/9/van-gauguin-tot-toorop

Tekst: Yaël Speck

Coverbeeld: via https://museumactueel.nl/musea/museum-gouda/

Frits J. Rotgans, ‘Start/landingsbaan 09-27, de Buitenveldertbaan’, 1969, via Nederlands Fotomuseum

GO | NO GO #134: Polderfotografie

GO | NO GO 9 oktober 2018

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Afgelopen weekend waren we in Rotterdam voor de tentoonstelling ‘De Mix | Nederlandse Fotografen Toen en Nu’ in het Nederlands Fotomuseum.

Als we het over ‘de grootste Nederlandse kunstenaars’ hebben, denken wij al snel aan zeventiende-eeuwse penseelhelden of vooruitstrevende ontwerpers uit de afgelopen honderd jaar ― Rembrandt of Rietveld, we love ‘em both. Onze geschiedenis kent ook een aantal invloedrijke fotografen, waaronder Ed van der Elsken (1925-1990) en Cas Oorthuys (1908-1975). Deze heren zijn befaamd om hun foto’s van het Hollandse straatbeeld en -leven. Maar er zijn nog veel meer meesters van de gevoelige plaat, die zich ook op heel andere thema’s hebben gericht. Zo stond Paul Julien (1901-2001) bekend om zijn antropologische fotoreportages van reizen door Afrika, Frits J. Rotgans (1912–1978) om breedbeeldopnames van de naoorlogse wederopbouw van Nederland, en Adolphe Burdet 1860-1940 als pionier op het gebied van de natuurfotografie.

Het grootste gedeelte van de archieven van deze fotografen bevindt zich in de collectie van het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam; een schatkamer aan kennis en materiaal. Voor de expositie ‘De Mix’ zijn vier hedendaagse fotografen in het depot gedoken om zich te laten inspireren door de golden oldies. Daaruit ontstonden vier series (a.k.a. re-mixes), waarin de fotografen ieder op hun eigenzinnige manier reflecteren op het werk van hun voorgangers. Dat levert bijzondere, grappige maar ook confronterende combinaties van oud en nieuw op.

Jannes Linders, ‘JHML1706’, 1992, via Nederlands Fotomuseum
Jannes Linders, ‘JHML1706’, 1992, via Nederlands Fotomuseum


+ | We zien de foto’s side by side; de fotografen van toen en nu die dezelfde thema’s hebben vastgelegd. Maar is alles wel hetzelfde gebleven na al die tijd? Zo tonen de glamour shots van Frits J. Rotgans een trots beeld van Schiphol in de jaren 60, hét begin van de bloei van de commerciële luchtvaart. Inmiddels is datzelfde Schiphol uitgegroeid tot één van de drukste luchthavens ter wereld. Jannes Linders (1955) laat ons met zijn fotoserie van slapende passagiers in de wachtruimtes van het vliegveld een heel ander beeld van Schiphol zien; een beeld waarin niet welvaart, maar overbelasting de hoofdrol speelt. Linders’ foto’s roepen vijftig jaar na Rotgans’ serie vooral vragen op over de effecten van de zo bejubelde transit-rol van Schiphol. Een soortgelijk contrast zien we terug bij de foto’s van Oorthuys en zijn navolger Hans van der Meer (1955). Kort na de oorlog beantwoordde Oorthuys met zijn romantische beelden van koeien te midden van het idyllische Hollandse landschap ook een behoefte aan een nationaal gevoel van trots. Ondertussen is de vee-industrie uitgegroeid tot een miljoenen-business (vraag maar aan Yvon Jaspers), waarvan Van der Meer de harde realiteit in beeld brengt. Denk aan de duizenden kalveren die als gevolg van onze zuivelconsumptie bij de mesterij belandden… Het perfecte Hollandse plaatje ziet er decennia later toch iets minder gezellig uit. Door ons als bezoekers even uit ons eigen tijdsbeeld los te wrikken, geven deze series ons inzicht in de keerzijde van onze historische ambities.

Cas Oorthuys, ‘Met de hand melken zwartbont vee’, 1944, via Nederlands Fotomuseum
Cas Oorthuys, ‘Met de hand melken zwartbont vee’, 1944, via Nederlands Fotomuseum


± | Omdat het eigenlijk vier losse mini-tentoonstellingen in een relatief kleine ruimte zijn, moet je snel kunnen schakelen. Er is letterlijk en figuurlijk niet veel ruimte voor contemplatie. Om het hoekje komen we namelijk in een hele andere vibe dan Linders en Van der Meer terecht. De twee fotografen die we daar leren kennen, delen eenzelfde fascinatie voor thema’s als reizen en natuur. Maar ze zoomen nog een stukje verder in dan hun historische voorgangers. De serie van Blommers / Schumm (1969) vormt een grappig samenspel met de foto’s van Adolphe Burdet. Burdet maakte aan het begin van de twintigste eeuw een aantal close-ups van eitjes in vogelnestjes; Blommers en Schumm reisden afgelopen jaar het land af om boswachters in hun natuurlijke habitat vast te leggen. Dat het duo normaal gesproken modereportages maakt, blijkt wel uit deze portretten. Ze zetten de boswachters in hele ontspannen, bijna sensuele houdingen en portretteren ze van dichtbij. Opmerkelijk genoeg schept dat hetzelfde gevoel als Burdets vogelnestjes. De laatste hedendaagse fotograaf, Andrea Stultiens (1974), borduurt met haar serie echt voort op het werk van Paul Julien; ze bezocht verre oorden als Liberia en liet de bevolking de foto’s zien die Julien daar in de jaren dertig had gemaakt. Met behulp van een lokale “verhalenverteller” leerde ze de context achter de foto’s van Julien kennen, en maakte ze zelf nieuwe beelden om deze context te helpen vertalen. We krijgen Liberia door de ogen van de bewoners te zien, in plaats van door een Westerse (vaak stereotype) lens. Waar we er bij de eerste twee fotografen – Linders en Van der Meer – nog achter kwamen hoe beperkt onze blik soms is, wordt onze wereldvisie hier gelukkig weer een beetje verbreed.

Blommers/ Schumm, ‘Boswachter, N 52° 34' 40.08''O 4° 37' 25.32’', via Nederlands Fotomuseum
Blommers/ Schumm, ‘Boswachter, N 52° 34′ 40.08”O 4° 37′ 25.32’’, via Nederlands Fotomuseum

Hoe lang doe je er over? | 30 – 60 minuten

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | Hij passeerde net al kort de revue, maar van de fotograaf Cas Oorthuys is op dit moment ook een grote overzichtstentoonstelling in het museum te zien. Deze is absoluut de moeite waard als je het ons vraagt. Oorthuys fotografeerde namelijk zijn hele leven letterlijk alles. Net zoals wij dat doen eigenlijk… maar toen was het nog uniek. Daardoor krijg je dus een geweldige fotografische indruk van het grootste gedeelte van de twintigste eeuw. Gaan!


De tentoonstelling ‘De Mix | Nederlandse Fotografen Toen en Nu’ is nog t/m 13 januari 2019 te zien in het Nederlands Fotomuseum. Meer informatie: https://www.nederlandsfotomuseum.nl/tentoonstelling/de-mix/

Tekst: Jolien Klitsie

Cover: Frits J. Rotgans, ‘Start/landingsbaan 09-27, de Buitenveldertbaan’, 1969, via Nederlands Fotomuseum