Categorie: GO | NO GO

Museum Gouda - Museum Actueel

GO | NO GO 135: Namedroppen in Gouda ー van Gaugin tot Toorop

GO | NO GO 11 oktober 2018

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Ditmaal vanuit historisch Gouda, waar je niet alleen kunt genieten van heerlijke kaas, maar ook van heerlijke kunst. In Museum Gouda zie je nu namelijk de expositie ‘Van Gauguin tot Toorop’.

Lopend door de tentoonstelling ‘Van Gauguin tot Toorop’ in Museum Gouda, is het alsof je onopgemerkt de hogesnelheidstrein richting het noorden van het land genomen hebt. De werken die er hangen komen namelijk rechtstreeks uit de collectie van het Groninger Museum. Musea doen dit regelmatig: kunstwerken in zogenoemde “bruikleen” geven aan andere instellingen, zodat meer mensen in verschillende steden of landen er tijdelijk van kunnen genieten. Het bijzondere aan deze samenwerking, is dat het Groninger Museum niet alleen een paar kunstwerken, maar tientallen schilderijen tegelijkertijd op pad heeft gestuurd.

‘Van Gauguin tot Toorop’ toont de verzameling Franse en Nederlandse schilderkunst uit de negentiende en twintigste eeuw van Reurt Jan Veendorp (1905-1983). Veendorp was een Groningse steenfabrikant, architect en gepassioneerd kunstverzamelaar. Deze heilige drie-eenheid van verzameling (geld, kennis en liefde) resulteerde in een collectie bestaande uit ruim 400 unieke objecten, waaronder schilderijen, grafiekbladen, tekeningen, sculpturen en keramiek. In 1969 schonk Veendorp zijn (toen nog incomplete) collectie aan het Groninger Museum. In Gouda is nu een selectie te bewonderen, met voornamelijk impressionistische schilderijen. Elke zaal heeft een eigen thema, zoals natuur, het dagelijks leven en stillevens, die overigens helemaal niet stil lijken te staan door de losse en dromerige schilderstijl.

Zaalopname ‘Van Gaugin tot Toorop_, Museum Delft.
Zaalopname ‘Van Gauguin tot Toorop’, Museum Delft.

+ | Je ziet veel groots in een aantal kleine zalen. Het is flink namedroppen met kunstenaars als Paul Gauguin, Odilon Redon, Matthijs Maris, Jan Toorop, Floris Verster en Jan Mankes. In de eerste ruimte kom je vroeg-impressionistisch werk uit ongeveer 1860 tegen. Wij werden meteen gezogen naar La mer, temps gris’ (1858) van de Franse kunstenaar Charles-François Daubigny. Het toont letterlijk wat de titel zegt: de zee, grijs weer. Daubigny is een meester in tonen van de natuur in alle verschillende, ook heftige, weersomstandigheden. Deze keer zien we een woeste zee, waarschijnlijk op een late herfstdag. Je voelt de wind haast langs je oren suizen en de kleine regendruppels op je kruin vallen. Je wilt snel naar binnen rennen voordat de storm losbarst, maar… oh ja. Je bent in het museum, niks aan de hand. Net als met dit werk, zijn er vele andere die je makkelijk laten wegdwalen in de wereld die de kunstenaars voor zich zagen.

+ | Meneer Veendorp was niet arm, maar ook zeker niet rijk. Wat hij verzamelde aan kunst was dan ook gericht op zijn persoonlijke smaak, en dan was het vaak nog lang wikken en wegen of hij het werk wel zou aanschaffen. Het leuke aan deze verzamelwijze, is dat het een bonte boel van verschillende stijlen is geworden: impressionisme, pointillisme, De Haagse School, maar ook magisch-realisme. Er is wel een rode draad: de natuur. De Groningse Reurt Jan – douze points voor de naam – hield niet alleen van de natuur zelf, hij had bovenal grote bewondering voor de wijze waarop kunstenaars emoties bij de kijkers kunnen oproepen in hun schilderijen van platte landschappen, de zee of het bos. Zodoende past het cultuurpessimistische werk van de Nederlandse Carel Willink, met vernielde klassieke beelden die lijken voort te leven in een donker bos (Gezicht op Chateau Dampierre uit 1948), perfect naast het zeegezicht van Daubigny.

Schermafbeelding 2018-09-30 om 14.58.14
Links: Odilon Redon, ‘Klaprozen’, circa 1905/10, Groninger Museum (in bruikleen van ‘Stichting J.B. Scholtenfonds’), foto: Marten de Leeuw | Rechts: Paul Gauguin, ‘l’Eglise de Vaugirard’, 1881, Groninger Museum (in bruikleen van ‘Stichting J.B. Scholtenfonds’), foto: John Stoel, beide: via Museum Gouda.

+ | Bij een bezoek aan deze tentoonstelling, krijg je er een bijzondere omgeving gratis bij. Geen white cube of anonieme museumzalen, Museum Gouda is namelijk gehuisvest in een Middeleeuws gebouw dat tot ver in de twintigste eeuw diende als gasthuis. De historie druipt er aan alle kanten af: alle ramen, deuren, vloeren, plafonds, openhaarden zijn origineel, en als extra bonus een enorme kapel die een geheel eigen geschiedenis heeft. Deze was immers ooit een kerk, een voorraadschuur, toen weer een kerk, toen onderdeel van een bierbrouwerij en nu uiteindelijk een expositieruimte. Ben je nog niet visueel verzadigd na je bezoek aan de tentoonstelling, neem dan vooral een kijkje op zolder. Dit is niet een zolders zoals bij ons thuis, met oude fotoboeken die alleen maar tevoorschijn komen als je voor het eerst je nieuwe liefde mee naar huis neemt en je moeder toch echt die ene gênante babyfoto van jou moet laten zien.. Nee, deze zolder staat vol met Gouds Plateel. Dit is sieraardewerk dat rond 1900 een belangrijke bron van inkomsten was in Gouda. Je ziet zowel klassieke als moderne potten, vazen, kopjes, serviezen, en ga zo maar door  En als je dan van al die thee en koffiekopjes zin krijgt in een lekker bakkie, dan is er ook nog een museumcafé waar het prima toeven is.

Hoe lang doe je er over | 45 minuten. Het is dan wel relatief gezien een kleine tentoonstelling, maar laat ontzettend veel zien. Ook is er genoeg informatie beschikbaar om je helemaal te verdiepen in de getoonde werken.

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | Het Groninger Museum heeft een deel van hun collectie naar Gouda gestuurd, maar kregen vanuit Gouda ook wat terug, namelijk werken uit de collectie Arntzenius. Deze is te zien in de tentoonstelling ‘Van Courbet tot Israels, Museum Gouda te gast’ t/m 6 januari 2019.


De tentoonstelling ‘Van Gauguin tot Toorop.’ in Museum Gouda is nog te zien t/m 6 januari 2019. Meer informatie: https://www.museumgouda.nl/nl/nu-te-zien/tentoonstellingen/9/van-gauguin-tot-toorop

Tekst: Yaël Speck

Coverbeeld: via https://museumactueel.nl/musea/museum-gouda/

Advertenties

GO | NO GO #82: prijswinnaars in Dordrecht

GO | NO GO 14 november 2017

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze keer reisden we af naar het Dordrechts Museum om daar de prijswinnaars van De Scheffer te bekijken.

Denk je dat je tot december moet wachten voor alle chique feestjes? Think again. In Dordrecht zit de stemming er al goed in, want daar is – zoals elk jaar – De Scheffer uitgereikt door de Vereniging Dordrechts Museum. De prijs: van de winnaar wordt een kunstwerk aangekocht en een tentoonstelling gemaakt in, je raadt het al, het Dordrechts Museum. Dit jaar bestaat de Vereniging Dordrechts Museum 175 jaar en dus extra reden voor een feestje. Daarom zien we niet alleen de prijswinnaar van dit jaar (RaQuel van Haver), maar ook de vijf winnaars van de afgelopen edities: Frank Ammerlaan, Charlotte Dumas, Elspeth Diederix, Joost Krijnen en Kim van Norren.

De spotlight staat dit jaar natuurlijk wel op de winnares van 2017: de Amsterdamse Bijlmerbewoner RaQuel van Haver. De jury omschrijft haar werk als volgt: “Het werk van RaQuel van Haver is in alles een reactie op de buitenwereld. De wereld waarin ze verkeert en waarmee zij zich als persoon verbonden voelt. Kolossaal opgebouwde doeken, reliëfs zwaar van teer en touw en verf, met grote figuren die uit die verf naar voren komen. Prostituees in de drinkhallen in Zimbabwe, straatjeugd in Lagos, figuren uit de Bijlmer waar haar atelier is gevestigd. Ook de kleine werken zijn reliëfs, met overtuigende portretten van de modellen van de straat. Ze zoekt het gevaar op, werkt op locatie. Weet haar wereld en betrokkenheid daarbij indringend over te brengen”. Tijd om het te checken!

Raquel van Haver, werk - foto door Jack Bell GalleryRaquel Haver ‘THE DEFINITION OF A SYSTEM #1’, 2017, via het Dordrechts Museum.  

± | De expositie is verdeeld in twee delen: aan de ene kant zien we het werk van RaQuel van Haver, aan de andere kant de winnaars van de voorgaande jaren. Al zou je er met je rug naar toe staan, het werk van RaQuel is niet te missen: een soort altaarstuk met wat lijkt op glas in lood. Als je dichterbij komt, zie je dat het geen glas in lood is, maar dikke zwarte lijnen verf op de ondergrond. Het werk is gruwelijk, en misschien is dat precies waar je van houdt, maar wij vinden het lastig om dit werk écht goed te vinden. Er is iets te veel van alles: te veel verf, te veel agressie, het is te aanwezig. Net als een straalbezopen figuur die een kwartier voor sluitingstijd in de kroeg voor de vierde keer om je nummer komt vragen, lijkt dit kunstwerk niet te weten wanneer het een stapje terug moet doen. Dit is waarschijnlijk precies de bedoeling van dit werk: de rauwe randjes en lelijke keerzijde van onze samenleving uitvergroten en ons ermee in het gezicht slaan. Het hedendaagse altaarstuk lijkt te schreeuwen, wie is er de heilige en wie is er de zondaar?! Zoals de jury terecht stelt, is het werk van RaQuel van Haver erg origineel. Wij krijgen het er benauwd van, maar wellicht is dat juist iets goeds. Ga heen en ontdek zelf wat het met je doet.

+ |  Hoewel wij niet meteen de grootste fans van RaQuel zijn (waddup met die hoofdletter?), hebben we reden genoeg om nog even te blijven hangen in het museum. Zoals we in de intro al schreven, laat deze expo ook de winnaars van voorgaande jaren zien. Je krijgt zo toch een aardig beeld van een aantal kunstenaars die best lekker aan de weg timmeren in Nederland. Het vrolijke werk van Kim van Norren (zie coverbeeld) is een verademing naast het zware en beladen werk van RaQuel van Haver. Eigenlijk zijn we stiekem fan van alle prijswinnaars van de afgelopen jaren. Joost Krijnen weet ons te betoveren met zijn werk dat bijna als een soort onderbewuste schets is neergezet. Het werk van Frank Ammerlaan lijkt op vlekken olie en trekt ons dicht naar zich toe door de glans en spannende kleuren.

Schermafbeelding 2017-11-13 om 19.55.40
Links: Joost Krijnen, ‘The Second Movement’, 2015, via Joost Krijnen | Rechts: Frank Ammerlaan, ‘Untitled’, 2016, via Upstream Gallery.

Hoe lang doe je er over? |  25 min.

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | Bij ‘meer weten’ deze week onze tip om vooral ‘meer te kijken’ in het museum. Als je de tijd hebt, loop dan zeker even door de vaste collectie van het museum, want deze is echt de moeite waard! Let vooral op de mooi en rustig ingedeelde zalen, waarbij de werken per thema zijn gehangen. Er hangen pareltjes tussen van Jan van Goyen, Floris Verster, Isaac Israels, Emo Verkerk, Jan Schoonhoven en een bloedmooie Robert Zandvliet.


De tentoonstelling ‘De Scheffer’ is nog t/m 15 april 2018 te zien in het Dordrechts Museum. Voor meer informatie:  https://www.dordrechtsmuseum.nl/tentoonstellingen/de-scheffer-2017/

Cover: Kim van Norren, ‘And There is no Space but there’s Left and Right’,  2010, via Dordrechts Museum.

GO | NO GO #81: Jan, pas op dat je de foto’s niet onder kwijlt

GO | NO GO 25 oktober 2017

 

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Vandaag kijken we naar ‘De collectie belicht door Jan Cremer’ in het Nederlands Fotomuseum.

Wanneer een museum een Bekende Nederlander een tentoonstelling laat cureren, kan het twee kanten op: of je krijgt een frisse invalshoek, of het slaat de plank mis in doordat je als bezoeker niet begrijpt waarom juist deze persoon zich met de collectie is gaan bemoeien. Het Nederlands Fotomuseum neemt dat risico inmiddels voor de vierde keer, met hun tentoonstellingsreeks De collectie belicht door… Voor de eerste drie edities heeft het museum drie fotografen benaderd: Vincent Mentzel, Stephan Vanfleteren en Eddy Posthuma de Boer. De vierde editie is voor de 77-jarige schrijver en beeldend kunstenaar Jan Cremer.

Uit een massive collectie van 5,5 miljoen foto’s van Nederlandse fotografen die het Nederlands Fotomuseum bezit, mocht Cremer er 15 kiezen. Hij besloot voor het thema ‘naakten’ te gaan. Over zijn keuze zegt hij: “Ik heb een andere kijk op het naakt dan de andere mensen, denk ik, want ik ben sinds de vroegste perioden op de kunstacademies met het naakt vertrouwd geraakt en zie het als een object om te schilderen en te fotograferen.” Het naakt als object. We zijn benieuwd.

Schermafbeelding 2017-10-25 om 19.04.00
Links: Sanne Sannes, ‘Naakt’, 1959-1967, © Sanne Sannes, via Het Nederlands Fotomuseum. Rechts: Nico Jesse, ‘Leerlingen in atelier van Zadkine’, Parijs (ca. 1954) © Nico Jesse, via Het Nederlands Fotomuseum

–  | Laten we met de deur in huis vallen: Cremers selectie lijkt meer een excuus voor Jan om eens publiekelijk over zijn natte dromen uit te weiden. Dit wordt extra duidelijk wanneer hij de foto’s van Bertien van Manen bespreekt: deze laten naakte vrouwen in Rusland zien, onderdeel van een serie die Van Manen heeft geschoten om het dagelijkse leven aldaar te tonen. We zien persoonlijke momenten, zoals een groep vrouwen die na een lange dag ontspant in de sauna. Hun blote lichamen zijn niet het onderwerp van de foto, maar daar brengt Jan graag verandering in. Zijn onderbouwing en beschrijvingen bij de vijftien foto’s die hij heeft gekozen, beginnen als een kwijlend vertoog. We zien Cremer die net 15 miljoen foto’s door zijn gerimpelde handen heeft laten gaan, kwijlend de naakte borsten, billen en plukken schaamhaar eruit heeft gefilterd en nog in half-opgewonden staat achter zijn oude typemachine is gekropen. ‘Hmmm, lekkere tepels,’ hoor je hem bijna mompelen. ‘Een wellustig portret van mooie billen waaraan de kijker zich wil opwarmen. Lustopwekkende, sportieve, gespierde billen…,’ schrijft hij elders.

Dit is jammer, om het subtiel te verwoorden. Het naakte lichaam (mannelijk of vrouwelijk en alles ertussenin) is heel inspirerend: het is de mens zonder opsmuk in al zijn of haar vormen, het kan je verhalen vertellen over het leven, de maatschappij, de geschiedenis, het lichaam kan opwinden of juist het meest onschuldige zijn. Cremer lijkt enkel lust te zien; het vrouwelijk lichaam dat in meervoud rondloopt met als enkel doel om hem op te geilen. Hij koelt gelukkig wat af naarmate de selectie foto’s zich verder ontvouwt, en lijkt zich toch een beetje te herpakken. Tijd voor wat inhoud.

680ELB-550_B
Wally Ellenbaas, ‘Solarisatie’, 1933-1934 © Wally Elenbaas / Nederlands Fotomuseum

+ | Zodra Cremer begint te vertellen over de academies en het naakt in de fotografie als genre, wordt het interessant. Hij neemt ons mee achter de schermen, van het atelier van Zadkine in Parijs tot het klaslokaal van de Vrije Academie in Den Haag in de jaren 50. Hij kent elk krukje, heeft elk model (uiteraard) gekust en elke docent de hand geschud. Cremer vertelt dat men vroeger naaktmodellen op straathoeken moest zoeken, want het was niets voor nette dames. Hij vertelt hoe Kees van Dongen er naar het schijnt een half bordeel op nahield, zoveel naaktmodellen liepen er rond in zijn atelier, hoe Picasso bij gebrek aan professionele modellen naaktfoto’s van zijn vrouw Olga verkocht. Het zijn deze anekdotes die de geschiedenis van het genre tot leven doen komen; de verteller in Cremer heeft de overhand genomen. Als we dan sec naar de foto’s kijken: deze zijn stuk voor stuk adembenemend mooi. De vrouwenlichamen hebben allemaal een andere vorm, van slank tot voluptueus. De vrouwen bevinden zich in verschillende situaties, van sensueel tot alledaags. De gemene deler is het lichaam: net als Rembrandt zijn naakten zonder #filter etste, Rubens niet bang was voor wat cellulite, en Marina Abramovic haar eigen lichaam gebruikt, zien we hier het naakt in alle vormen en soorten. De foto’s zijn een ode aan de vrouw, Jan Cremer giet er zijn eigen vunzige sausje overheen.

Hoe lang doe je er over? |  20 min.   

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | Deze keer bieden we je een ‘meer zien’ aan. Voor de tentoonstellingen in het Nederlands Fotomuseum geldt ook voor Museumkaarthouders een toeslag van drie euro per persoon. Niet veel, en zeker de moeite waard aangezien je naast De collectie belicht door Jan Cremer ook nog een andere mooie expositie kunt bezoeken: Bruce Davidson. American Photographer. Deze tentoonstelling is een supergroot retrospectief van het werk van de Amerikaanse fotograaf die sinds de jaren vijftig mensen fotografeerde voor wie de American Dream niet bereikbaar was. Twee vliegen in één klap dus!


De tentoonstelling ‘De collectie belicht door Jan Cremer’ is nog t/m 17 december 2017 te zien in het Nederlands Fotomuseum. Meer informatie:  https://www.nederlandsfotomuseum.nl/tentoonstelling/collectie-belicht-jan-cremer/

Cover: Wally Elenbaas, ‘Solarisatie’, 1933-1934, © Wally Elenbaas, via Het Nederlands Fotomuseum

 

GO | NO GO #80: Finders Keepers

GO | NO GO 24 oktober 2017

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Vandaag kijken we naar ‘Finders Keepers. The Life of Things’ in Het Nieuwe Instituut.

We hebben allemaal wel eens per ongeluk een hele avond back to back TLC-programma’s gekeken. Een van de meest bevredigende shows in het kader van ‘laten we kijken hoe absoluut verknipt andere mensen zijn, dan valt mijn eigen quarterlife crisis eigenlijk best wel mee’ is My Crazy Obsession. Mensen die de vulling uit een jaren 60-bankstel als middagsnack consumeren, mensen die elke dag hun gezicht schoonmaken met industrieel bleekmiddel, mensen die een liefdevolle relatie met een opblaasbare zwembadkrokodil menen te hebben: you name it, they’ve got it. Het Nieuwe Instituut in Rotterdam gaat nu met de billen bloot en toont zijn eigen crazy obsession: verzamelen.

Van een kunstenaar die plastic uit de oceaan vist om een maatschappelijk statement te maken, tot Adri uit Vlissingen die een collectie van 600 mobiele telefoons heeft — de expositie Finders Keepers. The Life of Things is een verzameling verzamelingen: meer dan 5000 voorwerpen uit zo’n 400 collecties. De tentoonstelling heeft misschien wel het meest “museale” thema mogelijk; in musea draait het immers om verzamelen, conserveren en tentoonstellen. Maar waar in de kathedralen voor de kunst doorgaans schilderijen, sculpturen en schetsen getoond worden, richt deze expositie zich op alledaagse objecten. Eén op de drie mensen in de westerse wereld beschouwt zichzelf namelijk een verzamelaar. Wat die verzameling precies behelst, kan ruim geïnterpreteerd worden, wat blijkt als we langs een eindeloze hoeveelheid kapotte fietsbellen lopen. Dat is ook niet belangrijk, want de centrale vraag in deze tentoonstelling delft een stukje dieper: waarom verzamelen we eigenlijk?

Dutch Design DailyInstallatieshot van de expositie, via Dutch Design Daily.

+ | Finders Keepers is een intelligente en actuele tentoonstelling: nog nooit zijn er op de wereld zo veel spullen geweest. We verdrinken in consumptiegoederen en tegelijkertijd zitten onze webshop-winkelmandjes altijd vol. De beweegredenen om een verzameling aan te leggen blijken heel verschillend te zijn, wat deze expositie heel mooi laat zien. Elke collectie is netjes geordend uitgestald als een ware ocd-droom, ernaast een transparant plaatje met uitleg: wie, wat en vooral waarom. Zo komen we bijvoorbeeld kunstenaar Michael Wolf tegen, die gebroken of verbogen kleerhangers verzamelt: “Het is no name design, dat inspireert vanwege zijn gebrek aan esthetiek.” Wolf transformeert ze vervolgens tot exact het tegenovergestelde: de kleerhangers zijn onderdeel van installaties in combinatie met zijn foto’s en daarmee het toonbeeld van esthetiek.

Finders-Keepers-4-2017-c-Mathijs-LabadieInstallatieshot Finders Keepers, door Mathijs Labadie, via Het Nieuwe Instituut

Onze favoriete collectie is echter die van Iza van Riemsdijk uit Rotterdam: zij is mogelijkerwijs de enige verzamelaar ter wereld van vliegenmeppers. Waarom? Ze kocht ooit op vakantie in een afgelegen Japans dorp een vliegenmepper in de vorm van een vlinder: “Het trof me dat iemand zoveel moeite had gedaan om van zo’n alledaags object zo iets bijzonders te maken.” Krijg nou wat, Iza heeft een punt. Dankzij haar collectie en deze expositie valt ons op hoe mooi, interessant en soms confronterend deze dagelijkse objecten zijn. We worden een spiegel voorgehouden over hoe we als consumptiemaatschappij functioneren. Laat mij uw verzameling zien, en ik zeg u wie u bent – wij zijn onder de indruk.

–  | Aan de zijwanden van de zaal hangen beeldschermen, waarop interviews met de verzamelaars worden afgespeeld. Het geluid staat aan, op alle schermen, tegelijkertijd. Daarnaast produceert een van de verzamelingen/kunstwerken ook nog luide muziek. Mochten je trommelvliezen nog intact zijn, komt daar het geluid van het museumcafé om het hoekje nog bij, plus de rennende kinderen boven je hoofd (het plafond is  gemaakt van stalen roosters, wat zo heerlijk meedreunt). De kakofonie aan geluiden die je in deze ruimte tegemoet pulseert is borderline ondraaglijk. Onze tip: zet wat Boeddhistische meditatiemuziek op je iPhone en voorkom een jaar lang anger management-sessies.

Hoe lang doe je er over? |  45 min.   

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | Op 9 november vertelt (mede-oprichter van New Urban Collective) over weer een hele andere verzameling: The Black Archives. Dit archief bestaat uit verschillende boekencollecties, archieven en artefacten die de nalatenschap zijn van zwarte schrijvers en wetenschappers. Educate yourself.


De tentoonstelling ‘Finders Keepers. The Life of Things’ is t/m 11 februari 2018 te zien in Het Nieuwe Instituut. Meer informatie: https://finderskeepers.hetnieuweinstituut.nl/  

 

SPECIAL | Gallery Season Opening | Amsterdam

GO | NO GO 11 september 2017

If you say tour, we say go! Nu moeten we eerlijk bekennen dat we een wijntour door Toscane wel zouden kunnen gebruiken (is de zomer echt alweer voorbij?), maar een gallery tour maakt ons niet minder gelukkig. Lucky for us is afgelopen weekend het gallery season in Amsterdam officieel geopend: 21 galeries hebben hun nieuwe tentoonstelling van het seizoen gepresenteerd en er is dus veel nieuws te zien.

We kunnen het niet vaak genoeg zeggen: bezoek naast een museum ook af een toe een galerie. De exposities zijn helemaal gratis en nee, je wordt écht niet weggestaard als je niet van plan bent een kunstwerk te kopen. Sterker nog, de galeriemedewerkers vertellen je maar al te graag meer over de kunstwerken en tijdens de vrij toegankelijke openingen (elke paar weken weer een nieuwe) krijg je meestal wel een glaasje wijn bij binnenkomst. Dat noemen we pas gastvrijheid! To kick off the season zijn wij dus zigzaggend door het centrum gegaan en hebben een aantal not to miss exposities voor jullie op een rijtje gezet.


Anthony Goicolea, Anonymous Self Portrait XXXI, 2017, via Galerie Ron Mandos.

Anthony Goicolea & Mohau Modisakeng | Galerie Ron Mandos

Zodra je de galerie binnenloopt, sta je oog in oog met de grote grijze werken van de Cubaans-Amerikaanse Anthony Goicolea. Een belangrijk thema is de vorming van identiteit en hoe dit gezien wordt in de maatschappij; als eerste generatie Cubaanse migrant in Amerika, katholiek én gay, is hij zich heel erg bewust van zichzelf en van sociale constructies. Wij zien dit stukje zelfbewustzijn terug in zijn serie Anonymous Self-Portraits: figuren zijn zich aan het aan- of uitkleden, inclusief alle moeilijke houdingen die daarmee gepaard gaan. Als we even terugdenken aan de laatste keer dat wij skinny jeans die nét uit de was zijn gekomen probeerden aan te trekken, zijn we heel erg blij dat er niemand in de buurt was om ons te zien worstelen. Goicolea pakt echter precies dit kwetsbare, ongemakkelijke, sensuele, intieme en alledaagse moment en blaast het op tot groter dan levensgroot. Zijn techniek is ook een closer look waard: hij bouwt zijn werken laag voor laag op. Eerst tekent hij met krijt op Mylar-film (halfdoorzichtig papier zo dun als bakpapier), zowel voor-als achterkant en schildert vervolgens een extra laag op de voorkant. Wat op het gezicht witte (geschilderde) banen op het papier lijken, blijken na nadere inspectie t-shirts te zijn: een stukje abstractie waardoor je je niet snel verveelt met dit werk.

En er is meer! Galerie Ron Mandos heeft het groots aangepakt door nog een tweede expositie toe te voegen: Mohau Modisakengs video-installatie als drieluik, gepaard met een aantal stills (op de cover van dit artikel te zien). We kijken van boven op glanzend zwart-wit beelden van een man en een vrouw die (los van elkaar) in een bootje liggen. Ogenschijnlijk lijkt er niet veel te gebeuren, maar dan valt ons op dat het bootje zich langzaam met water begint te vullen, tot de personen verdronken zijn. Het behoeft weinig uitleg dat de kunstenaar hiermee verwijst naar het koloniale verleden, de slavenhandel en de invloed die dat nog steeds heeft op het postkoloniale Zuid-Afrika, alsmede de huidige vluchtelingencrisis. We hebben dit werk onlangs op de Biënnale van Venetië gezien als Zuid-Afrikaanse inzending en onze meningen waren verdeeld: waar de een vond dat lastige en hele belangrijke thema’s uit het verleden toegankelijker worden door ze op een esthetische manier als deze te presenteren, vond de ander dat de esthetische, gelikte video’s afdoen aan het onderwerp. Wij zijn benieuwd wat jullie vinden!

Hoe lang doe je er over? | 30 – 45 min.  

Wanneer kun je een kijkje nemen? | De galerie (Prinsengracht 282) is geopend van woensdag t/m zaterdag, 12.00-18.00 uur.  

Anthony Goicolea’s en Mohau Modisakengs exposities zijn t/m 21 oktober 2017 te zien bij Galerie Ron Mandos. Meer informatie: http://www.ronmandos.nl/exhibitions/anthony-goicolea-mohau-modisakeng  

 


 

Installatieshot in Flatland Gallery. Foto: De Kunstmeisjes.

Stanislaw Lewkowicz: Teerth – Greetings from Calcutta | Flatland Gallery

De Nederlandse kunstenaar Stanislaw Lewkowicz is vooral bekend om zijn litho’s – foto’s die hij vervolgens met een ambachtelijke druktechniek op papier of stof zet. Een serie van zijn kleurrijke litho’s (‘Teerth’) zien we nu in Flatland Gallery, maar onze aandacht werd direct getrokken naar iets heel anders: zijn nieuwe kunstwerk Greetings from Calcutta’ (hierboven te zien). Lewkowicz mocht op residency naar Calcutta en creëerde daar in samenwerking met lokale kunstenaars zijn visuele dagboek dat geïnspireerd is door ‘Patachitra’, de traditioneel West-Bengaalse schilderstijl met felle kleuren en krachtige lijnen. 

Zijn signature litho’s zien we nog steeds terug, maar die zijn op goud glanzend zijde geplakt en omringd door (Kantha) geborduurde dagboekaantekeningen en traditionele motieven. Van dit werk is er maar één, dus het is echt een uniek werk dat de moeite waard is om voor om te fietsen. We zien tegenwoordig een absolute revival van textielkunst en van mixed media (kunst waarin verschillende technieken – bijvoorbeeld fotografie, textiel en schilderkunst – samenkomen in één werk) en dit kunstwerk is een mooi startpunt om kennis te maken met deze trend.

Hoe lang doe je er over? | 15 min.  

Wanneer kun je een kijkje nemen? | De galerie (Lijnbaansgracht 312-314) is geopend van woensdag t/m zaterdag, 13.00-18.00 uur.

Stanislaw Lewkowicz: Teerth – Greetings from Calcutta is t/m 14 oktober 2017 te zien bij Flatland Gallery. Meer informatie: http://www.flatlandgallery.com/exhibitions/teerth/


 

Installatieshot van de expositie bij Lumen Travo. Foto: De Kunstmeisjes

 

Monali Meher: Roots and Threads, Borders and Pieces | Lumen Travo

Lumen Travo zit pal naast Flatland Gallery (ze delen zelfs een ingang), dus je krijgt bij je bezoek aan de Lijnbaansgracht twee exposities voor de prijs van één en ze zijn beide gratis, dus beter kan niet. Ook qua kunst krijg je een dubbeldeal, want net als bij Flatland, vind je bij Lumen Travo mixed media waarin textiel een belangrijke rol speelt. De van oorsprong Indiase kunstenares Monali Meher (nu woonachtig in Gent) reflecteert met haar werk op het thema van migratie: van heel klein als verhuisdozen in ingepakt moeten worden, tot heel groot als migratie van het ene werelddeel naar het andere.

We zien twee verschillende soorten werken in deze expo: foto’s van Meher zelf waar ze vervolgens met rode draden geborduurde patronen en geschreven woorden op heeft aangebracht, en persoonlijke objecten die helemaal “ingepakt” zijn door dezelfde rode wollen draden. Het combineren van de verschillende materialen is – zoals we bij de expo in Flatland Gallery schreven – wat veel kunstenaars op dit moment doen, terwijl het tegelijkertijd ook een rijke geschiedenis toont. Meher gebruikt haar persoonlijke verhaal om het universele en historische verhaal van migratie uit de beelden, wat een goede zet is geweest. We geven eerlijk toe dat we niet elke foto even mooi vonden, maar de expositie als geheel heeft een prettige sfeer waarin we verschillende culturen voelen samenkomen, en is Meher absoluut one to watch!  

Hoe lang doe je er over? | 15 min.  

Wanneer kun je een kijkje nemen? | De galerie (Lijnbaansgracht 314) is geopend van woensdag t/m zaterdag, 13.00-18.00 uur.

Monali Meher: Roots and Threads, Borders and Pieces is t/m 14 oktober 2017 te zien bij Lumen Travo. Meer informatie: https://www.lumentravo.nl/wp/


 


Steve Fitch, Motel, Raton, New Mexico, 1980, via Galerie Wouter van Leeuwen.

Steve Fitch: Western Landmarks & American Motel Signs | Galerie Wouter van Leeuwen

Wie houdt er niet van een beetje Americana? Wij wel, that’s for sure. Nadat we eerder dit jaar van wat Amerikaanse vintage fotografie hebben genoten in Foam (William Eggleston) en het Rijksmuseum (Star Vu), huppelen we nu bij Galerie Wouter van Leeuwen binnen. Daar zie je namelijk een mooie selectie van het werk van Steve Fitch (1949). Hij begon in 1971 reclamezuilen langs de Amerikaanse snelwegen te fotograferen: neon lichtmasten die motels, diners of (stoute) theaters aanprijzen.

Hij begon met een serie overdag, waarbij de zuilen wel te zien zijn maar zonder hun kenmerkende neon-licht. Ze ogen tegelijkertijd vrolijk als een beetje sneu. Een aantal jaren later ging Fitch terug en fotografeerde hij deze snelwegmonumenten ‘s nachts. En dat is precies waar wij het warm van krijgen: het meest heerlijke zuurstokroze, waardoor alles een Lolita-vibe krijgt en wij ons spontaan Thelma & Louise wanen. De galerie geeft een bescheiden overzicht van Fitch’s werk, waardoor het makkelijk behapbaar is en je zelfs in je lunchpauze een beetje kunst kan proeven.

Hoe lang doe je er over? | 15 min.  

Wanneer kun je een kijkje nemen? | De galerie (Hazenstraat 27) is geopend van donderdag t/m zaterdag, 13.00-18.00 uur.

Steve Fitch: Western Landmarks & American Motel Signs is t/m 14 oktober 2017 te zien bij Galerie Wouter van Leeuwen. Meer informatie: www.woutervanleeuwen.com


 

GO | NO GO #58: How to disappear in Seth Price’s exhibition

GO | NO GO 20 april 2017

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. We waren weer in het Stedelijk te vinden, bij de eerste overzichtstentoonstelling van de Amerikaanse kunstenaar Seth Price, ‘Social Synthetic’.

Wij zijn kunstmeisjes. En we schrijven over kunst omdat we JOU willen aansporen om tentoonstellingen te bezoeken, in de hoop dat jij er net zo blij van wordt als wij. De ene tentoonstelling is de ander niet, daarom geven we labels: goed te doen voor groot en klein, of vergt het iets meer voorkennis? Of moet je écht crazy pro zijn om hier iets mee aan te kunnen? Het overkomt ons niet vaak, maar Seth Price – Social Synthetic is er zo eentje in die laatste categorie.

Het oeuvre van Seth Price valt niet onder één noemer te vangen. Hij heeft publicaties en essays geschreven die onder kunstenaars, vormgevers en denkers direct tot cultstatus zijn verheven, zoals Dispersion (2002), How to Disappear in America (2008) en Fuck Seth Price (2015). Hij heeft kleding ontworpen, maakt installaties, sculpturen, video’s en 16-mm film, foto’s, tekeningen, schilderijen, textieldesigns, webdesigns, muziek, videoclips, geluid en poëzie. Als je hem op iets vast probeert te pinnen, is hij in zijn volgende werk weer nieuwe terreinen aan het ontdekken, waarbij hij steeds vanuit nieuwe invalshoeken reflecteert op wat ons hedendaagse bestaan definieert: de impact van technologische vooruitgang en de digitale cultuur die ons leven momenteel vormgeeft. Dit leidt tot enkele slimme observaties, maar ook tot flinterdunne concepten die in de zaalteksten zo mogelijk nog “intellectueler” worden gemaakt.


Links: Seth Price, Vintage Bomber (2005). Rechts: Zaalopname Seth Price – Social Synthetic. Foto: Gert Jan van Rooij. Beide beelden via Stedelijk Museum Amsterdam.

– | Eén van de eerste elementen die je in de tentoonstelling tegenkomt zijn afgegoten, vacuümgevormde mallen van bomberjacks. Het bomberjack werd oorspronkelijk ontworpen voor luchtmachtpiloten in de Eerste Wereldoorlog en was bedoeld als functioneel kledingstuk, dat echter in de loop van de 20ste eeuw werd opgepikt door motorrijders, punkers en hiphoppers. Inmiddels is het een weinig origineel icoon van de massa-geproduceerde mode, zo laat het Stedelijk ons weten (dit trek je dus niet aan als je naar deze tentoonstelling gaat, wees gewaarschuwd). Op zich interessant om bij de culturele transformatie van zo’n kledingstuk stil te staan, maar wat zegt zo’n gouden mal van een verfrommelde bomberjack daar verder over? Het zou flauw zijn van ons om ineens van ieder kunstwerk een zware, diepgaande betekenis te verwachten, maar we stuiten op meer van deze ietwat loze duidingen. Niet alleen die kekke jasjes komen we meerdere malen tegen, ook plastic platen met een enkele afgegoten tiet of een vuist komen we steeds weer tegen, of afgegoten stukken touw (ook wel Knot Paintings genoemd, door Price ook wel ironisch genoeg tot not-paintings omgedoopt). Esthetisch? Best wel hoor. Maar juist door de eindeloze herhaling wordt het ook een beetje flauw. Dat deze beelden in de zaalteksten ‘gelaagd’ worden genoemd en als ‘reallife fotoshoppen’ worden beschreven – wij snapten ‘m niet.

± | We komen meerdere werken tegen waarin Price zich bezig heeft gehouden met de barbaarse kant van onze internetcultuur, waarin executievideo’s, martelingen, moord en brand rondcirculeren die we gek genoeg massaal opzoeken. Een curved flatscreen tv ligt plat op de grond en toont de aanslag in 1981 op de Amerikaanse president Ronald Reagan die hij ternauwernood overleefde. Het schokkende beeld van de verschrikte cameraman heeft hij rondom geblurd, waardoor de gebeurtenis meer weg heeft van een onstuimige nachtmerrie dan van een nieuwsverslag. De chaos en angst van het moment wordt versterkt door het effect van het beeld, dat ons als een draaikolk lijkt op te slurpen terwijl we er boven hangen, kijkend naar het scherm op de vloer. Anderzijds worden de beelden daardoor juist ook nog sensationeler; is dat niet precies wat onze honger naar dit soort beelden tot de nogal zwartgallige guilty pleasure van onze tijd maakt? Maar juist in het geval van deze poging tot moord bestond het internet nog niet. Een ander werk genaamd Digital Video Effects: “Holes”  toont gruwelijke beelden van onder andere onthoofdingen, die op een soundtrack van een helium-achtige vervorming van Price’ eigen stem zichtbaar worden en weer verdwijnen in duizenden gaatjes, die nog het meest weg hebben van de enthousiaste klikken met onze muizen. De visualisering is veelzeggend over de populariteit van afgrijselijke beelden op het internet, maar wordt dan juist getoond op een oud bakbeest van een tv die nog in het piepschuim in een kartonnen doos zit – alsof iemand dat nog gebruikt? Deze ogenschijnlijke dwarsverbanden tussen de technologische vooruitgang van onze devices, tv-beelden en internetcultuur zijn op zijn minst onlogisch, dan wel verwarrend te noemen.


Still van Digital Video Effect: “Holes” (2003). Via Sethpriceimages.com.

± | Wat Seth Price wil zeggen werd ons dus niet altijd duidelijk. Hij staat erom bekend dat hij graag zijn eigen werk van context voorziet via lezingperformances, zelfgeschreven catalogusteksten en persberichten, waardoor we niet zeker weten in hoeverre we het ‘t Stedelijk kwalijk kunnen nemen dat we van de zaalteksten niet veel wijzer werden. De uitleg die hij aan zijn eigen werk biedt is vaak een verlengstuk van het werk, die het geheel vaak gecompliceerder maakt in plaats van verhelderend. Een beetje erg highbrow dus. Duiden is voor mietjes, en dat voelden wij ons in deze tentoonstelling. Door kunstenaars wordt Seth Price echter op handen gedragen; voor het grote publiek (inclusief wijzelf) is hij nog onbekend. Dus ontdek een meester of voel je verloren in deze grote overzichtstentoonstelling – maar don’t come crying to us, want wij hebben je gewaarschuwd.

Hoe lang doe je er over? | Je kunt hier wel drie kwartier voor uittrekken – veel langer of veel korter, hangt af van je energiepeil en goede moed.

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | Denk je nu, fuck it, ik laat me niet zomaar van de wijs brengen? Ga dan vooral op 3 september naar het theoretische event Seth Price: Art and the Internet in the Twenty-First Century in het Stedelijk. Meer info volgt binnenkort op de website van het museum. Wij zullen in ieder geval ons best doen om erbij te zijn! Een mens is tenslotte nooit uitgeleerd…


‘Seth Price – Social Synthetic’ is nog tot en met 3 september 2017 te zien in het Stedelijk: http://www.stedelijk.nl/tentoonstellingen/seth-price-social-synthetic

GO | NO GO #57: Een kwartiertje mediteren met collagekunst

GO | NO GO 18 april 2017

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze keer hebben we TORCH gallery op de Lauriergracht bezocht voor de solotentoonstelling van Popel Coumou: New Work.

Nu we eindelijk zonder angst voor vrieskou en regenbuien de deur uit kunnen gaan, staat een wandeling door de Jordaan bij ons standaard wekelijks in de planning. Hoewel we nooit ‘nee’ zeggen tegen een kopje koffie op de Noordermarkt of een ijsje van IJscuypje, is het niet onze vraatzucht die ons zo vaak naar dit stukje Amsterdam leidt. Surprise, surprise, zoals het goede Kunstmeisjes betaamt, komen wij natuurlijk voor de kunst. In de Jordaan kun je namelijk fantastisch galeriehoppen – tien minuten hier, kwartiertje daar en weer wat nieuwe kunst gespot. Deze week liepen we – uiteraard via het eerder genoemde IJscuypje – naar TORCH gallery, waar nu het werk van de Nederlandse fotografe Popel Coumou te zien is. We kenden haar vroegere foto’s van broeierige kamers en prachtige lichtpatronen al (en zijn fan), dus met een extra enthousiast huppeltje liepen we de galerie binnen om haar nieuwe werk – zoals de wel erg voor de hand liggende naam van de tentoonstelling laat doorschemeren – te zien.

New Work bestaat losjes uit twee soorten kunstwerken. In de voorste ruimte van de galerie zie je lichtbakken met collages van abstracte geometrische vormen. Als een soort artistieke Philips Ambilights pulseert er een gekleurd lampje in de werken, waardoor ze continu een andere sfeer oproepen. De bedoeling is dat het werk gedurende een hele dag langzaam van kleur verandert, maar vraag vooral even aan een galeriemedewerker om de werken op standje turbo te zetten, zodat je binnen vijf minuten de volledige ervaring mee krijgt. Achterin de galerie zie je de tweede serie werken: fotografische collages, waarin Coumou je landschappen, stillevens en abstractie in één voorschotelt.


Popel Coumou, Untitled, 2016, C-print op bubont, houten lijst, 130 x 87 cm, editie van 5 – courtesy TORCH Gallery Amsterdam & Popel Coumou.

+ | Als er één gevoel is dat bij ons overheerst, is het ‘zen’. De lichtbakken die langzaam van kleur en vorm veranderen zijn een meditatie-oefening op zich (en een stuk goedkoper dan een drieweekse yogacursus op Bali). Maar ook van de fotocollages worden we lekker rustig; de subtiele landschappen, pastelkleuren en geometrische vormen zijn perfect in balans. Voordat je hersenen al bij het lezen van dit stukje op stand-by gaan – niet denken dat deze kunstwerken saai zijn. Coumou’s kunstwerken lijken gePhotoshopt, maar zitten in werkelijkheid een stuk complexer en ambachtelijker in elkaar. Ze neemt foto’s van landschappen, waar ze vervolgens een semi-transparant vel papier overheen legt. De geometrische vormen die uit het vel papier zijn geknipt, transformeren de eerste foto tot een interessante collage. Het geheel fotografeert ze vervolgens met een analoge camera, waardoor het beeld een beetje korrelig wordt en die vintage vibe krijgt.

+ | In musea verwachten we bij elke tentoonstelling een catalogus: dikke boeken met een overzicht van alle kunstwerken uit de expositie, voorafgegaan door een aantal essays. In metershoge stapels liggen deze catalogi bij de ingang van de tentoonstelling te wachten op toeristen die de loodzware artistieke epistels in hun handbagage mee zullen nemen. In galeries kom je echter zelden tentoonstellingscatalogi tegen; de productie ervan kost een hoop geld en ze worden niet zo vaak gekocht (dus is de investering erg hoog). Wat je in galeries wel soms tegenkomt – en wat ook hier het geval is – zijn kunstenaarsboeken. De kunstenaar maakt zelf een soort mini-catalogus met een overzicht van zijn of haar kunstwerken. Het zijn limited edition uitgaven en echt collectors items, kunstwerkjes op zich. Popel Coumou heeft een hele serie van deze kunstenaarsboeken, waaronder een nieuwe voor haar expositie New Work, die je voor een prikkie zowel in de galerie kunt kopen, als via haar website.

Hoe lang doe je er over? | 15-20 min.

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | Call us crazy, maar wij moeten bij de collages van Coumou een beetje denken aan de surrealistische kunst van Magritte. Deze ‘meer weten’, wordt dus een ‘meer zien’: als je het werk van Coumou mooi vindt, zal je een tripje naar Rotterdam ook wel kunnen waarderen. Daar vind je – onder andere – Magrittes kunstwerken in de expositie Gek van surrealisme, nog tot en met 29 mei 2017 te zien in Museum Boijmans van Beuningen.


De tentoonstelling ‘Popel Coumou – New Work’ is nog t/m 20 mei 2017 te zien bij TORCH Gallery. Meer informatie: http://www.torchgallery.com/exhibitions/new-work_3.html

Coverbeeld: Popel Coumou, Untitled, 2016, C-print op bubont, houten lijst, 130 x 87 cm, editie van 5 – courtesy TORCH gallery Amsterdam & Popel Coumou

GO | NO GO #56: Alice in Wonderland, maar dan in Wassenaar

GO | NO GO 15 april 2017

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze week hebben we een roadtrip naar Museum Voorlinden gemaakt voor de tentoonstelling ‘De tussentijd’.

We hebben al eerder over Museum Voorlinden geschreven, maar voor wie de memo heeft gemist: dit privémuseum is in september 2016 geopend, midden op een prachtig landgoed in Wassenaar. Kraaijvanger architecten hebben het moderne gebouw ontworpen (we kwijlen al als we er aan denken) dat echt in dienst staat van de kunst: de ruimtes zijn hoog, kijken uit over het groene landschap en alles is super extra strak ingericht (let op: je zult geen enkel onnodig bordje, lampje of stuk apparatuur tegenkomen, alles is netjes weggewerkt). De collectie zelf is ook niets minder dan indrukwekkend; verzamelaar Joop van Caldenborgh (de eigenaar van het museum) heeft de afgelopen 50 jaar topstukken van Maurizio Cattelan, Richard Serra, Jan Schoonhoven, Olafur Eliasson en nog vele anderen grote namen van de moderne en hedendaagse kunst bijeengebracht en in Wassenaar voor het publiek toegankelijk gemaakt.

Voordat we helemaal in katzwijm vallen, terug naar waar je voor bent gekomen vandaag: de tentoonstelling. De tussentijd is een collectietentoonstelling, wat er op neerkomt dat het museum zoveel mooie kunstwerken heeft dat ze niet allemaal tegelijkertijd aan de museumwanden passen en ze dus afwisselend getoond worden. Dat gaat natuurlijk niet helemaal at random, er is namelijk een thema gekozen: “de niet meetbare innerlijke tijd,” waarin je “niet meer weet hoe laat het is, dat je kunt dagdromen, dat je openstaat voor het onverwachte.” Klinkt een beetje vaag, maar we hebben het wel over moderne en hedendaagse kunst dus je zult je geest een beetje flexibel moeten houden. 43 keer flexibel maar liefst, want zo veel kunstwerken zijn er in deze tentoonstelling te zien.

Installatieshot van de tentoonstelling ‘De Tussentijd’, via Museum Voorlinden

+ | Wanneer je door deze expo loopt, voel je je net als Alice in Wonderland. De kunstwerken zijn heel fantasierijk, vreemd en nemen soms zelfs een loopje met je. Een goed voorbeeld hiervan is de hangende bol van Edith Dekyndt, genaamd Major Tom (2009). Deze “ballon” is gevuld met precies zoveel helium en lucht, dat hij stabiel op één positie blijft zweven tussen grond en plafond. Je denkt echt dat je ogen je bedriegen, maar als je héél goed kijkt, zie je een klein transparant draadje van de grond lopen, wat bovendien alleen toegevoegd is zodat mensen de ballon niet verplaatsen als ze er tegenaan lopen. Hetzelfde effect wordt bereikt door Arturo Hernández Alcázars werk Black Kites (Bird of ill omen); zwarte vuilniszakken gevormd tot een soort vleermuizen lijken mid-vlucht gevangen te zijn in het museum, enkel verbonden met de grond door een touwtje dat aan een steen  vast zit. Het lijkt bijna onmogelijk, maar then again – alles is mogelijk in Wonderland. We kunnen nog even doorgaan met de andere 41 kunstwerken, maar ga maar zelf down the rabbit hole en laat je verrassen.

+ | Er is nog meer te zien op dit moment in Museum Voorlinden. Tot en met 11 juni 2016 zie je de interactieve, neurotische en lichtelijk gestoorde tentoonstelling Say Cheese van Martin Creed. Lees hier terug wat wij over deze tentoonstelling schreven (spoiler: we vonden het te gek). Heb je nog steeds niet genoeg kunst, niet getreurd: er zijn nog meer werken te zien, permanent. Misschien komt het doordat je er echt werk van moet maken om bij Museum Voorlinden te komen, misschien doordat je je even op vakantie waant zodra je het landgoed op rijdt, maar je krijgt écht nooit genoeg van het museum. Wij blijven maar roadtrips naar Wassenaar plannen, al is het om een rondje om het museum te lopen en de architectuur te bewonderen, of even te spieken in de fantastische bibliotheek. Mocht je dus nog niet zijn geweest, zet een bezoek aan dit museum meteen bovenaan je to do-lijst.

Hoe lang doe je er over? | 60  min.

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | Hier krijg je alvast een sneak preview van je bezoek aan Museum Voorlinden. Mocht je nog meer willen weten over dit spectaculaire privémuseum, vind je hier een interessant artikel over het ontstaan van Museum Voorlinden.


De tentoonstelling ‘De tussentijd’ is nog t/m 30 september te zien in Museum Voorlinden. Meer informatie: http://www.voorlinden.nl/tentoonstelling/de-tussentijd/

Coverbeeld: Installatieshot van de tentoonstelling ‘De Tussentijd’, via Museum Voorlinden.

GO | NO GO #55: “Warning, may cause epileptic seizures”

GO | NO GO 13 april 2017

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze week waren we bij ‘Eye Attack’ in het Stedelijk Museum Schiedam.

Warning, may cause epileptic seizures.” Deze tekst is geen overbodige waarschuwing in Schiedam, want de tentoonstelling Eye Attack gaat over Op-Art en kinetische kunst. Op Art (een afkorting van optical art) is een kunststroming die in de jaren 50 en 60 door middel van optische effecten de kunstwereld draaiende hield (pun intended). Door het bijna wetenschappelijk toepassen van visuele trucjes en de psychologie van de waarneming te gebruiken, laten de kunstwerken ons tot op de dag van vandaag sterretjes zien. Kinetische kunst is kort gezegd bewegende kunst, die we al eerder hebben gezien in het Stedelijk Museum in Amsterdam bij de werken van Jean Tinguely.

Het Stedelijk Museum is voor de komende maanden omgetoverd tot een soort spiegelpaleis en mindfuck deluxe: niets is wat het lijkt in deze tentoonstelling. Al vanaf het eerste moment word je voor de gek gehouden met schilderijen die van de muren af lijken te bollen, kunstwerken die je hypnotiseren met golvende bewegingen en geometrische werken waar met elke blik steeds iets anders in te zien is. Als inleiding op de tentoonstelling is in de eerste zaal een uitgebreid overzicht gemaakt van de ontwikkeling van de twee stromingen en hun context; je ziet voorbeelden van kunstwerken met daaronder welke maatschappelijke en wetenschappelijke gebeurtenissen toen plaatsvonden. Geheel in ninjamodus gaan wij de tentoonstelling in: Attack!


Links: Peter Struycken, ‘Wetmatige beweging van vorm en kleur’, 1965. Collectie Stedelijk Museum Schiedam. Rechts: Jean-Pierre Yvaral, ‘Progression Polychrome A.70’, 1970. Collectie Louisiana Museum of Modern Art, c/o Pictoright Amsterdam. Beide via Stedelijk Museum Schiedam.

+ | Deze tentoonstelling is echt een aanrader! Hier hoef je geen verstand te hebben van oude Griekse mythes of symbolisme, of wat nu precies de betekenis van ‘pasteus’ is. Voor de kunst in deze expo hoef je alleen maar te kijken. De kunstenaars laten je twijfelen aan je eigen waarneming, waardoor je ook geboeid blijft en er telkens weer iets nieuws te zien is. Zo worden sommige vormen groter en scherper naarmate je dichterbij komt, blijken er opeens andere vormen te zien wanneer je van een andere hoek kijkt, of blijkt een plat vlak opgebouwd te zijn uit driedimensionale objecten. Is it a plane? No it’s not.

+ | We noemden in de introductie al even de tentoonstelling van Jean Tinguely. Net als bij deze tentoonstelling, mag je in Schiedam sommige kunstwerken aanzetten met een grote knop. Bedwing jezelf niet en haal alles uit deze ervaring door alle werken in beweging te zetten. Voordat je té enthousiast wordt: als er geen knop bij zit, beweegt het werk niet. Tenzij je van plan bent het werk te kopen, raden we je aan er geen zwaai aan te geven. Doordat de expo zo speels is, is deze ook super geschikt voor jonge kinderen. Bonusvoordeel: na drie kwartier rondrennen zijn je nichtje en neefje helemaal afgemat en kan jij de rest van de dag in alle rust op een terrasje zitten.

± | Voor deze tentoonstelling zijn de mooiste op-art en kinetische kunstwerken bij elkaar gebracht. De kwaliteit spat er dan ook echt vanaf. Kunstenaars zoals bijvoorbeeld Victor Vasarely, die op 11 april 2017 voor een bedrag van bijna € 400.000 werd geveild bij Christies. Of de Britse dame Bridget Riley, die in 2003 een solotentoonstelling had in de Tate Modern. Grote jongens (en meisjes) dus, die zeker de moeite zijn om je lichaam naar Schiedam te slepen. Maar hoe mooi de kunstwerken zijn, zo lelijk zijn de ruimtes ingericht. Wij hebben niets tegen een minimalistisch design, maar de tl-buizen hadden ze wel op een iets warmer standje mogen zetten. Ook zouden de ruimtes wat speelser ingericht mogen worden; de werken zelf zijn zo spannend en leuk, maar dat effect wordt wel een beetje minder als alles netjes naast elkaar hangt. Misschien heeft het museum rekening gehouden met de gemiddelde leeftijd van de museumbezoeker, die ondanks vele pogingen voorlopig nog steeds op een steady 50+ staat en daarmee wellicht een risicogroep vormt voor epileptische aanvallen en hartkloppingen bij het zien van een driedimensionale kleurentunnel met flikkerend licht. Kleine troost: helemaal bovenin het museum vind je een zolderkamer met oude houten balken. Deze ruimte staat bijna helemaal vol met bewegende kunstwerken, wat ons doet terugdenken aan verkleedpartijtjes en verstoppertje spelen op oma’s zolder.

Hoe lang doe je er over? | 45 min.

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | Deze tentoonstelling is gemaakt samen met het Louisiana Museum in Denemarken. Een ontzettend leuk museum om te bezoeken als je bijvoorbeeld ooit een citytrip naar Kopenhagen maakt. Anyhow, Hoe de tentoonstelling er daar uitzag, zie je hier: https://en.louisiana.dk/exhibition/eye-attack


‘Eye Attack’ is nog tot en met 18 juni 2017 te zien in het Stedelijk Museum Schiedam: http://www.stedelijkmuseumschiedam.nl/nl/545eye-attack

Coverbeeld: Victor Vasarely, ‘Vega-P+ól’, 1969. Courtesy Pierre Vasarely en De Primi Fine Art, c/o Pictoright Amsterdam, via: Stedelijk Museum Schiedam.

GO | NO GO #54: Totale tulpenchaos

GO | NO GO 6 april 2017

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze keer zijn we naar Museum Van Loon gegaan, voor de tentoonstelling ‘Turkish Tulips: Gavin Turk’.

Wie bel jij als je een leuk project wilt doen? Als je Gavin Turk (1967) heet, zijn dat onder andere Damien Hirst, Cornelia Parker, Gordon Cheung en Philippa van Loon (inderdaad, Van Loon herself). De Britse kunstenaar Turk is een van Young British Artists en needless to say: hij heeft een lekker netwerk. In Museum Van Loon heeft hij de vrije hand gekregen om de tentoonstelling Turkish Tulips vorm te geven. Het thema: de handelsroute van de Tulp van Turkije naar Nederland tijdens de Gouden Eeuw. Je ziet echter geen oude kunst in deze expositie, Turk heeft deze tentoonstelling namelijk ingevuld met voornamelijk hedendaagse kunstwerken van zijn famous friends.

Naast de talloze werken van de eerder genoemde Damien Hirst and company, heeft Turk zelf ook zijn handen uit de mouwen gestoken. Speciaal voor deze expositie heeft hij een nieuw werk gemaakt, met een hedendaagse knipoog naar het handelsverleden van Nederland. Zodra je de weelderige Blauwe Salon binnenloopt, zie je statige portretten, een kostbaar tapijt en een extravagant gouden tafeltje met daarop… een kartonnen tulpendoos. Het contrast tussen de simpele doos en het bombastische interieur is fantastisch, nog meer wanneer je erachter komt dat het alleen een kartonnen doos LIJKT. Het is in werkelijkheid namelijk een loodzware bronzen sculptuur, die zo geweldig goed is beschilderd dat je het niet van karton kunt onderscheiden. Hetzelfde trucje heeft Turk eerder uitgehaald met zijn werk Box (2002-2003), dat ook in deze tentoonstelling te zien is.

Naamloos kopie.jpg
Turkish Tulips, Museum Van Loon. Foto’s door Friso Boven, via Museum Van Loon.

+ | Wij worden heel vrolijk van een aantal kunstwerken in deze tentoonstelling. Naast de misleidende “kartonnen” dozen, willen we Five Tulips in a Wan-Li Vase (2016) door Rob and Nick Carter ook zeker even noemen. In dit “digitale schilderij” zie je een vaas met tulpen die er exact zo uitziet als de stillevens van de Gouden Eeuw. Het is echter een video; de tulpen zijn gedurende tien dagen gefilmd, van bloei tot ontbinding. Dit proces zie jij in 25 minuten, wat een heel hoog Harry Potter gehalte heeft: het schijnbaar bewegingsloze werk komt zo nu en dan opeens tot leven.

– | Het uitgangspunt van de tentoonstelling klinkt even ambitieus als actueel: “Turkish Tulips sluit aan bij actuele thema’s, zoals de globalisatie, de ethiek rond het kweken van nieuwe resistente plantsoorten, de immigratie en de integratie van mensen die vanuit deze regio’s in Nederland zijn komen wonen. De klassieke bloem zal symbool staan voor de fragiele, kleurrijke en onderzoekende handelsroutes van Turkije naar Nederland,” aldus Museum Van Loon. Helaas zien wij hier weinig van terug. Het is erg hard zoeken naar de samenhang tussen de stukken en de overkoepelende boodschap. Wij zien gewoon tulpen. Heel veel tulpen. Verguld, geschilderd, getekend, in bewegend beeld, en dan vergeten we vast nog een aantal voorbeelden. Als je van bloemen houdt, is deze tentoonstelling wel een waar genot, vooral als je je bezoek afsluit met een wandeling door de (levende) tuin aan de achterzijde van het museum.

± | Bij deze expo verschijnt geen catalogus, maar een krant. The Hoft Examiner is samengesteld door The House of Fairy Tales (opgericht door Gavin Turk en zijn vrouw Deborah Curtis) en ziet er precies zo uit als het klinkt: een beetje kinderlijk. The House of Fairy Tales is een stichting die zich richt op kunstgerelateerde educatieprogramma’s voor jonge mensen, en de illustraties en opmaak van deze krant ogen ook meer geschikt voor kinderen dan volwassenen. Aan de inhoud schort echter niets; je vindt er ontzettend veel informatie over de (kunst)historische betekenis van de tulp en de tentoonstelling, de kunstenaars die er aan meedoen en hun inspiratiebronnen. Wij bewaren de plaatjes dus voor een meer giechelige bui en zijn erg blij met de aanvullende uitleg, waardoor de verschillende werken in deze tentoonstelling toch iets meer samenhang krijgen.

Hoe lang doe je er over? | 30 min.

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | Bekijk hier de goooooorgeous trailer voor Turkish Tulips, inclusief gesprekken met Philippa van Loon en Gavin Turk, en laat je verleiden.


‘Turkish Tulips: Gavin Turk’ is nog tot en met 29 mei 2017 te zien in Museum Van Loon: http://www.museumvanloon.nl/agenda/92

coverbeeld: Turkish Tulips, Museum Van Loon. Foto door Friso Boven, via Museum Van Loon.