Categorie: GO | NO GO

GO | NO GO #111: Vergeet-me-nietjes

GO | NO GO 26 april 2018

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze keer zijn we op bezoek bij het Nationaal Holocaust Museum voor de expositie ‘Kunst om niet te vergeten’.

Als je denkt aan hét ideale uitje voor je vrije zaterdagmiddag, is Het Nationaal Holocaust Museum waarschijnlijk niet het eerste wat in je opkomt. Time for a change, zeggen wij. Dit museum heeft haar deuren in 2016 geopend op een van de mooiste plekken in Amsterdam: de Plantage Middenlaan, vlak om de hoek bij Artis en de Hortus Botanicus. In dit gebouw zat vroeger de Kweekschool en tijdens de Tweede Wereldoorlog werden honderden kinderen via deze plek naar veiligere plaatsen gesmokkeld. Het museum is nog niet helemaal af: stap voor stap worden ruimtes opengesteld en wordt er gewerkt aan een programmering. Maar van de tentoonstellingen die tot nu toe zijn getoond – onder andere de expositie van Douglas Gordon – zijn wij onder de indruk. Het draait in dit museum namelijk niet enkel en alleen om verdriet en verlies. De verhalen (inderdaad voornamelijk over de Holocaust) worden hier vanuit verschillende standpunten en emoties verteld. Er is naast verdriet dus veel ruimte voor liefde, ontroering en schoonheid.

Max Bueno de Mesquita, Metamorfose (drieluik), 1972, Collectie Joods Historisch Museum, Amsterdam & Ralph Prins, Wake Up, 1993, Collectie Joods Historisch Museum, Amsterdam
Links: Max Bueno de Mesquita, Metamorfose (drieluik), 1972 | Rechts: Ralph Prins, Wake Up, 1993, beide: Collectie Joods Historisch Museum, Amsterdam

Zo ook in de nieuwe expositie ‘Kunst om niet te vergeten’, waar werk van 27 Joodse en niet-Joodse kunstenaars wordt getoond; van schilderijen en sculpturen tot foto, video en affiches. Het onderwerp is – you guessed it – de Jodenvervolging in Nederland. Ruim de helft van de deelnemende kunstenaars heeft de oorlog zelf meegemaakt en brengt hun ervaringen, emoties en gevoel tot uitdrukking in de kunstwerken. De rest bekijkt dit donkere hoofdstuk uit onze geschiedenis vanuit een meer maatschappelijk perspectief, of juist als een herinnering aan hun (Joodse) voorouders.

+ | Allereerst: douze points voor de titel van deze expositie, want hij dekt de lading op alle mogelijke manieren. De expositie is namelijk niet voor één gat te vangen. Wat we ‘niet mogen vergeten’  is natuurlijk de tragische geschiedenis van de Jodenvervolging, maar tegelijkertijd zijn de kunstwerken en hun makers zelf ook het onthouden waard. We zien zowel (voor ons) nieuwe namen als Max Bueno de Mesquita en Annette Rosen-Apotheker, van wie ontroerende en subtiele kunstwerken te zien zijn; Bueno de Mesquita maakte voornamelijk sculpturen en schilderijen (zie afbeelding hierboven), Rosen-Apotheker houdt zich bezig met sculpturale installaties. Maar we zien ook grote en bekende namen als Marlene Dumas, Ed van der Elsken en Jasper Krabbé. Wie had dat gedacht? Wat de kunstwerken zelf betreft, zien we ook duidelijke verschillen. Zo heb je werken waar je hart spontaan van breekt, zoals de lijsten met namen van overledenen; een beetje wat je zou verwachten bij een tentoonstelling die de Holocaust als thema heeft. Andere kunstwerken, zoals enkele videowerken of de installatie van Rosen-Apotheker zijn wat gelaagder. Ze zijn heel esthetisch en dus aangenaam om naar te kijken, maar zit er ook een ontroerend of aangrijpend verhaal achter. Deze tweede, diepere laag, kan je zelf verkennen als je er wat meer tijd voor neemt. Hoeft niet, mag wel.

Esther Zilversmit en Appie Bood, Voor Omi, 2002-2008, via het Joods Cultureel Kwartier
Esther Zilversmit en Appie Bood, Voor Omi, 2002-2008, via het Joods Cultureel Kwartier

+ | Laten we het toch nog even over die diepere laag hebben, want wij zijn groot voorstander van ‘een beetje extra tijd nemen’ om zo de verhalen achter de werken te leren kennen. Ze komen veel beter (en harder) binnen dan. Een goed voorbeeld – en een van onze hoogtepunten in deze tentoonstelling – is het videowerk van Esther Zilversmit en Appie Bood, ‘Voor Omi’. Zilversmit (in 2003 overleden op 29-jarige leeftijd) maakte samen met haar partner Bood zogenoemde ‘beeldverhalen’ met Polaroid- en videocamera’s. In ‘Voor Omi’ zien we de kunstenares kleding passen; van sexy nachtjaponnetjes tot oversized jassen. Samen met de muzikale soundtrack en haar zwoele bewegingen is deze video heel sensueel, vrolijk en een lust voor het oog. Maar als we vervolgens de tekst erbij lezen, krijgen we toch een beetje een brok in onze keel. De kleding die Zilversmit past, was van haar overleden Joodse oma. Door elk kledingstuk aan te trekken, wil Zilversmit als het ware in de huid van haar oma kruipen om haar zo dichtbij zich te voelen. Snik. Ieder kunstwerk in deze tentoonstelling is uitgebreid beschreven in het informatieboekje dat je aan het begin van de zaal kunt vinden. Pick and choose of lees het helemaal uit – het voegt echt wat toe.  

Hoe lang doe je er over? | Een half uur om te kunstwerken te bekijken, minimaal een half uur erbij als je ook alle teksten wilt lezen (aanrader!).

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | Op 4 mei is het weer Nationale Herdenking en in het Nationaal Holocaust museum vindt een bijzonder evenement plaats: de Open Joodse Huizen. Ben je geboeid door de verhalen van vervolging, verzet en bevrijding? Educate yourself door in intieme setting te luisteren naar getuigen, nazaten en kenners.


De tentoonstelling ‘Kunst om niet te vergeten’ is nog t/m 2 september 2018 te zien in het Nationaal Holocaust Museum. Meer informatie: https://jck.nl/nl/tentoonstelling/kunst-om-niet-te-vergeten

Tekst: De Kunstmeisjes (Mirjam Kooiman, Nathalie Maciesza en Renee Schuiten-Kniepstra).

Cover: Marlene Dumas, Liberation (1945), 1990, Collectie JHM, in langdurige bruikleen van de kunstenaar via het Joods Cultureel Kwartier, Amsterdam.

Advertenties
Daubigny, De boom met kraaien, 1867 kopie

GO | NO GO #110: Enkeltje Frankrijk please

GO | NO GO 24 april 2018

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze week zijn we in het Gemeentemuseum in Den Haag voor de tentoonstelling ‘Naar buiten!’

Barbizon, een plattelandsdorpje aan de rand van het bos van Fontainebleau dat diende als toevluchtsoord voor de kunstenaars. Denk aan pittoreske stenen huisjes, rode luifels, veel groen en een aangename temperatuur. Barbizon was een perfecte plek voor de schilders die het stedelijke academische wilden ontvluchten en wilden connecten met de natuur. Geen wonder dat er zelfs een heuse kunstenaarsgroep ontstond op deze plek. De School van Barbizon bestaat uit een groep jonge, Franse schilders die zich hier halverwege de negentiende eeuw vestigden en in de frisse buitenlucht realistische taferelen gingen schilderen.  De School groeide uit tot een voorbeeld voor Europese kunstenaars en veranderde in een internationale kunstenaarskolonie. De beste mannen konden niet alleen lekker schilderen – ze maakten ook prenten! Deze kunstenaars bewijzen dat je je ook één met de natuur kunt voelen in klein formaat, vaak ook nog in zwart-wit. Chapeau.

Het Gemeentemuseum heeft een selectie van 45 prenten ondergebracht in de expositie ‘Naar buiten!’. Een bescheiden, maar fijne ode. Daar hoefde het museum niet voor naar Frankrijk af te reizen, want ze bezit zelf een van de grootste collecties negentiende eeuwse grafiek, oeh la la! Mocht je nu meteen geeuwen bij de gedachte aan prenten – even wakker blijven, want in deze collectie bevinden zich onder andere werken van grote namen uit de School van Barbizon: Jean François Millet, Théodore Rousseau en Charles-François Daubigny. Kleine waarschuwing: ze hangen in het Berlage-kabinet, wat even zoeken is. De titel ‘Naar buiten!’ verwijst natuurlijk naar de vele landschappen die er hangen, hét belangrijkste onderwerp en inspiratiebron voor de schilders van de School van Barbizon. Een enkeltje Frankrijk dus, waar je niet eens de stad voor uit hoeft.

Links: Charles-Francois Daubigny, ‘De herten in het bos’, 1850, ets, inkt op papier. | Rechts: Charles-Francois Daubigny, ‘De terugkeer van de kudde’, 1862, cliché-verre, inkt op papier, beide: Gemeentemuseum Den Haag
Links: Charles-Francois Daubigny, ‘De herten in het bos’, 1850, ets, inkt op papier. | Rechts: Charles-Francois Daubigny, ‘De terugkeer van de kudde’, 1862, cliché-verre, inkt op papier, beide: Gemeentemuseum Den Haag

± | De rust in het Berlage-kabinet zorgt ervoor dat je je als bezoeker even temidden van de bossen van Fontainebleau waant. De mooie presentatie van de werken in groepjes van thematisch gelijksoortige prenten aan de witte muren draagt hieraan bij. De prenten in deze expo zijn pareltjes: ze bieden intieme inkijkjes in de community van de School van Barbizon. De vele landschappen laten zien dat de schilders hun inspiratie haalden uit de omgeving van Barbizon, en de prenten van het atelierbootje van Daubigny maken dat je je deelgenoot voelt van de groep. Kanttekening: we missen een beetje uitleg. Van de 45 prenten zijn er 26 van de hand van Daubigny. Is dit omdat hij meer grafiek produceerde dan zijn tijdgenoten? Of omdat er van hem simpelweg meer bewaard is gebleven? Een verklaring blijft uit. Ook meer informatie over de verschillende grafische-technieken zou prettig zijn. Hoewel de gemiddelde bezoeker waarschijnlijk wel weet wat een ets is, moesten wij toch even Googlen toen we ‘cliché verre’ zagen staan. Iets met een combinatie van etsen, schilderen of tekenen en fotografie.

2018J0170
Zaaloverzicht: ‘Naar Buiten’, Berlage Kabinet, Gemeentemuseum, Den Haag

± | Eén van de kunstenaars die in de negentiende eeuw under the spell van de School van Barbizon kwam, is de Duitse Max Liebermann, een ware fan van Millet. Voor deze schilder, graficus én professor heeft het Gemeentemuseum alle toeters en bellen uit de kast getrokken; het is een heerlijk grote expositie, met mooie catalogus en een sprekende poster. ‘Naar buiten!’ verbleekt een beetje naast dit zwaargewicht. Hoewel de prenten van de School van Barbizon worden gepresenteerd als een op zichzelf staande tentoonstelling, voelt het toch meer als een verstopt aanhangsel van de grote Liebermann-expositie – als een gang die nog wat opgeleukt moest worden. De paar mensen die samen met ons in het Berlage-kabinet staan lijken eerder verdwaald naar de uitgang te zoeken. In de Max Liebermann-tentoonstelling wordt kort aandacht besteed aan de parallellen tussen zijn kunst en die van de School van Barbizon. Een interessante en leuke invalshoek, die verder had kunnen worden uitgewerkt.

Hoe lang doe je er over | You can do whatever you like: binnen 5 minuten de gang door sjeezen, of er de tijd voor nemen en je zo’n 20-30 minuten vergapen aan de kleine kunstwerken.

Expert level | Beginners (maar dus wel even ‘cliché verre’ Googlen) | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | Als je toch in Den Haag bent, vergeet dan vooral niet de prachtige Mesdag Collectie te bezoeken! De Mesdags kochten veel kunst van de School van Barbizon en waren in love met Daubigny. Naast de School van Barbizon hebben ze ook prachtige werken van de Haagse School en andere negentiende eeuwse kunstenaars: alle ingrediënten voor un joli détour!


De tentoonstelling Naar buiten! in het Haags Gemeentemuseum is nog te zien t/m 24 juni 2018. Meer informatie: www.gemeentemuseum.nl/nl/tentoonstellingen/naar-buiten 

Tekst: Charlotte Hercules

Coverbeeld: Charles-François Daubigny, ‘De boom met kraaien’, 1867, ets, inkt op chine collé, 28,8 cm x 37,3 cm, Gemeentemuseum Den Haag

 

GO | NO GO #109: Filmkunst die je wakker schudt

GO | NO GO 17 april 2018

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze keer droomden we weg in zitzakken bij EYE, waar we zes majestueuze filminstallaties te zien kregen.

Eigenlijk jammer dat het lente is, want deze tentoonstelling nodigt uit om minstens een paar uur in het donker lekker te weg te zakken en films te kijken. Ideaal dus voor regenachtige dagen, die vast nog komen. We hebben het tenslotte wel over Nederland. De expositie ‘Hito Steyerl, Ben Rivers, Wang Bing |EYE Art & Film Prize’ laat werk van deze drie kunstenaars/ filmmakers zien, die in achtereenvolgens 2015, 2016 en 2017 de prestigieuze EYE Art & Film Prize wonnen. Door voor een groepshow te kiezen in plaats van solo’s, kan EYE in één klap de meest uiteenlopende voorbeelden van geëngageerde film laten zien. Engagement is zo’n term die te pas en te onpas gebruikt wordt. Wat het in het kort inhoudt: dit zijn films die politieke actie en sociale betrokkenheid bij je willen aanwakkeren.

hito_steyerl_the_tower_2015_image_courtesy_of_the_artist_and_andrew_kreps_gallery_new_york_11
Hito Steyerl, ‘The Tower’, 2015, courtesy: Hito Steyerl & Andrew Keeps Gallery, New York, via: EYE Amsterdam

Maar wie zijn de drie filmmakers eigenlijk? Hito Steyerl, Powerwoman Numero 1 volgens Artreview 2017, is de VJ van het stel. Haar films refereren aan ons digitale tijdperk en de massacultuur. Bij de installatie ‘The Tower’ nodigt ze je uit om voor drie schermen plaats te nemen in een gelikte rode designstoel. Dat loungen is precies de comfortabele, maar passieve positie die ze in dit werk bekritiseert. Met verleidelijke beelden die doen denken aan games voert ze je mee naar Saddam Hoessein, wapenhandel en de oorlog in Noordoost Oekraïne. Ze laat zien dat je er meer mee te maken hebt dan je misschien door hebt: niks ‘ver van je bed’-show. Het werk van Ben Rivers is qua ritme, sfeer en beelden totaal anders: Rivers reist graag af naar van die bijna onbewoonde oorden waar je alleen maar van kan dromen en filmt daar afgezonderde mensen in prachtige landschappen. Maar het is niet alleen maar romantisch, er broeit iets onder de oppervlakte… De grootste ruimte van de tentoonstelling bestaat tot slot uit een multiscreen-opstelling met verschillende films van Wang Bing. Bing laat beelden zien die China voor zichzelf en het buitenland liever verborgen houdt – zijn films worden dan ook niet officieel vertoond in zijn thuisland. Hij laat de schroothoop van de globalisering en de mensen die er leven zien; een leven dat uitputtend, onzeker en onvrij is. Bing is terughoudend in monteren, wat leidt tot een film van een enkel shot van maar liefst 15 uur: één enkele werkdag in een kledingfabriek. Hij vindt dat mensen zelf moeten bepalen hoeveel tijd ze nemen voor zijn films: jij kan uit de zaal weglopen wanneer je maar wilt.

wang_bing_three_sisters_2012_image_courtesy_of_the_artist
Filmstill: Wang Bing, ‘Three Sisters’, 2012, courtesy: Wang Bing, via: EYE Amsterdam

+ | Ben je een hipster die zich graag af en toe afzondert van het drukke stadsleven? Iemand die fantaseert over een kluizenaarsbestaan, een utopisch leven zonder regels? Heb je inmiddels je iPhone weggegooid om meer ruimte te maken voor het ‘echte’ leven? Dan is Ben Rivers je soulmate. Hij mag de tentoonstelling aftrappen en dat is gedurfd, want zijn werk vraagt de meeste concentratie van de toeschouwer. Zijn films (de afgezonderde landschappen, remember?) zijn stiller dan die van de andere makers, subtieler en -het moet gezegd – ze werken waarschijnlijk het beste in een bioscoopzaal. Het was in zijn ruimtes  best storend als er iemand door het beeld liep of de deur openging. In Rivers’ films razen allerlei kleine ongrijpbare krasjes en vlekken (en over – en onderbelichtingen: #nofilter) voor je ogen voorbij. Deze zijn ontstaan doordat hij zijn films met de hand ontwikkelt. Door die extra tactiele laag wordt film een sculptuur in tijd – je zou ervoor kunnen pleiten dat dat is wat film is. Zijn soundtracks zijn complex: gedichten die je niet meteen meekrijgt, plotselinge vreemde geluiden, stiltes. En voor de echte movie buff: vele citaten naar andere films (slapstick, B-films, horror).

Hito Steyerl, Ben Rivers, Wang Bing | EYE Art & Film Prize
Filmstill: Ben Rivers, ‘Ah Liberty’, 2008, courtesy: Ben Rivers, via: EYE Amsterdam

+ | Al ben je nu wel toe aan een biertje op dat zonovergoten terras van EYE, ga toch eerst nog even langs Steyerls’ blue room voor een absurde, artistieke trip. ‘Liquidity Inc’. laat je surfen op beelden en gedachten over water. Het is populair om H₂O als symbool te zien voor hoe je moet leven: vloeibaar, flexibel, transparant. Zelfhulpboeken staan er vol mee. De film is een lekkere montage van sexy Bruce Lee – Be water, my friend –, psychedelische tumblr-GIFs van de beroemde Hokusai-prent (zie GO | NO GO #105: Let’s Gogh to Japan), kolkende tornado’s en het verhaal van Jacob Woods (een voormalig analist van de Lehman Brothers die nu vooral bokst). In dit werk wordt de trukendoos van After Effects tot de bodem leeg gedronken – dit soort digitale effecten kennen we uit slick commercials (denk: een tekst die opeens als siroop gaat druipen). ‘Liquidity Inc.’ is een kritiek op de neo-liberale samenleving waarin van mensen verwacht wordt dat ze oneindig plooibaar zijn en meedrijven op de stromen van het kapitaal.

Hoe lang doe je er over? | 90 min  (Zo kan je in ieder geval een paar films helemaal bekijken, want anders voelt het een beetje als heen en weer zappen.), 20 uur voor Bing-fanatici.

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | Steyerl is filmmaker, maar schrijft ook cultuurkritiek. Haar essays zijn zeker de moeite waard om te lezen als de overload van onze digitale cultuur je interesseert. In the defense of the poor image is inmiddels een klassieker.



De tentoonstelling ‘Hito Steyerl, Ben Rivers, Wang Bing | EYE Art & Film Prize’ is nog t/m 27 mei 2018 te zien bij Eye. Meer informatie: https://www.eyefilm.nl/tentoonstelling/hito-steyerl-ben-rivers-wang-bing-eye-art-film-prize-0

Tekst: Daphne Rosenthal

Cover: ‘Hito Steyerl, Ben Rivers, Wang Bing | EYE Art & Film Prize’, maart 2018, Studio Hans Wilschut, via: EYE Amsterdam

Slewe Gallery - De Kunstmeisjes

GO|NO GO #108: Maximale aandacht voor minimale kunst

GO | NO GO 13 april 2018

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Vandaag nemen we je mee naar de Kerkstraat in Amsterdam voor een dubbele ‘eerste keer’: we leren zowel Slewe Gallery als het werk van de Belgische Marthe Wéry kennen.

Slewe Gallery bestaat al sinds 1994, maar toch hoor je er niet zo gek veel over. Misschien komt dat wel omdat de galerie net zo bescheiden is als de kunst die ze vertegenwoordigt: Minimal. Deze kunstvorm is in de jaren 60 in Amerika gestart met grote namen zoals Frank Stella, Carl André en Donald Judd. Minimal art is sindsdien (nog steeds) een populaire stroming, ook aan deze kant van de oceaan. Slewe vertegenwoordigt zo’n 24 kunstenaars uit binnen- en buitenland, zoals Ian Davenport, Alan Charlton en Jan Roeland.

Op dit moment kun je bij Slewe kennis maken met het werk van een Belgische vertegenwoordiger van Minimal Art: Marthe Wéry (1930-2005). De tentoonstelling, genaamd Tour & Taxi’ verwijst naar het gebouw waar Wéry werkte in Brussel (hier wordt ook de kunstbeurs Art Brussel gehouden). Het is opvallend dat de galerie werk laat zien van een kunstenares die niet meer leeft, niet bepaald gebruikelijk in de galeriewereld. Extra lastig: Martita Slewe, eigenaresse van de galerie, richt een tentoonstelling altijd samen met “haar” kunstenaars in. Gelukkig is dat deze keer ook zonder Wéry gelukt. Wéry was onder andere in 1982 de Belgische vertegenwoordigster op de Biënnale van Venetië, niet de minste dus! Hoewel de tentoonstelling zeker minimaal is, is er genoeg te zien.

_DSC2435
Instalatiefoto: Marthe Wéry, ‘Tour & Taxi’, foto: Peter Cox

+ | Wij begrijpen best dat je een beetje schrikt als je bij binnenkomst in een galerie enorme tent-vormige platen op de vloer ziet liggen en welgeteld één papiertje aan de wand ziet hangen. Daarom is het geen gek idee om meteen even een persbericht te vragen. Gun jezelf even de tijd om deze te lezen en ga dan kijken wat er te zien is. Zoals je zelf ook al snel zult merken, is het niet erg vol en zul je drie grote sculpturen op de grond zien en meerdere werken van papier (niet ingelijst, met spijkertjes aan de muur). Less is more. Dat geeft je goed de kans om jouw aandacht te focussen en eens iets beter naar enkele objecten te kijken. Neem bijvoorbeeld de sculpturen op de vloer. Deze platen zijn gemaakt van dibond, een materiaal wat voornamelijk in de fotografie gebruikt wordt, om foto’s op te plakken. Voor Wéry was dit een ideaal materiaal, omdat het stevig is, maar niet te zwaar. Dat kwam goed van pas in het maakproces: ze laat de verf namelijk over de platen vloeien, waarvoor ze ze continu heen en weer moest bewegen. Je kunt je voorstellen dat het daarom wel handig is dat de plaat niet van massief staal is, maar van een lichter stevig materiaal zoals dibond. Op de bovenzijde van het dibond is al acryl aangebracht, waardoor de door haar aangebrachte acryl verf goed hecht. Wanneer je de werken van dichtbij bekijkt, zie je dat de verf niet simpelweg met een kwast is geschilderd, maar Wéry aan het experimenteren is geslagen. De drie sculpturen hebben allemaal een andere kleur en structuur; bij het rode werk zie je bijvoorbeeld dat het oppervlakte volledig anders is en de pigmenten zich op bepaalde plaatsen hebben opgehoopt en bijna doen denken aan lava. Kortom, deze werken worden steeds spannender naarmate je langer kijkt. Dan ontdek je namelijk pas echt hoe vorm, materiaal en kleur zich tot elkaar verhouden en elkaar versterken. En laten dat nou juist de kernwaardes van minimale kunst zijn. Kennis over Minimal Art na deze expo: Check!

Marthe Wéry - Slewe Gallery - Peter CoxInstalatiefoto: Marthe Wéry, ‘Tour & Taxi’, foto: Peter Cox

+ | Let’s be honest: het werk van Wéry schreeuwt niet bepaald: kaskraker. De platen zijn enorm (150 x 260 cm) en de gemiddelde Amsterdamse woning kennende, moet je van echt goede huize komen om zo’n werk een plekje te kunnen geven. Daarnaast zijn dure kunstwerken wat moeilijker te verkopen, omdat natuurlijk niet iedere verzamelaar veertigduizend euro kan neertellen. Maximale inzet voor minimale kunst. Maar galerie Slewe laat zien dat het niet altijd all about the money is: Martita Slewe gelooft in de kwaliteit van de kunstenares en wil haar niet in de vergetelheid doen geraken. Misschien is dit niet het eerste waar je aan denkt als je een galerie binnen wandelt, maar een galerie is ook maar een soort winkel. Het siert Slewe dat ze zo’n groot risico neemt: da’s liefde voor de kunst. Voor ons maakt dat de tentoonstelling nog meer de moeite waard om te bezoeken. Nu maar hopen dat die grote verzamelaar of dat museum langskomt…

Hoe lang doe je er over? | 20 min

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | In de galerie zijn meerdere boeken aanwezig over de kunstenares. Vraag gerust aan de galeriehouder of je even mag lezen. Niet alleen leer je het oeuvre van de kunstenares beter kennen, je kunt ook even goed kijken naar de (door ons zojuist genoemde) presentatie die ze voor de Biënnale van Venetië heeft gemaakt.


De tentoonstelling ‘Marthe Wéry – Tour & Taxi’ is nog t/m 19 mei 2018 te zien bij Slewe Gallery. Voor meer informatie over deze tentoonstelling: https://www.slewe.nl/exhibitions/2018#marthewerytourtaxis

Tekst: De Kunstmeisjes (Mirjam Kooiman, Nathalie Maciesza en Renee Schuiten-Kniepstra).

Cover: facade van de galerie in de Kerkstraat, via website Slewe.

GO | NO GO #107: Een nieuwe meester in de Hermitage

GO | NO GO 11 april 2018

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze keer heeft een wandeling langs de Amstel ons naar de Hermitage gebracht, waar nu het werk van Saskia Noor van Imhoff te zien is.

Naast een hele hoop oude meesters wordt er in de Hermitage zo nu en dan ook een nieuwe meester in de spotlight gezet. Ieder jaar mag de winnaar van de ABN AMRO Kunstprijs hier namelijk een tentoonstelling maken. Dit jaar de eer aan Saskia Noor van Imhoff (Canada, 1982). Het is even zoeken, maar dan heb je ook wat. Als je de expositie van Saskia Noor van Imhoff eenmaal hebt bereikt (lees verder voor uitgebreide instructies, want die heb je nodig), worden je hersenen pas echt aan het werk gezet. Om even te beginnen met het kopstuk, dat de titel ‘#+32.001 – 1 Hot-bain marie drop-in’ draagt. Quoi?! De tentoonstelling bestaat uit vijf sculpturale installaties, samengesteld uit verschillende materialen en objecten die op het eerste gezicht vrij weinig met elkaar te maken hebben: glazen bakken met zout, losse stenen, een vintage pinautomaat…probeer daar maar eens gehakt van te maken. De werken kennen verder geen titel, enkel een serienummer. Een sterk contrast met de schilderijen die je zojuist hebt gepasseerd, die keurig voorzien zijn van informatiebordjes en netjes in de context van hun tijd zijn geplaatst.

Saskia Noor van Imhoff staat bekend als een kunstenaar die je een kijkje achter de schermen geeft. In haar installaties verweeft ze op verrassende wijze voorwerpen die wij als vanzelfsprekend ervaren, van lege blikken verf tot stapels papier; ze recyclet ook de symbolische betekenissen. Deze kunstenaar wordt daarom ook niet voor niets regelmatig als een “archeoloog” omschreven. Dus wat krijg je als je Saskia een tentoonstelling laat maken die wordt gesubsidieerd door een bank? Precies, fundamentele vragen over het bepalen van de waarde van kunst binnen een bedrijfscollectie.

Installatieshot Saskia Noor van Imhoff, image courtesy of Galerie Fons Welters
Installatieshot: Saskia Noor van Imhoff, 
Hermitage Amsterdam – ABN AMRO Art Prize 2018, beeld & courtesy: Galerie Fons Welters. 

+ | Door elementen uit verschillende domeinen bij elkaar te brengen en diverse thema’s naast elkaar te presenteren, daagt Saskia je uit om je eigen associatievermogen te gebruiken en zelf de verbanden te leggen. Het duurt misschien even voordat het spreekwoordelijke kwartje valt, maar je kunt op honderd manieren naar deze werken kijken en steeds weer iets nieuws ontdekken. De materialen die de kunstenaar heeft gebruikt (natuursteen, zout, boeken en papier) staan allemaal bol van verwijzingen naar processen van conservering en vergankelijkheid. Plexiglas, aluminium en roestvrijstaal zetten ons daarnaast ook aan het denken over het tentoonstellen van kunst zelf; zolang objecten in een vitrine of op een stevige sokkel staan zijn ze waardevol, toch? Het werk ‘#+32.04’ bevat zeefdrukken van de kunstenaars Hans Landsaat en Bob Bonies, die ooit uit de ABN AMRO kunstcollectie werden afgestoten. Daarentegen is één van de eerste ABN bankautomaten uit 1968 wel in de collectie van de bank opgenomen. Door dit apparaat hier als ‘#32.02’ tentoon te stellen, compleet met fel roze led-verlichting, geeft Saskia een vette knipoog aan haar sponsor. Zowel de zeefdrukken als het pinautomaat zijn inmiddels irrelevant geworden…

Saskia Noor van Imhoff '#+32.02' & #+32.04, , Hermitage ABN AMRO Art Prize 2018
Links: Saskia Noor van Imhoff, ‘#+32.04’ | Rechts: Saskia Noor van Imhoff ‘#+32.02’. Beide: Hermitage Amsterdam – ABN AMRO Art Prize 2018, beeld & courtesy: Galerie Fons Welters. 

± | Dan nu: hoe kom je bij deze expositie? We noemde het al in onze introductie – het behoeft wat instructies. Je komt namelijk alleen bij deze tentoonstelling met een kaartje voor één van de andere twee lopende tentoonstellingen (‘Hollandse Meesters uit de Hermitage – Oogappels van de Tsaren’ en de ‘Portrait Gallery of the Golden Age’). Een mooie gelegenheid om ook een van deze expo’s mee te pakken (twee voor de prijs van één, for real). Maar let wel op: het risico op overprikkelde hersenen en moeie ogen is aanwezig. Laat je niet misleiden door de omvang van de tentoonstelling van Saskia; ook al betreft het “maar” een paar werken in een relatief kleine ruimte, vind je hier meer dan genoeg food for thought. Als je zintuigen aan het einde nog niet oververhit zijn, valt het je wellicht ook op dat er op de gele plakfolie op de ramen van deze expositieruimte (‘#+32.06’ jawel) handgeschreven woorden te zien zijn. Het kan zijn dat Saskia Noor van Imhoff ons daarmee probeert gerust te stellen door te zeggen: het is wat je er zelf van maakt. Maar het kan natuurlijk ook een creatieve oplossing voor een zonweringsysteem zijn…tja, als je het dan toch zelf mag bepalen.

Hoe lang doe je er over? | 15 minuten om er naar te kijken, maar daarna ben je een week bezig met het verwerken van je gedachten.

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | Wist je dat de ABN AMRO (de sponsor van de Hermitage en opdrachtgever voor deze expositie) een eigen kunstcollectie heeft? Mocht je eens in de buurt van de Amsterdamse Zuidas zijn, schroom dan niet om een bezoekje aan Circle.ART te brengen, de kunstruimte in het ronde paviljoen van de bank. Ook daar heeft Saskia een tentoonstelling gemaakt, dit keer met werk uit de huidige collectie.

De tentoonstelling ‘ABN AMRO Kunstprijs 2018’ is nog t/m 15 juli 2018 te zien bij de Hermitage Amsterdam. Meer informatie: https://hermitage.nl/nl/abn-amro-kunstprijswinnaar-saskia-noor-van-imhoff-maakt-expositie-de-hermitage-amsterdam/

Tekst: Jolien Klitsie

Cover: Saskia Noor van Imhoff, ‘#+32.00′, Hermitage Amsterdam – ABN AMRO Art Prize 2018, beeld & courtesy: Galerie Fons Welters.

 

Jan Henderikse - Zaalopname Alles en Niets - Kim van Dee_25 (1)

GO | NO GO #106: Prullaria in het museum

GO | NO GO 5 april 2018

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze keer sprongen we in de trein naar Schiedam om daar in het Stedelijk Museum Schiedam de expositie ‘Alles en Niets’ van Jan Henderikse te bekijken.

Jan “Meester van de troep” Henderikse heeft in het Stedelijk Museum Schiedam een overzichtstentoonstelling met zijn werk vanaf de jaren 50 tot nu. Henderikse begon zijn carrière als Materie-kunstenaar: een stroming waarbij de kunstenaars niet alleen voor verf kiezen, maar ook voor zand, gips en bijvoorbeeld touw. In de jaren 60 is hij onderdeel van de internationale ZERO beweging (nul-groep in Nederland), bestaande uit Jan Schoonhoven, Henk Peeters, Armando, herman de vries en hijzelf. Zij reageerden tegen de bestaande expressieve kunst van de CoBrA en gingen kunst maken die zich kenmerkte door herhaling en het gebruik van alledaagse artikelen, zoals bijvoorbeeld autobanden, muntjes en bierkratjes. Henderikse heeft dit tot in extrema doorgevoerd en kan inmiddels met alle recht “de prullaria-koning” genoemd worden. Allerlei troepjes die wij al snel weg zouden weggooien, vormen de kern van zijn werk.

Jan Henderikse, Cut-rite, 1966, Collectie Centraal Museum. Fotografie Ernst Moritz.jpg
Jan Henderikse, ‘Cut-Rite’,  1966, Collectie Centraal Museum, Utrecht via Stedelijk Museum Schiedam

Op een hele laagdrempelige manier leer je in deze tentoonstelling over het doldwaze creatieve werk van Henderikse. De tentoonstelling spreidt zich uit over meerdere grote zalen aan de linkerkant van het museum. De werken hangen netjes naast elkaar aan de wand, wat wel zo prettig is, omdat sommige werken al druk genoeg op zichzelf zijn. Wij zien nog steeds sterretjes van de vierkante meter hout die helemaal volgeplakt is met 1 euro-speelgoed. Maar er is wel structuur in zijn verzamelwoede te vinden; zo vormen de plaatsen waar Henderikse heeft gewoond een belangrijke lijn door de expositie; we zien dollars, nummerplaten en allerlei andere voorwerpen uit bijvoorbeeld Curacao, New York, Antwerpen en Duitsland.

+ | De tentoonstelling is een plezier om doorheen te lopen; je ziet al het werk van Henderikse in één keer, zonder dat het een saai chronologisch overzicht wordt. Dat komt natuurlijk ook door het werk zelf, dat speels, gek en kleurrijk is. Hoe gezellig het oogt, het moet enorm lastig zijn om uit deze chaos een overzichtelijke expositie te maken. Maar dat is gelukt! Waar de benedenzalen iets “netter” zijn ingericht, zijn vooral de twee bovenste zalen een mini-feestje om te zien. Dit komt vooral doordat er gekozen is voor een iets lossere opstelling en het werk zich daar uitermate goed voor leent. Zo is er bijvoorbeeld in de laatste zaal een installatie gemaakt met een houten huisje, kurken en neonlampen. Het huisje lijkt bezweken onder de enorme hoeveelheid kurken en ze stromen dan als een soort berg naar buiten toe. Wij kunnen alleen maar applaudisseren voor iemand die zoveel stuks van ons favoriete voorwerp bij elkaar brengt. We kunnen ons alleen maar afvragen wat er met alle wijn is gebeurd….

Zaaloverzicht Jan Henderikse. Tom Haartsen
Zaalopname ‘Jan Henderikse – Alles en Niets’, foto: Tom Haartsen, via Stedelijk Museum Schiedam.

+ | Een andere serie die wij erg leuk vinden, is ook in de bovenzaal te vinden: afgekeurde foto’s van reizigers van cruiseschepen. Henderikse, die hier stiekem de voorloper blijkt van Hans Eijkelboom, verzamelt foto’s die net niet door de keuring zijn gekomen . Je kent ze wel: de momenten waarop je in de Efteling een foto kunt laten maken wanneer je een vrije val maakt in de Python. Na afloop krijg je je foto te zien en kun je deze aanschaffen (of ritueel verbranden). Dit gebeurt niet alleen in de Efteling, maar dus ook bij het betreden van bijvoorbeeld een cruiseschip. Henderikse verzamelde de foto’s die niet door de geportretteerden werden meegenomen. Zo met z’n allen bij elkaar valt ineens op hoe kazig de foto’s nu werkelijk zijn. Ze zijn totaal niet uniek, genomen vanuit hetzelfde standpunt en alle vakantiegangers lijken plotseling angstaanjagend veel op elkaar. Dat hij de foto’s niet zelf heeft gemaakt past helemaal bij zijn werkwijze: kunst van afdankertjes.

Hoe lang doe je er over? | 45 min

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | Wil je meer weten over de nul-groep waar Henderikse deel van uitmaakte? In 2015 organiseerde het Guggenheim (New York), Martin Gropius Bau (Berlijn) en het Stedelijk Museum (Amsterdam) samen een tentoonstelling over de internationale stroming. Op de tentoonstellingspagina van het Stedelijk vind je een overzichterlijke introductie in dit onderwerp: https://www.stedelijk.nl/nl/tentoonstellingen/zero


De tentoonstelling ‘Alles en Niets’ is nog t/m 10 juni 2018 te zien bij het Stedelijk Museum in Schiedam. Meer informatie: http://www.stedelijkmuseumschiedam.nl/nl/653

Tekst: De Kunstmeisjes (Mirjam Kooiman, Nathalie Maciesza en Renee Schuiten-Kniepstra).

Cover: Zaalopname: ‘Jan Henderikse – Alles en Niets’, foto: Kim van Dee, via Stedelijk Museum Schiedam

 

Van Gogh & Japan - Van Gogh Museum Amsterdam

GO | NO GO #105: Let’s Gogh to Japan

GO | NO GO 3 april 2018

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze keer hijsen we ons in onze denkbeeldige kimono’s om helemaal één te worden met de tentoonstelling ‘Van Gogh en Japan’ in het Van Gogh Museum.

Grappig feitje: Van Gogh is zelf nooit in Japan geweest. Hij leerde de Japanse cultuur, vormen en kleuren voor het eerst in Antwerpen kennen, waar hij een Japanse prent kocht. Toen was het hek van de dam: gedurende zijn leven zou Van Gogh honderden Japanse prenten verzamelen, die hij bij al zijn verhuizingen – naar Parijs, Arles, terug naar Parijs, naar Auvers-sur-Oise- altijd meenam. Hij wilde zich blijven omringen met de kleurrijke, poëtische en exotische voorstellingen. Want, zo schreef hij in 1888 aan zijn broer Theo, ‘Je kunt volgens mij de Japanse kunst niet bestuderen zonder veel vrolijker en gelukkiger te worden en het doet ons terugkeren naar de natuur, ondanks onze opvoeding en ons werk in een wereld vol conventies.In het Van Gogh Museum kun je deze stelling nu zelf testen, met drie verdiepingen aan Japanse prenten en Van Goghs schilderijen die op deze Oosterse kunstwerken geïnspireerd zijn.

Schermafbeelding 2018-04-02 om 15.55.56
Links: Vincent van Gogh, ‘Zelfportret’, 1888, Harvard Art Museums/Fogg Museum, Cambridge, MA, legaat van de collectie van Maurice Wertheim, Class of 1906 | Rechts: Vincent van Gogh, ‘Courtisane (naar Eisen)’, 1887. Collectie Van Gogh Museum.

Zodra je de expositie binnenloopt, word je direct begroet door de subtiele Japanse prenten met voorstellingen van bruggetjes over helderblauw water, velden vol kersenbloesems, en (bijna) metershoge afbeeldingen van elegante courtisanes, gekleed in mooie kimono’s waar – heel spannend – een blote voet onderuit steekt. We maken ook meteen kennis van Van Goghs fascinatie voor deze kunst: zijn schilderij ‘Courtisane’ zou je op het eerste gezicht zo voor een Japans schilderij aan zien. We zien typische elementen die Van Gogh heeft ontleend aan de Japanse prentkunst: felle kleuren in vlakken, dikke contouren, een omlijsting van de voorstelling, geen horizon en geen lijnperspectief (waarin alles wat dichtbij is voorin staat en alles wat veraf is kleiner wordt). We herkennen de dame als prostituee door haar kimono, die aan de voorkant is vastgeknoopt – easy access. Ook in de omlijsting zitten verborgen elementen die verwijzen naar haar onzedige beroep: kraanvogel (‘grue’) en kikker (‘grenouille’) waren in Frankrijk populaire synoniemen voor prostituees. Het hoogtepunt van Van Goghs fascinatie vinden we echter op de tweede etage, waar Van Gogh zichzelf heeft geschilderd als Japanse monnik. De amandelvormige ogen zijn wellicht een beetje too much (en een tikje racistisch…), maar we kunnen niet stoppen met staren. Konnichiwa, Vincent!

+ | No offense to Vincent, maar wij zijn helemaal weg van de Japanse prenten in deze tentoonstelling. We – kunsthistorische nerds die we zijn – worden dan ook bijna leip van geluk als we de beroemde prent ‘Onder de golf bij Kanagawa’ van Hokusai op de eerste verdieping zien hangen. Aan deze prent is vorig jaar een hele expositie in het British Museum in Londen gewijd en er is zelfs een making of-documentaire gemaakt die ook in Nederlandse filmhuizen te zien was. Waarom al deze fame, vraag je? In tegenstelling tot traditionele Japanse prenten, voegt Hokusai hier een typisch Westers perspectief en horizon toe; een (voor die tijd) supermoderne mix van stijlen, waarmee we zien dat inspiratie twee kanten op werkte in de negentiende eeuw. Sterker nog, Hokusai gebruikte voor het mooie blauw ‘Pruisisch blauw’, een synthetisch pigment dat uit Duitsland kwam. Het eindresultaat: een grote golf met woeste grijpgrage vingers van schuim, die de piepkleine drenkelingen wil verzwelgen. Zij houden zich angstvallig vast aan hun bootjes, maar hun zeemansdood lijkt onvermijdelijk. We houden onze adem in. Alleen al voor deze prent plannen wij een vervolgbezoek in.

Hokusai_Onderdegolf_1829-1833HR
Katsushika Hokusai, Onder de golf bij Kanagawa, 1829-1833, Rijksmuseum, Amsterdam

+ | Waar in het Van Gogh Museum de show wordt gestolen door de kleurrijke Japanse prenten en vele bombastische schilderijen van de meester zelf, kun je voor wat historische context het beste even de trein naar Den Haag pakken. Daar is nu bij de Mesdag Collectie (het zusje van het Van Gogh Museum met ook een fantastische vaste collectie, maar dat even terzijde) de expositie ‘Mesdag en Japan’ te zien, en wordt het verhaal van Japonisme in Nederland helder verteld. We leren dat de Japanse grenzen tot 1868 helemaal gesloten waren; het eiland op de Grote Oceaan was een fort. Alleen Nederland mocht handel drijven met Japan en er werd zodoende veel moois naar ons uitverkoren land verscheept. Schilder, kunstverzamelaar en ondernemer Hendrik Willem Mesdag legde een imposante collectie Japanse objecten aan, die nu in deze expo zijn uitgestald. We zien geweldige kommen met kooikarpers (suck on this, Ikea), vazen die tot onze middel reiken en Samoerai-zwaarden die te mooi zijn om te gebruiken. Onze favoriet: een schaal van Arita-porselein uit ca. 1850-1875, die door de curator “De Nachtwacht van de Mesdag Collectie” werd genoemd (vinden we leuk, kunstgrapjes). We zijn zo een kwartiertje zoet bij deze schaal, die leest als een stripverhaal. Onze opdracht: zoek de slapende poes!

Hoe lang doe je er over? | Trek zeker een uurtje uit voor de expositie in het Van Gogh Museum. Een bezoekje aan de tentoonstelling in Collectie Mesdag duurt wat korter; met een half uurtje heb je alles wel gezien.

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | Het Van Gogh Museum heeft 686 Japanse prenten in haar bezit. Werk op papier is heel kwetsbaar en kan daarom niet altijd getoond worden. Ben jij – net als wij – zo verliefd geworden op de delicate en gedetailleerde voorstellingen? Daar hoef je niet eens de deur voor uit, laat staan voor de depot-deuren van het Van Gogh Museum te wachten. Het museum heeft haar collectie namelijk netjes online gezet, for your pleasure. Bekijk alle prenten hier.


De tentoonstelling ‘Van Gogh en Japan’ is nog t/m 24 juni 2018 te zien in het Van Gogh Museum. Meer informatie: https://vangoghmuseum.nl/nl/zien-en-doen/tentoonstellingen/van-gogh-en-japan

Tekst: De Kunstmeisjes (Mirjam Kooiman, Nathalie Maciesza en Renee Schuiten-Kniepstra).

Cover: Katsushika Hokusai, Onder de golf bij Kanagawa, 1829-1833, Rijksmuseum, AmsterdamVincent van Gogh, Zelfportret, 1888, Harvard Art Museums/Fogg Museum, Cambridge, MA, legaat van de collectie van Maurice Wertheim, Class of 1906.

Zaalopname ‘Bernd, Hilla en de anderen: fotografie uit Düsseldorf’, Axel Hütte, ‘Parnassos’ (twee delen), 1995, collectie Huis Marseille, foto: Nathalie Maciesza.

GO | NO GO #104: Bernd, Hilla en de anderen: fotografie uit Düsseldorf

GO | NO GO 22 maart 2018

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. We sprongen dit keer op de fiets naar de prachtige stijlkamers van Huis Marseille aan de Keizersgracht, om ons te vergapen aan de tentoonstelling ‘Bernd, Hilla en de anderen: fotografie uit Düsseldorf’.

Het begon allemaal met een love story op de Kunstakademie Düsseldorf: Hilla en Bernd Becher ontmoetten elkaar in het eerste jaar van hun studie in 1957 en bleken een liefde voor industriële architectuur te delen. Ze besloten als duo te werken en daar bloeide niet alleen een wereldberoemd oeuvre van seriematig gefotografeerde liftschachten, hoogovens en watertorens uit op, maar ook liefde voor elkaar. In de jaren 70 maakten ze letterlijk school, want in 1976 zette Bernd op diezelfde plek waar ze elkaar ontmoet hadden de fotografie-afdeling op. Hilla is nooit officieel professor geweest; zij ontving de studenten thuis. In de Bechers eerste klas zaten jonge studenten als Andreas Gursky, Candida Höfer, Axel Hütte, Tata Ronkholz, Thomas Ruff en Thomas Struth. Ook deze broekies werden groot: het werk van al deze inmiddels beroemde kunstenaars wordt verkocht voor legendarische prijzen. Er volgden er meer: Jörg Sasse, Boris Becker (geen alter ego van de tennisser), Simone Nieweg, Claudia Fährenkemper, Elger Esser, Christof Klute, Laurenz Berges en Frank Breuer. De derde generatie leerde het vak, de kunstopvattingen en wellicht de levensfilosofieën van Gursky en/ of Ruff en bestaat uit Louisa Clement, Martine Sauter en Anna Vogel.

Deze “familie” van fotografen heeft inmiddels mythische proporties aangenomen en de ‘Becher-Schüler’ (‘leerlingen van de Bechers’ in het Duits, jawohl) zijn niet meer weg te denken uit de canon. Het werk van al deze fotografen is nu in één tentoonstelling te zien. Wil je dus een crash course in één van de meest toonaangevende fotografietradities van de afgelopen 60 jaar, dan moet je bij Huis Marseille zijn. Vergeet de tijd en dompel je onder in een joekel van een overzichtstentoonstelling van drie generaties Düsseldorfse sterfotografen.


Links: Louisa Clement, ‘
Avatar #23’, 2016, © Louisa Clement, Collectie Huis Marseille. | Rechts: Anna Vogel, ‘Trilobit’, 2016 © Anna Vogel, beide: via Huis Marseille, Amsterdam

+ | Wat maakt die Becher-Schule nou eigenlijk zo bijzonder? Uitgebalanceerde composities, vaak architectuur en ruimte als onderwerp, een bijna wetenschappelijke, maar beeldende benadering: de fotografen bijten zich erin vast als gedreven documentairemakers. Bij de Becher-Schüler geen poespas, bijzaken en frivoliteit, maar ernst en precisie. Hun foto’s hebben een monumentale kracht: ze zijn afgedrukt in gigantische afmetingen, of hangen als een serie kleine werken in een groot raster dicht op elkaar. Je kan er letterlijk niet omheen. Door te werken in series benadrukten de Bechers het idee dat een onderwerp niet zomaar in een enkel beeld te vangen is. Het gaat hier niet om het tonen van een vluchtige levendigheid, zoals in de fotografie van de beroemde Henri Cartier-Bresson, die de term ‘the decisive moment’ muntte om de kunst van het beslissende moment van het indrukken van de knop op de camera aan te geven. In de Becher-Schule gaat het om het beschrijven van de structuur van onze omgeving; systematisch en doordacht. De Bechers maakten hun foto’s altijd op hetzelfde moment van de dag, zodat het licht in iedere foto gelijkmatig zou zijn. Gek genoeg levert dit verrassende en mysterieuze beelden op. Concept en esthetiek vallen samen. Vergis je trouwens niet: dit is een traditie die veel verder teruggaat dan het oeuvre van de Bechers. Hilla en Bernd refereerden zelf vaak aan het prachtige werk van Karl Blossfeldt, Albert Renger-Patzsch en August Sander. Dus als je denkt dat je de eerste bent wanneer je een fotoserie van de bladeren van je oma’s geranium op Instagram plaatst of je dagelijkse route naar de koffiebar vastlegt, think again… Je bevindt je in een Duitse traditie.

+ | In de eerste zaal hangt werk van de Bechers, maar ook een fantastische foto van Thomas Ruff, ‘Étoile, 17h 14m’ (1990). Der Thomas wordt ook wel de meester in het ‘hergebruik en editen van bestaande beelden’ genoemd. Zo bewerkte hij negatieven met opnames van sterren van The European Southern Observatory in Chili. De formaties van sterren bollen op en dansen als fotokorrels voor je ogen. Je zou haast vergeten dat je naar een plat vlak kijkt. De objectiverende blik van de Becher-Schule schiet hier heel bewust tekort. Is the sky the limit? Fotografie is een middel om een moment in tijd en ruimte vast te leggen, maar de uitgestrektheid van het universum is eenvoudigweg niet te vangen. Meteen in de zaal ernaast hangt een ander groot werk,‘Singapore Börse II’ (1997), van Andreas Gursky. Ook hij was één van de eersten die digitale manipulatietechnieken inzette in zijn fotografische werken. Hij gebruikt het niet om sprookjeswerelden neer te zetten, maar om een hyperrealiteit te componeren. Het werk is een collage van de meest hectische momenten die hij fotografeerde op de beursvloer van Singapore. Papiertjes op de vloer, snelle handbewegingen, mensen die opgaan in hun werk: de adrenaline spat er vanaf.

Zaalopname ‘Bernd, Hilla en de anderen: fotografie uit Düsseldorf’, Axel Hütte, ‘Parnassos’ (twee delen), 1995, collectie Huis Marseille, foto: Nathalie Maciesza.
Zaalopname ‘Bernd, Hilla en de anderen: fotografie uit Düsseldorf’,
Axel Hütte, ‘Parnassos’ (twee delen), 1995, collectie Huis Marseille, foto: Nathalie Maciesza. 

± | De titel ‘Bernd, Hilla en de anderen’ verraadt een groot respect en eerbied voor de Bechers als leermeesters. Bij sommige fotografen zijn de inhoudelijke verbanden en stijlkenmerken van de Schule heel duidelijk te zien, maar staar je er niet blind op. In de reeks Trilobiten van Anna Vogel lijken de Bechers ver weg. Het doet je afvragen op welke criteria de fotografen voor de expositie zijn uitgekozen. Die allereerste klas was duidelijk fantastisch, maar hoeveel studenten zijn daarna gekomen? Zijn er kunstenaars van die afdeling die fotografie juist helemaal hebben losgelaten? Zijn de hier getoonde fotografen de meest volgzame studenten geweest? Of waren ze gewoon de beste? Je kan al het werk vast op een of ander metaniveau aan elkaar plakken, maar het wordt je soms wel ingewikkeld gemaakt. Ons advies is: beklim al die trappen, laat het los waar je het niet kan vinden en geniet.

Hoe lang doe je er over? | Een uur of langer, want er is zoveel te zien.

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro (maar een must see voor de diehard fotografieliefhebber)

Meer weten | In samenwerking met het Goethe Institut wordt de film ‘Die Fotografen: Bernd & Hilla Becher’ vertoond op 27 maart. Meer info:  https://www.huismarseille.nl/activiteit/film-fotografen-bernd-hilla-becher-3/


De tentoonstelling ‘Bernd, Hilla en de anderen’ is nog t/m 3 juni 2018 te zien bij Huis Marseille. Meer informatie: https://www.huismarseille.nl/tentoonstelling/bernd-hilla-en-anderen/

Tekst: Daphne Rosenthal

Cover: ‘Bernd, Hilla en de anderen: fotografie uit Düsseldorf’, Axel Hütte, ‘Parnassos’ (twee delen), 1995, collectie Huis Marseille, foto: Nathalie Maciesza. 

 

Jacqueline Hassink, ‘Onoaida 6, Unwired Landscapes, 30°17'59"N 130°31'49"E, Onoaida trail, Yakushima, Japan’, Fall, 2 October 2016, via Nederlands Fotomuseum, Rotterdam.

GO | NO GO #103: Plugging out

GO | NO GO 20 maart 2018

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze week zijn we in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam voor de tentoonstelling ‘Unwired’ van Jacqueline Hassink.

Wanneer was de laatste keer dat jij je telefoon eens uit hebt gedaan? Of – expres – thuis hebt laten liggen? Hier moet je vast gênant lang over nadenken. No worries, wij kampen met hetzelfde probleem. FOMO is haast een gelegitimeerde aandoening en bij iedere latte of mooi kunstwerk grijpen wij direct naar Instagram voor the perfect post. Tegenwoordig zijn we altijd en overal bereikbaar en connected met de hele wereld. Juist dit gegeven inspireerde Jacqueline Hassink (1966). Dwalend op het Japanse eiland Yakushima kwam de Nederlandse fotografe erachter dat ze geen bereik had, en hoe bevrijdend dit eigenlijk was. Ze besloot de wereld over te reizen op zoek naar white spots: plekken waar geen mobiel netwerk is. Hier maakte zij foto’s van voornamelijk de natuur: denk aan ongerepte bossen op Yakushima en weidse landschappen in IJsland.

Om haar foto’s kracht bij te zetten, moeten bezoekers van haar tentoonstelling in het Nederlands Fotomuseum hun telefoon inleveren. Met licht trillende handen leverden wij onze telefoons in om zo de foto’s eens goed te bekijken en ervaren, zonder digitale connecties. Het was even wennen – de kleine hartverzakking wanneer je je lege broekzak voelt – maar al na een minuut of 5 was het eigenlijk heerlijk: niet die drang om ergens een foto van te moeten maken, omdat het simpelweg niet kan. Daarnaast is de tijd vergeten ook wel eens fijn.

Jacqueline Hassink, ‘Langisjór 2, Unwired Landscapes, 63°58'11"N 18°41'6"W, Road F235, Vatnajökulsþjóðgarður, Iceland’, Summer, 17 August 2015, via Nederlands Fotomuseum, Rotterdam’
Jacqueline Hassink, ‘Langisjór 2, Unwired Landscapes, 63°58’11″N 18°41’6″W, Road F235, Vatnajökulsþjóðgarður, Iceland’, Summer, 17 August 2015, via Nederlands Fotomuseum, Rotterdam

+ | De tentoonstelling is als een donker labyrint. Zowel de vloer als de muren zijn zwart en er schijnt bijna geen licht, op de belichting van de foto’s na. Hierdoor lijkt het alsof de kunstwerken zelf licht geven, wat een mooi effect geeft. ‘Unwired’ is een combinatie van de projecten ‘Unwired Landscapes’ en ‘iPortrait’. De circa twintig foto’s van Unwired Landscape zijn prachtig, maar het idee omtrent white spots is wat ze aantrekkelijk maakt om naar te kijken en wat de bezoeker aanzet tot nadenken. Deze serene landschappen staan in schril contrast met de foto’s die ze maakte van mensen vastgekluisterd aan hun telefoons in de metronetwerken van grote steden als Tokio, Londen en New York. De foto’s van ‘iPortrait’ zijn geprojecteerd op de wanden en laten telkens andere beelden zien. Het zijn voornamelijk dezelfde snapshots van mensen die verzonken zijn in hun telefoon, maar ook detailfoto’s van bijvoorbeeld alleen de handen met telefoon of de ogen. Leuke toevoeging is de data die bij de foto’s worden gegeven: van het specifieke metrostation tot aan de apps die het meest worden gebruikt. Daarnaast hoor je opnames van omgevingsgeluiden van de metronetwerken. De vele mensen die verzonken lijken te zijn in hun telefoon zetten je aan het denken: wat nou als er stiekem zo’n foto van mij is genomen? Die confrontatie was genoeg om in de trein terug naar Amsterdam die telefoon maar even in de tas te laten zitten…

Jacqueline Hassink, ‘Tokyo 55, iPortrait, Tokyo, Japan’, 30 March 2014, 1.41 PM, iPhone 5s, via Nederlands Fotomuseum, Rotterdam.
Jacqueline Hassink, ‘Tokyo 55, iPortrait, Tokyo, Japan’, 30 March 2014, 1.41 PM, iPhone 5s, via Nederlands Fotomuseum, Rotterdam.

± | Even een heads up: trek matching sokken aan mocht je deze tentoonstelling gaan bezoeken. Bij aankomst moet je namelijk niet alleen je telefoon, maar ook je schoenen inleveren. Huh wat? Is dat nou nodig? Wij snapten het to be honest ook niet direct, dat rondlopen op je sokken (thank god was het nog geen zomer dus had iedereen z’n sokken nog aan). Wil je nou echt niet je schoenen inleveren, dan mag je van die blauwe slofjes aan. Je weet wel, die je ouders vroeger ook droegen in het zwembad. Maar of dit nou zoveel beter is… Het rondlopen in de tentoonstelling op sokken zorgde voor een vreemde saamhorigheid onder de bezoekers en zorgde ervoor dat je je op je gemak voelde. Dit is ook de bedoeling van de kunstenaar: in Japan heeft Hassink voor een eerder project veel tempels bezocht waar ook de schoenen uit moeten voor het betreden. Hiermee wordt de grens tussen het openbare leven waarin iedereen connected is, en de serene (mentale) ruimte benadrukt. De mentale stilte wordt vaak onderdrukt door de digitale wereld en wij leven eigenlijk continu in twee werelden. Het uitdoen van de schoenen kan je helpen met het bewust worden van het feit dat je een andere ruimte betreed, en de digitale wereld even achter je laat. Een heel mooi idee, dat gek genoeg nergens in de tentoonstelling werd vermeld.

Hoe lang doe je er over | Trek er minimaal 30 minuten voor uit om echt goed te lezen, kijken, luisteren en bovenal een start te maken met detoxen. Maar een beetje meer tijd hier offline doorbrengen kan ook geen kwaad!

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | Het Nederlands Fotomuseum organiseert rondom ‘Unwired’ verschillende activiteiten. Doe mee aan een yogales temidden van levensgrote foto’s van de white spots, of laat een gids je meenemen door de tentoonstelling. Klik hier voor alle activiteiten. Blijf je toch liever digitaal verbonden? Jacqueline Hassink bracht alle white spots in kaart. Download de app, inclusief een network scanner, route planner, documentaireclips en VR experiences, via white-spots.net


De tentoonstelling Unwired in het Nederlands Fotomuseum is nog te zien t/m 6 mei 2018. Meer informatie: https://www.nederlandsfotomuseum.nl/tentoonstelling/unwired-jacqueline-hassink/

Tekst: Charlotte Hercules

Coverbeeld: Jacqueline Hassink, ‘Onoaida 6, Unwired Landscapes, 30°17’59″N 130°31’49″E, Onoaida trail, Yakushima, Japan’, Fall, 2 October 2016, via Nederlands Fotomuseum, Rotterdam.

 

GO | NO GO #102: Roddel en achterklap in het Rijksmuseum

GO | NO GO 15 maart 2018

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze keer zijn we in het Rijksmuseum voor de tentoonstelling ‘High Society’.

Het was de diepste wens van Markiezin Luisa Casati (1881-1957) om ‘een levend kunstwerk’ te zijn en ze werd door een van haar vele beroemde minnaars ‘de vernietigster van de middelmatigheid’ genoemd. Ze was extravagant, to say the least. Zo hield ze zich aan een strikt dieet van opium en gin en liet ze regelmatig haar twee cheeta’s uit, zelf gekleed in niets meer dan een bontjas. Je herkent haar meteen zodra je de laatste zaal van de expositie binnen loopt: grote groene ogen die omlijnd zijn met een dikke laag kohl, rood geverfd haar en een jurk die doet denken aan het slangenhaar van Medusa. Een stukje rechts van haar kijkt Dr. Pozzi (1846-1918) zwoel door zijn wimpers over onze schouder. Zijn bijnaam: Dr. Love. Hij was namelijk de grondlegger van de gynaecologie en heeft ongetwijfeld vele knietjes doen knikken (waaronder de onze, we zullen niet liegen). Soms van extase, soms van woede; Dr. Love kwam uiteindelijk om het leven doordat hij werd doodgeschoten door een mannelijke patiënt die door hem impotent was verklaard. Als er een ding is dat je leert van ‘High Society’, is dat er achter elk statig portret wel een sappig verhaal schuilgaat.

Rijksmuseum - High Society
Links: Giovanni Boldini, ‘Marchesa Luisa Casati met een Windhond’, 1908. Particuliere collectie | Rechts: John Singer Sargent, ‘Dr Pozzi in zijn huis’, 1881. The Armand Hammer Collection, Gift of the Armand Hammer Foundation. Hammer Museum, Los Angeles, beide: via Rijksmuseum, Amsterdam.

‘High Society’ is de allereerste tentoonstelling gewijd aan een type schilderij: het portret ‘ten voeten uit’, dus in volle lengte en levensgroot. Het was het duurste en meest glamoureuze soort portret en daarom groot favoriet onder de rich and famous sinds de zestiende eeuw. Aanleiding voor de expositie is een stel ‘ten voeten uit’-portretten dat bijna beroemder is geworden dan de maker: Marten en Oopjen van Rembrandt. Dit duo is vorig jaar gezamenlijk aangekocht door de Nederlandse en Franse staat en voortaan altijd samen te zien. De schilderijen hangen (helemaal gerestaureerd en zo mooi glinsterend dat je ogen er pijn van doen) nu als pronkstuk halverwege de expositie. En geloof ons, ze hangen in uitstekend gezelschap.

+ | Je wordt in deze expositie langs een parade van grote namen geleid, 39 enorme schilderijen om precies te zijn. En niet alleen de geportretteerden waren famous, ook de namen van de schilders doen vast een belletje bij je rinkelen: Edouard Manet, Edvard Munch, Sir Joshua Reynolds, John Singer Sargent, Lucas Cranach, Kees van Dongen en natuurlijk Rembrandt, to name a few. We zijn enorm aan het fangirlen en pakten na de eerste twee zalen al onze agenda’s om een vervolgbezoek te plannen. Maar, een kleine kanttekening: met kunstwerken van zo’n groot formaat valt elk detail des te meer op. Zo sprongen een aantal ehmm.. aparte zaken bij ons in het oog. Ten eerste: waarom hebben een aantal mannen een soort textiele peniskokers om? Ten tweede: waarom, in vredesnaam, heeft Anna van Oostenrijk (door Hans Mielich) een mol of marter als een soort ketting slash clutch vast? We staren ons tevergeefs blind op het bijbehorende tekstbordje. Gelukkig is de allerbelangrijkste vraag – waarom heeft Kapitein Thomas Lee (door Marcus Gheeraerts II) geen broek aan?! – wel beantwoord: Kapitein Lee diende in het Britse leger, dat vocht tegen de Ieren. De blote benen zijn een weergave van een Ierse voetsoldaat, die blootbeens door het veen rende. Zo vermomde Kapitein Lee zich als de vijand en kon hij infiltreren en van binnenuit toeslaan. Vreemd verhaal, fantastisch schilderij. Wij zijn helemaal verzadigd.

Rijksmuseum - High Society - detail
Links: Detail van Jakob Seisenenegger, ‘Keizer Karel V (met zijn Engelse waterhond), 1532. Wenen, Kunsthistorisches Museum, Gemäldegalerie. | Rechts: Detail van Hans Mielich, ‘Aartshertogin Anna’, 1556, Wenen, Kunsthistorisches Museum, Gemäldegalerie. 

+ | Denk maar niet dat je na 39 schilderijen naar huis wordt gestuurd, we hebben het hier wel over het Rijksmuseum. Aan de overkant van de Philips-vleugel krijg je er gewoon een tweede volwaardige expositie van tekeningen en prenten bij. We know, we know, een hele tentoonstelling van prenten en tekeningen klinkt een beetje saai. Maar niet met deze prenten. Wat je hier ziet is namelijk wat de high society achter gesloten deuren uitspookte. Jawel, prentenporno. Een hele tentoonstelling vol schunnige, vunzige, expliciete en grappige plaatjes van billenkoek, seksuele standjes en spottende verbeeldingen van bekende historische figuren. Dat alles badend in fluoriserend roze licht, oeh la la.

± | Het Rijksmuseum heeft alle foefjes en trucjes uit de kast gehaald voor deze expositie. Zo is er een ‘High Society’-editie van Harper’s Bazaar én een speciale bijlage gemaakt voor de Privé. Als kers op de taart verschijnt er wekelijks een nieuwe aflevering van ‘Meet the High Society’ op de website van het Rijksmuseum. De makers van Koefnoen zijn in het historische harnas gehesen om de figuren op de schilderijen tot leven te brengen door middel van komische sketches. We geven toe: er zitten een aantal geniale grappen tussen. Rembrandts Oopjen die tegen Reynolds’ Jane Fleming roept “Ik herken je bijna niet zonder lijst”, heeft ons doen proesten van het lachen. Maar de grap is er helaas wel snel vanaf en wij blijven niet speciaal thuis voor aflevering twee.

Hoe lang doe je er over? | Neem een uurtje of twee de tijd – er is veel te zien.

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | Vind je het ook zo jammer dat je maar zelden ‘s avonds naar het museum kunt? Het Rijksmuseum komt je tegemoet, met drie speciale avondopenstellingen waarbij je onder het genot van een drankje (en dansje!) door kenners door de tentoonstelling wordt meegenomen. Elke avond (6 april, 13 april en 18 mei) heeft een eigen thema. Wees er wel snel bij, 13 april is nu al uitverkocht!


De tentoonstelling ‘High Society’ is tot en met 3 juni 2018 te zien in het Rijksmuseum Amsterdam. Meer informatie: https://www.rijksmuseum.nl/nl/high-society

Tekst: De Kunstmeisjes (Mirjam Kooiman, Nathalie Maciesza en Renee Schuiten-Kniepstra).

Cover: John Singer Sargent, ‘Dr Pozzi in zijn huis’, 1881. The Armand Hammer Collection, Gift of the Armand Hammer Foundation. Hammer Museum, Los Angeles, via Rijksmuseum, Amsterdam.