Categorie: GO | NO GO

GO | NO GO #85: Christian Boltanski achterNA

GO | NO GO 7 december 2017

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Ditmaal zijn we in De Oude Kerk in Amsterdam om daar te kijken naar Christian Boltanski’s expositie ‘NA’.

Wist je dat er zo’n 20.000 mensen begraven liggen in De Oude Kerk? Nu denk je misschien, dat is een heel leuk weetje, maar wat heeft dat met kunst te maken? Goede vraag! Voor de huidige tentoonstelling NA is de Franse kunstenaar Christian Boltanski de graven van de kerk ingedoken op zoek naar de dood. Hold your horses, hij heeft  natuurlijk niet letterlijk de graven  opengemaakt, maar ze maken deel uit van zijn ruimtevullende installaties en geluidswerken die nu te zien en te horen zijn in de kerk.

Christian Boltanski staat vooral bekend om zijn indringende installaties waarin fotografie en licht de hoofdrol spelen. Zijn werk gaat over ons collectieve geheugen en het verstrijken van de tijd. Echt een match made in heaven (pun intended) met De Oude Kerk in Amsterdam dus. Hij plaatste verschillende installaties, lichtwerken en geluidsfragmenten in de kerk. Met deze tentoonstelling zet hij ons aan het denken over wat er met ons gebeurt nadat we sterven. Als bezoeker zie je meteen bij binnenkomst dat de hele vloer van de kerk is volgezet met grote zwarte tombes die bijna vanuit de vloer omhoog lijken te schieten. Daartussen vinden we overal zwarte jassen: op de grafzerken, hangend over stoelen in het koor, omringd door lampen en gehangen over standaarden. Uit de jassen komt geluid: we horen stemmen vragen stellen over het leven, de dood en het hiernamaals. Normaal gesproken bewaren wij deze existentiële vraagstukken voor druilerige zaterdagnachten aan een vieze bar na vijf glazen wijn, maar off we go!

Installatiefoto van De Oude Kerk met werk van Christian Boltanski, 2017, foto: Gert-Jan van Rooij, via Coebergh PR. 

+ | We vervallen in herhaling, maar: we vinden de tentoonstellingen in De Oude Kerk een fantastisch concept. Wat ons de afgelopen periode wel duidelijk is geworden, is dat er niet veel voor nodig is om een imposante show neer te zetten op deze locatie.. Hedendaagse kunst op een historische plek, iets heel anders dan de bekende white cube en midden in de stad: het verkoopt zichzelf bijna. Zo ook met de installatie van Boltanski: de kroonluchters hangen bijna op de grond en zijn meer Instagrammable dan een avocadosalade in de vorm van een vuurspuwende draak. Boltanski laat met deze tentoonstelling een van zijn favoriete elementen schitteren: licht.  De jassen die verspreid over de kerk liggen, zijn mysterieus en zelfs een beetje spookachtig: alsof de eigenaren zijn opgestaan en verder zijn gegaan. Als bezoeker kun je om de kunstwerken heen lopen, waardoor je het gevoel krijgt dat je onderdeel wordt van de expositie. Ook de installatie in een grote zwarte kubus, waar je als bezoeker de namen van de overledenen mag influisteren vinden wij erg doeltreffend. Deze ingefluisterde audiofragmenten worden later in het koor afgespeeld.

Installatiefoto van De Oude Kerk met werk van Christian Boltanski, 2017, foto: Gert-Jan van Rooij, via Coebergh PR. 

– | Boltanski heeft grote zuilen en kubussen in de kerk geplaatst om je als bezoeker het gevoel te geven dat je tussen de tombes in loopt. De interactiviteit, hetzelfde als bij de zwarte jassen gebeurt, zijn wij dol op. Qua vormentaal doet het ons alleen stiekem een beetje aan vuilniszakken denken. Alhoewel COMO een fantastische sponsor zou kunnen zijn voor dit project en wij mega fan zijn van recyclen, valt het ons hier niet helemaal lekker. We kunnen maar niet achterhalen waarom hij voor dit materiaal heeft gekozen, want het roept geenszins op tot bezinning. Lelijk materiaal of niet, de tombes en jassen scheppen wel een duidelijke routing: je wordt heel bewust door de kerk geleid. Een soort mysterieuze doolhof waar wij met liefde meer dan een rondje door hebben gemaakt.

Hoe lang doe je er over? | 15 min.

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | Bij binnenkomst krijg je (als je lief bent) ook een blauw foldertje mee over De Oude Kerk. Sla deze zeker niet af, zoals we meestal doen met alles wat ook maar enigszins op een flyer lijkt. Deze bevat namelijk illustraties van Jan Rothuizen, beter bekend van de Zachte Atlas. En als je de folder uitvouwt, vind je een posterformaat illustratie met alle leuke weetjes over De Oude Kerk! Wij zeggen: gratis cadeautje.


De tentoonstelling ‘NA’ van Christian Boltanski is nog t/m 29 april 2018 te bezoeken in De Oude Kerk. Meer informatie: https://oudekerk.nl/programma/christian-boltanski/

Cover: Installatiefoto van De Oude Kerk met werk van Christian Boltanski, 2017, foto: Gert-Jan van Rooij, via Coebergh PR.

Advertenties

GO | NO GO #84: Girl on fire

GO | NO GO 5 december 2017

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Ditmaal reizen we naar Amersfoort om in Kunsthal KAdE de tentoonstelling ‘VUUR’ van Maria Roosen te bezoeken.

Doe even je ogen dicht en bedenk je de mooiste roze borsten die aan touwen hangen en zachte piemels die rustig in een vaasje liggen te wachten. We hebben het niet over de sexshops op de Wallen, we zijn in Amersfoort, waar kunstenares Maria Roosen je meeneemt in haar sensuele wereld van glas. De expo opent met een knaller, doordat het eerste wat je ziet een grote open ruimte is, waar Roosen ladders heeft neergezet die de hoogte in reiken. Haar werk neemt alle ruimtes in het museum over, van grond tot wand en zelfs tot aan het plafond. De tentoonstelling VUUR is de nieuwste in een reeks van solo-exposities over beeldhouwers, zoals eerder over  Tom Claassen en Henk Visch.

De titel van de tentoonstelling, VUUR, slaat natuurlijk direct op het maakproces van glas waarbij verhitting een leidende rol speelt. Daarnaast heeft het een meer symbolische betekenis en kunnen we het koppelen aan de verschillende aspecten die voelbaar zijn in haar werk zoals; passie, liefde en erotiek. Elk kunstwerk begint met een aquarel waarin ze haar ideeën met veel kleur op papier zet. De volgende stap is om het concept uit te werken in glas. Dit doet ze niet zelf, maar laat ze doen door een glasblazer. We kunnen dus zeggen dat Roosen een conceptuele kunstenaar is: het idee is van haar, ze gebruikt andermans handen (en monden) om het uit te voeren. Dat zorgt er ook voor dat ook het “handschrift” van de glasblazer mede bepaalt hoe haar werk eruit komt te zien. Deze tentoonstelling laat alle onderdelen van haar oeuvre zien: glazen objecten, zelf gemaakte sokkels, installaties, werk op papier en nieuw werk in hout.


Installatie foto: Maria Roosen, ‘Wall’, 2017, beeld: Mike Bink, via Kunsthal KAde.

+ | Let’s keep it short and sweet: wij worden heel enthousiast van het werk van Maria Roosen. Dit enthousiasme komt door haar kleurgebruik, de wulpse en soms zelfs sexy vormen en onderwerpen, en natuurlijk door het materiaal. Glas is ontzettend veelzijdig en Roosen weet het in haar werk zo te presenteren dat we het het liefste continu willen aanraken, voelen en misschien af en toe ook wel aan willen likken. Wat we natuurlijk allemaal NIET hebben gedaan, for the record. Het werk ‘Wall’ (2017), een muurtje tussen twee zalen in dat de doorgang blokkeert, dat bestaat uit glazen bakstenen in alle kleuren die er beschikbaar zijn. Het is mega vrolijk en doet ons stiekem terugdenken aan de heerlijke tijd dat we nog met LEGO speelden. Dan hebben we het nog niet eens over de gang vol borsten en een hele wand vol spermazoïden. Als je deze expo bezoekt heb je kans spontaan zwanger te raken of ineens over te stappen op de vrouwenliefde.

large
Installatie foto: Maria Roosen, ‘Willy Heads (after Rene Magritte, after Paul McCarthy, Medusa (after Caravaggio))’, 2014, beeld: Peter Cox, via Kunsthal KAde.

– | Ondanks dat wij geen genoeg konden krijgen van alle prikkels op onze zintuigen, was de tentoonstelling hier en daar toch wat overdadig in negatieve zin. Het prachtige zicht op de benedenverdieping, met een installatie van ranke ladders die naar het plafond reiken en waartussen Roosen koorden heeft geregen met glazen kralen, plastic voorwerpen en echt fruit, is bijvoorbeeld omringd met zwart afgedrukte woorden op de vloer die alle aandacht afleiden. Hoewel deze woorden alle kleuren beschrijven die in het glasblazen mogelijk zijn, botst dit concept met de rust en ruimte die de installatie verdient. Deze rust ontbreekt ook bij sommige sokkels. Bijvoorbeeld onder het werk ‘Willy Heads’ is de opstapeling van nagebouwde dozen en pallets zo aanwezig, dat we de delicate glazen beelden niet goed meer kunnen zien. Een contrast opzoeken kan spannende resultaten opleveren. Een simpele betonnen sokkel had waarschijnlijk een beter eindresultaat behaald zonder de aanwezigheid van het beeld aan te tasten.

Hoe lang doe je er over? | 45 min.

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | Als je nu net als ons erg aanrakerig wordt van al deze mooie borsten en piemels, dan is er in de kelder een kamertje waarin je in deze behoefte wordt voorzien. In de educatieruimte is namelijk een glazen object waar je wel aan mag komen! Grijp je kans en betast dit heerlijke stukje glas, want elders mag het niet. Ook leuk is dat je hier wat meer ziet over het maakproces van de grote houten sculpturen en zie je objecten die zij in het maakproces gebruikt.


De tentoonstelling ‘VUUR’ van Maria Roosen is nog t/m 7 januari 2018 te bezoeken in Kunsthal KAdE. Meer informatie: https://www.kunsthalkade.nl/nl/tentoonstellingen/vuur

Cover: Installatie foto: Maria Roosen, ‘Fruits of Love’, 2017, beeld: Peter Cox, via Kunsthal KAde, courtesy Galerie Fons Welters, Amsterdam.

GO | NO GO #83: Smullen van symboliek met Inti Hernandez

GO | NO GO 29 november 2017

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Vandaag bespreken we de solotentoonstelling ‘Cotidiana’ van Inti Hernandez in Galerie Ron Mandos.

De Cubaanse kunstenaar Inti Hernandez (1976) heeft zo ongeveer een gallery take-over gedaan bij Ron Mandos op de Prinsengracht. Niet alleen staat de galerie vol met werken uit verschillende series, ook de vloer is helemaal beklad door Hernandez. Waar we normaal gesproken netjes onze voeten vegen voor we naar binnen gaan, hebben we hier de neiging om dat na afloop te doen: de vloer is geverfd om het zo vies mogelijk te doen lijken. Maar tussen alle vegen verschijnen mooie tegelpatronen, want ook dit is een kunstwerk (‘Propia Iniciativa’). Hernandez gebruikt de vloer als metafoor: chaos kan volgens hem het fundament zijn voor schoonheid. Het enige dat je daarvoor nodig hebt, is een beetje aandacht, tijd en het benutten van alle kansen. Dit is de status van Cuba vandaag de dag, aldus de kunstenaar.

Behalve de vloer is er in de galerie absoluut geen sprake van chaos: de ‘Useless Objects’ uit de ‘Human Needs’-serie zijn de meest minutieus uitgevoerde kunstwerken die we in tijden hebben gezien. Een ventilator, een paraplu, een stekkerdoos: ze lijken net echt, maar zijn handgemaakte houten replica’s. Hierin verbindt Hernandez ambacht aan illusie en volledige nutteloosheid. Hij doet er ongeveer twee maanden over om bijvoorbeeld zo’n ventilator na te maken, maar zodra -ie af is heb je er helemaal niks aan. Dit staat symbool (ja, Hernandez houdt wel van een lekkere metafoor) voor onze huidige maatschappij: we worden overspoeld door onverschilligheid en oppervlakkigheid. Echt een expositie voor optimisten dus! En er is nog meer: ‘Balance Cubano’ is zijn serie van schommelstoelen die aan elkaar vast zitten. Ook dit staat weer voor de Cubaanse samenleving en de balans tussen community en individu die nodig is om als land een succesvolle toekomst te hebben. Last but not least, de installatie ‘At the head of the table the people sit’, onze absolute favoriet.


detail van: Inti Hernandez, ‘We are overheated, yet we have time’, 2017. Courtesy de kunstenaar en Galerie Ron Mandos.

+ | We verklapten het al een beetje in onze intro: wij zijn muy enamoradas op de installatie ‘At the head of the table the people sit’. Verliefd dus, voor als je geen español op de middelbare school hebt gehad. Je zou de installatie bijna missen, want het zit verstopt in een zaaltje halverwege de galerie. Zodra je hier echter binnenloopt, is het even alsof je écht op Cuba bent. De installatie bestaat uit twee delen: een lange tafel en een video-installatie die geprojecteerd wordt op de achterwand. Op de video zie je een voordeur met uitzicht op een Cubaanse straat (ook hier geldt: het lijkt net echt!). Er lopen mensen voorbij, je hoort meer voetstappen en auto’s in de verte, maar niemand komt via de deur naar binnen. Hier staat de lange tafel die feestelijk gedekt is, alleen is het feestje al voorbij. Er liggen wat notendoppen, een halve grapefruit, bakjes met saus, half opgebrande kaarsen.

We worden overspoeld door FOMO en dat is nou precies wat de kunstenaar ermee bedoelt. We voelen ons buitenstaanders, niet uitgenodigd voor het elegante feestje. Het enige wat we te zien krijgen zijn de restjes die zijn achtergelaten. Deze installatie laat zien dat de wereld is verdeelt in de haves and have nots, waarbij de haves zich hoog in hun ivoren toren isoleren en de resterende 99% van de samenleving het maar moet uitzoeken. Fun fact: de gedekte tafel is zo echt als maar zijn kan: het diner vond plaats tijdens de opening (die zoals altijd wél open was voor publiek) en de restjes blijven staan tot het einde van de expositie. Wij zijn in ieder geval blij dat we er al waren voordat de grapefruit is gaan rotten.


Inti Hernandez,
‘At the head of the table the people sit’, via Galerie Ron Mandos.

± | Er is meer dan genoeg te zien in de expositie van Inti Hernandez,  met verschillende series die samen verschillende thema’s aankaarten: elitarisme, illusie, nutteloosheid, tijd. Achterin de galerie is er nog één zaal “over”, waar een klein overzicht van andere kunstenaars die de galerie vertegenwoordigt te zien is. Onze ogen zijn alleen al verzadigd genoeg van alle werken van Hernandez. Een Making Of-docu, om maar iets te noemen, was nog een leuke toevoeging geweest. Deze ogenschijnlijk willekeurige selectie kunstwerken had de galerie echter best mogen weglaten. Volgende keer beter.

Hoe lang doe je er over? | 15 – 30 min.

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | Galeries hebben een vreselijke reputatie als het gaat om “bezoekersvriendelijkheid”. We vallen in herhaling, maar het kan wat ons betreft niet vaak genoeg gezegd worden: je mag heus een galerie binnen wandelen zonder iets te kopen. Galerie Ron Mandos oogt überhaupt al uitnodigend door de grootte en de ligging aan de Prinsengracht, en de mensen die er werken zijn altijd meer dan willing om je een mini-privétour te geven. Dat zien we graag!


De tentoonstelling ‘Inti Hernandez – Cotidiana’ is nog t/m 13 januari 2018 te zien in Galerie Ron Mandos. Meer informatie: http://www.ronmandos.nl/exhibitions/inti-hernandez-cotidiana-dagelijks

Cover: Inti Hernandez, Chair in disbalance (community of five), 2015. Courtesy de kunstenaar en Galerie Ron Mandos.

 

GO | NO GO #82: prijswinnaars in Dordrecht

GO | NO GO 14 november 2017

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze keer reisden we af naar het Dordrechts Museum om daar de prijswinnaars van De Scheffer te bekijken.

Denk je dat je tot december moet wachten voor alle chique feestjes? Think again. In Dordrecht zit de stemming er al goed in, want daar is – zoals elk jaar – De Scheffer uitgereikt door de Vereniging Dordrechts Museum. De prijs: van de winnaar wordt een kunstwerk aangekocht en een tentoonstelling gemaakt in, je raadt het al, het Dordrechts Museum. Dit jaar bestaat de Vereniging Dordrechts Museum 175 jaar en dus extra reden voor een feestje. Daarom zien we niet alleen de prijswinnaar van dit jaar (RaQuel van Haver), maar ook de vijf winnaars van de afgelopen edities: Frank Ammerlaan, Charlotte Dumas, Elspeth Diederix, Joost Krijnen en Kim van Norren.

De spotlight staat dit jaar natuurlijk wel op de winnares van 2017: de Amsterdamse Bijlmerbewoner RaQuel van Haver. De jury omschrijft haar werk als volgt: “Het werk van RaQuel van Haver is in alles een reactie op de buitenwereld. De wereld waarin ze verkeert en waarmee zij zich als persoon verbonden voelt. Kolossaal opgebouwde doeken, reliëfs zwaar van teer en touw en verf, met grote figuren die uit die verf naar voren komen. Prostituees in de drinkhallen in Zimbabwe, straatjeugd in Lagos, figuren uit de Bijlmer waar haar atelier is gevestigd. Ook de kleine werken zijn reliëfs, met overtuigende portretten van de modellen van de straat. Ze zoekt het gevaar op, werkt op locatie. Weet haar wereld en betrokkenheid daarbij indringend over te brengen”. Tijd om het te checken!

Raquel van Haver, werk - foto door Jack Bell GalleryRaquel Haver ‘THE DEFINITION OF A SYSTEM #1’, 2017, via het Dordrechts Museum.  

± | De expositie is verdeeld in twee delen: aan de ene kant zien we het werk van RaQuel van Haver, aan de andere kant de winnaars van de voorgaande jaren. Al zou je er met je rug naar toe staan, het werk van RaQuel is niet te missen: een soort altaarstuk met wat lijkt op glas in lood. Als je dichterbij komt, zie je dat het geen glas in lood is, maar dikke zwarte lijnen verf op de ondergrond. Het werk is gruwelijk, en misschien is dat precies waar je van houdt, maar wij vinden het lastig om dit werk écht goed te vinden. Er is iets te veel van alles: te veel verf, te veel agressie, het is te aanwezig. Net als een straalbezopen figuur die een kwartier voor sluitingstijd in de kroeg voor de vierde keer om je nummer komt vragen, lijkt dit kunstwerk niet te weten wanneer het een stapje terug moet doen. Dit is waarschijnlijk precies de bedoeling van dit werk: de rauwe randjes en lelijke keerzijde van onze samenleving uitvergroten en ons ermee in het gezicht slaan. Het hedendaagse altaarstuk lijkt te schreeuwen, wie is er de heilige en wie is er de zondaar?! Zoals de jury terecht stelt, is het werk van RaQuel van Haver erg origineel. Wij krijgen het er benauwd van, maar wellicht is dat juist iets goeds. Ga heen en ontdek zelf wat het met je doet.

+ |  Hoewel wij niet meteen de grootste fans van RaQuel zijn (waddup met die hoofdletter?), hebben we reden genoeg om nog even te blijven hangen in het museum. Zoals we in de intro al schreven, laat deze expo ook de winnaars van voorgaande jaren zien. Je krijgt zo toch een aardig beeld van een aantal kunstenaars die best lekker aan de weg timmeren in Nederland. Het vrolijke werk van Kim van Norren (zie coverbeeld) is een verademing naast het zware en beladen werk van RaQuel van Haver. Eigenlijk zijn we stiekem fan van alle prijswinnaars van de afgelopen jaren. Joost Krijnen weet ons te betoveren met zijn werk dat bijna als een soort onderbewuste schets is neergezet. Het werk van Frank Ammerlaan lijkt op vlekken olie en trekt ons dicht naar zich toe door de glans en spannende kleuren.

Schermafbeelding 2017-11-13 om 19.55.40
Links: Joost Krijnen, ‘The Second Movement’, 2015, via Joost Krijnen | Rechts: Frank Ammerlaan, ‘Untitled’, 2016, via Upstream Gallery.

Hoe lang doe je er over? |  25 min.

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | Bij ‘meer weten’ deze week onze tip om vooral ‘meer te kijken’ in het museum. Als je de tijd hebt, loop dan zeker even door de vaste collectie van het museum, want deze is echt de moeite waard! Let vooral op de mooi en rustig ingedeelde zalen, waarbij de werken per thema zijn gehangen. Er hangen pareltjes tussen van Jan van Goyen, Floris Verster, Isaac Israels, Emo Verkerk, Jan Schoonhoven en een bloedmooie Robert Zandvliet.


De tentoonstelling ‘De Scheffer’ is nog t/m 15 april 2018 te zien in het Dordrechts Museum. Voor meer informatie:  https://www.dordrechtsmuseum.nl/tentoonstellingen/de-scheffer-2017/

Cover: Kim van Norren, ‘And There is no Space but there’s Left and Right’,  2010, via Dordrechts Museum.

GO | NO GO #81: Jan, pas op dat je de foto’s niet onder kwijlt

GO | NO GO 25 oktober 2017

 

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Vandaag kijken we naar ‘De collectie belicht door Jan Cremer’ in het Nederlands Fotomuseum.

Wanneer een museum een Bekende Nederlander een tentoonstelling laat cureren, kan het twee kanten op: of je krijgt een frisse invalshoek, of het slaat de plank mis in doordat je als bezoeker niet begrijpt waarom juist deze persoon zich met de collectie is gaan bemoeien. Het Nederlands Fotomuseum neemt dat risico inmiddels voor de vierde keer, met hun tentoonstellingsreeks De collectie belicht door… Voor de eerste drie edities heeft het museum drie fotografen benaderd: Vincent Mentzel, Stephan Vanfleteren en Eddy Posthuma de Boer. De vierde editie is voor de 77-jarige schrijver en beeldend kunstenaar Jan Cremer.

Uit een massive collectie van 5,5 miljoen foto’s van Nederlandse fotografen die het Nederlands Fotomuseum bezit, mocht Cremer er 15 kiezen. Hij besloot voor het thema ‘naakten’ te gaan. Over zijn keuze zegt hij: “Ik heb een andere kijk op het naakt dan de andere mensen, denk ik, want ik ben sinds de vroegste perioden op de kunstacademies met het naakt vertrouwd geraakt en zie het als een object om te schilderen en te fotograferen.” Het naakt als object. We zijn benieuwd.

Schermafbeelding 2017-10-25 om 19.04.00
Links: Sanne Sannes, ‘Naakt’, 1959-1967, © Sanne Sannes, via Het Nederlands Fotomuseum. Rechts: Nico Jesse, ‘Leerlingen in atelier van Zadkine’, Parijs (ca. 1954) © Nico Jesse, via Het Nederlands Fotomuseum

–  | Laten we met de deur in huis vallen: Cremers selectie lijkt meer een excuus voor Jan om eens publiekelijk over zijn natte dromen uit te weiden. Dit wordt extra duidelijk wanneer hij de foto’s van Bertien van Manen bespreekt: deze laten naakte vrouwen in Rusland zien, onderdeel van een serie die Van Manen heeft geschoten om het dagelijkse leven aldaar te tonen. We zien persoonlijke momenten, zoals een groep vrouwen die na een lange dag ontspant in de sauna. Hun blote lichamen zijn niet het onderwerp van de foto, maar daar brengt Jan graag verandering in. Zijn onderbouwing en beschrijvingen bij de vijftien foto’s die hij heeft gekozen, beginnen als een kwijlend vertoog. We zien Cremer die net 15 miljoen foto’s door zijn gerimpelde handen heeft laten gaan, kwijlend de naakte borsten, billen en plukken schaamhaar eruit heeft gefilterd en nog in half-opgewonden staat achter zijn oude typemachine is gekropen. ‘Hmmm, lekkere tepels,’ hoor je hem bijna mompelen. ‘Een wellustig portret van mooie billen waaraan de kijker zich wil opwarmen. Lustopwekkende, sportieve, gespierde billen…,’ schrijft hij elders.

Dit is jammer, om het subtiel te verwoorden. Het naakte lichaam (mannelijk of vrouwelijk en alles ertussenin) is heel inspirerend: het is de mens zonder opsmuk in al zijn of haar vormen, het kan je verhalen vertellen over het leven, de maatschappij, de geschiedenis, het lichaam kan opwinden of juist het meest onschuldige zijn. Cremer lijkt enkel lust te zien; het vrouwelijk lichaam dat in meervoud rondloopt met als enkel doel om hem op te geilen. Hij koelt gelukkig wat af naarmate de selectie foto’s zich verder ontvouwt, en lijkt zich toch een beetje te herpakken. Tijd voor wat inhoud.

680ELB-550_B
Wally Ellenbaas, ‘Solarisatie’, 1933-1934 © Wally Elenbaas / Nederlands Fotomuseum

+ | Zodra Cremer begint te vertellen over de academies en het naakt in de fotografie als genre, wordt het interessant. Hij neemt ons mee achter de schermen, van het atelier van Zadkine in Parijs tot het klaslokaal van de Vrije Academie in Den Haag in de jaren 50. Hij kent elk krukje, heeft elk model (uiteraard) gekust en elke docent de hand geschud. Cremer vertelt dat men vroeger naaktmodellen op straathoeken moest zoeken, want het was niets voor nette dames. Hij vertelt hoe Kees van Dongen er naar het schijnt een half bordeel op nahield, zoveel naaktmodellen liepen er rond in zijn atelier, hoe Picasso bij gebrek aan professionele modellen naaktfoto’s van zijn vrouw Olga verkocht. Het zijn deze anekdotes die de geschiedenis van het genre tot leven doen komen; de verteller in Cremer heeft de overhand genomen. Als we dan sec naar de foto’s kijken: deze zijn stuk voor stuk adembenemend mooi. De vrouwenlichamen hebben allemaal een andere vorm, van slank tot voluptueus. De vrouwen bevinden zich in verschillende situaties, van sensueel tot alledaags. De gemene deler is het lichaam: net als Rembrandt zijn naakten zonder #filter etste, Rubens niet bang was voor wat cellulite, en Marina Abramovic haar eigen lichaam gebruikt, zien we hier het naakt in alle vormen en soorten. De foto’s zijn een ode aan de vrouw, Jan Cremer giet er zijn eigen vunzige sausje overheen.

Hoe lang doe je er over? |  20 min.   

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | Deze keer bieden we je een ‘meer zien’ aan. Voor de tentoonstellingen in het Nederlands Fotomuseum geldt ook voor Museumkaarthouders een toeslag van drie euro per persoon. Niet veel, en zeker de moeite waard aangezien je naast De collectie belicht door Jan Cremer ook nog een andere mooie expositie kunt bezoeken: Bruce Davidson. American Photographer. Deze tentoonstelling is een supergroot retrospectief van het werk van de Amerikaanse fotograaf die sinds de jaren vijftig mensen fotografeerde voor wie de American Dream niet bereikbaar was. Twee vliegen in één klap dus!


De tentoonstelling ‘De collectie belicht door Jan Cremer’ is nog t/m 17 december 2017 te zien in het Nederlands Fotomuseum. Meer informatie:  https://www.nederlandsfotomuseum.nl/tentoonstelling/collectie-belicht-jan-cremer/

Cover: Wally Elenbaas, ‘Solarisatie’, 1933-1934, © Wally Elenbaas, via Het Nederlands Fotomuseum

 

GO | NO GO #80: Finders Keepers

GO | NO GO 24 oktober 2017

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Vandaag kijken we naar ‘Finders Keepers. The Life of Things’ in Het Nieuwe Instituut.

We hebben allemaal wel eens per ongeluk een hele avond back to back TLC-programma’s gekeken. Een van de meest bevredigende shows in het kader van ‘laten we kijken hoe absoluut verknipt andere mensen zijn, dan valt mijn eigen quarterlife crisis eigenlijk best wel mee’ is My Crazy Obsession. Mensen die de vulling uit een jaren 60-bankstel als middagsnack consumeren, mensen die elke dag hun gezicht schoonmaken met industrieel bleekmiddel, mensen die een liefdevolle relatie met een opblaasbare zwembadkrokodil menen te hebben: you name it, they’ve got it. Het Nieuwe Instituut in Rotterdam gaat nu met de billen bloot en toont zijn eigen crazy obsession: verzamelen.

Van een kunstenaar die plastic uit de oceaan vist om een maatschappelijk statement te maken, tot Adri uit Vlissingen die een collectie van 600 mobiele telefoons heeft — de expositie Finders Keepers. The Life of Things is een verzameling verzamelingen: meer dan 5000 voorwerpen uit zo’n 400 collecties. De tentoonstelling heeft misschien wel het meest “museale” thema mogelijk; in musea draait het immers om verzamelen, conserveren en tentoonstellen. Maar waar in de kathedralen voor de kunst doorgaans schilderijen, sculpturen en schetsen getoond worden, richt deze expositie zich op alledaagse objecten. Eén op de drie mensen in de westerse wereld beschouwt zichzelf namelijk een verzamelaar. Wat die verzameling precies behelst, kan ruim geïnterpreteerd worden, wat blijkt als we langs een eindeloze hoeveelheid kapotte fietsbellen lopen. Dat is ook niet belangrijk, want de centrale vraag in deze tentoonstelling delft een stukje dieper: waarom verzamelen we eigenlijk?

Dutch Design DailyInstallatieshot van de expositie, via Dutch Design Daily.

+ | Finders Keepers is een intelligente en actuele tentoonstelling: nog nooit zijn er op de wereld zo veel spullen geweest. We verdrinken in consumptiegoederen en tegelijkertijd zitten onze webshop-winkelmandjes altijd vol. De beweegredenen om een verzameling aan te leggen blijken heel verschillend te zijn, wat deze expositie heel mooi laat zien. Elke collectie is netjes geordend uitgestald als een ware ocd-droom, ernaast een transparant plaatje met uitleg: wie, wat en vooral waarom. Zo komen we bijvoorbeeld kunstenaar Michael Wolf tegen, die gebroken of verbogen kleerhangers verzamelt: “Het is no name design, dat inspireert vanwege zijn gebrek aan esthetiek.” Wolf transformeert ze vervolgens tot exact het tegenovergestelde: de kleerhangers zijn onderdeel van installaties in combinatie met zijn foto’s en daarmee het toonbeeld van esthetiek.

Finders-Keepers-4-2017-c-Mathijs-LabadieInstallatieshot Finders Keepers, door Mathijs Labadie, via Het Nieuwe Instituut

Onze favoriete collectie is echter die van Iza van Riemsdijk uit Rotterdam: zij is mogelijkerwijs de enige verzamelaar ter wereld van vliegenmeppers. Waarom? Ze kocht ooit op vakantie in een afgelegen Japans dorp een vliegenmepper in de vorm van een vlinder: “Het trof me dat iemand zoveel moeite had gedaan om van zo’n alledaags object zo iets bijzonders te maken.” Krijg nou wat, Iza heeft een punt. Dankzij haar collectie en deze expositie valt ons op hoe mooi, interessant en soms confronterend deze dagelijkse objecten zijn. We worden een spiegel voorgehouden over hoe we als consumptiemaatschappij functioneren. Laat mij uw verzameling zien, en ik zeg u wie u bent – wij zijn onder de indruk.

–  | Aan de zijwanden van de zaal hangen beeldschermen, waarop interviews met de verzamelaars worden afgespeeld. Het geluid staat aan, op alle schermen, tegelijkertijd. Daarnaast produceert een van de verzamelingen/kunstwerken ook nog luide muziek. Mochten je trommelvliezen nog intact zijn, komt daar het geluid van het museumcafé om het hoekje nog bij, plus de rennende kinderen boven je hoofd (het plafond is  gemaakt van stalen roosters, wat zo heerlijk meedreunt). De kakofonie aan geluiden die je in deze ruimte tegemoet pulseert is borderline ondraaglijk. Onze tip: zet wat Boeddhistische meditatiemuziek op je iPhone en voorkom een jaar lang anger management-sessies.

Hoe lang doe je er over? |  45 min.   

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | Op 9 november vertelt (mede-oprichter van New Urban Collective) over weer een hele andere verzameling: The Black Archives. Dit archief bestaat uit verschillende boekencollecties, archieven en artefacten die de nalatenschap zijn van zwarte schrijvers en wetenschappers. Educate yourself.


De tentoonstelling ‘Finders Keepers. The Life of Things’ is t/m 11 februari 2018 te zien in Het Nieuwe Instituut. Meer informatie: https://finderskeepers.hetnieuweinstituut.nl/  

 

GO | NO GO #79: Zoekterm: migratie

GO | NO GO 11 oktober 2017

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Dit keer nemen we de thematische tentoonstelling ‘Ik ben een geboren buitenlander’ in het Stedelijk Museum Amsterdam onder de loep.

Een kunstenaar kan het nog zo hard willen, maar een kunstwerk heeft zelden of nooit één betekenis. Kunstwerken zijn per definitie vatbaar voor interpretatie, en die interpretatie wil nog wel eens flink variëren afhankelijk van de context. De manier waarop een kunstwerk wordt gepresenteerd, bijvoorbeeld in een museale opstelling, in een solotentoonstelling van de kunstenaar in samenhang met andere werken uit zijn/haar oeuvre, of binnen een thematische groepstentoonstelling, is van grote invloed op hoe we een kunstwerk tot ons nemen. De vele zelfportretten van Rembrandt zouden bijvoorbeeld een heel andere lading krijgen als ze in een thematentoonstelling over narcisme in de kunst zouden worden getoond – just saying… Daarom in deze GO | NO GO een snelcursus over de moeilijkheid van de thematentoonstelling. Onze casus: Ik ben een geboren buitenlander in het Stedelijk. Jongens en meisjes, schrijven jullie mee?

Met een thematentoonstelling maakt een instelling een statement: er valt een trend in kunstenaarsland te signaleren, of het thema is een hot topic. In het kader van get it while it’s hot, haakte het Stedelijk dit jaar in op het thema van ‘migratie’ – volgens het persbericht van het Stedelijk “een onderwerp dat de samenleving lijkt te verdelen.” Bovendien leeft dit thema volgens het museum onder kunstenaars. Daarom wijdde het Stedelijk Museum dit jaar maar liefst vijf tentoonstellingen aan het begrip migratie, naar eigen zeggen “in de ruimste zin van het woord.” Naast solotentoonstellingen van de Indiase Nalini Malani, de Zuid-Afrikaanse Zanele Muholi (zie hier meteen die “ruimste zin van het woord” – haar werk gaat niet eens over migratie?) en de Colombiaan Carlos Motta, presenteerde het Stedelijk eerder dit jaar ook al Oplossing of Utopie? Ontwerpen voor vluchtelingen, een tentoonstelling met projecten van ontwerpers en architecten die bedoeld zijn voor tijdelijke situaties waarin vele vluchtelingen verkeren. De tentoonstelling Ik ben een geboren buitenlander is de laatste in deze reeks, waarvoor in de eigen collectie van het museum is gedoken met de vraag: hoe verhouden kunstenaars zich tot migratie, en op welke wijze brengen ze dit thema in beeld?

1987.1.1262
Lewis Hine, ‘Dutch Family’, 1910. Collectie Stedelijk Museum Amsterdam.

– | Een thematentoonstelling klinkt simpel: alsof je een thema-kwartje in de automaat gooit. Het lijkt alsof het Stedelijk in de zoekfunctie van hun collectiedatabase op het trefwoord ‘migratie’  heeft gezocht en alles wat eruit rolde tentoon heeft gesteld. De vraag die het Stedelijk zichzelf stelde hoe kunstenaars in hun collectie zich verhouden tot het onderwerp, wordt op de meest associatieve manieren beantwoord. Het resultaat: er is in feite geen touw aan vast te knopen is waar het Stedelijk met deze presentatie heen wil. De ene kunstenaar wordt er aan zijn haren bijgesleept omdat hij zelf ooit naar Nederland is geëmigreerd, terwijl het werk daar dan niet eens per se over gaat. De ander is zelf geen migrant maar reflecteert wel op het onderwerp. Er zijn werken die refereren aan het Nederlandse koloniale verleden, zoals het videowerk La Javanaise van Wendelien van Oldenborgh, maar de tentoonstelling bevat bijvoorbeeld ook de beroemde foto’s van Lewis Hine die hij maakte van immigranten die rond 1900 op Ellis Island in de haven van New York arriveerden, de toegangspoort tot the American dream. Kortom, er worden kunstenaars naast elkaar gezet omdat ze ergens dus íets met migratie te maken moeten hebben gehad, op welke manier dan ook. Dwarsverbanden worden echter nauwelijks gelegd; hier valt geen enkele concrete gedachtegang, vervolgvraag of statement uit op te maken.

2007.1.0011(1-12)
Marlene Dumas, ‘Young Men’, 2002-2005. Collectie Stedelijk Museum Amsterdam.

+| Toch zitten er genoeg werken tussen die absoluut de moeite waard zijn om te gaan bekijken. Met name de werken die ingaan op beeldvorming en berichtgeving rondom migranten lijken in deze tentoonstelling het meest hout te snijden. Het thema van ‘migratie’ was door het museum per slot van rekening gekozen, omdat het “de samenleving lijkt te verdelen.” Toen na 11 september 2001 de War on Terror uitbrak, zorgde negatieve berichtgeving in de media ervoor dat het Arabische uiterlijk per definitie werd (en wordt) geassocieerd met gevaar, moslimextremisme en raciale spanningen. Marlene Dumas speelde op deze angstgevoelens en stereotyperingen in door tekeningen te maken van twaalf jonge mannen met een Noord-Afrikaans of Arabisch uiterlijk. De ene tekening is van een zelfmoordterrorist, de ander kan zomaar een jongen uit Dumas’ eigen omgeving in Amsterdam zijn. Dumas maakt simpel maar raak duidelijk dat hun uiterlijke kenmerken hen stuk voor stuk verdacht maken, schuldig of niet.

Een ander werk over beeldvorming is de serie Le monde appartient à ceux qui se lèvent tôt (‘De wereld behoort aan hen die vroeg opstaan’) van Barbara Visser. Bij het bekijken van deze reeks van vijf foto’s wordt je als toeschouwer op het verkeerde been gezet. Het lijkt alsof we een vluchteling zien die – à la de beroemd geworden foto van het 2-jarige Syrische jongetje Aylan Kurdi – aangespoeld is in de branding. De man op de foto ziet er levenloos uit. Door steeds verder uit te zoomen, blijkt bij de vijfde foto dat het dramatische tafereel volledig in scene is gezet. Wat op het eerste gezicht een ‘waar’ documentair beeld lijkt te zijn, is bij nader inzien een constructie. Een abstractere verbeelding van representatie en beeldvorming zijn de textielinstallaties van Rossella Biscotti. Zij zette demografische gegevens van immigranten om in een geometrisch patroon van blokjes die geponst zijn in stof. In feite verbeeld het de abstractie van de vluchtelingenproblematiek: mensen worden anonieme nummers in een wachtrij en politici lijken enkel nog van quota te spreken.

Schermafbeelding 2017-10-11 om 10.52.20
Barbara Visser, ‘
Le monde appartient à ceux qui se lèvent tôt (no. 1, 2 & 3)’, 2002, collectie Stedelijk Museum Amsterdam, courtesy: Annet Gelink Gallery, Amsterdam

Remy Jungerman gebruikt in zijn werk het motief van een platgereden pad als metafoor voor iets of iemand die vrijwillig uit de natuurlijke habitat stapt. Jungerman: “Die stap is een risico – je kunt platgetreden worden, maar je kunt ook ontsnappen.” De kunstenaar gebruikt het motief als een metafoor voor zichzelf: hij is vanuit Suriname naar Nederland gekomen. Het Stedelijk is met deze tentoonstelling ook uit zijn comfort zone gestapt – en een beetje platgereden door zo’n groots thema. Conclusie van deze cursus: Thematische tentoonstellingen zijn tricky. Het hoeft geen concrete eindconclusie te bevatten, maar wil het slagen, dan moet er een rode draad in te ontdekken zijn die meer suggereert dan een trefwoord alleen.

 

Hoe lang doe je er over? | 60 min   

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | In deze video vertelt Rossella Biscotti over haar werk 10×10, waarin ze data visualiseert op textiel.


De tentoonstelling ‘Ik ben een geboren buitenlander. Aspecten van migratie in de collectie van het Stedelijk’ in het Stedelijk Museum Amsterdam is t/m 3 juni 2018 te zien. Meer informatie: http://www.stedelijk.nl/tentoonstellingen/ik-ben-een-geboren-buitenlander

Coverbeeld: Remy Jungerman, ‘Zonder titel’, 1997, olieverf op doek. Collectie Stedelijk Museum Amsterdam.

GO | NO GO #78: Bullets, not brushes

GO | NO GO 1 oktober 2017

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Ditmaal zijn we bij GRIMM op de Keizersgracht geweest om de tentoonstelling ‘Gunshot Plywood Bronze Works’ van Matthew Day Jackson te bekijken.

Wanneer een galerie twee vestigingen in een stad heeft (Keizersgracht en Frans Halsstraat in Amsterdam), wil het nog wel eens mis gaan wat afspraken betreft. Helaas ook bij De Kunstmeisjes. Daarom schrijft deze week de ene helft van ons lieftallige team over de expositie op de Keizersgracht en drinkt de andere helft koffie in De Pijp. Mocht iemand interesse hebben: de cappuccino bij Boutique del Caffe Torrefazione is echt Italiaans (dik schuim!) en echt heerlijk. Maar voordat we onszelf illusies gaan maken dat we foodbloggers kunnen worden, terug naar GRIMM. Daar zie je nog even (get it while it’s hot) de solotentoonstelling van de Amerikaanse Matthew Day Jackson.

Deze kunstenaar is een geboren en getogen Amerikaan, die in zijn werk heden en verleden combineert en refereert naar de ‘Horriful’-theorie: alles kan tegelijkertijd als horrible en als beautiful ervaren worden. Een van de belangrijkste thema’s in zijn werk is geweld. Volgens Jackson wordt de Amerikaanse geschiedenis beheerst door bloeddorstigheid en destructie. Of zoals hij het zelf zei: “I just recognize that we live in an extraordinarily violent place. And that the boundaries between the haves and the have-nots and those who are and those who are not are usually defined by violence.” Jackson is wellicht niet heel bekend bij het grote publiek, maar binnen de galeriewereld een hele grote naam (met een lekker prijskaartje). Tijd dus voor een kennismaking!

installatieshot
Installatieshot van de tentoonstelling Matthew Day Jackson – Gunshot Plywood Bronze Works. Courtesy of the artist and GRIMM, Amsterdam | New York

± | De Keizersgracht is een enkele ruimte waarin je meteen de hele tentoonstelling overziet. Dan valt meteen op dat het om minimalistisch en ingetogen werk gaat. May we say a bit boring at first?  Er hangen drie grote zwarte werken en twee kleinere zeefdrukken. De grote werken doen denken aan uitgebrande panelen, maar zijn in werkelijkheid bronzen afgietsels van kapotgeschoten multiplex (plywood, in het Engels, vandaar de titel) platen. Een handvol kapotte platen, meer hoef je echt niet te verwachten van deze expositie. Het werk van Jackson is net als met een kat: je moet even je best doen, maar dan ben je friends for life. Het is daarom echt noodzaak om direct na binnenkomst even goed het persbericht door te lezen of uitleg te vragen aan de galeriemedewerker. Dan kom je er namelijk achter dat de kunstwerken niet enkel een uitbarsting van doelloze agressie zijn, maar er een boeiende boodschap en maatschappijkritiek in verscholen ligt. Kan je niet wachten en wil je dit nu al weten? Lees snel verder!

4913.1_Plywood_Piece_2_Approval_Photos_09
Matthew Day Jackson, American English (detail), 2017. Courtesy of the artist and GRIMM, Amsterdam | New York

+ | Leuk dat je er nog steeds bent! Now for the interesting part: het verhaal achter Jacksons werken. Aangewakkerd door het nieuwsbericht op 1 augustus 2016 dat een Amerikaanse universiteit in Texas het dragen van vuurwapens toestaat, werd het Jackson allemaal even te kwaad. 50 jaar eerder vonden precies op die campus namelijk de “Clock Tower Shootings” plaats, waarbij 14 mensen overleden en er tientallen gewonden vielen. Vele mass shootings kenmerken de Amerikaanse geschiedenis van de afgelopen decennia, tot aan de actuele police shootings. Als reactie hierop maakte Jackson deze serie. Hij nam panelen van multiplex, het goedkope materiaal waarmee veel huizen in Amerika zijn gebouwd. Deze huizen lijken stevig, maar zijn dit in werkelijkheid verre van. Het fundament van de VS is volgens Jackson te vergelijken met deze huizen van multiplex: het lijkt allemaal mooi van buiten maar een goede windvlaag en het ligt aan gort. De platen zijn door de kunstenaar vakkundig kapot geschoten, waardoor alleen de rand nog overeind blijft. Hij had ook naar een kwast kunnen grijpen, maar dat is niet zijn style. Jackson makes no jokes: dit is wat er momenteel met Amerika gebeurt. Vreselijke verhalen en ook best vreselijke kunst. Maar tegelijkertijd ook mooi. Horriful. Hot damn, he nailed it.

Hoe lang doe je er over? |  25 min.   

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | Dit artikel van The New York Times ter gelegenheid van een eerdere expo van MDJ vertelt je alles: van zijn studie tot zijn visie en waarom hij een raceauto in zijn studio heeft staan. Must-read!


De tentoonstelling ‘Gunshot Plywood Bronze Works’ van Matthew Day Jackson bij GRIMM Gallery op de Keizersgracht is t/m 13 oktober 2017 te zien. Meer informatie: https://grimmgallery.com/exhibitions/gunshot-plywood-bronze-works/

GO | NO GO #77 | Locus: dubbel focus

GO | NO GO 26 september 2017

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Vandaag vertellen we je meer over een duo-show van twee bijzondere filmmakers in EYE, getiteld Locus: Apichatpong Weerasethakul – Cao Guimarães.

Wanneer EYE aankondigt dat ze een nieuwe tentoonstelling openen, zijn wij er altijd als de kippen bij. Dit keer zie in het filmwalhalla aan het IJ geen ode aan een wereldberoemde filmmaker zoals (hiervoor) Scorsese, maar worden twee underground filmkunstenaars uit twee totaal verschillende werelddelen uitgelicht. Apichatpong Weerasethakul (Bangkok, Thailand) en Cao Guimarães (Belo Horizonte, Brazilië) hebben eigenlijk niets met elkaar te maken en kennen elkaar niet, maar schitteren desalniettemin samen in deze expositie. Het uitgangspunt van Locus: Apichatpong Weerasethakul – Cao Guimarães is namelijk de unieke verbondenheid van beide filmmakers aan hun regio.

De titel van deze expositie, afgeleid van de namen van de filmmakers, is een hele mond vol en dagen later discussiëren we nog steeds over de correcte uitspraak. Een stuk helderder is de opbouw van de tentoonstelling: achter een wandje met daarop de introductietest, vind je eerst een ruimte waar het werk van Cao Guimarães te zien is. Zijn films zijn herkenbaar door het langzame tempo en zijn oog voor detail. Hij focust bijvoorbeeld op een zeepbel die – trager dan drie slakken die in de file staan voor een blaadje sla – door een gebouw zweeft. Het effect is fascinerend en vooral erg rustgevend. De ruimte is zo ingericht dat je meerdere films tegelijk kunt zien (ze worden simultaan afgespeeld), of juist voor een enkel scherm kunt zitten om ze afzonderlijk te bekijken.

apichatpong_weerasethakul_primitive_nabua_2009_courtesy_the_artist_and_kick_the_machine_films_bangkok
Apichatpong Weerasethakul, ‘Primitive (Nabua)’, 2009 Courtesy the artist and Kick the Machine Films, Bangkok. Via EYE, Amsterdam

Wanneer we doorlopen naar Apichatpong Weerasethakul, worden we meteen getransporteerd naar de andere kant van de aardbol, van Brazilië naar Thailand. Zijn werk (uit de serie ‘Primitive’) is te zien in een grote zaal, waar in het midden een soort zacht podium is neergezet. Vond je bioscoopstoelen al relaxed, dan is dit je dream come true. De films tonen ons de levensverhalen van tieners die opgroeien in een voormalige conflictregio: het gebied werd voorheen geteisterd door de strijd tussen soldaten en de lokale bevolking, die ervan werd verdacht communistische sympathieën te hebben. Dit verleden is de rode draad die door de serie Primitive loopt. Het zijn hele symbolische films, waarin de symbolen zijn opgenomen alsof ze de normaalste zaak van de wereld zijn. Zo wordt je aandacht bijvoorbeeld continu getrokken door inslaande bliksem, die wel lijkt opgewekt door mystieke krachten om een een bepaalde boodschap over te brengen.

HyperFocal: 0
Cao Guimarães & Rivane Neuenschwander, Quarta-feira de Cinzas/Epilogue, 2006, Courtesy the artist, foto: Hans Wildschut, via EYE, Amsterdam.

+ | Er is veel moois te zien, maar onze favoriet was met afstand de film ‘Quarta Feira de Cinzas’ (2006) van Cao Guimarães. We zien een bosrijke omgeving met mieren en confetti – nothing more, nothing less. Nu denk je waarschijnlijk niet: super logisch, mieren en confetti! Toch gaan ze wonderbaarlijk goed samen. Je ziet de mieren druk rondlopen met de grote confettivlokken in hun kaken, wat een heel speels, poëtisch en – wederom – rustgevend beeld oplevert. De kleuren van de confetti zijn heel vreemd in de natuurlijke omgeving en knallen van het scherm. Mocht je de komende tijd overvallen worden door PMS, een gebroken hart of gewoon een bijzonder slechte dag: ga heen en maak jezelf weer gelukkig met deze film!

± | De tentoonstellingen die wij inmiddels van EYE gewend zijn, zijn vaak groot van opzet en heel verhalend opgebouwd. Ze focussen meestal op één belangrijk persoon in de filmgeschiedenis, zoals voorheen bijvoorbeeld Robby Muller of de eerdergenoemde Martin Scorsese. De levensverhalen en oeuvres van deze personen worden door middel van beeld- en audiofragmenten en bakken archiefmateriaal op spectaculaire wijze verteld. Dat is bij deze tentoonstelling veel minder het geval. Hier zie je echt alleen maar films. Locus: Apichatpong Weerasethakul – Cao Guimarães is een ingetogen expositie waar alles minder draait om de maker en meer om de kunstwerken. Maar dit komt goed uit: de filmmakers zijn niet heel bekend onder het grote publiek (zeg maar gerust: totaal obscuur, geen idee wie ze zijn). Een bezoekje aan EYE is een goede introductie tot het werk van deze mannen, die wellicht ooit nog een groot retrospectief à la Scorsese krijgen. Hopelijk dan weer in EYE en dan zijn wij er weer bij.

Hoe lang doe je er over? |  60 – 90 min.   

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro

Meer weten | Meer zien en horen van beide filmmakers? Als aanvulling op de expositie, biedt EYE ook artists talks en filmvertoningen in een van de bioscoopzalen aan. Check het hele programma en draaitijden helemaal onderaan deze pagina.


De tentoonstelling ‘Locus: Apichatpong Weerasethakul – Cao Guimarães’ is nog t/m 3 december 2017 te zien bij EYE. Meer informatie: https://www.eyefilm.nl/tentoonstelling/locus-apichatpong-weerasethakul-–-cao-guimarães


Coverbeeld: Cao Guimarães, ‘Sin Peso’, 2007 Courtesy the artist, via EYE, Amsterdam.

SPECIAL | Gallery Season Opening | Amsterdam

GO | NO GO 11 september 2017

If you say tour, we say go! Nu moeten we eerlijk bekennen dat we een wijntour door Toscane wel zouden kunnen gebruiken (is de zomer echt alweer voorbij?), maar een gallery tour maakt ons niet minder gelukkig. Lucky for us is afgelopen weekend het gallery season in Amsterdam officieel geopend: 21 galeries hebben hun nieuwe tentoonstelling van het seizoen gepresenteerd en er is dus veel nieuws te zien.

We kunnen het niet vaak genoeg zeggen: bezoek naast een museum ook af een toe een galerie. De exposities zijn helemaal gratis en nee, je wordt écht niet weggestaard als je niet van plan bent een kunstwerk te kopen. Sterker nog, de galeriemedewerkers vertellen je maar al te graag meer over de kunstwerken en tijdens de vrij toegankelijke openingen (elke paar weken weer een nieuwe) krijg je meestal wel een glaasje wijn bij binnenkomst. Dat noemen we pas gastvrijheid! To kick off the season zijn wij dus zigzaggend door het centrum gegaan en hebben een aantal not to miss exposities voor jullie op een rijtje gezet.


Anthony Goicolea, Anonymous Self Portrait XXXI, 2017, via Galerie Ron Mandos.

Anthony Goicolea & Mohau Modisakeng | Galerie Ron Mandos

Zodra je de galerie binnenloopt, sta je oog in oog met de grote grijze werken van de Cubaans-Amerikaanse Anthony Goicolea. Een belangrijk thema is de vorming van identiteit en hoe dit gezien wordt in de maatschappij; als eerste generatie Cubaanse migrant in Amerika, katholiek én gay, is hij zich heel erg bewust van zichzelf en van sociale constructies. Wij zien dit stukje zelfbewustzijn terug in zijn serie Anonymous Self-Portraits: figuren zijn zich aan het aan- of uitkleden, inclusief alle moeilijke houdingen die daarmee gepaard gaan. Als we even terugdenken aan de laatste keer dat wij skinny jeans die nét uit de was zijn gekomen probeerden aan te trekken, zijn we heel erg blij dat er niemand in de buurt was om ons te zien worstelen. Goicolea pakt echter precies dit kwetsbare, ongemakkelijke, sensuele, intieme en alledaagse moment en blaast het op tot groter dan levensgroot. Zijn techniek is ook een closer look waard: hij bouwt zijn werken laag voor laag op. Eerst tekent hij met krijt op Mylar-film (halfdoorzichtig papier zo dun als bakpapier), zowel voor-als achterkant en schildert vervolgens een extra laag op de voorkant. Wat op het gezicht witte (geschilderde) banen op het papier lijken, blijken na nadere inspectie t-shirts te zijn: een stukje abstractie waardoor je je niet snel verveelt met dit werk.

En er is meer! Galerie Ron Mandos heeft het groots aangepakt door nog een tweede expositie toe te voegen: Mohau Modisakengs video-installatie als drieluik, gepaard met een aantal stills (op de cover van dit artikel te zien). We kijken van boven op glanzend zwart-wit beelden van een man en een vrouw die (los van elkaar) in een bootje liggen. Ogenschijnlijk lijkt er niet veel te gebeuren, maar dan valt ons op dat het bootje zich langzaam met water begint te vullen, tot de personen verdronken zijn. Het behoeft weinig uitleg dat de kunstenaar hiermee verwijst naar het koloniale verleden, de slavenhandel en de invloed die dat nog steeds heeft op het postkoloniale Zuid-Afrika, alsmede de huidige vluchtelingencrisis. We hebben dit werk onlangs op de Biënnale van Venetië gezien als Zuid-Afrikaanse inzending en onze meningen waren verdeeld: waar de een vond dat lastige en hele belangrijke thema’s uit het verleden toegankelijker worden door ze op een esthetische manier als deze te presenteren, vond de ander dat de esthetische, gelikte video’s afdoen aan het onderwerp. Wij zijn benieuwd wat jullie vinden!

Hoe lang doe je er over? | 30 – 45 min.  

Wanneer kun je een kijkje nemen? | De galerie (Prinsengracht 282) is geopend van woensdag t/m zaterdag, 12.00-18.00 uur.  

Anthony Goicolea’s en Mohau Modisakengs exposities zijn t/m 21 oktober 2017 te zien bij Galerie Ron Mandos. Meer informatie: http://www.ronmandos.nl/exhibitions/anthony-goicolea-mohau-modisakeng  

 


 

Installatieshot in Flatland Gallery. Foto: De Kunstmeisjes.

Stanislaw Lewkowicz: Teerth – Greetings from Calcutta | Flatland Gallery

De Nederlandse kunstenaar Stanislaw Lewkowicz is vooral bekend om zijn litho’s – foto’s die hij vervolgens met een ambachtelijke druktechniek op papier of stof zet. Een serie van zijn kleurrijke litho’s (‘Teerth’) zien we nu in Flatland Gallery, maar onze aandacht werd direct getrokken naar iets heel anders: zijn nieuwe kunstwerk Greetings from Calcutta’ (hierboven te zien). Lewkowicz mocht op residency naar Calcutta en creëerde daar in samenwerking met lokale kunstenaars zijn visuele dagboek dat geïnspireerd is door ‘Patachitra’, de traditioneel West-Bengaalse schilderstijl met felle kleuren en krachtige lijnen. 

Zijn signature litho’s zien we nog steeds terug, maar die zijn op goud glanzend zijde geplakt en omringd door (Kantha) geborduurde dagboekaantekeningen en traditionele motieven. Van dit werk is er maar één, dus het is echt een uniek werk dat de moeite waard is om voor om te fietsen. We zien tegenwoordig een absolute revival van textielkunst en van mixed media (kunst waarin verschillende technieken – bijvoorbeeld fotografie, textiel en schilderkunst – samenkomen in één werk) en dit kunstwerk is een mooi startpunt om kennis te maken met deze trend.

Hoe lang doe je er over? | 15 min.  

Wanneer kun je een kijkje nemen? | De galerie (Lijnbaansgracht 312-314) is geopend van woensdag t/m zaterdag, 13.00-18.00 uur.

Stanislaw Lewkowicz: Teerth – Greetings from Calcutta is t/m 14 oktober 2017 te zien bij Flatland Gallery. Meer informatie: http://www.flatlandgallery.com/exhibitions/teerth/


 

Installatieshot van de expositie bij Lumen Travo. Foto: De Kunstmeisjes

 

Monali Meher: Roots and Threads, Borders and Pieces | Lumen Travo

Lumen Travo zit pal naast Flatland Gallery (ze delen zelfs een ingang), dus je krijgt bij je bezoek aan de Lijnbaansgracht twee exposities voor de prijs van één en ze zijn beide gratis, dus beter kan niet. Ook qua kunst krijg je een dubbeldeal, want net als bij Flatland, vind je bij Lumen Travo mixed media waarin textiel een belangrijke rol speelt. De van oorsprong Indiase kunstenares Monali Meher (nu woonachtig in Gent) reflecteert met haar werk op het thema van migratie: van heel klein als verhuisdozen in ingepakt moeten worden, tot heel groot als migratie van het ene werelddeel naar het andere.

We zien twee verschillende soorten werken in deze expo: foto’s van Meher zelf waar ze vervolgens met rode draden geborduurde patronen en geschreven woorden op heeft aangebracht, en persoonlijke objecten die helemaal “ingepakt” zijn door dezelfde rode wollen draden. Het combineren van de verschillende materialen is – zoals we bij de expo in Flatland Gallery schreven – wat veel kunstenaars op dit moment doen, terwijl het tegelijkertijd ook een rijke geschiedenis toont. Meher gebruikt haar persoonlijke verhaal om het universele en historische verhaal van migratie uit de beelden, wat een goede zet is geweest. We geven eerlijk toe dat we niet elke foto even mooi vonden, maar de expositie als geheel heeft een prettige sfeer waarin we verschillende culturen voelen samenkomen, en is Meher absoluut one to watch!  

Hoe lang doe je er over? | 15 min.  

Wanneer kun je een kijkje nemen? | De galerie (Lijnbaansgracht 314) is geopend van woensdag t/m zaterdag, 13.00-18.00 uur.

Monali Meher: Roots and Threads, Borders and Pieces is t/m 14 oktober 2017 te zien bij Lumen Travo. Meer informatie: https://www.lumentravo.nl/wp/


 


Steve Fitch, Motel, Raton, New Mexico, 1980, via Galerie Wouter van Leeuwen.

Steve Fitch: Western Landmarks & American Motel Signs | Galerie Wouter van Leeuwen

Wie houdt er niet van een beetje Americana? Wij wel, that’s for sure. Nadat we eerder dit jaar van wat Amerikaanse vintage fotografie hebben genoten in Foam (William Eggleston) en het Rijksmuseum (Star Vu), huppelen we nu bij Galerie Wouter van Leeuwen binnen. Daar zie je namelijk een mooie selectie van het werk van Steve Fitch (1949). Hij begon in 1971 reclamezuilen langs de Amerikaanse snelwegen te fotograferen: neon lichtmasten die motels, diners of (stoute) theaters aanprijzen.

Hij begon met een serie overdag, waarbij de zuilen wel te zien zijn maar zonder hun kenmerkende neon-licht. Ze ogen tegelijkertijd vrolijk als een beetje sneu. Een aantal jaren later ging Fitch terug en fotografeerde hij deze snelwegmonumenten ‘s nachts. En dat is precies waar wij het warm van krijgen: het meest heerlijke zuurstokroze, waardoor alles een Lolita-vibe krijgt en wij ons spontaan Thelma & Louise wanen. De galerie geeft een bescheiden overzicht van Fitch’s werk, waardoor het makkelijk behapbaar is en je zelfs in je lunchpauze een beetje kunst kan proeven.

Hoe lang doe je er over? | 15 min.  

Wanneer kun je een kijkje nemen? | De galerie (Hazenstraat 27) is geopend van donderdag t/m zaterdag, 13.00-18.00 uur.

Steve Fitch: Western Landmarks & American Motel Signs is t/m 14 oktober 2017 te zien bij Galerie Wouter van Leeuwen. Meer informatie: www.woutervanleeuwen.com