Categorie: HIGHLIGHTS

HIGHLIGHT #3 | Meesterlijke selfies | Museum Het Rembrandthuis

HIGHLIGHTS 16 augustus 2016

Sommige kunstwerken en kunstenaars kunnen niet genoeg aandacht krijgen, als je het ons vraagt! In onze rubriek ‘Highlights’ neemt elk van De Kunstmeisjes jullie daarom mee naar haar favorieten. Deze keer gaat Nathalie in Museum Het Rembrandthuis op bezoek bij de meester van de selfie.  

Laten we het niet ontkennen: ik doe het, jij doet het, degene die op dit moment links van je zit doet het – selfies maken. Hoewel meesten van ons dit staaltje virtueel narcisme nog enigszins proberen te verhullen door middel van grappige bijschriften en allerhande attributen, zijn er ook mensen – Kim K., wie kent haar niet – die er hun carrière van hebben gemaakt. Maar als je denkt dat de selfie pas zijn intrede heeft gemaakt sinds de uitvinding van de smartphone en een scala aan flatterende Instagram-filters, think again. Er is namelijk één onbetwiste meester van de selfie, en hij deed het lang voordat wij het woord ook maar hadden bedacht: Rembrandt.

REMBRANDT1

Links: Rembrandt, Zelfportret, fronsend, 1630 | Rechts: Rembrandt, Zelfportret met verbaasde blik, 1630 | Collectie Museum Het Rembrandthuis, Amsterdam

Rembrandt heeft gedurende 40 jaar zijn eigen gezicht minstens 40 keer geschilderd, meer dan 30 keer geëtst en ook nog een aantal keer getekend. Een blik op de vier zelfportretten uit 1630-1631 die we hier zien, stelt ons in ieder geval een beetje gerust: ook Rembrandt wist dat de perfecte selfie niet in één keer gemaakt is. Rembrandt maakte deze zogenaamde ‘tronies’ als oefening voor zijn andere schilderijen en etsen, om uit te vinden hoe hij verschillende emoties het beste kon uitdrukken. Hiervoor keek hij uitvoerig naar zichzelf in de spiegel, terwijl hij verschillende (gekke) gezichten trok. Een beetje hoe ik er uitzie terwijl ik eyeliner netjes probeer aan te brengen, stel ik me zo voor.

REMBRANDT2

Links: Rembrandt, Zelfportret met muts, grijnzend, 1630 | Rechts: Rembrandt, Zelfportret met bontmuts, 1631 | Collectie Museum Het Rembrandthuis, Amsterdam

Nu lijken een dertigtal etsen met een zelfportret misschien niet veel, aangezien dat de gemiddelde hoeveelheid selfies is die je tegenwoordig tijdens één sessie neemt als het licht precies goed valt en je net naar de kapper bent geweest (or is that just me?). Maar een ets maken is niet hetzelfde als op dat knopje aan de zijkant van je iPhone drukken; Rembrandt graveerde eerst met een naald of burijn zijn eigen gezicht in spiegelbeeld (!) in een koperplaat, om vervolgens nog vele andere stappen uit te voeren, voordat hij zijn eigen beeltenis op een vel papier kon afdrukken. Het maken van een écht zelfportret is dus alsof je een wintertrui met zes verschillende printjes voor een volgroeide olifant wil breien. (Het duurt lang, dat is het punt wat ik probeer te maken). Maar hoe zit het met zijn andere zelfportretten? Voor wie maakte Rembrandt deze dan?

REMBRANDT3

Links: Rembrandt, Zelfportret met opgeheven sabel, 1634. Museum Het Rembrandthuis, Amsterdam | Rechts: Rembrandt, Zelfportret, ca. 1669. Galleria degli Uffizi, Florence

In tegenstelling tot de ‘tronies’, die Rembrandt voor zichzelf maakte, was er zeker een markt voor zijn andere zelfportretten. Sinds de vroege Renaissance genieten kunstschilders een hoge status, terwijl ze daarvoor slechts als ambachtslieden werden gezien. Vanaf dat moment werden de meest getalenteerde schilders ‘uomini famosi’ (beroemde mannen) genoemd, en wilden belangrijke verzamelaars een zelfportret van deze schilders hebben. Hiermee sloegen ze twee vliegen in één klap: ze hadden een schilderij van hun geliefde kunstenaar, én hun beeltenis voor aan de muur (net zoals tienermeisjes tegenwoordig posters van One Direction in hun kamer ophangen – wederom: niets is nieuw in deze wereld). Voor een kunstenaar was een zelfportret dus een soort visitekaartje, waarmee hij zichzelf én zijn werk kon promoten. Ook Rembrandts zelfportretten hingen in belangrijke collecties, zoals bijvoorbeeld zijn Zelfportret uit ca. 1669, dat door Cosimo III de’ Medici in datzelfde jaar werd aangekocht en nog steeds in Florence hangt.

De les die we van Rembrandt kunnen leren is simpel: een goede selfie kan meer zijn dan alleen een uiting van ijdelheid – het is ook een uitstekend visitekaartje! Met een beetje oefenen en de juiste belichting kan het namelijk zomaar in een beroemde kunstcollectie terechtkomen. Just don’t tell Kim Kardashian


Rembrandts “selfie-etsen” zijn nog t/m 29 september 2016 te zien in de tentoonstelling ‘Rembrandt, de etser’ en behoren tot de vaste collectie van Museum Het Rembrandthuis. Meer informatie: http://www.rembrandthuis.nl/nl/bezoek/tentoonstellingen/rembrandt-de-etser/

Advertenties

HIGHLIGHT #2 | Helemaal zen met Willem de Kooning | Stedelijk Museum

HIGHLIGHTS 10 augustus 2016

Sommige kunstwerken en kunstenaars kunnen niet genoeg aandacht krijgen, als je het ons vraagt! In onze rubriek ‘Highlights’ neemt elk van De Kunstmeisjes jullie daarom mee naar haar favorieten. Deze keer mijmert Emma voor de duizendste keer over haar lievelingsschilderij in het Stedelijk Museum.

Van ‘dat kan mijn kleine zusje ook’ tot een eindeloos verhaal over drie strepen op een doek – abstracte kunst is moeilijk te beschrijven. Soms hoeft dat ook niet, en spreekt het werk voor zich. Je kunt er dan het best gewoon naar kijken en het zelf ervaren. Not to worry: dit wordt geen les mindfulness met kunst, maar het verhaal achter Rosy-Fingered Dawn at Louse Point van Willem de Kooning. Het schilderij bestaat uit grote kleurvlakken van lichtroze, crème-wit, lichtgeel, ijsblauw en een bruin die die je doet denken aan je koffie verkeerd in de ochtend. De verf is in dikke lagen aangebracht – deze techniek wordt ‘impasto’ genoemd – waardoor het doek een textuur krijgt die je het liefst even aan wilt raken.

Willem de Kooning

Willem de Kooning, Rosy-FIngered Dawn at Louse Point, 1963 © The Willem de Kooning Foundation, c/o Pictoright Amsterdam/Stedelijk Museum Amsterdam

Willem de Kooning werd in 1904 in Nederland geboren maar vertrok op 22-jarige leeftijd naar de Verenigde Staten. Hij was brutally honest in zijn motieven om te verhuizen: “To become a commercial artist, make a lot of money, play a lot of tennis, and find those long-legged American girls”. Dat geld verdiende hij nog niet meteen, een kunstenaar werd hij wel. En hij maakte werkelijk alle clichés waar: hij was arm, altijd aan de drank en vaak depressief. Het ging zelfs zo ver dat wanneer hij een schilderij had gemaakt dat hij zelf niet mooi genoeg vond, hij het verwoestte. In dit Rock ‘n Roll-leven speelden ook vrouwen een belangrijke rol, die op veel van zijn schilderijen te zien zijn. Nu zijn op Rosy-Fingered Dawn at Louse Point in eerste instantie geen vrouwen bekennen. Maar het lichtroze op het doek heeft de kleur van huid, en De Kooning geloofde dat ‘The landscape is in the woman and there is woman in the landscape’. Daar kan geen enkele Kanye West-lyric tegenop hoor.

Willem de kooning 2

Willem de Kooning in his studio, East Hampton, Long Island, 1966. Courtesy Masters & Masterworks Productions.

Rond 1960 besloot De Kooning zijn atelier in het drukke New York achter te laten en te verhuizen naar Long Island, vlakbij de Atlantische Oceaan. Het licht, de zee en het landschap hier deden de kunstenaar denken aan zijn geboorteland. Elke ochtend vroeg fietste hij naar het water, om het licht en de lucht op het mooiste moment te kunnen zien. Het is dit moment dat hij heeft vastgelegd in Rosy-Fingered Dawn at Louse Point. De titel ontleende hij aan de Griekse dichter Homerus, die de dageraad verbeeldde als roze vingers, die de opkomende zon over de aarde uitstrekt. In het schilderij zien we ook als het ware de gele zon door de witte wolken breken, waardoor een roze gloed ontstaat.

De toenmalig museumdirecteur van het Stedelijk vond ‘dat De Kooning in een bepaald opzicht toch een Nederlander was gebleven, in zijn liefde voor licht en water’. Ook was hij meteen onder de indruk van de vernieuwende schilderstijl van De Kooning en kocht het werk aan als nieuw topstuk voor het Stedelijk: een combinatie van the new hottest thing en vaderlands trots.

image1

Het schilderij is nog steeds te bewonderen als onderdeel van de vaste collectie van het Stedelijk. Elke keer als ik voor dit schilderij sta, denk ik aan De Kooning die na zijn wilde leven de rust vond bij de opkomende zon over Atlantische oceaan. Ik waag me nog altijd niet aan mindfulness, maar één blik op dit werk en je vergeet alles om je heen. Dus wanneer je drukke baan, de keuzestress over welk festival je dit weekend moet bezoeken en negentig ongelezen berichten op je telefoon je te veel worden, blijf dan een kwartiertje staren naar Rosy-Fingered Dawn at Louse Point. Daar kan geen meditatieles of yogasessie tegenop.  


 

HIGHLIGHT #1 | Oopjens little black dress | Rijksmuseum

HIGHLIGHTS 2 augustus 2016

Sommige kunstwerken en kunstenaars kunnen niet genoeg aandacht krijgen, als je het ons vraagt! In onze rubriek ‘Highlights’ neemt elk van De Kunstmeisjes jullie daarom mee naar haar favorieten. Deze keer vertelt Nathalie over ‘the little black dress’ van Oopjen Coppit, nu te zien in het Rijksmuseum.

Graag wil ik beginnen met een persoonlijke bekentenis: ik kijk alle bruiloftsprogramma’s van TLC. Say Yes To The Dress, Four Weddings, Curvy Brides – er gaat een bepaalde magie uit van vrouwen die op het punt staan om te gaan trouwen en zich om die reden in een kanten parachute van 4000 dollar hijsen. Ongeacht het programma, er is één onveranderlijk element dat altijd in de spotlight staat: de witte jurk. Wie tegenwoordig trouwt, trouwt in het wit. Maar als je een bezoekje brengt aan het Rijksmuseum, merk je al snel dat dat niet altijd zo is geweest. Daar hangen sinds een maand namelijk de veelbesproken huwelijksportretten van Rembrandt: Marten Soolmans en Oopjen Coppit. Een opmerkelijk detail: Oopjen draagt haar zwarte (!) trouwjurk.

Marten Soolmans Oopjen Coppit
Rembrandt, Portret van Marten Soolmans (links) en portret van Oopjen Coppit (rechts), 1634. Gezamenlijke aankoop van de Staat der Nederlanden en de Republiek Frankrijk, collectie Rijksmuseum/collectie Musée du Louvre

Oopjen Coppit was een vrouw uit de Amsterdamse regentenklasse, die bestond uit (voormalige) kooplieden die het tot stedelijke bestuurders hadden geschopt. Haar echtgenoot Marten Soolmans behoorde tot de nouveau riche van Amsterdam. Een stel met geld, om het maar bondig samen te vatten, maar geen adel. Dat laatste is belangrijk, want als er één ding was dat rijke burgers in de zeventiende eeuw wilden, dan was het wel om zich in stijl en voorkomen te kunnen meten aan hun blauwbloedige medeburgers. Sommige dingen veranderen nooit; zoals wij tegenwoordig laten zien hoe cool we zijn door op social media jaloersmakende foto’s op hippe evenementen te posten, zo etaleerde men in de zeventiende eeuw zijn status door een stel chique portretten te laten maken. Oopjen vormde hier geen uitzondering op; niet alleen is ze naar voorbeeld van de Europese adel ‘ten voeten uit’ (in volle lengte) geportretteerd, ook heeft ze haar beste jurk aangetrokken – haar trouwjurk.

Hoewel wij nu niet zo snel in onze trouwjurk op bijvoorbeeld een Nieuwjaarsborrel zouden verschijnen, was dit geen gek idee in de zeventiende eeuw. Het was zelfs heel gewoon om je trouwjurk vaker te dragen, naar formele gelegenheden. En deze jurk was voor welvarende dames altijd zwart. Paradoxaal genoeg was zwart de kleur van soberheid en bescheidenheid, maar ook de “kleur van geld”. Om zijde een hele diepe zwarte kleur te geven, moest men de stof namelijk tot drie keer toe in verf baden, wat een stuk duurder was dan met lichtere kleuren. Wilde je laten zien dat je tot de stedelijke elite behoorde en op de hoogte was van de laatste mode, trok je je zwarte jurk uit de kast. Ziehier, de oorsprong van de grootste hype in modeland: the little black dress. Bijkomend voordeel in de ogen van de zeventiende-eeuwse dames: zwart laat je bleker lijken, en – goed nieuws voor mensen met een hardnekkige zonneallergie – bleek is volgens de standaard van de Gouden Eeuw precies wat je moet zijn. Dat is ook de reden waarom Oopjen een zwarte sluier draagt: ze is niet in rouw, maar ze benadrukt haar bleke huid om te voldoen aan het schoonheidsideaal.

Oopjen detail (sluier)Detail met Oopjens zwarte sluier en bleke teint

Hoe zijn we dan op de witte trouwjurk gekomen? Er zijn wel degelijk voorbeelden bekend van dames die trouwden in zilverachtig wit, maar deze vrouwen waren allemaal van adel. Om het nog even duidelijk te maken: stedelijke elite en adel waren niet hetzelfde. Hoe rijk en machtig je ook was (elite), je was niet automatisch verheven tot de adelstand. Zilverachtig wit dragen op je bruiloft zonder een titel was dus not done. In 1840 veranderde echter alles, na de bruiloft van Koningin Victoria van Engeland. Een populair vrouwenblad liet er kort na de royal wedding geen twijfel over bestaan dat wit de enige acceptabele kleur voor trouwjurken is, voor álle vrouwen: “It’s an emblem of the purity and innocence of girlhood, and the unsullied heart she now yields to the chosen one.”

Hoewel haar zwarte trouwjurk dus al lang niet meer als modieus gezien kan worden, komt Oopjen toch als grote overwinnaar uit de bus, als je het mij vraagt. Haar bijna 380 jaar oude portret – en daarmee haar zwarte trouwjurk – is tegenwoordig immers wel een whopping 80 miljoen euro waard. Daar kunnen de trouwjurkconsultants van Say Yes To The Dress alleen van dromen.

Oopjen en haar zwarte jurk (en haar man natuurlijk) zijn nog t/m 2 oktober 2016 te bewonderen in het Rijksmuseum. Meer informatie: https://www.rijksmuseum.nl/nl/marten-en-oopjen


Bron: Marieke de Winkel, Fashion and Fancy. Dress and Meaning in Rembrandt’s Paintings, 2006 (Amsterdam University Press)