Puck Gerkema 19 december 2020

Highlight #21: Groots uitpakken met de feestdagen

Sommige kunstwerken en kunstenaars kunnen niet genoeg aandacht krijgen als je het ons vraagt! In onze rubriek ‘Highlights’ nemen onze redacteuren jullie daarom mee naar een van hun favorieten. Deze keer vertelt Puck over kunst die iets te raden overlaat.

Ah, december. Ondanks de chaos van 2020 is het ergens geruststellend (of zorgelijk) dat deze maand nog steeds gekenmerkt wordt door stress rond de feestdagen. Dit jaar met wat extra spaken in de wielen –  niet ‘doen we vlees of vegetarisch voor het kerstdiner?’ maar ‘nodigen we opa en oma uit voor het diner?’ Maar afgezien van die vragen dragen we net zo vrolijk onze foute kersttrui, kijken we opnieuw naar The Lord of the Rings-marathon op tv, en speuren we alle webshops af naar het perfecte kerstcadeau. 2020 was een heftig jaar, maar hé, je hebt wel een mooie keukenmachine op de kop getikt. Alleen het inpakken is zo’n klusje. Als je geluk hebt doen ze in de winkel het werk voor je, maar anders mag je thuis aan de slag met meters papier, plakband en lint. De kans dat je bloeddruk stijgt is groter dan sneeuw op kerstavond. Maar raffel het niet zomaar af, want dat inpakken is namelijk veel belangrijker dan je denkt. Sommige kunstenaars hebben er letterlijk werk van gemaakt.

Laten we eens kijken naar een installatie van de Amerikaanse kunstenaar Man Ray (1890-1976): l’Enigme d’ Isidore Ducasse, uit de collectie van Museum Boijmans van Beuningen. De eerste versie uit 1921 ging verloren, dus de kunstenaar maakte een replica in 1971. Wat we hier zien is…tja, het lijkt alsof iemand een kleine stoommachine heeft ingepakt in een grote vilten deken en met veel touwen, maar zeker weten doe je het niet. Spannend genoeg hangt er een bordje met ‘Niet storen’ in drie verschillende talen aan, dus er zou best iets levends onder de deken kunnen zitten. Durf je het op te tillen?

Man Ray, 'L’enigme d’Isidore Ducasse', 1920/1971. Beeld: Collectie Museum Boijmans Van Beuningen

Op de website van het Boijmans kan je ontdekken wat er onder de deken zit, maar dat ga ik natuurlijk niet verklappen – want het intrigerende aan het kunstwerk is juist dat je dit niet weet. De titel van het werk geeft ook weinig weg, al verbergt het wel een aanwijzing bij het zoeken. Isidore Ducasse (1846-1870) was namelijk een Franse schrijver en dichter, die in 1868 het opmerkelijke stuk ‘Les Chants de Maldoror’ publiceerde: een gedicht dat alle kanten op springt – van een stream of consciousness naar dichtregels naar proza. We volgen de figuur Malador, die alle sociale regels, normen en waarden laat varen en in bizarre situaties belandt: zo moet hij elke avond een glimworm vermoorden en heeft hij eens seks met een haai. (Nu jij weer, Frodo Baggins.) 

De ‘moraal’ van het verhaal is niet per se belangrijk, meer hoe het is geschreven: het is een tekst die alle regels loslaat en het vreemde en absurde omarmt – een keuze die surrealistische kunstenaars enorm aansprak. Het surrealisme ontstond na de Eerste Wereldoorlog; deze slepende oorlog had een bruut einde gemaakt aan het glorieuze begin van de 20e eeuw. De economische en culturele voorspoed was verdwenen en had plaatsgemaakt voor een wereld op losse schroeven. Schilders, schrijvers en acteurs werden hierdoor uitgedaagd om te gaan experimenteren: een beroemd voorbeeld is Fountain, het omgekeerde urinoir van Marcel Duchamp, die een verhitte discussie veroorzaakte over de interpretatie van het begrip ‘kunst’. Man Ray was goed bevriend met Duchamp en werkte niet alleen samen met hem in Amerika, maar Duchamp introduceerde Ray in Frankrijk ook aan zijn kunstenaarsvrienden, waaronder Salvador Dalí, Hans Arp, en Joan Miró. 

Surrealistische kunstenaars zoals zij gebruikten verschillende media – schilderkunst, fotografie, film, collages – om kunst te maken waarin logica ver te zoeken is. Op deze manier probeerden kunstenaars het onderbewustzijn in de mens te triggeren, en zo verschillende suggesties en associaties op te roepen: men mocht in de surrealistische kunstwerken zien wat ze wilden zien. Hetzelfde geldt voor l’Enigme van Man Ray. De kunstenaar zet de kijker iets voor, verborgen onder een deken, en in het hoofd van de kijker – in ons onderbewustzijn – krijgt het vorm. Zelfs al zou je bekend zijn met het gedicht van Ducasse, dan nog is de kans klein dat je de zin herinnert die de inspiratie vormt voor Ray’s kunstwerk. De titel maakt het mysterie van het kunstwerk eigenlijk alleen maar groter en houdt je brein actief en creatief.

Groepsportret van negen Surrealistische kunstenaars. Boven, v. l.n.r: Paul Éluard, Jean [Hans] Arp, Yves Tanguy, Rene Crevel. Beneden, v.l.n.r: Tristan Tarza, André Breton, Salvador Dalí, Max Ernst, Man Ray (1930). Beeld: Paul Éluard.

Terwijl ik l’Enigme dit jaar voor het eerst zag, verloren we in 2020 ook een kunstenaar die van inpakken zijn signatuur heeft gemaakt: Christo Javacheff (1935-2020). Samen met zijn vrouw Jeanne-Claude Denat de Guillebon (1935-2009) werd Christo wereldberoemd door inpakken naar a whole other level te trekken. Door het verkopen van voorontwerpen en tekeningen kon het echtpaar hun megalomane projecten financieren; bekende gebouwen als de Pont Neuf (Parijs) en de Kunsthalle (Bern) inpakken in grote lappen stof en polychroom plastic. Waarom deden ze dit? In tegenstelling tot l’Enigme van Man Ray weten we wat er onder het materiaal verborgen is. Het gaat het kunstenaarskoppel echter niet om het creëren van een mysterie, maar om hun publiek met een nieuwe blik naar de omgeving te laten kijken. Vaak zijn (beroemde) gebouwen zo’n bekend onderdeel van het landschap, dat je ze op een gegeven moment niet meer ‘ziet’. Ga maar na: wandelend over Museumplein heb je vast het Rijksmuseum bekeken, maar als ik je nu vraag om het gebouw te beschrijven? Ik ben benieuwd hoe ver je komt.

Christo and Jeanne-Claude, ' The Pont Neuf Wrapped', Paris, 1975-85, foto: Wolfgang Volz, © Christo, 1985

Één gebouw in het bijzonder heeft meer dan 20 jaar moeten wachten voordat het onder Christo’s dekens verdween: het Rijksdaggebouw in Berlijn. Niet omdat het inpakken zo complex was, maar vanwege de geschiedenis rond het gebouw zelf. De Rijksdag is het Duitse parlementsgebouw – te vergelijken met het Tweede Kamer in Den Haag – en is in de afgelopen 100 jaar een symbool geworden van standvastigheid, in een tijd dat Duitsland zelf flink op haar grondvesten schudde. Zo raakte het gebouw in 1933 flink beschadigd door een brand, die vermoedelijk was aangestoken. De toenmalige heersende partij, de NSDAP onder leiding van Hitler, greep deze aanslag aan om de noodtoestand uit te roepen en zo de volledige macht te grijpen over het parlement, met alle gruwelijke gevolgen van dien. Na de Tweede Wereldoorlog en het uiteenvallen van Duitsland in West- en Oost-Duitsland, en vervolgens de hereniging van het land in 1989 met de Val van de Muur, werd de roep om de Rijksdag opnieuw te installeren als Parlementsgebouw steeds luider. Christo en Jeanne-Claude polsten hun project voor een tweede keer bij de regering, en na een lange discussie – was het een goed idee om zo’n belangrijk gebouw onderdeel te laten worden van zo’n groot, vreemd kunstproject? – kreeg het echtpaar in 1995 groen licht. 25 jaar na hun eerste suggestie van het plan, begon men met de uitvoering.

Christo en Jeanne-Claude (rechts en tweede rechts) werken aan een model van de Rijksdag met hun assistenten (1984). foto: Wolfgang Volz

Van april tot en met juni 1995 installeerden honderden werkmannen en vele professionele bergbeklimmers een stalen geraamte (meer dan 200,000 kilo zwaar) om het gebouw heen, en bedekten deze met een 100,000 meter lange laag aluminium stof. Deze vuurvaste, zilverkleurige stof werd strak vastgezet met touw, zodat de contouren van het gebouw zichtbaar bleven. Gedurende de bouw en installatie assisteerden meer dan duizend mensen het echtpaar met het design, de installatie en het monitoren van de hele operatie, die uiteindelijk meer dan 15 miljoen dollar kostte. Maar dan heb je ook wat: gedurende de twee weken dat het gebouw ingepakt was, trok het meer dan 5 miljoen bezoekers naar Berlijn – een wereldrecord voor bezoekers aan een cultureel event. Een Duitse journalist beschreef het als: 

‘The wrapped Reichstag makes lightness and softness … into characteristics of the greatest monumental power … If the architecture of the Reichstag represents a kind of Prussian hardness – Germany as it was – the wrapped version can almost be seen as an ideal symbol of the new Germany.’

 Overweldigd door de reacties vroeg de regering of het project kon worden verlengd, maar Jeanne-Claude en Christo weigerden dit: na twee weken werd het doek verwijderd, in stukken gesneden, en verkocht als souvenirs. De rest van het materiaal werd gerecycled. De korte duur was niet alleen leidend bij de Rijksdag, maar geldt voor veel van Christo’s projecten. De kunstenaar bestrijdt hiermee het idee dat kunst onsterfelijk is en eeuwenoud. “Het is naïef en zelfs wat egoïstisch om te denken dat iets eeuwig bestaat. Al deze projecten hebben dit sterke gevoel van eindigheid…ze gaan voorbij, net als onze jeugd, als belangrijke momenten in ons leven. Doordat ze maar een paar dagen bestaan, voelen ze zo intens.”

Christo and Jeanne-Claude, “Wrapped Reichsdag, Berlin”, 1975-1995. Beeld: Wolfgang Volz.

De kern van het inpakken in Christo’s projecten verschilt dus van Man Ray’s: het gaat bij Christo niet om het creëren van een mysterie – de Rijksdag is zo bekend in Duitsland dat iedereen weet wat er onder het doek zit – maar om de betekenis en impact die wordt gecreëerd door het inpakken. Na de lange geschiedenis van oorlog, geweld en (binnenlandse) spanning doet het inpakken van de Rijksdag denken aan een rups die zich in een cocon spint, en daar na een aantal weken getransformeerd uit kruipt.

Of het nu gaat om een mysterieus voorwerp onder een deken, of een gigantisch gebouw met een roerige geschiedenis: door iets niet te laten zien willen de kunstenaars ons beter laten kijken. Door een centraal gebouw voor de stad aan het oog te onttrekken, worden we aan het denken gezet over het belang van het gebouw zo belangrijk voor de stad. Door een object voor ons te verbergen, vraagt Man Ray ons hoe kunst eruit ‘hoort’ te zien voordat wij het die naam geven, en of die ideeën wel kloppen. Daarnaast zijn de kunstwerken gemaakt na een intensieve periode in de wereldgeschiedenis: de oude wereld (in Frankrijk en Duitsland) had een grote transformatie doorgemaakt, en veel mensen keken verwilderd om zich heen. Hoe gaan we nu verder? Hoe moet de toekomst eruitzien? Zowel Man Ray als Christo beantwoorden die vraag niet door zaken te verhelderen, maar door iets te verstoppen. En is dat niet kenmerkend voor de toekomst: het feit dat we niet weten hoe het eruit zal zien? Een beangstigend kenmerk, maar bevrijdend tegelijkertijd.

Kijkend naar ons jaar – is ingepakte kunst nu niet precies wat we nodig hebben? Christo is helaas dit jaar overleden, maar één project van hem en zijn vrouw staat nog op de planning: in 2021 zal de Arc de Triomf in Parijs worden ingepakt. Terwijl we wachten, kunnen we zelf proberen datzelfde gevoel op te roepen tijdens de feestdagen. Als je straks je cadeautjes geeft, vraag dan of het uitpakken even kan worden uitgesteld. Laat je vrienden en familie hun verbeelding eerst maar aan het werk zetten. Denk goed na en raad nog maar eens: is het een fiets? Een pony? Een vaccin tegen Covid? The power is in the mystery. 

Pucks Highlight, L’enigme d’Isidore Ducasse van Man Ray is onderdeel van de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen.