Ananda Hegeman 29 januari 2020

GO | NO GO #230: Woeste gedachten

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze keer bezochten wij ‘WOEST’ in het Outsider Art Museum, gevestigd in de Hermitage in Amsterdam.

We hebben allemaal wel eens zo’n dag: alles zit tegen en je bent eigenlijk een beetje boos op de wereld. Maar stel je voor dat je je constant zo voelt. Hoe ga je daar dan mee om? Je zou bijvoorbeeld door middel van bullet journaling je gedachten en doelen op papier kunnen zetten of een rustgevend yogaklasje kunnen volgen, maar voor velen is dit lang niet genoeg. Gelukkig gaan we met z’n allen steeds meer inzien dat mentale gezondheid net zo belangrijk is als fysieke gezondheid en wordt het taboe langzaam doorbroken. Maar in de tijd van kunstenaar Willem van Genk (1927-2005) was dit nog niet het geval. Van Genk was schizofreen, autistisch, paranoïde en een obsessief-compulsieve verzamelaar van onder meer regenjassen die zo mee had kunnen doen aan het reality-programma Mijn Leven In Puin. Al jong kwam hij terecht op een zogenoemde “arbeidsplaats voor onvolwaardigen”, zijn kunst maakte hij in zijn vrije tijd. Hoewel zijn kunst al verschillende keren werd ‘ontdekt’, lukte het hem niet om van de stempel ‘psychiatrisch patiënt’ af te komen en serieus genomen te worden als kunstenaar. Nu geldt hij als de belangrijkste Nederlandse vertegenwoordiger van outsiderkunst: kunst die tot stand komen buiten de gangbare kunstwereld.

Zaalopname, ‘Woest’, foto: Bastiaan Musscher

In de tentoonstelling WOEST zien we wat er allemaal in het hoofd van Van Genk omging, als een soort audio-visueel dagboek. Het eerste dat ons opviel toen we de tentoonstelling binnenkwamen, is het overweldigende geluid. Je hoort van alles door elkaar, zoals blaffende honden, muziek en een stationsomroeper, waardoor je als het ware een kijkje in het drukke hoofd van Van Genk krijgt en zijn claustrofobische gevoel ervaart. Verder zie je meer dan 60 tekeningen en schilderijen, die vol staan met teksten en ervaringen uit Van Genks leven. Een bezoek aan deze tentoonstelling is niet alleen een artistiek avontuur, maar ook zeker een les in empathie.

Willem van Genk, ‘Kapsalon’, 1988, Collection de l’Art Brut, Lausanne

Van Genk had tegenwoordig op meer sympathie kunnen rekenen voor zijn mental health issues. Misschien had hij daardoor ook zelf meer vrede hebben gehad met zijn fetisj voor vrouwenhaar. Hij werd namelijk opgewonden van vlechten, kapsalons en vooral van haren wassen: hoe meer het haar schuimde, hoe meer zijn opwinding toenam. Hij liet zelfs prostituees bij hem thuis komen, enkel en alleen om hun haar te wassen. Hij schaamde zich hier vreselijk voor. (Hoe anders was dit geweest in dit internettijdperk! Hij had er zelfs een goedlopend YouTube-kanaal over kunnen lanceren, aangezien filmpjes van vrouwen die hun haren laten wassen tegenwoordig miljoenen keren bekeken worden.) Zijn fetisj had nogal een trieste oorsprong. Als enige jongen in een gezin met negen zussen (!) liet Van Genk zijn haar als kleine jongen lang groeien. Zijn moeder was dol op zijn lange manen en waste altijd liefdevol zijn haar. Van Genks vader vond zijn lange haar maar niks; hij uitte dit door de jongen er vaak van langs te geven. Toen zijn moeder op vijfjarige leeftijd overleed, knipte hij snel zijn haren af in de hoop dat zijn vader nu wel van hem zou houden. Tevergeefs. Hierdoor ging hij lang haar met liefde en affectie associëren en werd hij er op latere leeftijd dus zelfs seksueel opgewonden van. Het schilderij Kapsalon, een soort stripverhaal in vier scènes, toont deze opmerkelijke obsessie en de interne struggles die ermee gepaard gingen. Teksten zoals ‘Zwakke fascist!’ en ‘De kogel, de vuile schuimer’ verraden wat Van Genk in zijn hoofd hoorde wanneer hij terugdacht aan zijn eigen creepy gedrag; het rondhangen bij kapsalons om naar vrouwen die hun haar lieten wassen te staren. Met ‘Haat in eigen huis’ vatte hij zijn schaamtegevoel samen.

Willem van Genk, ‘1 mei Parade’, 1964, Stichting Willem van Genk, Almere

Een kenmerk van mensen met autisme is dat hun informatieverwerking meer gericht is op details dan op de context. Dit gebruikte Van Genk in zijn voordeel door op de vele panorama’s van steden die hij schilderde de kleinste details super nauwkeurig weer te geven. Dankzij de vele illustraties en foto’s die hij verzamelde, kon hij zich ook een erg gedetailleerd beeld vormen van steden en landen waar hij nooit was geweest. Het schilderij 1 mei parade, dat hij maakte voordat hij ooit in Moskou was geweest, wordt in de tentoonstelling van beide kanten getoond. Aan de ene kant zien we de beroemde parade op de Dag van de Arbeid afgebeeld: militairen, tanks en en het mausoleum waar het lichaam van Lenin (de eerste leider van de Sovjet-Unie) ligt opgebaard. Tegenover het mausoleum staan massa’s mensen, waaronder een rij meisjes met rode vlaggen. De vlechten van de meisjes precies het soort vlechten waar hij in het dagelijkse leven bijna niet vanaf kon blijven heeft Van Genk met dikke zwarte lijnen geaccentueerd. Aan de achterkant van het schilderij zien we een collage volgeplakt met krantenknipsels en foto’s van Karl Marx en andere communistische helden. Het werk laat zijn grote liefde voor het communisme zien; een bijzondere fascinatie voor iemand met paranoïde gedachten: KGB-spionage triggers galore. En dat is nou juist wat Van Genks werk zo sterk maakt: van al zijn gedachten en gevoelens maakte hij kunst, hoe woest ze ook waren.

Zelf bezoeken?

Hoe lang doe je er over?
45 minuten
Expert level
Beginners | Gevorderden | Crazy pro
Meer weten

Willem van Genk was lang niet de enige kunstenaar met psychische problemen. Sterker nog, het lijkt inmiddels wel een cliché te worden dat de beste kunstenaars juist allemaal een beetje ‘gek’ zijn. Maar klopt dit beeld wel? De redactie van Vice ging onlangs op onderzoek uit en schreef hier een interessant artikel over.

De tentoonstelling WOEST is nog t/m 15 maart 2020 te zien in het Outsider Art Museum, gevestigd in de Hermitage Amsterdam.

Meer informatie