Eva Zandkuijl 02 december 2020

GO | NO GO #286 Activisme in een wollen jas

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze keer reisden we af naar Museum de Lakenhal in Leiden voor de solo-expositie van Claudy Jongstra.

Als basisschoolkind zag ik ooit een schaap geschoren worden. Onder de indruk van de herrie van het scheerapparaat en de weerloosheid van het beestje, werd me door de juf verzekerd dat het ja, echt nodig was en nee, geen pijn deed. De wol was ruw en helemaal niet zacht, en daar op de boerderij kon ik me maar moeilijk voorstellen dat dát een trui moest worden. Precies het soort ruwe, onbewerkte wol dat ik jaren geleden op klassenuitje mocht voelen, gebruikt beeldend kunstenaar Claudy Jongstra (1963) voor het vilten van haar monumentale wandkleden en installaties. Het maakte haar wereldberoemd. Haar werken (die onder andere opgenomen zijn in de collecties van het Stedelijk Museum Amsterdam, het Victoria & Albert Museum in Londen en het Museum of Modern Art in New York) zijn indrukwekkend. Ze zijn groot en diep van kleur. Ze zijn zacht, tastbaar en vol textuur. Een lust voor het oog. Maar dat is niet alles. ’Lang noemde men mij ‘wolkunstenaar’,’ vertelt Jongstra. ‘Een fijn woord, lieflijk, niet bedreigend. Maar het is ook bullshit. Ik ben een activist. Ik wil mensen aanzetten tot actie. Bam! Maak in de Lakenhal kennis met het werk en de filosofie van deze kunstenaar én powervrouw.

Portret Claudy Jongstra, foto: David Vroom

Onder een dun laagje zachte wol verstopt Jongstra harde, urgente thema’s. Met de speciaal voor deze expositie vervaardigde werken in de centrale zaal levert ze kritiek op extreme intensivering van de Nederlandse landbouw. Nine (2020), het grootste weefsel dat ze ooit maakte, lijkt een abstract landschap. Textuur wordt afgewisseld met grote gladde stukken. Die laatste representeren de oprukkende monocultuur, precies waar we volgens Jongstra nou net níet meer van nodig hebben. Aan weerszijden van Nine hangen op ooghoogte twee lange, vilten lappen, zwart met spikkels purper, rood en groen. Cosmic Cry (2020) verbeeldt een nachtelijke sterrenhemel, eentje die je door alle lichtvervuiling alleen nog maar bovenop een hoge berg, in een woestijn of op Google kunt vinden. Ook het openingswerk Woven Skin (2018) windt er geen doekjes om. Direct bij binnenkomst word je geconfronteerd met grote, vilten lappen wol in rood- wit- en grijstinten. Hangend aan stalen constructies doen ze, zoals de titel al een beetje weggeeft, sterk denken aan gestroopte huiden. Een slachthuis, zo je wil. Geen prettig beeld, wel realiteit. De wereld heeft geen toekomst als we haar blijven behandelen zoals we dat nu doen, en God knows dat de aarde wel een beetje extra hulp kan gebruiken met het promoten van deze boodschap. Activist Jongstra drukt ons in deze expositie subtiel doch dwingend nog maar eens met onze neus bovenop de feiten.

Zaalopname Claudy Jongstra, Foto: Ronald Tilleman

‘Je kunt de natuur niet begrijpen zonder er deel van uit te maken. Je moet je verbinden, gevoel krijgen voor het fenomeen tijd, voor de seizoenen. We zijn onze verbintenis met de natuur verloren; die wil ik herstellen.’ Het activisme van Jongstra zit niet alleen in de boodschap die ze overbrengt met haar werken, maar vooral ook met de manier waarop haar kunst tot stand komt. Deel van de tentoonstelling is een prachtige, poëtische documentaire, gemaakt door Marit Geluk, die dieper ingaat op de werkwijze van Jongstra en toont wat misschien wel de echte essentie van haar kunstenaarschap is. Stap voor stap kijken we over haar schouder mee naar het productieproces op de boerderij in Friesland die ze in 2001 kocht, en waarop ze een gesloten kringloop creëerde om haar werken te kunnen realiseren. Ik zie een schaap geschoren worden, de wol wordt netjes geknipt en verwerkt. In borrelende pannen veranderen planten in verf. Vol vuur spreekt Jongstra over hoe we in deze samenleving vergeten zijn wat de oorsprong is van grondstoffen. Hoe natuurlijke kleurstoffen ontstaan, hoe ruwe vezels voelen en hoe onze zintuigen afvlakken omdat we ze nog maar zo zelden écht hoeven te gebruiken. Hoe wij mensen de biodiversiteit zouden moeten verdedigen, omdat anders over twintig jaar de meeste natuurlijke kleuren verdwenen zullen zijn. Hoewel ik best een beetje trots ben op mijn eigen stekjes die ik dapper in leven houd (proud plant mom hier!) en verwoede pogingen doe om geen nieuwe kleding meer te kopen, zie ik in deze documentaire next level duurzaamheid. Waar een wijzend vingertje me soms een beetje afschrikt, werkt Jongstra’s passie juist aanstekelijk en daardoor krijg ik zin om zelf ook nog net even iets beter mijn best te doen om de aarde te redden dan voorheen. 

Zaalopname Claudy Jongstra, Foto: Ronald Tilleman
Zaalopname Claudy Jongstra, Foto: Ronald Tilleman
Zaalopname Claudy Jongstra, Foto: Ronald Tilleman
Zaalopname Claudy Jongstra, Foto: Ronald Tilleman

Voor het werk in deze tentoonstelling liet Jongstra zich tijdens haar onderzoek inspireren door de geschiedenis van de Leidse textielindustrie. Het Leidse Laken was van de 13e tot de 20e eeuw een echte must have en de stoffen werden in de Lakenhal gekeurd voordat ze de wereld over gingen. Als een soort speurtocht voor volwassenen is Jongstra’s bron-, staal- en materiaalonderzoek verspreid door het hele museum en gekoppeld aan de historische vaste collectie en de geschiedenis van het gebouw. Al dwalende leer ik bijvoorbeeld dat de krachtige, natuurlijke kleurtinten in Nine en Cosmic Cry voort blijken te bouwen op de traditie van het Leidse Laken, die bekend stond om zijn diepe, donkere kleuren. Jongstra deed hiervoor de afgelopen jaren onderzoek naar 15de- en 16de-eeuwse recepturen, en een van haar vilten proeflappen hangt in de ruimte waar destijds de lakens gecontroleerd werden door de keurmeesters. Tredend in hun voetsporen kun je nu ook als bezoeker de kwaliteit van de wol zien en voelen. Even verderop bevindt zich een door Viktor en Rolf ontworpen jurk die Jongstra volgens dezelfde receptuur kleur gaf. Er tegenover hangt een schilderij (De Leidse Stedenmaagd verleent de keuren aan de Neringhe, omstreeks 1600) van Isaac Claesz. van Swanenburg, die leefde in de bloeitijd van textielindustrie. Voor me op het doek zie ik de weelde en rijkdom uitgebeeld die de textielnijverheid met zich meebracht (denk statige panden, denk glimmend goud, denk engeltjes met een hoorn des overvloeds), achter mij staat het bewijs in de vorm van de jurk: deze kennis zal eeuwen overbruggen. In de oude kluis krijg ik de mogelijkheid om de staalboeken van Jongstra te vergelijken met die van de lakenmeesters van honderden jaren terug. Die laatsten winnen het op structuur, maar in beide gevallen spat de toewijding ervanaf. Een kijkje in het onderzoek voorafgaand aan een kunstwerk is altijd interessant, en dat van Jongstra vormt een goede kapstok om iets te leren over de geschiedenis van het Leidse Laken. Andersom komt hierdoor de symbolische, historische lading van haar werk en de link met de Lakenhal nog beter tot zijn recht. Daarnaast heb ik ook meteen het hele (prachtige!) pand van boven tot onder gezien. Win-win-win!

Zelf bezoeken?

Hoe lang doe je er over?
60 minuten, als je je niet laat afleiden door al het andere moois dat je onderweg tegenkomt
Expert level
Beginners | Gevorderden | Crazy pro
Meer weten

Museum De Lakenhal ontwikkelde bij deze expositie een audiotour waarmee je de expositie ook thuis kunt ervaren. Cabaretier en schrijver Vincent Bijlo, parfummaker Yeva Swart, meditatiedocent Eveline Brandt en Claudy Jongstra zelf fungeren als jouw zintuigen en beschrijven wat ze zien, voelen en ruiken bij de werken. Zo kun je, als je het momenteel niet prettig vindt om te reizen, toch een beetje meemaken van de tentoonstelling. Te beluisteren via de app van de Lakenhal!

De tentoonstelling ‘Claudy Jongstra’ is nog t/m 28 februari 2021 te zien in Museum de Lakenhal.

Meer informatie