Maartje Knepper 02 december 2025

GO | NO GO #426: What is love?

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze keer zweefde onze redacteur Maartje Knepper op een roze wolk naar Museum Catharijneconvent in Utrecht voor de tentoonstelling ‘In the Name of Love’.

Vroeger had je van die kaarten van de cartoon ‘Liefde is…’ Daarop stonden twee figuurtjes, een jongen en een meisje, die van alles beleefden. Liefde is… ‘samen de krant lezen’, ‘hem verleiden’, ‘niet kunnen slapen als hij weg is’. Ik herinner me die kaarten nog goed, omdat ik er als tiener ieder jaar op 14 februari weer een op de deurmat vond. Afzender: mijn moeder. Wat er op die kaarten stond had met echte liefde volgens mij weinig te maken – het gebaar van mijn moeder des te meer.

Atelier Joos van Cleve, 'Christus en Johannes de Doper als kinderen', ca 1525-1529. Museum Catharijneconvent, foto: Ruben de Heer

Ik moest eraan denken toen ik de tentoonstelling In the Name of Love in Museum Catharijneconvent in Utrecht bezocht. Die gaat namelijk over de liefde. En dan niet de sentimentele liefde van suffe Valentijnskaarten en andere clichés, maar die van genegenheid en erotiek. Liefde die ook schaduwzijdes kent zoals verraad, angst en verdriet. Die onderwerpen komen terug in ongeveer zestig kunstwerken uit de collectie van het museum. Daar zijn een aantal moderne en hedendaagse stukken bij die – zoals op de museumwebsite staat – met veel oudere (vaak Bijbelse) werken “in een verrassende dialoog” worden gebracht. Het idee is dat je zo steeds op een andere manier naar een eeuwenoud thema kunt kijken. De vraag is: lukt dat inderdaad?

Paul Derrez, 'Condoommonstrans', 2004. Collectie Museum Catharijneconvent., foto: Ruben de Heer.
Ossip Zadkine, 'Piëta', 1955. Collectie Museum Catharijneconvent, foto Ruben de Heer
Paul Derrez, 'Condoommonstrans', 2004. Collectie Museum Catharijneconvent., foto: Ruben de Heer.
Ossip Zadkine, 'Piëta', 1955. Collectie Museum Catharijneconvent, foto Ruben de Heer

In de tentoonstelling word je langs vijf onderwerpen geleid: naastenliefde, familie, relaties, het lichaam en spirituele liefde. Bij ieder onderwerp horen een aantal kunstwerken en kom je ook steeds posters en spiegels tegen waarop allerlei filosofische vragen staan, gericht aan de bezoeker. ‘Kun jij openstaan voor iemand buiten jouw vertrouwde kring?’, staat er dan bijvoorbeeld. Of: ‘Is zorgen voor een ander ook zorgen voor jezelf?’. Zo word je uitgenodigd om steeds even stil te staan bij wat liefde voor jou betekent en er misschien met iemand over in gesprek te gaan. Dat gebeurt ook: hier en daar hoor ik bezoekers met elkaar praten over het geloof, herkenning, ongemak en de liefde. Dat werkt dus best goed en de vragen zijn, ondanks het lichte ‘vragenspel-voor-tijdens-ongemakkelijke-familiefeestjes’-gehalte, toch een aardige gespreksopener. Ook op de tekstbordjes naast de kunstwerken is geprobeerd om je wat dieper te laten nadenken en de kunstwerken eens in een ander licht te bekijken, maar hier zijn niet alle vragen even relevant. Zo wordt ons bij twee kruisigingen van Christus – een vroeg zeventiende-eeuws paneel van Pieter Lastman en een twintigste-eeuws schilderij van Jan Groenestein – gevraagd welk werk we ‘aangrijpender’ vinden. Lastman verbeeldt de beroemde scène op een beheerste en ook wel behoorlijk geënsceneerde manier, terwijl Groenestein met een veel lossere toets en rauwe expressie een veel directer en pijnlijker lijden laat zien. Ja, nogal wiedes dat het moderne werk dan meer emotie oproept. Lastman was in zijn tijd ook helemaal niet uit op ontroering, maar op devotie en moreel inzicht, terwijl Groenestein zijn eigen persoonlijke gevoel wél vol in de strijd gooide. Op den duur werd ik ook een tikkeltje lacherig van al die diepzinnige vragen, waardoor ik – toch een kind van de jaren negentig – bij een poster met daarop in grote letters ‘What is love?’ echt even geen serieus antwoord meer kon verzinnen en alleen maar dacht: Baby, don’t hurt me / don’t hurt me / no more’. Oeps.

Rini Hurkmans, 'Dear Son', video still nr 1, 2004, via: www.rinihurkmans.com

Gelukkig is er tussen al die teksten door ook genoeg kunst te zien. In de zaal over ‘Familie’ vind je prachtig werk zoals Ossip Zadkines kubistische Piëta (1955) – een moderne variant op het klassieke beeld van Maria met haar dode zoon. Ernaast speelt het videokunstwerk Dear Son (2003) van Rini Hurkmans, waarin een vrouw op haar schoot een wit overhemd steeds opnieuw opvouwt terwijl iemand bij wijze van innerlijke monoloog een brief voorleest aan haar overleden zoon – een ontroerende vertaling van hetzelfde motief. Móói werk is er dus zeker, maar laat het ons werkelijk op een nieuwe of verrassende manier naar het thema liefde kijken? Die ambitie komt in deze zaal niet helemaal uit de verf. Hoewel de inleidende zaaltekst spreekt over een ruimere blik, met verwijzingen naar pleeg- en regenbooggezinnen blijft de beeldkeuze tamelijk traditioneel. Behalve de piëta’s zien we enkele variaties op ‘Maria met kind’, een beeldje van Jozef met Jezus en een Zwarte Madonna. Dat blijft toch wel erg trouw aan de christelijke traditie waarin liefde binnen de kern van het gezin wordt verbeeld. Ook in de andere zalen blijven de thema’s vooral binnen de bekende Bijbelse symboliek. De vernieuwing schuilt vooral in de begeleidende teksten die uitnodigen om de oude beelden inclusiever te lezen. De laatste zaal, over ‘het lichaam’, oogt eigentijdser. Hier wordt de religieuze beeldtaal verbonden met thema’s als lust, misbruik en macht: een echo van #MeToo. Op de oude schilderijen is te zien hoe vrouwen vroeger vaak tot object van begeerte werden gemaakt, terwijl de hedendaagse werken, zoals een Zwarte Christus en de Condoommonstrans van Paul Derrez (2004) die traditionele machts- en schoonheidsidealen ter discussie stellen. Vooral dat laatste werk prikkelt: een bombastisch religieus stuk vaatwerk, waarin de hostie is vervangen door een met zaadcellen omgeven condoom. Hiermee levert de kunstenaar kritiek op de kerkelijke moraal rond seksualiteit en bescherming. Terwijl ik erbij sta, lopen twee langgerokte dames voorbij. ‘Nee,’ hoor ik een van hen hoofdschuddend fluisteren. ‘Dit kan écht niet.’ Het lijkt me een mooi bewijs dat de tentoonstelling bij sommigen wel degelijk iets losmaakt.

Zelf bezoeken?

Hoe lang doe je er over?
90 - 120 minuten
Expert level
Beginners | Gevorderden | Crazy pro
Meer weten

Vragen over kunst in spelvorm kunnen best leuk zijn. Martin Jackson Yun bedacht het spel Manieren om naar kunst te kijken: vijftig geinig geïllustreerde kaarten met vragen om op vijftig nieuwe manieren naar verschillende kunstvormen (van graffiti tot beeldhouwkunst en van schilderijen tot wandkleden) te kijken.

coverbeeld: Kenneth Aidoo, ‘Adam and Eve’, 2025. Collectie Museum Catharijneconvent

De tentoonstelling ‘In the Name of Love’ in Museum Catharijneconvent in Utrecht is nog te zien t/m 1 maart 2026.

Meer informatie