‘A dominant man is a real man’. Het is een quote die voorbijkomt in de nieuwste documentaire van Louis Theroux, Inside the Manosphere, die me nog lang is bijgebleven. De Britse documentairemaker dook in de zogenoemende manosfeer: een online wereld van ‘manfluencers’ die een extreem beeld van mannelijkheid verkopen. De ideale man is succesvol, rijk, gespierd en dominant, de vrouw is onderdanig. Verbaasd en geschokt keek ik deze documentaire. Niet alleen omdat deze ideeën zo absurd zijn, maar vooral omdat ze inmiddels opvallend normaal zijn geworden. Want het blijft niet bij de donkere hoekjes van het internet. Recent onderzoek van de Volkskrant liet zien dat 15-jarigen dit soort beelden van machomannen dagelijks op TikTok voorgeschoteld krijgen. Een ideaalbeeld dat zich razendsnel verspreidt, van telefoonscherm naar schoolplein, en inmiddels volop onderwerp is van maatschappelijk debat. Ook musea mengen zich in de discussie, waaronder het Stedelijk Museum Amsterdam, met de tentoonstelling Beyond the Manosphere – Masculinities Today.
GO | NO GO #452: De man onder de loep
Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze keer ging onze redacteur Amber van As naar het Stedelijk Museum in Amsterdam voor de tentoonstelling ‘Beyond the Manosphere – Masculinities Today’.
Wat betekent het om een man te zijn in deze tijd? Deze vraag zoemt rond in de kunstwereld: het Stedelijk opent hun tentoonstelling ermee, maar ook het Noordbrabants Museum probeert er antwoord op te geven in de tentoonstelling ‘Ben ik mannelijk?’. In Amsterdam reageren 37 internationale kunstenaars op dit vraagstuk, mannen én vrouwen, met bestaand en nieuw werk, variërend van schilderijen en foto’s tot installaties en video’s. De werken zijn verspreid over twee zalen die samen de manosfeer als letterlijke ruimte verbeelden. Als bezoeker beweeg je zo door een landschap van mannelijkheid – wat hoort daarbij, wat definieert de man? Met enige huivering bezocht ik de tentoonstelling. Na het zien van de Inside the Manosphere-documentaire vroeg ik me af of ik opnieuw met dat akelige gedachtegoed geconfronteerd wilde worden. Tegelijkertijd snakte ik naar een ander perspectief: een zachtere, creatievere blik op mannelijkheid. Precies dat belooft de tentoonstelling te onderzoeken: voorbij de manosfeer. Hoe verbeelden kunstenaars man-zijn? Kan kunst een tegenstem bieden tegen de gevaarlijke idealen die online steeds normaler lijken te worden?
De tentoonstelling maakt duidelijk hoe divers mannelijkheid eigenlijk is – en hoe anders dat beeld is dan de manosfeer doet geloven. De stoere, dominante man is niet de norm, er is juist ruimte voor onzekerheid, kwetsbaarheid en seksualiteit. Bijvoorbeeld in Tuin met granaatappel (1975) van de Nederlandse kunstenaar Melle (1908-1976), waarop een figuur in de vorm van een penis masturberend naar een granaatappel staart. De seksualiteit druipt ervan af, maar er schuilt ook een gevoel van eenzaamheid. Het kunstwerk roept een sterke associatie op met de hedendaagse manosfeer: jongens in hun kamers, alleen met hun scherm, die hun verlangens niet kwijt kunnen en hun frustraties omzetten in woede. Vlakbij hangen twee intieme schilderijen van de Pakistaans-Amerikaanse Salman Toor (1983) van mannen – meestal queer – in huiselijke, tedere scènes. De eenzame man, de gevoelige man, de tedere man, de huiselijke man, de queer man – ze krijgen hier allemaal een plek. Behalve de ideale man, want die bestaat niet. Fotograaf Hans Eijkelboom (1949) prikte daar in 1977 al doorheen met zijn serie De ideale man (1977-1982). Hij vroeg vrouwen in brieven hun ideale man te beschrijven en fotografeerde zichzelf vervolgens als die man. Aandachtig lees ik de wensen: ‘moet beslist een snor hebben’, ‘hoeft niet knap te zijn’, ‘gekleed in bloesjes’, ‘gebruikt geen aftershave’. De serie is speels en grappig, maar ook scherp: het laat zien hoe geconstrueerd zo’n ideaal eigenlijk is. Het doet me denken aan datingapps, waar die illusie van maakbaarheid juist wordt versterkt: via voorkeuren en filters lijkt het alsof je je perfecte match kan vinden of zelfs creëren. Daarmee haakt Eijkelbooms serie in op het idee dat nu in de manosfeer wordt verkondigd: dat er één type man bestaat waar vrouwen op vallen – de alfaman – waar mannen zich naar vormen. Zijn werk suggereert juist het tegenovergestelde: een blauwdruk voor ‘de ideale man’ bestaat niet. De werkelijkheid blijkt, al sinds 1977, een stuk gevarieerder.
Waar de manosfeer zo aanwezig en gevaarlijk is, schiet de tentoonstelling tekort in het geven van kritiek. De tekstbordjes nodigen eindeloos uit tot reflectie en stellen dat werken ‘vragen oproepen over mannelijkheid’, maar wat die vragen precies zijn of hoe dat terug te zien is, blijft vaak onduidelijk. Zo zou de serie portretten van Sands Murray-Wassink (1974) I’m Proud of Myself! (1996) volgens de zaaltekst ‘mannelijke stereotypen bevragen’, maar in de praktijk zie ik vooral spontane foto’s van de kunstenaar die net zo goed op een kastje bij zijn ouders hadden kunnen staan. Ook Sillage (2024) van Emirhakin (1992), een rijtje van 42 parfumflesjes die hij meebracht van een pelgrimstocht naar Mekka, wordt gepresenteerd als reflectie op geur en mannelijkheid, maar de betekenis blijft opvallend open. Bij het werk van Reba Maybury (1990) – Brits-Pakistaanse kunstenaar en dominatrix – is het idee juist veel scherper: zij gaf haar onderdanige de opdracht Liggend naakt (1910) van Leo Gestels (1881-1941) na te schilderen, om zo de mannelijke blik te verwerpen. Helaas hangt het resultaat los van het origineel, aan de andere kant van de zaal, en verliest daardoor aan kracht. Dit alles voelt als een gemiste kans, zeker wanneer ik groepjes tieners door het museum zie lopen. Juist zij groeien op met de manosfeer binnen handbereik – letterlijk in hun broekzak – waar ideeën over vrouwenhaat en dominantie snel normaliseren. De tentoonstelling laat dan wel andere, bredere definities van mannelijkheid zien, maar gaat de confrontatie met de gevaarlijke denkbeelden van de manosfeer nergens aan. Precies daar ligt de kracht van kunst: om te schuren, frictie op te roepen. Het blijft helaas te veel gissen. Ook mijn mannelijke compagnon verlaat de tentoonstelling enigszins in verwarring: ‘Tsja, wat maakt mij nou eigenlijk een man?’. Misschien zegt dat genoeg.
Zelf bezoeken?
Naast de documentaire Inside the Manosphere van Louis Theroux is ook de Netflix-serie Adolescence een kijktip. In de serie wordt een 13-jarige jongen verdacht van moord, waarna tijdens het onderzoek langzaam zichtbaar wordt hoe hij beïnvloed is door de online wereld en ideeën over mannelijkheid die daarin circuleren.
Coverbeeld: Zaalopname: ‘Beyond the Manosphere — Masculinities Today’, 2026, Stedelijk Museum Amsterdam. Photo: Peter Tijhuis