‘Als het makkelijk was om over mijn werk te praten, was ik wel schrijfster geworden. Ik druk me uit met beelden.’ Het klinkt als een uitspraak die van elke kunstenaar zou kunnen komen. Toch past hij opvallend goed bij de Amerikaanse fotograaf Helen Levitt (1913-2009). Ze zei dit tijdens een interview dat ze op 88-jarige leeftijd gaf aan de Amerikaanse omroep NPR. Een unicum, want Levitt gaf gedurende haar leven zelden interviews en hoefde niet zo nodig in de spotlights te staan. Liever dwaalde ze onopgemerkt met haar camera door de straten van New York, op zoek naar alledaagse momenten, spelende kinderen en spontane ontmoetingen. Haar foto’s staan nu volop in de aandacht in de Kunsthal in Rotterdam. In de tentoonstelling Helen Levitt – City at Play wordt het New Yorkse straatleven, dat zij ooit onopvallend vastlegde, nu aan een groot publiek getoond.
GO | NO GO #465: De New Yorkse straten op met Helen Levitt
Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze keer ging onze redacteur Amber van As naar de tentoonstelling ‘Helen Levitt – City at Play’ in de Kunsthal Rotterdam.
Helen Levitt had haar liefde voor fotografie al vroeg gevonden. Ze groeide op in Brooklyn en stopte in haar laatste jaar met de middelbare school – uit het hoofd leren vond ze maar saai. Als achttienjarige ging ze als assistent aan de slag in een fotostudio in de Bronx, waar ze langzaam de kneepjes van het vak leerde. Na een ontmoeting met de Franse fotograaf Henri Cartier-Bresson (1908-2004) kocht Levitt haar eigen tweedehands Leica-camera en ging ze de straat op. Het was een harde, rauwe tijd: New York bevond zich in de Grote Depressie, met veel armoede en werkloosheid. Levitt was voornamelijk in wijken als Spanish Harlem en de Lower East Side te vinden, waar veel arbeiders en migranten woonden. Daar legde ze vast wat ze om zich heen zag gebeuren. Dat bleef ze vijftig jaar lang doen: van haar vijfentwintigste tot haar vijfenzeventigste fotografeerde en filmde ze het leven op straat. Deze hele periode komt samen in de tentoonstelling in de Kunsthal, met ruim tweehonderd foto’s vanaf de jaren dertig tot diep in de jaren tachtig. Het is voor het eerst dat haar oeuvre in deze omvang wordt getoond, mede dankzij de ontdekking van Levitts persoonlijke archief dat in het bezit was van haar oudtante.
Dat Levitt een meester was in het vastleggen van straattaferelen, blijkt meteen vanaf het begin van de tentoonstelling. Ze had oog voor onopvallende details, van krijttekeningen van kinderen op muren en stoepen tot moeders die uit het raam hangen. Levitt wilde haar werk geen betekenis opleggen en liet de interpretatie over aan de kijker. Bij iedere foto kan je dan ook zelf een verhaal verzinnen. Waar hebben die vrouwen het over? Wat fluistert dat jongetje in het oor van dat meisje? En waarom troost dat jongetje zijn vriendje? Terwijl New York in armoede en verval verkeerde, richtte Levitt haar camera niet zozeer op die maatschappelijke omstandigheden, maar op wat er tussen mensen – en vooral tussen kinderen – gebeurde. De maatschappelijke context is zichtbaar, met puin en afval op straat, maar haar foto’s zoomen in op de interactie tussen mensen en hun dagelijkse gedrag: kinderen die spelen in het water uit een brandkraan, een groepje vrouwen dat staat te kletsen voor een etalage, mannen die voor een gevel hangen. De straat was voor Levitt niet zomaar een decor, maar het hart van haar werk. Al snel bekroop me het besef dat we dit straatleven vandaag de dag nauwelijks nog (her)kennen. In het New York van toen speelde een groot deel van het dagelijks leven zich buiten af. Mensen zaten op straat omdat het binnen simpelweg te warm was – van airconditioning was nog geen sprake. Ook zat men nog niet aan de televisie of telefoon gekluisterd. De straat was hun woonkamer en speeltuin. Inmiddels is dat behoorlijk gekanteld. Ons leven speelt zich veel meer binnen af, achter gesloten deuren. Als we buiten zijn, hebben we vaak een doel: we moeten van A naar B. Met een koptelefoon op en telefoon in de hand sluiten we ons af in onze eigen bubbel. We groeten buren of bekenden in het voorbijgaan, maar nemen zelden nog de tijd voor een langer gesprek. Juist daardoor voelen de foto’s van Levitt nog meer als een inkijkje in een andere, verdwenen wereld.
Naast haar scherpe oog voor het straatleven, experimenteerde Levitt ook met de camera als medium – en de tentoonstelling laat die ontwikkeling mooi zien. Fotografie was in Levitts tijd nog een nieuwe sensatie, de camera was onbekend en spannend. Dat zie je terug op haar foto’s: kinderen die het medium uitdagen, gekke bekken trekken, poseren, spelen met de aandacht. Ze werkte met een 50mm-lens, waardoor ze dicht bij haar onderwerp moest komen, en met een hoekzoeker (“winkelsucker”), een apparaatje waarmee ze in de ene richting kon kijken terwijl haar camera de andere kant op wees, zodat ze ongezien kon fotograferen. Later experimenteerde ze ook met film: haar korte documentaire In the Street (1948) is in de tentoonstelling te zien. Rond 1960 waagde ze zich bovendien aan kleurenfotografie, toen zwart-wit nog de norm was en kleur vrijwel uitsluitend werd gebruikt in de mode- en reclamewereld. In 1974 werden haar kleurendia’s als een doorlopende projectie getoond in het Museum of Modern Art in New York, een van de eerste keren dat kleurenfotografie zo’n prominente plek kreeg binnen een museum. In de Kunsthal is die ervaring nu nagebootst met een oude Kodak-installatie waarin haar dia’s opnieuw draaien. Die overstap naar kleur geeft haar werk meteen een moderner karakter, maar laat ook zien hoe de wereld om haar heen veranderde. Haar foto’s fungeren als tijdsdocumenten: het leven wordt moderner, nieuwe technische snufjes doen hun intrede, de mode verandert en het straatbeeld krijgt een ander gezicht. Een meisje in de deurpost met een Walkman, een vrouw in mantelpak naast een moderne taxi, een moeder met haar kinderen in een telefooncel of een hotdogkraam op de hoek. Niet alleen Levitts techniek ontwikkelde zich, ook de stad die ze fotografeerde.
Zelf bezoeken?
Meer straatfotografie? Duik dan eens in het werk van Vivian Maier (1926-2009), Diane Arbus (1923-1971) of Saul Leiter (1923-2013), die net als Levitt de straten van New York opgingen. Of blijf dichter bij huis en ontdek het oeuvre van Ed van der Elsken (1925-1990), de Nederlandse fotograaf die het straatleven in Amsterdam en andere steden vastlegde met dezelfde nieuwsgierige blik. Zijn tentoonstelling in het Rijksmuseum is nog maar kort te zien (t/m 13 september), maar je kan ook luisteren naar de podcast aflevering Ed van der Elsken – De straatfotografie voorbij van OVT Doc.
Coverbeeld: Helen Levitt, ‘N.Y.’, 1945 © Film Documents LLC, courtesy Zander Galerie