De Kunstmeisjes 21 oktober 2021

SPECIAL: Allez! De Kunstmeisjes België Special #5

Allez of niet allez — dat bepaal je zelf. Nu ook over de grens: onze België-correspondent Sofie Huvaere reist heel het land door om de mooiste en boeiendste tentoonstellingen te tippen. In elke special licht zij twee must-see exposities uit en sluit ze af met wat aanvullende aanraders. Deze keer in de spotlight: Fernando Botero in BAM, Mons en een dubbeltentoonstelling van David Hockney in Bozar, Brussel.

Fernando Botero, 'de Weduwe', 1997, BAM, Mons

‘Fernando Botero. Voorbij de vormen’: Vormen voelen

Ik had nooit gedacht dat de meest uitdrukkingsloze gezichten zoveel emoties bij me zouden losweken. Ja, zelfs een glimlach. Het moet een raar zicht geweest zijn, met een lach om de mond stond ik in het Musée des Beaux-Arts in Mons (BAM) voor een gigantisch schilderij (203 x 169 cm) van een vrouw met drie kinderen en een kat. De Colombiaanse kunstenaar Fernando Botero (1932) schilderde hier een kleurrijke, krappe huiskamer waarin van alles lijkt te gebeuren. Een bonte was hangt te drogen aan de waslijn, speelgoed slingert rond en het zusje speelt met een pop terwijl net boven haar hoofd broerlief aan het snoer van een strijkijzer trekt. Als dat maar goedkomt. Ik moest lachen want de figuren zijn zo buitenproportioneel geschilderd en de gezichten zo klein. Zelfs de huiskat heeft dezelfde uitdrukking als mama en de kinderen: ogen ver uiteen, lippen op elkaar geperst en mondhoeken naar beneden. Het is een aandoenlijk tafereel. Toen ik dichterbij ging kijken, zag ik tranen op de bolle wangen van de vrouw. Botero schilderde hier een weduwe met haar kroost. Gedaan met lachen.

Fernando Botero, 'Watermeloen', 1976, BAM, Mons

Het zuinig mondje van De Weduwe (1997) herkende ik ook op enkele andere werken die te zien zijn in de tentoonstelling ‘Fernando Botero. Voorbij de vormen’. Het is de eerste grote retrospectieve van de schilder en beeldhouwer in België en toont hoe zijn stijl zich vormde over een carrière van maar liefst zeventig jaar. Van Cézanne leerde hij bijvoorbeeld om een hoofd als een appel te schilderen. Botero nam dit letterlijk waardoor de hoofden van zijn figuren vaak iets weg hebben van Humpty Dumpty, een ei met een gezichtje. De kunstenaar trok die opgeblazen vorm door in zijn stillevens en schilderde een peer van bijna drie meter waaruit een minuscule hap is genomen. Een petieterig wormpje steekt uit het stuk fruit. Ook op Stilleven uit 1970 vormen kleine vliegjes enkele fijnzinnige details op een buitensporige ananas. Botero bestudeerde ook meesterwerken zoals De Slaapkamer (1888) van Van Gogh en La Fornarina (1518-1519) van Rafaël en maakte er een versie van in zijn eigen herkenbare stijl. Toegegeven, Botero’s interpretatie uit 2006 van Het bruidspaar Arnolfini (1434) van Van Eyck is ietwat komisch, alsof hier een idioot Instagramfilter aan het werk is gegaan. Vorm en vervorming krijgen bij Fernando Botero dan ook voorrang op waarheidsgetrouwheid. Als toeschouwer ervaar je hierdoor een enorme zintuiglijkheid en esthetisch genot. “C’est magnifique!”, hoorde ik een dame naast me zeggen. En ja, ze glimlachte.

De tentoonstelling ‘Fernando Botero. Voorbij de vormen’ is nog t/m 30 januari 2021 te bezoeken in BAM in Mons. Meer informatie.

David Hockney, "No. 316", 30 April 2020, iPad-schilderij, David Hockney

‘Dubbeltentoonstelling David Hockney’: Leve de lente

In maart 2020 ontlook een ongeziene lente. Door de lockdown zagen we die eerste lentezon voornamelijk achter glas. Velen onder ons moesten hun tijd plots anders zien te spenderen. Bij mij was dat moestuinieren en Plants vs Zombies op de tablet, ook een moestuintje maar dan anders (en gewelddadiger). Hoe beleefden kunstenaars die ongewone lente? Wie ook naar de iPad greep, is de Britse kunstenaar David Hockney (1937). Hier echter geen Minecraft of PvZ, maar een speciaal voor hem ontwikkelde app om te schilderen. In zijn huis in Normandië legde hij in 116 werken (en ontelbare swipes) de ontluikende lente vast. Toen meer en meer evenementen omwille van de pandemie geannuleerd werden, zei hij dan ook: “They can’t cancel Spring!” De iPad-schilderijen werden geprint op hoogkwalitatief papier en zijn nu te zien in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel.

Zaalopname David Hockney, foto: Philippe de Gobert, Bozar, Brussel

Het museum pakt uit met een heuse dubbeltentoonstelling van de kunstenaar. Voor de lente van 2020 weer aanbreekt, moet je eerst de andere seizoenen uit het leven van de kunstenaar doorlopen. David Hockney: Werken uit de Tate Collectie, 1954 – 2017 geeft een overzicht van de carrière van de 84-jarige kunstenaar en zijn blijvende zoektocht naar perspectief en nieuwe manieren om een driedimensionale wereld te vatten in een tweedimensionaal kunstwerk. In Man in Shower in Beverly Hills (1964) zit beweging, niet alleen van de man die zichzelf wast, maar ook van het water dat voortdurend stroomt en van het lichaam spat. Water, licht en transparantie (en blote mannenbillen) komen ook terug op de beroemde zwembadschilderijen waarvan we in Bozar Peter Getting Out of Nick’s Pool (1966) zien. Uitzonderlijk geen werk uit de Tate-collectie, maar een complementaire bruikleen van de National Museums Liverpool. Niet te missen is ook het levensgrote portret Mr. And Mrs. Clark and Percy (1970-71), geschilderd in acryl, een verfsoort die snel droogt en die je niet meer van het doek kan schrapen. Hockney moest voor dergelijke portretten dus goed observeren en nauwgezet (en traag) schilderen. De iPad daarentegen laat hem toe om op een heel andere manier te werk te gaan. Hockney experimenteert al sinds 2010 met een tablet voor het schilderen van landschappen. Het medium laat hem toe om ze snel en spontaan vast te leggen. Voor elk soort licht kan hij een kleurenpalet samenstellen, transparante lagen kan hij subtiel opbouwen. De fameuze iPad-schilderijen in De komst van de lente, Normandië 2020 komen uiteindelijk in de laatste twee zalen aan bod. De werken werden opzettelijk dicht bij elkaar opgehangen, waardoor je als bezoeker volledig opgaat in de natuur. Wat Monet anno 1880 deed op z’n bootje in Giverny, doet Hockney in de 21ste eeuw op een iPad in Normandië.

De dubbeltentoonstelling van David Hockney is nog t/m 23 januari 2022 te bezoeken in Bozar in Brussel. Meer informatie.

MEER ZIEN?

Helmut Lang, Spring-Summer 2000, 'The Next Way' editorial, Vogue Italia, March 2000, Model: Amber Vailetta © Photo: Peter Lindbergh

E/MOTION. Mode in transitie | MoMu

Na een grondige renovatie opent het Mode Museum van Antwerpen met E/Motion. Mode in transitie. De expo blikt terug op de voorbije drie decennia en onderzoekt hoe mode blootlegt wat er in onze samenleving leeft. Naast de collecties zelf, kaarten ontwerpers thema’s als het internet, terreurdreiging en migratie aan via reclamecampagnes, kortfilms en editorials. Modefotograaf Peter Lindbergh componeerde bijvoorbeeld in 2000 voor de lente- en zomercollectie van Helmut Lang een haast apocalyptische scène waarin het model nipt ontsnapt aan een desastreuze autocrash. Dit gevoel van onbehagen en overleven wordt gelinkt aan de grote werkeloosheid en angst voor de toekomst van eind jaren 90. Naast activistische collecties van Walter Van Beirendonck en Raf Simons worden ook aanvullende kunstwerken getoond zoals Barbara Krugers I Shop Therefore I Am uit 1987.

De tentoonstelling ‘E/MOTION. Mode in transitie’ is nog t/m 23 januari 2022 te bezoeken in het Mode Museum in Antwerpen. Meer informatie.

Zaalopname ‘Marcel Broodthaers. Industriële gedichten, open brieven’, foto: Philippe De Gobert

Marcel Broodthaers. Industriële gedichten, open brieven | Wiels

Wat doe je als je als kunstenaar gedesillusioneerd raakt door de kunstwereld? De Belgische kunstenaar Marcel Broodthaers richtte in 1968 een fictief museum op waarin hij alle rollen vervulde, van directeur tot criticus. Voor de promotie van zijn Musée d’Art Moderne, Departement des Aigles maakte hij tussen 1968 en 1972 een aantal plastieken platen. Deze en andere platen – die hij zelf ‘industriële gedichten’ noemde – zijn nu, samen met enkele open brieven van de kunstenaar, te zien in Wiels in Brussel. Humor is nooit veraf bij Broodthaers, zo kaart hij het idee van de multiple aan (een serie identieke kunstwerken in beperkte oplage) in de plaat Multiple (Multiplié) inimitable (1968), een niet na te maken multiple dus. Met dit soort taalspelletjes leer je plaat per plaat het universum van Marcel Broodthaers kennen.

De tentoonstelling ‘Marcel Broodthaers. Industriële gedichten, open brieven’ is nog t/m 9 januari 2022  te bezoeken in Wiels in Brussel. Meer informatie.

Kunstenfestival ‘Niemand is een eiland’, via the art couch
Kunstenfestival ‘Niemand is een eiland’, met werk van Nina Van Denbempt, via the art couch
Kunstenfestival ‘Niemand is een eiland’, via the art couch
Kunstenfestival ‘Niemand is een eiland’, met werk van Nina Van Denbempt, via the art couch

Niemand is een eiland | Kunstenfestival Damme

Net zoals bij de vorige edities, groeit de artistieke inhoud van het Kunstenfestival van Damme rond de visie van de 46 deelnemende kunstenaars. Dit keer gaan ze aan de slag met vrijheid, eenzaamheid en verbondenheid. De Belgische Nina Van Denbempt (1989) gaat Tracey Emin (1963) achterna en versleepte haar bed naar Damme. My Bed / come and rest in the shadow of the cross is hoogst persoonlijk en intiem. Ze versierde het bed als een schrijn met plakparels en glitter. De matras leest als een dagboek: ‘The nurse just came in with ice cream but she only had vanilla flavour so I said no. 29-08-19’. De kunstenaar schrijft dat er veel gebeurd is in dat bed. Door het nu te laten zien, wil ze vieren dat ze er levend uit is gekomen. Wat mij niet loslaat, is het ongemakkelijke van het menszijn in de wereld, een existentiële angst en de plakparels aan mijn schoenzolen.

Het Kunstenfestival ‘Niemand is een eiland’ is nog t/m 12 december 2021 te bezoeken in Damme. Meer informatie.