Tag: HIGHLIGHTS

HIGHLIGHT #5 | De schoonheid van cellulitis | Museum Van Loon

HIGHLIGHTS 31 augustus 2016

Sommige kunstwerken en kunstenaars kunnen niet genoeg aandacht krijgen, als je het ons vraagt! In onze rubriek ‘Highlights’ neemt elk van De Kunstmeisjes jullie daarom mee naar haar favorieten. Deze keer vertelt Mirjam over de ultieme realiteit achter de gefotoshopte portretten van Asger Carlsen, nog maar tot 16 september te zien in Museum Van Loon.

In de foto’s van onszelf poetsen we het liefst weg wat we liever niet willen zien. Een filtertje kan al een hoop verdoezelen; wie het wat serieuzer aanpakt, retoucheert wat hier en daar. In de modefotografie draait men zijn hand er niet meer voor om even het hoofd van een model op de ene foto aan haar lichaam op de andere foto te shoppen, als dat de ideale pose en de perfecte gezichtsuitdrukking kan samenbrengen. Problem solved, als het nemen van de perfecte foto maar niet wil lukken. Andere menselijke eigenschappen, zoals lichaamshaar en poriën in de huid, bestaan überhaupt niet in deze geïdealiseerde wereld. Het is ook eigenlijk niets nieuws: we weten dit allemaal, zijn eraan gewend en laten ons er nog steeds maar al te graag door (ver)leiden.

Hester 8 - Asger Carlsen Hester 16 - Asger Carlsen
Links: Hester (8), 2012 ⓒ Asger Carlsen | Rechts: Hester (16), 2012 ⓒ Asger Carlsen

In dat opzicht lijkt het alsof de Deense kunstenaar Asger Carlsen het allemaal opzettelijk fout doet. In zijn serie Hester boetseert hij het menselijk lichaam tot een absurde versmelting van lichaamsdelen. Wat begint met een uurtje snapshots nemen van vrouwelijke modellen in zijn studio, eindigt in een uren-, zelfs dagenlang creatief proces op de computer met Photoshop. De imperfecties van het menselijk lichaam die normaal gesproken juist met dit programma worden weggepoetst, zoals rimpels, vetkwabben en huidstriemen, worden door Carlsen juist benadrukt als esthetische elementen. Ze dragen zelfs bij aan de bizarre geloofwaardigheid van het beeld, samen met de weloverwogen composities van de lichamen en de accurate belichting. Je weet dat het beeld nooit echt waar kan zijn, en toch ziet het er achterlijk aannemelijk uit. Een mindfuck die, in the end, wellicht geloofwaardiger is dan de beelden die we in menig mode- en beautytijdschrift zien.

Hester 13 Asger Carlsen Hester 19 - Asger Carlsen
Links: Hester (13), 2012 ⓒ Asger Carlsen | Rechts:  Hester (19), 2012 ⓒ Asger Carlsen

Maar Asger Carlsen was niet zozeer geïnteresseerd in het agiteren tegen de mode- en glamourfotografie. Zijn beweegredenen lagen heel ergens anders. Hij was zijn carrière al op jonge leeftijd begonnen als crime scene-fotograaf, waarna hij zich meer ging ontplooien als commercieel fotograaf en zijn geluk zelfs durfde te beproeven in New York, waar hij nog steeds woont. Maar hij had geen zin meer om nog de straat op te hoeven gaan om te fotograferen. Na 25 jaar verlangde hij naar een ander werkproces, zoals dat van een schilder of beeldhouwer in een atelier.

De titel ‘Hester’ verwijst naar het adres van Carlsens studio, Hester Street in Chinatown te New York. Iedere foto uit de serie is genomen in zijn bescheiden appartement slash studio, waarin we soms een simpel meubelstuk zien figureren tegen steeds weer diezelfde kale witte muur, en we de indruk krijgen van een vrij sober bestaan. Vervolgens uren achter de computer – dat is toch niet hetzelfde als het romantische idee van de kunstenaar, sigaret tussen de lippen, fles wijn in de ene hand en een kwast in de andere, turend naar zijn levende naaktmodel. Maar wat misschien toch wel tot de verbeelding spreekt is dat fotografie niet meer het medium van deze fotograaf is, maar zijn materiaal, dat hij in zijn studio kneedt tot nieuwe, sculpturale vormen. Kunstenaarschap 2.0, zou je kunnen zeggen.

Museum_Van_Loon_Photography_Laura_Ellen-5
Foam in Van Loon IV | Second Skin, Hester van Asger Carlsen in Museum Van Loon Laura Ellen

De reacties op Carlsens werk variëren van adembenemende verwondering tot kreten van afschuw. Als je je niet meteen af laat schrikken door de misvormingen van zijn vrouwelijke wezens – bovenbenen en armen die eindigen in stompjes, drie billen op twee benen, een ruggengraat die overloopt in een vagina – dan roept het werk steeds meer vragen op. Maybe it’s just me – maar ligt er geen onmetelijke schoonheid in de zacht blubberende billen en kronkelende lichamen, alsof daarin vrouwen worstelen om zich letterlijk te ontplooien, als rupsen die zich ontpoppen uit hun cocon?

Het is alsof Carlsen teruggrijpt op het oude schoonheidsideaal van de Rubensvrouw, toen cellulitis nog mooi was (met dank aan de zestiende-eeuwse schilder Peter Paul Rubens met bijvoorbeeld zijn De Drie Gratiën). Of stel je deze foto’s eens voor als driedimensionale sculpturen, gemaakt van marmer of brons. De lichamen zouden dan hyperesthetische vormen worden, als de sculpturen van Henry Moore, die door het verlies van de meest in het oog springende lichamelijke oneffenheden niet meer dezelfde geloofwaardigheid zouden hebben en daardoor tegelijkertijd minder ‘eng’ zijn. Zoekt Asger Carlsen net als vele andere kunstenaars naar de essentie van het vrouwelijk lichaam? En is zijn essentie eigenlijk niet veel minder eng dan de gladgestreken vrouwen op de cover van de Glamour?


Een selectie beelden uit de serie Hester van Asger Carlsen is nog t/m 18 september 2016 te zien in de tentoonstelling ‘Foam in Van Loon IV | Second Skin’ in Museum Van Loon. Meer informatie: http://www.foam.org/nl/museum/programma/second-skin

Advertenties

HIGHLIGHT #4 | Sfeervolle TL-buizen | Stedelijk Museum

HIGHLIGHTS 23 augustus 2016

Sommige kunstwerken en kunstenaars kunnen niet genoeg aandacht krijgen, als je het ons vraagt! In onze rubriek ‘Highlights’ neemt elk van De Kunstmeisjes jullie daarom mee naar haar favorieten. Deze keer vertelt Renee waarom tl-buizen in het museum thuishoren, als kunst welteverstaan.

Vandaag wil ik het hebben over niets minder dan de tl-buis. Ik hoor je al denken, ‘Maar het gaat toch over kunst?’ Jazeker! Hoewel dit o zo sfeervolle staaltje techniek – dat al sinds de jaren 30 bestaat – vooral bekendstaat als zoemend decorstuk in menig snackbar, heeft het nieuw leven gekregen dankzij een van mijn favoriete kunstenaars: Dan Flavin – de man die de tl-buis uit de doe-het-zelfzaak naar het museum haalde.

Wanneer je in het Stedelijk de beroemde grote trap op loopt, zou je Dan Flavin zomaar voorbij kunnen lopen. Maar als je even omhoog kijkt, zie je meteen niet minder dan twee lichtinstallaties van de Amerikaanse kunstenaar. Hoewel ik beloof hier later nog even op terug te komen, gaan we eerst even verder. Hup, de trap op en naar links, naar zaal 1.4. Daar zie je in de hoek het werk Untitled (to Barnett Newman to commemorate his simple problem, red, yellow and blue) uit 1970.

IMG_7936

Dan Flavin, Untitled (to Barnett Newman to commemorate his simple problem, red, yellow, and blue), 1970. © c/o Pictoright, Amsterdam 2004 / Stedelijk Museum Amsterdam.

Even ter introductie: waar kijken we eigenlijk naar? In de hoek staan zes tl-lampen; twee horizontaal en vier verticaal. We zien drie kleuren in totaal: rood, geel en blauw. Dit is niet zonder betekenis; de kleuren corresponderen met de titel van het werk, die samen direct verwijzen naar een werk van kunstenaar Barnett Newman, Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue uit 1967-68. In 1970 overleed Newman, goede vriend van Flavin, en het werk is gemaakt als eerbetoon aan de kunstenaar en zijn denk- en werkwijze.  

Flavin behoorde tot de groep kunstenaars die we ‘minimalisten’ noemen. Het kenmerkende aan deze kunststroming is dat er minimale zelf-expressie in de kunst aanwezig is. Dit houdt in dat het niet gaat om emotie van de kunstenaar, maar om materiaal, vorm en kleur. De werken stralen rust en balans uit, geen persoonlijke poespas.

Hoewel Flavin begon met schilderijen en tekeningen, ging hij begin jaren 60 experimenteren met licht in zijn kunstwerken. Hij kwam tot de overtuiging dat licht veel krachtiger is dan verf, en vanaf 1963 tot aan zijn dood in 1996 werkte hij alleen nog maar met tl-buizen. Je moet nagaan dat in de jaren 60 tl-buizen het nieuwste van het nieuwste waren, en net als nu verkrijgbaar in elke doe-het-zelfzaak. Juist deze verkrijgbaarheid sprak Flavin aan; hij was van mening dat in hedendaagse kunst commerciële materialen centraal moeten staan. Hij besloot daarom ook om alleen de standaardmaten- en kleuren van TL-buizen te gebruiken voor zijn kunstwerken.

Misschien denk je nu, ‘Maar waarom is dit kunst?’ Maak je geen zorgen, je bent niet de enige. Critici in Flavins tijd wisten zich absoluut geen raad met deze tl-buiskunst. Niemand had tot dan toe zulke kunst gezien en ook konden ze in hun beschrijvingen ervan nergens op terugvallen. Dit leidde tot veel onbegrip: “Dan Flavin has ruined electric light for me, I’m going back to candles,” aldus criticus Tom Doyle. Het is inderdaad soms moeilijk om gebruiksvoorwerpen te zien als kunst. In ons denkkader zijn ze nu eenmaal al gekoppeld aan een functie. Maar juist met dit gegeven speelden veel kunstenaars, sinds Duchamp voor het eerst een urinoir uitkiest om op een sokkel te zetten in zijn werk Fountain uit 1917.

Maar als we onze geest een beetje oprekken, zien we meer dan alleen tl-buizen wanneer we naar Flavins werk kijken. Bedenk je eens een aan- en uit-knop. Als je het licht uitzet, zie je alleen de armaturen: niks aan. Maar wanneer je het werk aanzet, gebeurt er bijna iets magisch. Het is alsof vloeibare verf de muren en de ruimte kleurt. Dit is ook precies wat ik zo gaaf vind aan zijn werk: heel de ruimte staat in het teken van dit ene werk en wordt erdoor beïnvloed. Untitled (to Barnett Newman to commemorate his simple problem, red, yellow and blue) staat in het Stedelijk bovendien ook in een hoek; een plek die veel kunstenaars overslaan, wordt door Flavin optimaal benut.

2012.1.0082+83

Dan Flavin, Untitled (to Piet Mondrian through his preferred colors, red, yellow and blue) ‘Untitled (to Piet Mondrian who lacked green) 2’, 1986. © 2012 Stephen Flavin / © c/o Pictoright, Amsterdam 2004 / Stedelijk Museum Amsterdam.

Flavin was echter niet alleen bezig met het mooi ophangen van een paar tl-buisjes. Door middel van de titels van zijn werken verwees hij bewust naar andere kunstenaars en de kunstgeschiedenis. We hebben het eerbetoon aan Barnett Newman al gezien, maar Flavin was ook niet vies van een grapje. Zoals je misschien al weet, wilde de kunstenaar Piet Mondriaan alleen maar met drie kleuren werken: rood, geel en blauw. Als we weer even terug lopen naar de hal van het museum, zien we twee werken die Flavin maakte met Mondriaan in gedachten: Untitled (to Piet Mondriaan through his preferred colors red, yellow and blue) met daarbij het werk Untitled (to Piet Mondriaan who lacked green). Flavin mengde op deze manier de door Mondriaan zo gehate kleur groen door de primaire kleuren heen.

Als je dus binnenkort een werk van Flavin tegenkomt, hoop ik dat je er aan denkt ook even de titel ook te bekijken; deze is net zo belangrijk als het werk zelf. Oh,  en vergeet niet het licht uit te doen als je weggaat.

dan-flavin.png

Dan Flavin naast ‘The Nominal Three (to William of Ockham)’, 1963 in Green Gallery (1964.) © 2011 Stephen Flavin / Artists Rights Society (ARS), New York. Via The Solomon R. Guggenheim Museum, New York.