GO | NO GO #228: Mode met een slakkengang

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Wij flaneren modebewust in onze mooiste outfit door het Dordrechts Museum, waar we een selectie uit hun modecollectie bekijken in de tentoonstelling ‘Slow Fashion’.

Heb je je kledingkast inmiddels al ge-mariekondo’d of zelfs uitgedund tot een capsule wardrobe? Ben je deze januari begonnen met de 333-challenge? Dan is de tentoonstelling Slow Fashion echt iets voor jou! Het Dordrechts Museum toont mode uit de periode 1770-1920, die laat zien dat kleding iets kostbaars was waar je zuinig op moest zijn. De tentoongestelde kleding herken je meteen van romantische TV-series zoals Pride and Prejudice (gebaseerd op het boek van Jane Austen uit 1813) en Victoria (over de Britse koningin die zo ongeveer de hele 19e eeuw op de troon zat). We zien empire japonnen: soepelvallende, katoenen jurken met een hoge taille, die Miss Bennett droeg toen ze het hoofd van Mr Darcy op hol deed slaan. Maar er zijn ook crinolines (hoepeljurken uit de Pruikentijd), chique kleding voor de gentleman, strakke jurken met enorme draperieën van achteren (zogeheten tournures), en een echte showstopper: de flapper dress uit de roaring twenties met 1001 kraaltjes. De trage, maar zichtbare ontwikkeling van twee eeuwen mode passeert de revue.

Dordrechts Museum © Marie Cecile Thijs, 2019
‘Groengeel gestreepte empire japon’, ca. 1821, collectie Huis Van Gijn, Dordrecht. Foto: Bram Vreugdenhil.

In het afgelopen decennium hebben we er ons allemaal wel eens schuldig aan gemaakt: voor vijf euro even snel een glitterjurkje kopen. Dat we hiermee sweatshops en milieuonvriendelijke bewerking van stoffen blijven sponsoren en dat dat onze ecologische voetafdruk vergroot, begint eindelijk door te dringen. Het begrip slow fashion past helemaal in onze tijd, maar een negentiende-eeuwer zou er raar tegenaan gekeken hebben. Dat je zuinig bent met je kleding, sokken stopt en rokken doorgeeft en verstelt, was dagelijkse praktijk. De industriële kledingproductie draaide weliswaar op volle toeren (met alle sociale onrechtvaardigheid van dien), toch liet de elite tot begin twintigste eeuw hun kleding door kleermakers en naaisters met de hand en op maat in elkaar zetten. Een jurk van een rijke dame, maar net zo goed het schort van hun dienstmeisjes, was gewoon veel te kostbaar om slordig mee om te gaan. Als de mode daarom vroeg, werd de kleding dus versteld naar de smaak van de tijd. Dit wordt tastbaar in de tentoonstelling, zoals in het geval van een japon met Schotse ruit (populair gemaakt door de Britse Queen Victoria) die was vermaakt vanuit een oudere jurk – de verstelnaden werden verborgen achter een andere stof met ruit. Eigenlijk ziet het er niet heel flatteus uit, zoals vaker met customizen het geval is. Gelukkig zorgt de jurk voor veel afleiding met de sierlijke afgeknipte zoompjes en franjes. Op deze manier kregen jurken bijna ongemerkt vaak een tweede dan wel derde leven. Deze duurzame benadering is een inspiratiebron voor veel hedendaagse slow fashionista’s die hun hart (of rokken) kunnen ophalen in deze tentoonstelling.

013_HP_DM_SlowFashion_HR-028
Zaalopname: Dordrechts Museum Slow Fashion, met daarop: Schots geruite crinoline japon, 1845-1855, collectie Huis Van Gijn, Dordrecht. Foto: Marie Cecile Thijs

+ | Je komt echt ogen tekort in deze tentoonstelling. Toch raden we je aan niet alleen te kijken, maar ook de tekstbordjes te lezen, want zo leer je de geschiedenis van de dingen die je iedere dag draagt veel beter kennen. De kledingstukken worden in het museum omringd door bijpassende accessoires zoals waaiers, tasjes, naaigerei en schoenen met versieringen vaak van dezelfde stof. Zulke accessoires waren in de eerste plaats functioneel. Een voorbeeld: dames droegen over hun jurk een met kant afgewerkte sierkraag die heel simpel met één steekje vast zat. Deze chemisettes waren eigenlijk slabbetjes voor volwassenen: ze vingen al het vuil op, konden makkelijk in de was en de jurk eronder bleef kraakschoon. Een ander voorbeeld: in de late 18e eeuw hadden de grote zware rokken zijnaden waar een boekje, zakdoeken en wat geld in pasten. Toen de mode in de negentiende eeuw strakker en aansluitend werd, was er geen plek meer voor spulletjes en zo ontstond de reticule, het eerste handtasje. Ook hiervan is in de tentoonstelling een prachtig exemplaar te zien, met allemaal kraaltjes. Maar al die gewaden waar je op het eerste gezicht heerlijk bij kan wegdromen moeten in de praktijk ronduit een marteling zijn geweest. De kleding was dan wel voor de happy few die het konden betalen, maar of ze echt happy waren? Feit is dat vrouwen letterlijk in een keurslijf werden geperst: dit was een onderjurk met korset die verschrikkelijk strak zat. De vrouw kon ervan flauwvallen, kneuzingen oplopen en het kon zelfs tot een miskraam leiden. Een prachtige zwarte namiddagjapon uit de laat-negentiende eeuw – de tijd van koetsen en hoge hoeden – zat zo nauw dat de vrouw alleen maar kon staan. Dit was “niet zo erg”, want dat verhoogde haar status als niet werkende, niet bewegende vrouw. Gelukkig waaide rond die tijd uit Duitsland een andere wind over: de reformbeweging die strijd woedde voor de afschaffing van het korset. Dus als je denkt dat je normcore stijl iets innovatiefs is, think again: je bevindt je in een lange traditie van protesterende vrouwen. 

014_HP_DM_SlowFashion_HR-038.jpg
Zaalopname: Dordrechts Museum Slow Fashion

+ | De laatste zaal – die wat ons betreft veel groter had mogen zijn – toont werk van hedendaagse slow fashion ontwerpers: voor hen zijn duurzaamheid, subtiele en zorgvuldige naai- en borduurtechnieken van groot belang. Dat deze methodes veel tijd kosten, past ook in het plaatje van een meer mindful levenshouding. Het kost weken, soms zelfs maanden om een jurk te maken, en dit vinden de makers totaal geen probleem. Deze kunstenaars houden van het productieproces en zetten zich hiermee ook af tegen de gejaagdheid van onze tijd. Zo is er het Wereldwijven atelier, een sociale onderneming uit Dordrecht, dat in opdracht stukjes stof hergebruikt door erop te borduren. Ze maken er in opdracht kussentjes mee voor particulieren, maar ook werken ze mee aan stoffen voor ontwerpers als Rianne de Witte. Zij ontwierp speciaal voor de tentoonstelling een one-size-fits-always-jurk voor de eeuwige jojo’er en preggo’s. Dankzij ingenieuze smock- en vouwtechnieken kan deze outfit een leven lang worden bijgesteld. Dan is er het stevige jasje van Heleen Klopper, gemaakt van een wollen stof met daarin een raster van gerecyclede kunststof verwerkt. Wanneer de wol slijt, behoudt het weefsel hierdoor zijn structuur en dit maakt het mogelijk deze jas eindeloos te repareren. Last but not least is er werk te zien van JOIN Collective: uit verschillende kledingstukken worden nieuwe outfits gemaakt, die als een collage aan je lichaam hangen. Het ziet er spannend uit en laat zien dat grenzen tussen mode en kunst kunnen vervagen.

Hoe lang doe je er over? | Een uurtje, but take it slow…

Expert level | Beginners | Gevorderden | Crazy pro 

Meer weten | Een Slow Fashion tip voor de beginner: ontwerper Heleen Klopper is ook bekend van de Woolfiller. Dit is een schuimmatje met een paar viltprikkers en een selectie viltplukjes. Als je wollen trui door de motten is aangevreten, hoeft die niet langer weg, want je kan die opvullen met deze kleurtjes. De vlekkerige effecten zijn erg leuk om te maken en je hebt meteen een uniek kledingstuk.. 


De tentoonstelling ‘Slow Fashion’ is nog t/m 12 april 2020 te zien in het Dordrechts Museum Meer informatie: https://www.dordrechtsmuseum.nl/tentoonstellingen/slowfashion/

Tekst: Daphne Rosenthal

Cover: ‘Japonsche rok’, 1725-1775, collectie Huis Van Gijn , Dordrecht

Further Projects