Categorie: HIGHLIGHTS

HIGHLIGHT #13: Op wereldreis met wandelend anti-cliché Michael Wolf

HIGHLIGHTS 3 augustus 2017

Sommige kunstwerken en kunstenaars kunnen niet genoeg aandacht krijgen als je het ons vraagt! In onze rubriek ‘Highlights’ neemt een van De Kunstmeisjes jullie daarom mee naar een van haar favorieten. Deze keer introduceert Emma je de wereld door de blik van fotograaf Michael Wolf.

Dat wat normale mensen hebben met posters van Justin Bieber of de Backstreet Boys (just pick your generation), heb ik met Michael Wolf. Nee, dat is geen superster, geen acteur, niet iemand met een fabulous sixpack, maar een Duitse fotograaf van middelbare leeftijd die prachtige plaatjes schiet van eindeloos hoge flatgebouwen, verlaten schoonmaakspullen, geplette mensen in de metro van Tokio en van Parijse daken. Ik zag zijn werk voor het eerst op een kunstbeurs in 2014. Michael Wolf wordt vertegenwoordigd door een Amsterdamse galerie (Wouter van Leeuwen) die ik hierbij even expliciet wil bedanken dat het geen straatverbod jegens mij heeft aangevraagd. Ik achtervolg de galerie namelijk sinds die eerste keer op elke beurs en sta regelmatig aan de deur om wellicht nieuw werk van de kunstenaar te mogen te zien. Nu vraag je je misschien af (misschien ook niet, maar work with me here), wat is nou de aantrekkingskracht van zijn foto’s?

Stel, je hebt een camera en je staat midden in Parijs, of voor de skyline van een andere wereldstad. Waar de meeste mensen dan de Eiffeltoren of de contouren van de talloze wolkenkrabbers zou vastleggen, doet Michael Wolf precies het tegenovergestelde. Met zijn foto’s laat hij zijn unieke blik op de grootstedelijke maatschappij zien en zoomt hij in op wat deze plaatsen en hun inwoners echt zijn. Dankzij zijn foto’s zie ik steden op een heel andere manier dan ik ze ooit heb gezien, of ontdek ik steden waar ik nog niet ben geweest. Vandaag gaan we daarom even op wereldreis, een alternatieve wereldreis welteverstaan. Ik neem jullie namelijk mee naar Hong Kong, Tokio en Parijs – door de ogen van het wandelend anti-cliché Michael Wolf.


Michael Wolf, Untitled, from the series Architecture of Density, 2005 © Michael Wolf

We beginnen in Hong Kong (Nǐ hǎo!). Net zoals met andere grote steden, kiezen fotografen die deze metropool bezoeken vaak voor het beeld van de skyline. Wolkenkrabbers from head to toe, waar elke Ikea-consument vervolgens een twee-bij-twee poster voor 39,95 euro van boven de bank gaat hangen. But not Michael Wolf. Wolf focust in zijn foto’s van Hong Kong ook op de architectuur, maar zoomt volledig in op de details van een flatgebouw. De overbevolkte stad blijft groeien en bij gebrek aan oppervlakte ontstaan enorme wolkenkrabbers waar mensen in mini-appartementjes leven. In Architecture of Density, de foto’s die Wolf van deze complexen maakte, zie je geen horizon en geen lucht, waardoor het lijkt alsof het gebouw om je heen eindeloos doorgaat. Van veraf lijken het abstracte werken, maar met je neus er bovenop zie je menselijke details zoals ventilatoren of de was die buiten hangt – dat dubbele effect zorgt ervoor dat ik maar naar deze serie kan blijven kijken.

Naamloos
Michael Wolf, Untitled, from the series Informal Solutions, 2016 © Michael Wolf/Wouter van Leeuwen

Het gebrek aan ruimte in een miljoenenstad als Hong Kong leidt niet alleen tot enorme flats vol kleine appartmentjes, het zorgt er ook voor dat iedereen zijn ruimte optimaal moet benutten. Zo ontdekte Wolf de kleine steegjes achter grote gebouwen, op het eerste gezicht geen boeiende plek, laat staan spannend genoeg voor een nieuwe fotoserie. Maar lopend door de steegjes ontdekte hij het leven dat er zich afspeelt: het is een tweede huis voor bijvoorbeeld de schoonmakers en restaurantmedewerkers. Die rusten tussen het werk door uit op oude plastic stoelen en drogen hun schoonmaakspullen handig aan de ramen en deuren. Het is een kunst om de ruimte en de mogelijkheden die je er hebt, zo praktisch mogelijk te benutten. Wolf zag er de kunst van in en ontdekte mooie composities in de alledaagse voorwerpen, wat resulteerde in een nieuwe serie. Who knew dat schoonmaakspullen zo mooi konden zijn?

MetroMichael Wolf, Untitled, from the series Tokyo compression, 2010 © Michael Wolf / Wouter van Leeuwen

Van Hong Kong door naar Tokio (Konnichiwa!), de stad waar iedere fotograaf los zou gaan met een timelapse van gebouwen, wegen en lichten of de lichtgevende billboards en drukke straten zou vastleggen. Wolf koos ervoor de bevolking van de volle stad vast te leggen op momenten dat niemand daar blij van wordt: in een overvolle metro. In de serie Tokyo Compression zie je forenzen tegen het metroraampje gedrukt, hopeloos uit hun ogen kijkend of hun blik afwendend. De condensdruppels staan op de ramen en kijkend naar de foto ruik je bijna het zweet van de passagiers. Iedereen die wel eens in Londen, Parijs of Tokyo geweest is, herkent het onaangename gevoel meteen. Een serie waar ik niet altijd even lang naar kan kijken zonder de neiging te hebben anderhalve liter Unicura-zeep over mezelf uit te storten. Maar dat vieze maakt het soms juist wel lekker.

michael wolf 6

Na jaren in Azië, verhuisde Wolf vervolgens voor het werk van zijn vrouw mee naar Parijs (Bonjour!). De gemiddelde kunstenaar zou blij worden van het idee, maar hij vond het helemaal niks. Daar waar iedereen de Eiffeltoren of prachtige straten vastlegt in Parijs, werd hij claustrofobisch van het idee dat hij weer een plaatje moest schieten van ‘de stad vol clichés’, zoals hij het zelf noemt. Hij vond zijn draai niet in de stad en besloot het cliché in zijn geheel te ontwijken door de straat niet meer op te gaan. Vanuit zijn woonkamer verkende hij de stad veilig via Google Maps. Van de beelden die hij tegenkwam, maakte hij foto’s. Door in te zoomen en kaders om beelden te maken, ontstaan er hele nieuwe beelden. Zoals de foto hierboven, waarmee Wolf naar de beroemde foto ‘Le baiser de l’Hôtel de Ville (The Kiss)’ van Robert Doisneau verwijst, een van de meest iconische foto’s van het twintigste eeuwse Parijs.

Toen hij de stad veilig had verkend, kwam hij per ongeluk nog een keer buiten en zag de stad van een heel ander perspectief: namelijk vanaf het dak van het huis van een vriend. Toen wist hij: dit is hoe ik Parijs vast wil leggen, want dit is nog niet eerder gedaan. In de serie Paris Rooftops zie je vaak geen horizon en geen lucht. De schoorstenen, pijpen en huizen spelen de hoofdrol in foto’s waarbij je Parijs ziet zoals je dat nog nooit had gezien. Het kan zijn dat ik vroeger te veel Sinterklaasfilms heb gezien, maar elke keer als ik naar deze werken kijk, heb ik zin om het werk in te lopen en over de daken te rennen.


Michael Wolf, Paris Rooftops #4, 2014 © Michael Wolf/Wouter van Leeuwen

Het werk van Wolf is anders dan al het andere wat je gewend bent, een beetje raar en juist daarom zo fascinerend. Vorig jaar heb ik eindelijk een werk van hem gekocht en hoef ik de deur niet meer uit om keihard te fangirlen. Plus, ik kan opgelucht ademhalen, want hiermee heb ik ook mijn straatverbod bij Wouter van Leeuwen afgekocht. Vanaf mijn bank kijk ik verlekkerd naar een foto uit de Architecture of Density series, maar stiekem heb ik al een verlanglijstje opgesteld van andere werken die ik wil kopen zodra mijn portemonnee het toelaat. Een echte fangirl heeft immers nooit genoeg…  


Zin om lid te worden van de fanclub? Bezoek op fotografiebeurs Unseen de stand van Galerie Wouter van Leeuwen waar werk van Michael Wolf te zien zal zijn. I will be there, front row.

HIGHLIGHT #12: Black Mona

HIGHLIGHTS 27 juli 2017

Sommige kunstwerken en kunstenaars kunnen niet genoeg aandacht krijgen als je het ons vraagt! In onze rubriek ‘Highlights’ neemt een van De Kunstmeisjes jullie daarom mee naar een van haar favorieten. Mirjam leidt je door de gangen van het Louvre naar één van haar all-time favorites in het hele museum: Portrait d’une femme noire van Marie-Guillemine Benoist.

Wandelend door de ellenlange gangen van het Louvre, lijken de drommen mensen altijd maar op weg te zijn naar één vrouw: Miss Mona Lisa. Laat dat minzame lachje van haar eens voor wat het is en sla af naar een andere vleugel. Er is een andere vrouw in de Franse schatkist die ik altijd even gedag moet zeggen als ik in Parijs ben. Helaas weten we haar naam niet, maar ze is net zo mooi en minstens zo mysterieus als Mona. En als geschilderd portret veel unieker in haar soort, want, de geportretteerde dame is zwart. En ook nog eens geschilderd door een vrouw!


Marie-Guillemine Benoist, Portrait d’une femme noire (1800) © Musée du Louvre / A. Dequier – M. Bard

Je ziet haar in één oogopslag: in een rij portretten van blanke welgestelden hangt ze fier in het midden. Kunstmeisje Renee wijdde er al eens een highlight aan: blackness in de kunst is zwaar ondervertegenwoordigd. Zij schreef over hoe hedendaagse kunstenaar Kerry James Marshall eigenhandig dit gapende gat probeert op te vullen. Marie-Guillemine Benoist, hoewel een blanke grande dame, was één van de weinigen in de kunstgeschiedenis die hem een handje hielp met die lacune.

Marie-Guillemine Leroulx de la Ville (1768 – 1826), beter bekend onder haar trouwnaam Mme Benoist, was een dame van aristocratische afkomst die tot een kleine elite van professionele vrouwelijke schilders hoorde. Zoals de meeste vrouwelijke kunstenaars in die tijd, paste Benoist in het ideaalbeeld van upper class womanhood: ze schilderde fantastisch, trouwde, kreeg kinderen en gooide haar kwast er bij neer. Toch was haar leven allerminst saai. Ze werd geboren in een gerenommeerde familie van politici en beleidsmakers. Haar vader werd in 1792 benoemd als minister in het kabinet van Louis XVI. Haar man, Pierre-Vincent Benoist, met wie ze in 1793 trouwde, was advocaat en openlijk koningsgezind. Toen de Franse Revolutie in 1793-1794 een hoogtepunt bereikte (Louis XVI werd onthoofd, just saying), moest het echtpaar vanwege hun hechte vriendschappen met monarchisten zelfs onderduiken.

89185__MG_8685Installatieshot van zaal 54 in het Louvre, met Portrait d’une femme noire van Marie-Guillemine Benoist in het midden © Musée du Louvre / Antoine Mongodin

Eind goed al goed, want in 1800 schilderde ze op eigen initiatief het portret van een zwarte vrouw. Normaliter schilderde men zwarte figuren als een studie voor een groter schilderij (bijvoorbeeld een slaaf in een blank tafereel), of als een oefening in het uitdrukken van een zwarte huid in verf om de technische vaardigheid van de schilder aan te prijzen. Dit schilderij daarentegen is echt een portret van een individu. Haar zachte huid steekt fris af bij haar witte draperieën en hoofdtooi, en is radicaal anders dan de typisch 18de-eeuwse traditie van het presenteren van niet-Europeanen als exotische ‘types’. We kijken hier niet naar een oriëntaals spektakel, maar naar een persoon, die ons recht aankijkt vanuit haar chique ancien régime zetel. Daar staat tegenover dat we, op wat wulpse vrouwtjes na, in het Louvre zelden blanke dames uit dezelfde periodes aantreffen die geportretteerd zijn met zulke prominent ontblote borsten. In deze tijd had vrouwelijk naakt een symbolische betekenis: het werd geassocieerd met goddelijkheid (I’m your Venus) of met een personificatie, zoals Eugène Delacroix’s La Liberté guidant le peuple [Liberty leading the people] (zie afbeelding hieronder). Hij schilderde in 1830 de vrijheid van het Franse volk in de vorm van een dame met ontbloot bovenlijf die le peuple over de barricades leidt, met de vlag van de Franse Revolutie hoog in de lucht.


Eugène Delacroix, Le 28 Juillet. La Liberté guidant le peuple (1830) © Musée du Louvre / Erich Lessing

Toch valt Benoists schilderij niet direct in één van deze categorieën. Waarom zou ze dit dan uit zichzelf geschilderd hebben? Ze maakte dit werk zes jaar nadat in 1794 slavernij in de Franse koloniën werd afgeschaft en alle slaven bevrijd werden. Er wordt gezegd dat de vrouw in het schilderij een slaaf was die naar Frankrijk was gebracht door Benoists zwager, die in 1800 terug was gekeerd van het Franse eiland Guadeloupe. Afrikaanse en gekoloniseerde zwarte mensen werden regelmatig naar Europa gebracht om in de huishoudens van de upper en middle class te werken. Omdat slavernij al sinds de Middeleeuwen in Frankrijk was afgeschaft, moest de status van een slaaf op Frans grondgebied veranderd worden naar het beroep van bediende bij de Franse autoriteiten. Het is daarom heel aannemelijk dat de vrouw in Benoists schilderij een slave-turned-servant was die niets te zeggen had over hoe ze werd geportretteerd.

Dus hoe trots mag ik zijn op dit uitzonderlijke portret in het Louvre? De zwarte vrouw is weliswaar vrij statig afgebeeld, maar half naakt en haar naam deed er blijkbaar niet toe – al vanaf het moment dat de Franse staat het schilderij in 1818 van Benoist aankocht heette het Portrait d’une négresse (later is de titel aangepast naar het meer ethisch verantwoorde femme noire). Toch wordt gesuggereerd dat het schilderij door Benoist bedoeld was als ode aan de emancipatie van zowel de bevrijde slaaf als van de vrouw in het algemeen: in die periode was er een korte feministische opwelling in Frankrijk. De dame in het schilderij verbeeldt wellicht de bevrijding van de vrouw, zwart of blank, waardoor de ontblote borsten toch meer in het kader liggen van La Liberté die ons over de barricades trekt. #Freethenipple op z’n negentiende-eeuws.

Het droevige van dit alles is dat, als deze interpretatie inderdaad in lijn ligt van de bedoelingen die Marie-Guillemine Benoist ooit had met dit schilderij, het extra cru is om vervolgens te weten dat slavernij alweer werd geherintroduceerd door Napoléon Bonaparte in 1802. Twee jaar later werden ook de vrouwen weer aan de kettingen gelegd in de Code Napoléon: hierin stond dat binnen het huwelijk slechts één persoon de leiding kon hebben en rara wie dat was volgens de wet. Er stond beschreven dat een gehuwde vrouw ‘handelingsonbekwaam’ was en moest gehoorzamen aan haar man. Daar gaat je emancipatie.

IMG_8087

Even een kleine confession: al hekel ik posters van schilderijen omdat ze bij lange na niet de werkelijke uitstraling van het werk kunnen halen, en het voor mijn gevoel altijd zo enorm benadrukt dat ik the real thing nooit werkelijk zal kunnen bezitten, hangt Portrait d’une femme noire in mijn eigen slaapkamer. Als ik ’s ochtends wakker word en even naar haar kijk, en zij terugkijkt, krijg ik het gevoel dat deze onbekende vrouw met teveel liefde is geschilderd om slechts een showing off ma painting skills-werkje van Benoist te zijn. Benoist was één van vele vrouwelijke kunstenaars die steeds meer status verwierf ondanks de restricties die haar kunstenaarschap werden opgelegd. Ze werd niet toegelaten tot officiële kunstacademies en ze mocht niet deelnemen aan lessen met levende modellen, wat ervoor zorgde dat vrouwen geen figuurstudies konden maken – de hoogste kunstvorm in die tijd. Deze barrières bleven in stand tot ver in de negentiende eeuw, waardoor vrouwen automatisch een achterstand hadden en nooit zoveel hebben kunnen bijdragen aan de beeldende kunsten. Toen de Bourbon-dynastie op de Franse troon hersteld werd na afloop van het napoleontische tijdperk (in 1814 werd het eikeltje naar het eiland Elba verbannen), werd Benoists man Pierre-Vincent benoemd tot minister van de koning en gaf ze haar schilderscarrière definitief op.

Dus ja, een poster in mijn slaapkamer, omdat het werk me altijd weer aan het denken zet. Niet alleen omdat Portrait d’une femme noire ondanks de onduidelijke motieven achter het werk desalniettemin een uitzondering op de blanke regel is, en daarmee zo’n enorme highlight in de kunstgeschiedenis. Maar ook omdat het werk me eraan herinnert dat iedere vooruitgang teruggedraaid kan worden – van Yes we can! naar Grab them by the pussy. Deze zwarte Mona Lisa waarschuwt me: never take your freedom for granted.


Portrait d’une femme noire van Marie-Guillemine Benoist wacht op jou in de Sully-vleugel van het Louvre, op de tweede etage, zaal 54, in de categorie ‘Jacques-Louis David (1745-1825) et ses élèves: l’art du portrait’. Voor meer informatie en openingstijden van het museum: http://www.louvre.fr/en/hours-admission 

 

HIGHLIGHT #11: Beter laat dan nooit |  het fenomeen Phyllida Barlow

HIGHLIGHTS 19 juli 2017

Sommige kunstwerken en kunstenaars kunnen niet genoeg aandacht krijgen als je het ons vraagt! In onze rubriek ‘Highlights’ neemt een van De Kunstmeisjes jullie daarom mee naar een van haar favorieten. Ditmaal praat Renee je bij over het fenomeen Phyllida Barlow en haar late rise to fame.

De eerste keer dat je de Eiffeltoren zag, je eerste tongzoen, je eerste werkdag: dit zijn typische momenten die je voor altijd onthoudt. Hetzelfde geldt voor sommige liedjes, kunstwerken of kunstenaars – je weet nog precies waar je was of met wie toen je het voor het eerste hoorde of zag. Ik heb dat met Phyllida Barlow en haar eigenwijze beeldhouwwerken. Het was tijdens mijn studie Kunstgeschiedenis dat ik voor het eerste hoorde over deze Engelse kunstenares. Het zou nog vele jaren duren voor ik haar werk in het echt zou zien, maar haar naam stond vanaf dat moment in de collegezaal in mijn geheugen gegrift. Phyllida Barlow maakt niet alleen hele toffe kunst, ze heeft een even interessant levensverhaal. Ze werd namelijk pas rond haar 60ste bekend. Dus voor iedereen die nog een carrière als kunstenaar ambieert, watch and learn…

 

Photo-©-Thierry-Bal-Courtesy-Phyllida-Barlow-Hauser-Wirth-and-Modern-Painters
Portret Phyllida Barlow, foto © Thierry Bal, courtesy Phyllida Barlow, Hauser & Wirth en Modern Painters, via A.N. news.

Phyllida Barlow (nu 73 jaar) werd pas rond de eeuwwisseling bekend. Haar grote doorbraak kwam in 2011 toen ze werd opgemerkt door een van de grootste galeries ter wereld: Hauser & Wirth. Sindsdien heeft ze onder andere een grote expo in het Tate Britain gehad, was ze dit jaar (voor de tweede keer) te zien op de meest prestigieuze kunstbeurs ter wereld Art Basel Unlimited, én vertegenwoordigt zij Groot-Brittannië op de Biënnale van Venetië. Dan ga je lekker. Maar het heeft dus een lange aanloop gehad. Al tijdens haar opleiding aan de Slade School of Fine Arts in de jaren zestig, merkte ze dat het als vrouw moeilijk was om door te breken in de kunstwereld, die gedomineerd werd (en wordt…) door mannen. Een van haar docenten weigerde zelfs haar werk na te kijken toen ze zwanger was. Ze zou tenslotte binnenkort moeder worden, en tsja, dat viel dan niet te combineren met een werkend leven, kunstenaar of geen kunstenaar. Barlow liet zich niet uit het veld slaan: ze bleef kunst maken en ging vanaf de jaren zeventig lesgeven aan dezelfde school waar ze zelf haar opleiding had gevolgd. Ondertussen voedde ze met haar man (ook kunstenaar en docent) vijf kinderen op in Londen. Maar ze wilde meer dan op de achtergrond blijven: ze wilde breken met de regels van de kunst.  

Barlow moest en zou zich losmaken van de kunst die ze had geleerd aan de academie, gestileerde kunst die haar voorgangers (zoals bijvoorbeeld Barbara Hepworth) in de beeldhouwkunst groot hadden gemaakt.  Zelf voelde ze een sterke band met het werk van Amerikaanse kunstenaars als Richard Serra, die met “normale”, alledaagse materialen werkte. Barlow besloot de Britse kunstwereld eens flink op te schudden en ging staketsels maken (nee, dat woord hebben we niet zelf verzonnen): houten bouwsels van latjes en random palen, gecombineerd met ballen van beton en hangende organische vormen. Je weet wel, staketsels.

Tale_modern3Installatiefoto van Phyllida Barlows ‘Dock’ in Tate Britain in 2014

Wanneer ze aan het werk gaat, begint Barlow niet met een onderwerp, bijvoorbeeld een stilleven of de buste van Chopin. Ze werkt vanuit vorm, materiaal en het proces zelf. Als Phyllida een afgezaagd gezegde zou zijn, was het ‘het is niet de eindbestemming, maar de reis die belangrijk is.’ Natuurlijk is er wel altijd een eindresultaat, in haar geval beelden en constructies die hele ruimtes overnemen (staketsels? Ja! Staketsels!). Wat opvallend is aan Barlows kunst is dat ze met atypische materialen voor een beeldhouwer werkt: geen brons, marmer of andere “dure” elementen, maar allerlei goedkoop bouwmateriaal als timmerhout, cement, gips, netten, polystyreen en staal – net als haar grote voorbeeld Serra.

Ook heeft Phyl (we mogen haar inmiddels wel Phyl noemen) een leuk gevoel voor humor: ze speelt met ons idee van materiaal en gewicht door lichte objecten zwaar te doen lijken. Zo zijn haar beelden licht als papier-maché, maar lijken ze van beton. Wanneer je door haar constructies heen loopt, voel je de dreiging: alles kan op elk moment instorten en je verzwelgen. Vooral in deze grote installaties beweegt haar werk zich niet alleen op het gebied van de beeldhouwkunst, maar ook op dat van de architectuur en schilderkunst. Er zit een bepaalde speelsheid in, die overkomt alsof je binnenwandelt in een onaf theaterdecor en naar de zandzakken en stukken gips kijkt die de decorstukken staande moeten houden.

barlo68475-hires-5-copy-zBjU2S
Phyllida Barlow ‘untitled: 100banners2015’ op Art Basel, Unlimited, 2017, beeld via Hauser & Wirth

Dankzij haar groeiende succes in de 21ste eeuw en haar recente samenwerking met Hauser & Wirth, is Phyllida Barlows werk steeds groter (letterlijk en figuurlijk) geworden. Geen afgekeurd huiswerk, maar een oude vliegtuighangar in Noord-Londen als atelier. De vraag die echter altijd bij mij is blijven rondspoken (en niet alleen bij mij): hoe kan het nou dat een kunstenaar met zo’n talent als Phyllida Barlow pas zo laat doorbreekt? Heeft het feminisme nu pas de kunstwereld bereikt, of hebben we allemaal liggen slapen terwijl Phyllida best lekker ging?

Een Artsy artikel, dat speciaal gewijd is aan de doorbraak van de vrouw in de kunstwereld suggereert dat een aantal oudere dames al langere tijd bekend waren in kunstkringen, maar hun big break nooit hebben gehad. Vrouwen zouden kunst meer voor zichzelf maken en minder “harde” ambities hebben dan de mannen uit het veld. Bij Barlow is deze “harde” ambitie misschien niet zo zeer de boosdoener, maar het feit dat ze haar geld verdiende met lesgeven en vijf kinderen moest opvoeden. Echter er is een verandering gaande… Vanuit musea en verzamelaars collecties wil men nu lacunes  opvullen, met … je raadt het al: werk van (oudere) vrouwen. Verzamelaars willen wel iets “nieuws”, zonder het risico van een groentje die net van de kunstacademie komt. Dat geldt ook voor de galerie die investeert in een nieuwe kunstenaar, in de hoop dat hij of zij een nieuwe super-kunstenaar wordt. Het is namelijk erg moeilijk en vooral risicovol is om dit te blijven proberen. De werken van de “volwassen kunstenaar” bevatten daarentegen een zekere rijpheid, zoals je die bij een heerlijk stuk overjarige Beemster vindt, en waar een stuk jonge kaas (hoewel ook lekker) nu eenmaal niet tegenop kan boksen. Het geeft de koper en de verkoper de garantie dat het stof is neergedaald en de kunstenares weet waar ze mee bezig is.


Installatieshot van Phyllida Barlows ‘Folly’, British Pavilion, La Biennale di Venezia, Venetië, Italie, 2017, foto: Ruth Clark, via Hauser & Wirth.

Alles leuk en aardig, Phyllida zelf is reuze content met haar late breakthrough. Ze zegt dat ze het niet anders zou willen. Het heeft haar een mooie opbouw gegeven, veel zelfvertrouwen en de mannenwereld waarin ze opgroeide heeft er voor gezorgd dat ze zich niet zomaar uit het veld laat slaan. Go Phylli! Nu aan jou om niet – net als ik – jaaaaaaren te wachten tot je haar ruimtevullende constructies kunt bewonderen. Pak nu je kans en boek een weekend Venetië. Zoals ik al zei is Phyllida degene die dit jaar het neoclassicistische pand van Groot-Brittannië op de Biënnale mocht vullen (28 landen hebben een eigen paviljoen op de Giardini). De installatie Folly (de titel verwijst naar gekke gebouwtjes die op Engelse landgoederen werden neergezet en geen doel of praktisch nut kende) barst bijna uit het pand. Er is naast haar werk genoeg ander moois te zien, dus zeker een GO! Onze reis staat al gepland: dus kom met ons een Aperol Spritz drinken!


De Biënnale van Venetië loopt tot en met 26 November 2017, voor meer informatie en kaartjes: http://www.labiennale.org/en/art/tickets/

Coverbeeld: Portret Phyllida Barlow, foto © Thierry Bal, courtesy Phyllida Barlow, Hauser & Wirth en Modern Painters, via A.N. news.

HIGHLIGHT #10 | Adopteer een kunstwerk | Galerie OODE

HIGHLIGHTS 13 juli 2017

Sommige kunstwerken en kunstenaars kunnen niet genoeg aandacht krijgen als je het ons vraagt! In onze rubriek ‘Highlights’ neemt een van De Kunstmeisjes jullie daarom mee naar een van haar favorieten. Nathalie stelt je deze keer echter niet voor aan een kunstwerk, maar aan een plek. Een schatkist in hartje Amsterdam: galerie OODE.

Soms kan ik echt stikjaloers worden als ik nadenk over dingen die ik had willen uitvinden: drinkrietjes, wattenstaafjes, sleeves voor koffie to go zodat je je vingers niet verbrandt, het internet. Galerie OODE hoort voor mij ook in dit rijtje had ik het maar bedacht. In deze galerie kun je namelijk weeskunst adopteren. Weeskunst, je leest het goed, kunst die wees geworden is. Hoewel je zou denken dat alle kunst op de wereld al in een museum of galerie hangt, of nog de laatste hand aan wordt gelegd door een kunstenaar in zijn atelier zelf, is dat niet zo. Soms verliest kunst haar huis, omdat een museum of kunstcentrum failliet gaat, en verdwijnt zo’n collectie in een depot. Then there was OODE.

Processed with VSCO with f2 preset
Marleen Kurvers in Galerie OODE.

OODE is de breinbaby van Marleen Kurvers (35), die eerder de winkel annex platform voor jonge ontwerpers Dutch Design Year in Eindhoven oprichtte. Deze #girlboss verruilde een aantal jaar geleden de stad van Philips voor de thuisstad van de FEBO en opende OODE (‘een ode aan kunst’) op het Singel 159a in hartje Amsterdam. In samenwerking met Stichting Onterfd Goed geeft ze kunst een nieuw huis. Waar je de stichting als het administratieve adoptiebureau kunt zien, is Marleen de warme en emotioneel betrokken caseworker, mét een waanzinnig oog voor mooie dingen. Tijd voor een kop koffie bij Marleen.

Zodra je de galerie binnenloopt, moet je je best doen om niet over al het moois te struikelen. De schilderijen en ingelijste tekeningen staan rijen dik tegen de wanden gestapeld, die verlicht worden door designlampen, die weer boven designtafeltjes hangen, waar een designvaas op staat. Marleen: “Ik wilde eerst alles helemaal opgeruimd en strak hebben, maar toen merkte ik dat mensen dit veel toegankelijker vinden. Met alles netjes aan de wanden, dachten mensen al gauw: ‘dat is vast heel duur.’ De stapels kunstwerken zijn inmiddels ook een beetje het handelsmerk van OODE geworden.” En stapels zijn het: je vindt in deze galerie honderden werken, die allemaal verrassend betaalbaar zijn. Je kunt een litho voor twee tientjes kopen en een schilderij of stuk design voor een paar honderd euro.

Processed with VSCO with f2 preset
Een piepklein stukje van Galerie OODE in Amsterdam

Bij OODE is het motto om kunst heel toegankelijk te maken (yaaasss girl), door bijvoorbeeld de prijzen zo laag te houden. Unieke items verdwijnen dan niet in een depot, maar krijgen de plek die ze verdienen, bij iemand thuis. Om het vervolgens nog eens schattiger te maken dan een dozijn kittens verkleed als een dozijn puppy’s: je krijgt een officieel adoptieformulier bij je kunstwerk. Maar het zijn niet allemaal oldies but goodies bij OODE: de “tweedehandsjes” worden gecureerd met hedendaagse kunst en design van veelal jonge kunstenaars en ontwerpers. Marleen: “De weeskunst krijgt hierdoor een moderne opwaardering, een eigentijdse context, en de jonge productontwerper of kunstenaar krijgt een platform voor zijn/haar werk.” Naast ieder werk in de galerie hangt dan ook een label met de bijbehorende categorie: Orphaned Art, Contemporary Art of Design.

Hoewel de kunst bij OODE verweesd is, voel ik me echter geen moment zo wanneer ik de galerie betreed. Marleen en haar staf laten me rustig door de kunst browsen en iedereen kan er ook terecht voor advies: geen vraag is te gek. Speciaal voor De Kunstmeisjes nam Marleen me mee langs drie favoriete stukken die ze nog niet zo lang in de galerie heeft (en heeft mijn creditcard een gat in mijn jaszak gebrand).

nieuwsbrief 3.jpg

ORPHANED ART
Loes Dijkman, Textielobject zonder titel uit 1991, helemaal links op de foto.

Marleen: “Dit werk komt oorspronkelijk uit de Collectie Rotterdam. De originele prijs was 1349 euro, maar hier verkopen we het voor 325. Het is een houten paneel dat bestaat uit twee delen, die bekleed zijn met blauw velours/fluweel. Het ene paneel is iets lichter dan het ander en het werk is een beetje asymmetrisch. Fluweel zie je vaak in klassieke, weelderige interieurs. Hier zie je fluweel in een heel abstracte vormgeving, dat vind ik spannend. Het werk nodigt echt om aangeraakt te worden, wat ook zeker mag hier in de galerie. Als je dat doet, zie je dat het kunstwerk steeds een beetje verandert van kleur, van gedaante. We kennen het verhaal erachter niet, behalve dus dat het werk uit de Collectie Rotterdam komt.“

insta foto 1

CONTEMPORARY ART & DESIGN
Foto door Sander van der Veen en bank van Martin Visser

Marleen: “Deze foto is van Sander van der Veen, getiteld Amy, naar het model. Hij werkte voor dit project samen met make-up artist Nilgun Canbaz. Momenteel hangen er twee van zijn foto’s bij OODE. Ik vind zijn werk intrigerend, omdat het niet directe portretten zijn, maar zijn werk wel echt in your face is en een beetje sinister oogt. Het is heel anders dan de weeskunst die hier te zien is; fotografie komen we maar zelden tegen in het depot. Het werk is wel een van de duurdere stukken hier: 1290 euro. Eronder staat een slaapbank van Martin Visser.  Hier speel ik eigenlijk een beetje vals mee: het is geen hedendaags design, maar een vintage Dutch design object uit de jaren 60. We hebben het gekocht om de galerie een wat huiselijke uitstraling te geven: bezoekers mogen er op zitten en naar onze stapel kunst kijken aan de overkant, even alle indrukken in zich op laten nemen, een koffie nemen. Hij is in principe te koop, maar wat mij betreft mag hij voor altijd blijven.”

 

Nieuwsgierig of hebberig geworden? Neem een kijkje in de keuken van OODE via het Instagramaccount. Meer zin om online te shoppen? Veel werken die in de galerie staan,  vind je ook in de webshop. Natuurlijk heeft OODE ook een website: http://www.oode.nl/ en kun je dinsdag tot en met donderdag op de koffie bij Marleen tussen 12:00 en 18:00 uur.

HIGHLIGHT #9 | De ingesnoerde vrouwen van Man Ray | Museum Boijmans van Beuningen

HIGHLIGHTS 28 februari 2017

Sommige kunstwerken en kunstenaars kunnen niet genoeg aandacht krijgen als je het ons vraagt! In onze rubriek ‘Highlights’ neemt een van De Kunstmeisjes jullie daarom mee naar een van haar favorieten. Deze keer staat Nathalie stil bij artistieke bondage in Museum Boijmans van Beuningen.  

Ik heb een grote liefde voor oude kunst die in een nieuw jasje wordt gegoten, of het nu grappige memes op Instagram zijn, of werken van nieuwe generaties kunstenaars die kijken naar de kunstgeschiedenis als een bron van inspiratie. Ergens tussen een dikke knipoog naar het verleden en een bloedserieuze boodschap zit Man Ray (1890-1976). In Rotterdam kun je zijn Venus Restaurée zien, een bewerking van een klassieke sculptuur die alsmaar intrigerender wordt naarmate je meer leert over Man Ray zelf.

man-ray-venus-restauree
Man Ray, ‘Venus Restaurée (Gerestaureerde Venus)’, 1936 (1971), Collectoe Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam.

Wat we zien is vrij simpel: een afgietsel van een klassieke buste, die Man Ray vervolgens heeft ingesnoerd met touwen. Dan kijken we nog een keer naar de titel: Venus Restaurée, de gerestaureerde Venus. Hier wordt het dus echt interessant, want wat heeft Man Ray nu eigenlijk gerestaureerd? Als hij het klassieke beeld terug zou willen brengen naar de oorspronkelijke staat, zou Venus toch wel haar armen en haar hoofd hebben teruggekregen? In plaats daarvan heeft Man Ray haar vastgebonden, bondage style. Terwijl ik blijf staren naar de ruwe touwen die in het quasi-marmeren vlees snijden, vraag ik me af: zegt dit beeld iets over Man Ray’s visie op kunst, of over zijn blik op vrouwen?

Man Ray was een dadaïst en surrealist, en vooral dat eerste kan de kinky Venus wellicht meer betekenis geven. Dada is een kunststroming die ontstond na de Eerste Wereldoorlog, toen men hard op zoek was naar de betekenis van het leven in een wereld die bijna was verwoest. Normen en waarden werden op de schop genomen en ‘oude kunst’ deed het ‘m niet meer. Kunst werd anti-kunst: het moest shockeren, zich afzetten tegen de ‘goede smaak’ en materialisme, vaak met een flinke dosis humor en ironie. Met Venus restaurée zet Man Ray zich zeker af tegen oude kunst en ‘goede smaak’, helemaal conform de regels van het dadaïsme. Maar wanneer we ons verder verdiepen in zijn liefdesleven, krijgt de ingesnoerde vrouw toch wellicht een iets andere betekenis.

michel-sima-man-ray-in-front-of-a-portrait-of-kiki-de-montparnasse
Michel Sima, ‘
Man Ray in front of Kiki de Montparnasse’s portrait’, 1954

In een interview werd Man Ray gevraagd: “Looking back at your life, what would you say had satisfied you most?” Hij antwoordde:  “I think…women.” Vrouwen spelen een grote rol in het werk van de Amerikaanse kunstenaar, die op 21-jarige leeftijd zijn naam Emmanuel Radnitzky verkortte tot Man Ray en naar Parijs verhuisde. Hij werd fotograaf voor onder andere Vogue, Harper’s Bazaar en Vanity Fair, terwijl hij ondertussen werkte aan zijn autonome kunst. In Parijs ontmoette hij Kiki de Montparnasse, ster van het cabaret en muze voor vele kunstenaars en schrijvers. Zij werd ook Man Ray’s muze en zijn minnares. Hij maakte talloze foto’s en schilderijen van haar, waaronder de wereldberoemde beschilderde foto Le Violon d’Ingres (zie onder).

Geïnspireerd op het classicistische schilderij De baadster van Ingres, heeft Man Ray Kiki in een andere vorm gegoten. Ze is armloos gemaakt, zodat haar rug nog meer de vorm van een viool aanneemt. Is dit een humoristische, dadaïstische bewerking van oude kunst, of toch iets anders? ‘Un violon d’Ingres’ is een Franse uitdrukking voor een hobby die je met passie uitoefent. Waar voor Ingres vioolspelen zijn grote hobby was (vandaar de uitdrukking), lijkt Man Ray hier echter “zijn” Kiki hier te bespelen. Ze is volledig geobjectiveerd in deze foto, overgeleverd aan de vingers van Man Ray. Maar Kiki was een ontembare vrouw en hun relatie was zeer explosief. Na zes jaar verbrak Man Ray zijn relatie met Kiki de Montparnasse. Hij had een nieuwe liefde ontmoet, de zeventien jaar jongere Lee Miller.

download
Man Ray, ‘
Le Violon d’Ingres’, 1924. Collectie the J. Paul Getty Museum, Los Angeles

Man Ray raakte gefascineerd door zijn nieuwe muze, verlangde zo sterk naar haar dat hij haar helemaal voor zichzelf wilde hebben. Lee wilde echter vrij zijn, zich niet overgeven aan de regels van exclusiviteit. Man Ray gaf haar een ultimatum: “You must arrange to live as my wife, married or not.” Ze verliet hem, om uiteindelijk te trouwen met een andere man (en daarna nog een andere man, go figure). Man Ray bleef achter, verlaten en verbitterd. Hij nam een van zijn kunstwerken uit 1923, een readymade metronoom, en bewerkte dit tot Object to be Destroyed. Hij voegde hier duidelijke instructies bij, voor degenen die zelf zo’n object wilden maken als hun hart gebroken was: “Cut out the eye from the photograph of one who has been loved but is seen no more. Attach the eye to the pendulum of a metronome and regulate the weight to suit the tempo desired. Keep going to the limit of endurance. With a hammer well-aimed, try to destroy the whole at a single blow.”

Man Ray’s kunstwerken geven ons een inzicht in zijn liefdesleven en in zijn houding ten opzichte van vrouwen, deze vrouwen in ieder geval. Hij wilde Kiki bespelen, Lee kapot maken omdat ze hem had verlaten. Over deze bohemiennes had hij geen controle, maar over zijn kunstwerken wel. Wat hij niet kon doen met een vrouw van vlees en bloed, kon hij wel met een gipsen buste. Hij koos de meest klassieke weergave van een vrouw, het symbool voor vrouwelijkheid: Venus. En hij snoerde haar in. Wellicht om haar te straffen. Wellicht om het beeld dat men van vrouwen heeft te “restaureren” tot het verbitterde idee dat hij zelf had. Wellicht om deze vrouw simpelweg bij zich te kunnen houden.

coverhoofdbeeldman-ray-venus-restauree-detail-kopie
Detail van Man Ray,
Venus Restaurée (Gerestaureerde Venus), 1936 (1971). Collectie museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam.

Venus Restaurée behoort tot de permanente collectie van Museum Boijmans van Beuningen en is dus in principe altijd te bewonderen. En er is meer: tot en met 28 mei 2017 kun je meer van Man Ray en andere surrealisten zien in de tentoonstelling Gek van surrealisme. Maar hoe liep het dan af met Man Ray’s liefdesleven, vraag je? In 1940, vier jaar na Venus restaurée, ontmoette Man Ray Juliet Browner, de vrouw die tot aan zijn dood in 1976 aan zijn zijde zou blijven. Haar gezicht heeft hij niet verknipt, haar lichaam niet tot gebruiksvoorwerp gemaakt, niet ingesnoerd. Man Ray vereeuwigde Juliet op liefdevolle wijze in 50 portretten, The Fifty Faces of Juliet, die “de vijftig kanten van haar ziel” symboliseren. En ze leefden nog lang en gelukkig.

 

HIGHLIGHT #8 | De nieuwe Oude Meester | Kerry James Marshall

HIGHLIGHTS 31 januari 2017

Sommige kunstwerken en kunstenaars kunnen niet genoeg aandacht krijgen als je het ons vraagt! In onze rubriek ‘Highlights’ neemt een van De Kunstmeisjes jullie daarom mee naar een van haar favorieten. Deze keer stelt Renee je voor aan Kerry James Marshall: de kunstenaar die het gapende gat in de kunstgeschiedenis opvult.

Doe even je ogen dicht en denk aan alle kunstwerken die je in je leven hebt gezien. Zie je al wat mooie portretten, landschappen met wandelaars en grote schilderijen met mythologische verhalen voorbij komen? Goed. Doe nu je ogen nog een keer dicht en probeer je wat gezichten van kunstenaars voor de geest te halen. Valt je iets op in beide gevallen? Juist, alleen maar blanke mensen. De voluptueuze vrouwen van Rubens: blank. Rubens zelf: blank. Picasso, Rothko, Rembrandt, de geportretteerden tijdens de Renaissance, Gouden Eeuw en nog tot diep in de twintigste eeuw: vrijwel allemaal blanke mensen. Eigenlijk best bizar hè? Dat vindt de Amerikaanse kunstenaar Kerry James Marshall ook. Hij besloot daarom dit grote gat in de kunstgeschiedenis op te vullen en ons het gemis van zwarte figuren eens goed duidelijk te maken. Hoog tijd om dus even stil te staan bij deze baanbrekende kunstenaar.

0918marshalljp1-master675
Kerry James Marshall in zijn studio. Foto door: Whitten Sabbatini via The New York Times.

Kerry James Marshall (1955) is in ‘the deep South’ in Alabama geboren, maar verruilde het zuiden van Amerika al op jonge leeftijd voor Los Angeles. In deze periode, de jaren 60, vertrokken veel Afro-Amerikanen naar andere delen van de VS, ook wel bekend als The Second Great Migration. In Los Angeles was de sfeer heel anders dan in het conservatieve zuiden: er werd actief gevochten voor gelijke rechten voor Afro-Amerikanen: de Black Power movement. In diezelfde periode ging Kerry James Marshall in Los Angeles kunstlessen volgen, studeerde hij af aan de Otis Art School en maakte hij kennis met verschillende kunstenaars die in de jaren 60 en 70 de kunstwereld hebben bepaald (Judy Chicago, Edward en Nancy Kienholz, Betye Saar). Tijdens zijn studies opende in Los Angeles ook het LACMA (Los Angeles County Museum of Art), waar kunst uit verschillende eeuwen en uit alle werelddelen te zien is. Deze twee factoren zijn vanaf dat moment de leidraad in Kerry James Marshalls eigen werk: het gevecht om Afro-Amerikanen een gelijkwaardige plek in de wereld te geven en zijn interesse voor kunstgeschiedenis.

untitledpainter
Kerry James Marshall, ‘Untitled (Painter)’, 2009, collectie Museum of Contemporary Art Chicago, Chicago

Kerry James Marshall geeft in zijn schilderijen zwarte mensen de hoofdrol. Deze groep is vrijwel volledig overgeslagen in de kunstgeschiedenis, niet als waardig erkend om een hoofdrol te spelen. Wanneer we goed naar alle schilderijen van de Oude Meesters kijken, zien we dat alle blanke figuren trots zijn afgebeeld. Zelfs de dronkaards van Jan Steen en de dienstmeisjes van Vermeer zijn zelfverzekerd en eisen hun ruimte binnen het schilderij op. Dat moesten de zwarte figuren in Kerry James Marshalls werken ook zijn: trots op hun aanwezigheid en hun afkomst. Om dit nog extra te benadrukken, heeft hij zijn hoofdpersonen de meest intense kleur zwart gegeven, die verder ook nergens in zijn schilderijen voorkomt.

Een voorbeeld van zijn werk zie je hierboven: Untitled (Painter) uit 2009. Op dit schilderij zien we een vrouw met een penseel en palet in haar hand: een kunstenares. Als je goed kijkt, zie je haar nog een keer in dit werk: op de achtergrond, nog niet ingekleurd. De vrouw is een zelfportret aan het maken. Met dit schilderij geeft Kerry James Marshall niet alleen de zwarte vrouw een plek in de kunstgeschiedenis, maar ook de zwarte kunstenaar. Want ja, ook zwarte mensen kunnen prachtige kunst scheppen. Wanneer we goed naar het schilderij in het schilderij kijken, lijkt Kerry James Marshall de zwarte vrouw als kunstenaar echter niet helemaal serieus te nemen; ze schildert op de manier van ‘paint by number’. Op deze manier schilderen, door de genummerde vakken in te vullen met de kleur die bij het nummertje hoort, dat kan zelfs een kind, toch? Maar als we kijken naar haar kleding en naar wat ze schildert, zien we dat ze het simpele systeem niet helemaal volgt. De vrouw vult de vakken naar eigen keuze in, zij bepaalt de regels en kiest zelf welke kleuren zij wil gebruiken.

0918marshall1-superjumbo
Kerry James Marshall, ‘De Style’, 1993, collectie Los Angeles County Museum of Art

Net als de vrouw in Untitled (Painter) uit 2009 bepaalt Kerry James Marshall zelf de regels. Als hij zou blijven werken in lijn met de kunstgeschiedenis, zouden we wellicht nog steeds alleen maar trotse blanke mensen zien in westerse kunst. Hij zegt met zijn werk echter stellig: zwarte mensen maken ook deel uit van de westerse cultuur en horen dus net zo goed thuis in westerse kunst. De kunstenaar gaat zelfs nog een stapje verder: niet alleen toont hij zwarte mensen, hij zet ze in composities die we gewend zijn van de Oude Meesters. Hiermee geeft hij ons, de wereld, een keiharde reality check: kijk eens wat we in de kunstgeschiedenis allemaal achterwege hebben gelaten, onzichtbaar hebben gemaakt, hebben moeten missen. Hetzelfde zien we terug bij de jongere kunstenaar Kehinde Wiley (1977) die portretten van zwarte mensen in de stijl van bekende oude meesters maakt. Kerry James Marshall, Kehinde Wiley, maar ook Lynette Yiadom-Boakye (1977) vormen een nieuwe generatie van kunstenaars die ons laten zien: de kunstgeschiedenis heeft kleur nodig.

kerry3
Kerry James Marshall, ‘Past Times 1997’, 1997, Metropolitan Pier and Exposition Authority, McCormick Place Art Collection, via Museum of Contemporary Art Chicago.


Helaas is Nederland nog niet helemaal up-to-date met het succes van deze kunstenaar, maar onze zuiderburen daarentegen wel. Welke vriend(in) zegt er nou nee tegen een weekendje Antwerpen? Hup naar naar het MUHKA in Antwerpen, want daar kennen ze Kerry James Marshall al best aardig, met 68 stuks in hun collectie: http://www.muhka.be/collections/artists/m/artist/1222-kerry-james-marshall/items

Kijk ook eens op de website van de Jack Shainman Gallery. Zij vertegenwoordigen onder andere het werk van Kerry James Marshall en Lynette Yiadom-Boakye. Maar scroll vooral even door de lijst met kunstenaarsnamen en onderzoek eens een kunstenaar die je niet kent.

HIGHLIGHT #7 | Hoe heurde het eigenlijk? | Museum Van Loon

HIGHLIGHTS 20 december 2016

Sommige kunstwerken en kunstenaars kunnen niet genoeg aandacht krijgen als je het ons vraagt! In onze rubriek ‘Highlights’ neemt een van De Kunstmeisjes jullie daarom mee naar een van haar favorieten. Deze keer pakt Nathalie het net iets breder aan: ze ging op zoek naar de verhalen achter de collectie van Museum Van Loon en daar zitten een hoop smeuïge anekdotes tussen…

Sinds ik ‘Downton Abbey’ met maniakaal fanatisme heb gevolgd, kan ik geen genoeg krijgen van musea in historische panden. Naast het feit dat alle gouden ornamenten en rijk gedecoreerde behangetjes de ekster in mij doen ontwaken, vind ik het ontzettend interessant om te zien waar men vroeger de kunstwerken ophing nadat ze waren aangekocht. Hoewel een bezoekje aan het Rijksmuseum of het Mauritshuis altijd een feestje is, zie je daar de oude meesterwerken op een neutrale muur, netjes naast elkaar. Bij Museum Van Loon daarentegen krijg je er direct de oorspronkelijke context bij: welke schilderijen “hoorden” in de gang of in de slaapkamer, en waarom? Bovendien zit er achter elk portret, object en interieurstuk ook nog eens een verhaal verborgen dat direct verband houdt met de locatie. Tijd om een aantal van deze verhalen te verkennen.

dsc_0010-museum-van-loon-1-copy drakensteyn-room-photography-by-peter-kooijman
Links: Museum Van Loon | Rechts: De Drakensteynkamer, foto door Peter Kooijman

Een brede stenen trap – voor het extra vleugje chique – voert je naar de monumentale ingang van het museum aan de Keizersgracht. Dit woonhuis is in 1672 gebouwd voor Ferdinand Bol (nu vooral bekend van de straat, maar in de zeventiende eeuw een van Rembrandts meest succesvolle leerlingen). De familie Van Loon betrok dit pand pas in 1884 en woont er nog steeds, boven het deel dat nu het museum is. Tegenwoordig kun je zomaar naar binnen lopen, maar dat is niet altijd zo geweest.

In 1884 moest je eerst langs Thora van Loon-Egidius. Zij was Dame du Palais van koningin Wilhelmina en onderdeel van deze functie was het selecteren van dames die op bezoek mochten komen bij de koningin. Jongedames kwamen tijdens (maar een paar minuten durende) theekransjes uitleggen waarom zij de koningin wilden ontmoeten. Maar de echte selectie begon eigenlijk eerder; kwam je met je jas aan, dan was je al afgekeurd voor je daadwerkelijk binnen was gestapt. Dit betekende namelijk dat je lopend was gekomen en blijkbaar geen “passend” vervoer kon betalen. Thora houdt nog steeds iedere bezoeker goed in de gaten; haar portret hangt in de ‘Blauwe Salon’, rechts van de ingang.

mode-bij-van-loon-blauwe-salon-2
Het portret van Thora van Loon-Egidius in de Blauwe Salon (door Adolf Pfirsch, 1909). Foto via Museum Van Loon, gemaakt tijdens de tentoonstelling ‘Mode bij Van Loon’ eerder dit jaar.

Maar waarom één salon, als je er ook meerdere kunt hebben. Als je een stukje doorloopt op de eerste verdieping zie je aan je linkerhand de ‘Rode Salon’. Dit was het domein van de mannen. Na het diner trokken mannen zich hier terug om een sigaar te roken, zaken te doen en zich te vermaken met ongepaste grappen. Een geliefd onderwerp van spot en humor waren de familieportretten aan de muren. Een van de oude familieleden waar de mannen af en toe de slappe lach van kregen was Emmerentia van Loon-van Veen. Over haar werd gezegd dat ze er met de jaren alleen maar beter uit is gaan zien. Gezien haar vrij ongunstige collectie onderkinnen op latere leeftijd, was dit niet bepaald een compliment voor haar uiterlijk op jonge leeftijd

inv-0124-emmerentia-van-veen inv-0126-emmerentia-van-veen
Links: Emmerentia van Loon – Van Veen, 1642 (schilder onbekend). Collectie Museum Van Loon.  | Rechts: Wallerant Vaillant, Emmerentia van Loon – Van Veen, 1667. Collectie Museum Van Loon.

Voor een echt smeuïge roddel moet je echter naar boven, naar de ‘Rode Slaapkamer’ waar de heer des huizes sliep. Hier zie je aan de linkerzijde van het bed, verstopt achter de zuil, een kastje. Dit is alleen geen nachtkastje, maar een vermomde deur waar een gangetje achter verstopt zit. Deze geheime doorgang leidde naar de bedstee in een andere kamer (en nu komt het sappige deel van het verhaal): zo kon de man stiekem wat nachtelijk plezier beleven met een van zijn vrouwelijke gasten zonder door de hoofdgang te moeten lopen. Zijn echtgenote sliep aan de overkant van de gang en had dus niets door. Sneaky bastard.

slaapkamer-h-des-huizesDe Rode Slaapkamer met (vanuit dit perspectief gezien) rechts achterin het geheime deurtje.

Voor mijn favoriete kamer moeten we weer terug naar beneden, naar de tuinkamer. Dit was het persoonlijke kamertje van Thora van Loon-Egidius; zij ontving hier goede kennissen. Maar net als de jongedames die bij haar op de proef kwamen voor een bezoek bij de koningin, konden ook haar eigen vrienden niet om haar strenge etiquette-gevoel heen. Wanneer je op de thee kwam, was het netjes (en dus absoluut noodzakelijk) om een geschenk mee te nemen. In de vitrine zien we bijvoorbeeld een donkerblauwe vaas; deze is in 2002 door de kroonprins van Japan meegenomen als geschenk. Want dat ‘heurt’ nog steeds en Thora is always watching.

museum-van-loon-garden-room-photo-by-tom-elstDe Tuinkamer, foto door Tom Elst. Nu kun je in plaats van de fauteuils een kerstboom bewonderen in deze ruimte, voor de extra holiday vibes!


Meer spannende verhalen horen én zien? Bezoek Museum van Loon dagelijks van 10-17 uur. Meer informatie: http://www.museumvanloon.nl/

 

 

 

HIGHLIGHT #6 | #foodporn in de zeventiende eeuw | Frans Hals Museum

HIGHLIGHTS 17 november 2016

Sommige kunstwerken en kunstenaars kunnen niet genoeg aandacht krijgen als je het ons vraagt! In onze rubriek ‘Highlights’ neemt een van De Kunstmeisjes jullie daarom mee naar een van haar favorieten. Deze keer laat Emma zich verleiden door een food fest in het Frans Hals Museum in Haarlem.

image1
Pieter Claesz., Banketje met kaas en vruchten, ca. 1623

Verlekkerd naar plaatjes van mooi eten kijken is van alle tijden; nu kijken we naar healthy overnight oats met een vleugje kaneel en wat granaatappelpitjes op Instagram, maar ook in de zeventiende was een geschilderd food fest ontzettend populair. Hoewel tegenwoordig elke #fitgirl met een Instagram-account zich een meester van het stilleven kan voelen, was dit in de zeventiende eeuw een professionele tak van sport.

Er was in de Gouden Eeuw enorm veel vraag naar schilderijen, waardoor kunstenaars zich als gauw in specifieke genres gingen specialiseren om zich zo te kunnen onderscheiden van hun concurrenten. Kunstenaars als Pieter Claesz. en Willem Heda richtten zich op stillevens van eten, maar er waren ook schilders die alleen maar bloemen schilderden. Het schilderen van stillevens was een mooie kans voor een schilder om te laten zien wat hij in huis had – de glans van een kristallen kelk, de zachtheid van het tafellaken, en een glimmende oester naast een doffe korst brood maakte het verschil tussen good or great.

Deze geschilderde hapjes gingen als warme broodjes over de toonbank en nog steeds hangen ze op prominente plaatsen in vele musea. Zo hangt het Frans Hals Museum – in een prachtig Haarlems hofje, dat sowieso een bezoekje waard is – vol met allerlei schilderijen vol brood, oesters en glazen kannen. Elke keer wanneer ik het museum bezoek, blijf ik even staan bij de stillevens van Pieter Claesz, de Vlaamse schilder die aan het begin van de zeventiende eeuw vanuit België naar Haarlem trok. Claesz was -net als ik – een foodie, en besloot zich te specialiseren in banketjes en ontbijtjes. Een man naar mijn hart.

Op Claesz.’ Banketje met kaas en vruchten lijken de etenswaren nonchalant gerangschikt. De boter is even op de kaas gezet, het brood is afgesneden en de noten zijn al gekraakt. Het lijkt alsof het etentje tijdelijk is onderbroken en precies op dat moment is vastgelegd. Toch bestaat het schilderij niet alleen uit de mooi weergegeven etenswaren. Het vastgelegde moment is het einde van de maaltijd geweest; in de zeventiende eeuw werd geadviseerd om de maag na het hoofdgerecht ‘af te sluiten’ met wrange vruchten, kaas en noten. Vooral oude kaas zou een gunstige werking hebben op de spijsvertering. Dat waren nog eens tijden – oude kaas in plaats van chiazaad en quinoa. Dus elke dag een kaasplank als dessert, am I right?

image2 image3
Links: Emma voor Pieter Claesz., Banketje met kaas en vruchten, ca. 1623. Rechts: detail van Banketje met kaas en vruchten, ca. 1623.

Wat zeventiende-eeuwse stillevens extra leuk maakt, is dat er vaak nog wat verborgen betekenissen verscholen zitten. Zo zien we de boter bovenop de kaas staan, wat verwijst naar het Oud-Hollandse gezegde: ‘zuivel op zuivel, dat is het werk van de duivel.’ Oftewel, twee lagen zuivel op elkaar, vaak boter en kaas, is een overdadige luxe. Dit stilleven zou dus ook een waarschuwing kunnen zijn dat men niet moest vergeten sober te blijven. Tsja, dat moeten we Claesz maar even vergeven.

Claesz laat in dit ogenschijnlijk simpele schilderij van eten ook nog wat vaderlands trots blijken. Kaas was immers toen al een van ‘s Hollands belangrijkste exportproducten, en Claesz heeft ze dus groot en opvallend afgebeeld. Verder zien we ook een gouden drinkschaal, een zogenoemde tazza. Deze ging de tafel rond tijdens chique etentjes in goed gezelschap, om zo samen te genieten van een glaasje rood. Gelukkig is die traditie niet meer in leven, want hell no dat ik mijn glas wijn deel.

image4
Willem Claesz Heda, Stilleven met aangebroken pastei, 1633. 

Het is makkelijk om snel aan stillevens voorbij te lopen. Op het eerste gezicht lijkt er namelijk niets bijzonders aan een tafel met kaas en brood. Maar hoe langer je blijft kijken, des te meer er te ontdekken valt. Niet alleen zijn de verschillende texturen waanzinnig knap uitgevoerd, het is ook altijd leuk om te speuren naar symbolen. Hoe meer je je in de historische betekenis van deze alledaagse producten verdiept, des te meer komt het etentje tot leven. En hoe langer je blijft kijken, des te meer cravings je krijgt voor goede oude kaas, die (godzijdank) tegenwoordig overal verkrijgbaar is.


Trek gekregen? Vergeet Instagram en Pinterest, en ga op zoektocht naar de mooiste geschilderde #foodporn in onder andere het Rijksmuseum, Museum Boijmans van Beuningen, Rijksmuseum Twente, en het Dordrechts Museum. Ik maak in de tussentijd een kaasplankje – om op te eten, niet om te schilderen. Bon appétit!

 

HIGHLIGHT #5 | De schoonheid van cellulitis | Museum Van Loon

HIGHLIGHTS 31 augustus 2016

Sommige kunstwerken en kunstenaars kunnen niet genoeg aandacht krijgen, als je het ons vraagt! In onze rubriek ‘Highlights’ neemt elk van De Kunstmeisjes jullie daarom mee naar haar favorieten. Deze keer vertelt Mirjam over de ultieme realiteit achter de gefotoshopte portretten van Asger Carlsen, nog maar tot 16 september te zien in Museum Van Loon.

In de foto’s van onszelf poetsen we het liefst weg wat we liever niet willen zien. Een filtertje kan al een hoop verdoezelen; wie het wat serieuzer aanpakt, retoucheert wat hier en daar. In de modefotografie draait men zijn hand er niet meer voor om even het hoofd van een model op de ene foto aan haar lichaam op de andere foto te shoppen, als dat de ideale pose en de perfecte gezichtsuitdrukking kan samenbrengen. Problem solved, als het nemen van de perfecte foto maar niet wil lukken. Andere menselijke eigenschappen, zoals lichaamshaar en poriën in de huid, bestaan überhaupt niet in deze geïdealiseerde wereld. Het is ook eigenlijk niets nieuws: we weten dit allemaal, zijn eraan gewend en laten ons er nog steeds maar al te graag door (ver)leiden.

Hester 8 - Asger Carlsen Hester 16 - Asger Carlsen
Links: Hester (8), 2012 ⓒ Asger Carlsen | Rechts: Hester (16), 2012 ⓒ Asger Carlsen

In dat opzicht lijkt het alsof de Deense kunstenaar Asger Carlsen het allemaal opzettelijk fout doet. In zijn serie Hester boetseert hij het menselijk lichaam tot een absurde versmelting van lichaamsdelen. Wat begint met een uurtje snapshots nemen van vrouwelijke modellen in zijn studio, eindigt in een uren-, zelfs dagenlang creatief proces op de computer met Photoshop. De imperfecties van het menselijk lichaam die normaal gesproken juist met dit programma worden weggepoetst, zoals rimpels, vetkwabben en huidstriemen, worden door Carlsen juist benadrukt als esthetische elementen. Ze dragen zelfs bij aan de bizarre geloofwaardigheid van het beeld, samen met de weloverwogen composities van de lichamen en de accurate belichting. Je weet dat het beeld nooit echt waar kan zijn, en toch ziet het er achterlijk aannemelijk uit. Een mindfuck die, in the end, wellicht geloofwaardiger is dan de beelden die we in menig mode- en beautytijdschrift zien.

Hester 13 Asger Carlsen Hester 19 - Asger Carlsen
Links: Hester (13), 2012 ⓒ Asger Carlsen | Rechts:  Hester (19), 2012 ⓒ Asger Carlsen

Maar Asger Carlsen was niet zozeer geïnteresseerd in het agiteren tegen de mode- en glamourfotografie. Zijn beweegredenen lagen heel ergens anders. Hij was zijn carrière al op jonge leeftijd begonnen als crime scene-fotograaf, waarna hij zich meer ging ontplooien als commercieel fotograaf en zijn geluk zelfs durfde te beproeven in New York, waar hij nog steeds woont. Maar hij had geen zin meer om nog de straat op te hoeven gaan om te fotograferen. Na 25 jaar verlangde hij naar een ander werkproces, zoals dat van een schilder of beeldhouwer in een atelier.

De titel ‘Hester’ verwijst naar het adres van Carlsens studio, Hester Street in Chinatown te New York. Iedere foto uit de serie is genomen in zijn bescheiden appartement slash studio, waarin we soms een simpel meubelstuk zien figureren tegen steeds weer diezelfde kale witte muur, en we de indruk krijgen van een vrij sober bestaan. Vervolgens uren achter de computer – dat is toch niet hetzelfde als het romantische idee van de kunstenaar, sigaret tussen de lippen, fles wijn in de ene hand en een kwast in de andere, turend naar zijn levende naaktmodel. Maar wat misschien toch wel tot de verbeelding spreekt is dat fotografie niet meer het medium van deze fotograaf is, maar zijn materiaal, dat hij in zijn studio kneedt tot nieuwe, sculpturale vormen. Kunstenaarschap 2.0, zou je kunnen zeggen.

Museum_Van_Loon_Photography_Laura_Ellen-5
Foam in Van Loon IV | Second Skin, Hester van Asger Carlsen in Museum Van Loon Laura Ellen

De reacties op Carlsens werk variëren van adembenemende verwondering tot kreten van afschuw. Als je je niet meteen af laat schrikken door de misvormingen van zijn vrouwelijke wezens – bovenbenen en armen die eindigen in stompjes, drie billen op twee benen, een ruggengraat die overloopt in een vagina – dan roept het werk steeds meer vragen op. Maybe it’s just me – maar ligt er geen onmetelijke schoonheid in de zacht blubberende billen en kronkelende lichamen, alsof daarin vrouwen worstelen om zich letterlijk te ontplooien, als rupsen die zich ontpoppen uit hun cocon?

Het is alsof Carlsen teruggrijpt op het oude schoonheidsideaal van de Rubensvrouw, toen cellulitis nog mooi was (met dank aan de zestiende-eeuwse schilder Peter Paul Rubens met bijvoorbeeld zijn De Drie Gratiën). Of stel je deze foto’s eens voor als driedimensionale sculpturen, gemaakt van marmer of brons. De lichamen zouden dan hyperesthetische vormen worden, als de sculpturen van Henry Moore, die door het verlies van de meest in het oog springende lichamelijke oneffenheden niet meer dezelfde geloofwaardigheid zouden hebben en daardoor tegelijkertijd minder ‘eng’ zijn. Zoekt Asger Carlsen net als vele andere kunstenaars naar de essentie van het vrouwelijk lichaam? En is zijn essentie eigenlijk niet veel minder eng dan de gladgestreken vrouwen op de cover van de Glamour?


Een selectie beelden uit de serie Hester van Asger Carlsen is nog t/m 18 september 2016 te zien in de tentoonstelling ‘Foam in Van Loon IV | Second Skin’ in Museum Van Loon. Meer informatie: http://www.foam.org/nl/museum/programma/second-skin

HIGHLIGHT #4 | Sfeervolle TL-buizen | Stedelijk Museum

HIGHLIGHTS 23 augustus 2016

Sommige kunstwerken en kunstenaars kunnen niet genoeg aandacht krijgen, als je het ons vraagt! In onze rubriek ‘Highlights’ neemt elk van De Kunstmeisjes jullie daarom mee naar haar favorieten. Deze keer vertelt Renee waarom tl-buizen in het museum thuishoren, als kunst welteverstaan.

Vandaag wil ik het hebben over niets minder dan de tl-buis. Ik hoor je al denken, ‘Maar het gaat toch over kunst?’ Jazeker! Hoewel dit o zo sfeervolle staaltje techniek – dat al sinds de jaren 30 bestaat – vooral bekendstaat als zoemend decorstuk in menig snackbar, heeft het nieuw leven gekregen dankzij een van mijn favoriete kunstenaars: Dan Flavin – de man die de tl-buis uit de doe-het-zelfzaak naar het museum haalde.

Wanneer je in het Stedelijk de beroemde grote trap op loopt, zou je Dan Flavin zomaar voorbij kunnen lopen. Maar als je even omhoog kijkt, zie je meteen niet minder dan twee lichtinstallaties van de Amerikaanse kunstenaar. Hoewel ik beloof hier later nog even op terug te komen, gaan we eerst even verder. Hup, de trap op en naar links, naar zaal 1.4. Daar zie je in de hoek het werk Untitled (to Barnett Newman to commemorate his simple problem, red, yellow and blue) uit 1970.

IMG_7936

Dan Flavin, Untitled (to Barnett Newman to commemorate his simple problem, red, yellow, and blue), 1970. © c/o Pictoright, Amsterdam 2004 / Stedelijk Museum Amsterdam.

Even ter introductie: waar kijken we eigenlijk naar? In de hoek staan zes tl-lampen; twee horizontaal en vier verticaal. We zien drie kleuren in totaal: rood, geel en blauw. Dit is niet zonder betekenis; de kleuren corresponderen met de titel van het werk, die samen direct verwijzen naar een werk van kunstenaar Barnett Newman, Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue uit 1967-68. In 1970 overleed Newman, goede vriend van Flavin, en het werk is gemaakt als eerbetoon aan de kunstenaar en zijn denk- en werkwijze.  

Flavin behoorde tot de groep kunstenaars die we ‘minimalisten’ noemen. Het kenmerkende aan deze kunststroming is dat er minimale zelf-expressie in de kunst aanwezig is. Dit houdt in dat het niet gaat om emotie van de kunstenaar, maar om materiaal, vorm en kleur. De werken stralen rust en balans uit, geen persoonlijke poespas.

Hoewel Flavin begon met schilderijen en tekeningen, ging hij begin jaren 60 experimenteren met licht in zijn kunstwerken. Hij kwam tot de overtuiging dat licht veel krachtiger is dan verf, en vanaf 1963 tot aan zijn dood in 1996 werkte hij alleen nog maar met tl-buizen. Je moet nagaan dat in de jaren 60 tl-buizen het nieuwste van het nieuwste waren, en net als nu verkrijgbaar in elke doe-het-zelfzaak. Juist deze verkrijgbaarheid sprak Flavin aan; hij was van mening dat in hedendaagse kunst commerciële materialen centraal moeten staan. Hij besloot daarom ook om alleen de standaardmaten- en kleuren van TL-buizen te gebruiken voor zijn kunstwerken.

Misschien denk je nu, ‘Maar waarom is dit kunst?’ Maak je geen zorgen, je bent niet de enige. Critici in Flavins tijd wisten zich absoluut geen raad met deze tl-buiskunst. Niemand had tot dan toe zulke kunst gezien en ook konden ze in hun beschrijvingen ervan nergens op terugvallen. Dit leidde tot veel onbegrip: “Dan Flavin has ruined electric light for me, I’m going back to candles,” aldus criticus Tom Doyle. Het is inderdaad soms moeilijk om gebruiksvoorwerpen te zien als kunst. In ons denkkader zijn ze nu eenmaal al gekoppeld aan een functie. Maar juist met dit gegeven speelden veel kunstenaars, sinds Duchamp voor het eerst een urinoir uitkiest om op een sokkel te zetten in zijn werk Fountain uit 1917.

Maar als we onze geest een beetje oprekken, zien we meer dan alleen tl-buizen wanneer we naar Flavins werk kijken. Bedenk je eens een aan- en uit-knop. Als je het licht uitzet, zie je alleen de armaturen: niks aan. Maar wanneer je het werk aanzet, gebeurt er bijna iets magisch. Het is alsof vloeibare verf de muren en de ruimte kleurt. Dit is ook precies wat ik zo gaaf vind aan zijn werk: heel de ruimte staat in het teken van dit ene werk en wordt erdoor beïnvloed. Untitled (to Barnett Newman to commemorate his simple problem, red, yellow and blue) staat in het Stedelijk bovendien ook in een hoek; een plek die veel kunstenaars overslaan, wordt door Flavin optimaal benut.

2012.1.0082+83

Dan Flavin, Untitled (to Piet Mondrian through his preferred colors, red, yellow and blue) ‘Untitled (to Piet Mondrian who lacked green) 2’, 1986. © 2012 Stephen Flavin / © c/o Pictoright, Amsterdam 2004 / Stedelijk Museum Amsterdam.

Flavin was echter niet alleen bezig met het mooi ophangen van een paar tl-buisjes. Door middel van de titels van zijn werken verwees hij bewust naar andere kunstenaars en de kunstgeschiedenis. We hebben het eerbetoon aan Barnett Newman al gezien, maar Flavin was ook niet vies van een grapje. Zoals je misschien al weet, wilde de kunstenaar Piet Mondriaan alleen maar met drie kleuren werken: rood, geel en blauw. Als we weer even terug lopen naar de hal van het museum, zien we twee werken die Flavin maakte met Mondriaan in gedachten: Untitled (to Piet Mondriaan through his preferred colors red, yellow and blue) met daarbij het werk Untitled (to Piet Mondriaan who lacked green). Flavin mengde op deze manier de door Mondriaan zo gehate kleur groen door de primaire kleuren heen.

Als je dus binnenkort een werk van Flavin tegenkomt, hoop ik dat je er aan denkt ook even de titel ook te bekijken; deze is net zo belangrijk als het werk zelf. Oh,  en vergeet niet het licht uit te doen als je weggaat.

dan-flavin.png

Dan Flavin naast ‘The Nominal Three (to William of Ockham)’, 1963 in Green Gallery (1964.) © 2011 Stephen Flavin / Artists Rights Society (ARS), New York. Via The Solomon R. Guggenheim Museum, New York.