Roisin Douglas 06 januari 2026

GO | NO GO #430: Rouwdouwer voor het leven

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Onze redacteur Roísín Douglas ging naar Stedelijk Museum Schiedam voor de tentoonstelling ‘Missen als een ronde vorm. De kunst van het doorleven.’

Terwijl ik deze woorden typ, klettert het armbandje dat om mijn pols hangt – een kitsch exemplaar met een hartje – ritmisch op het toetsenbord. Voorheen hing die om die van jou. Sinds jouw vertrek hebben de seizoenen zich een paar rondes herhaald en ook mijn ouder worden markeert de tijd die voorbij is gegaan. Hoewel de armband inmiddels ruim drie jaar aan mijn pols bungelt, valt -ie me steeds minder op. Misschien omdat het zachte gerammel op mijn toetsenbord een vertrouwd geluid is geworden. Misschien omdat het missen van jou niet meer zo luid aan de oppervlakte ligt, maar zich in de loop van de tijd naar binnen heeft gevouwen. Toch blijft het een fysieke herinnering aan jou. Een manier om jou met me mee te dragen in een leven dat verder gaat. Maar hoe leef je verder na iemands dood? 

Zaaloverzicht, Simone Hoàng, 'Nude', 2019, foto: Aad Hoogendoorn

In de tentoonstelling Missen als een ronde vorm. De kunst van het doorleven in het Stedelijk Museum Schiedam worden uiteenlopende vormen van verlies tastbaar gemaakt. Curator en schrijver Hanne Hagenaars brengt hier het werk samen van ruim dertig (inter)nationale hedendaagse kunstenaars: van kleurrijke schilderijen en een ritueel in videovorm tot een religieus icoon en “prullaria” die vrij in de ruimte lijken te zweven. De rijke, diverse tentoonstelling ontvouwt zich over vier zalen en een verbindend trappenhuis, waar poëtische thema’s voelbaar worden. Een van die thema’s is Een rivier sterft van dorst, geïnspireerd op de gedichten van Mahmoud Darwish over de situatie in Palestina. In de twee grootste zalen zijn kamerschermen met afgeronde hoeken geplaatst, in tinten die variëren van poederroze tot mokka, wat intieme nissen voor de kunstwerken creëert. Elk kunstwerk is een verkenning van hoe we omgaan met verlies. Hoe leef je verder na het verlies van een kind, een ouder, een huisdier, of zelfs een vaderland? Hoe geef je vorm aan gemis, en hoe houd je geliefden dichtbij wanneer ze er niet meer zijn? En valt er troost te vinden in het maken van kunst over dat gemis? Precies deze vragen trokken mij naar de tentoonstelling.

Odonchimeg Davaadorj, 'Corp se souvient 2' , 2024, courtesy Akinci
Zaaloverzicht,:Odonchimeg Davaadorj,' Corp se souvient 2', 2024, Collectie kunstenaar, foto: Aad Hoogendoorn
Odonchimeg Davaadorj, 'Corp se souvient 2' , 2024, courtesy Akinci
Zaaloverzicht,:Odonchimeg Davaadorj,' Corp se souvient 2', 2024, Collectie kunstenaar, foto: Aad Hoogendoorn

De tentoonstelling gaat dan wel over verlies, maar het eerste wat je ziet is juist leven: planten op een tafel. Aan diezelfde tafel zit een bezoeker die hardop een gedicht voorleest uit Wisława Szymborska’s Einde en begin. ‘Net als de anderen niet in staat om iets uit te leggen,’ echoot het door de eerste tentoonstellingsruimte. De tafel, de planten en de boeken vormen samen het kunstwerk van Oscar Abraham Pabón (1984), die sinds 2012 zijn planten voorleest vanuit de overtuiging dat ze sneller groeien door de vibraties van zijn stemgeluid en het uitademen van CO₂. Als bezoeker word je uitgenodigd om hetzelfde te doen. Die levendigheid vloeit moeiteloos over in de rest van de zaal. Neem de tekeningen van Odonchimeg Daavadorj (1990): bloedrode waterverf waarin de grens tussen mens en natuur wordt verkend, zoekend naar hun gedeelde grenzen en wortels. Ze maakt de onzichtbare verbindingen tussen alle levende wezens voelbaar – ook voorbij de dood. Dat zie je bijvoorbeeld in Les racines qui murmurent (2025), waarop twee figuren staan: één met de rug naar ons, de ander optillend, die ons weer indringend aankijkt en uit wiens voeten wortels groeien. Verderop hangt een aards-rode vrouwfiguur van Aline Thomassen (1964): een portret van haar overleden moeder. Een zittend, vol naakt, met de focus op de vagina – een ode aan de oorsprong van het leven zelf. In deze eerste zaal, evenals de zalen die volgen, ontbreken teksten op de wanden, op de thematische introductieteksten na. Wie verdieping wil, vindt die in een compact boekje met wat achtergrondinformatie en context per kunstwerk. Omdat elke thematische ruimte rouw en verlies in de breedte benadert, telkens vanuit een ander perspectief zoals religie, herkomst, identiteit, trauma en herdenken, functioneren de kunstwerken vooral als op zichzelf staande verhalen. Ontroerend, indringend, maar niet altijd met elkaar in dialoog. De doorlopende verbinding, iets waar dit onderwerp naar hunkert, hapert soms een beetje.

Paul Kooiker en Hanne Hagenaars, 'Garderobe van mijn moeder', 2022
Berend Strik, 'Dear Mommy, are you okay?', 2005, Collectie: Arval BNP Paribas Group
Paul Kooiker en Hanne Hagenaars, 'Garderobe van mijn moeder', 2022
Berend Strik, 'Dear Mommy, are you okay?', 2005, Collectie: Arval BNP Paribas Group

Opmerkelijk is dat niet alleen de kunstenaars zich kwetsbaar en open opstellen, maar de curator dit ook doet. Voorafgaand aan de tentoonstelling schreef Hanne Hagenaars een boek over het gemis dat zij voelde na de dood van haar moeder. Ook maakte zij kunstwerken over rouw, waarvan er twee te zien zijn in deze tentoonstelling. Ze maakte onder andere de kleding van haar moeder na, maar dan in miniatuur: een jurk in paisleyprint met colletje, een wit T-shirt en een geruite broek, en een tweedelig pak met een ceintuur. Fotograaf Paul Kooiker (1964) maakte foto’s van deze kleertjes, met daarop ook de handen van Hagenaars zichtbaar die de stukken zorgvuldig bij elkaar neerleggen. ‘Ik ben geen kunstenaar. Maar de tijd die je spendeert aan het maken, spendeer je in wezen met degene voor wie je het maakt,’ lees ik in het tentoonstellingsboekje. Daarmee is het ook een uitnodiging aan anderen: als ik het kan, kunnen jullie het ook. Omgaan met rouw kan door het maken van kunstwerken, zoals het minutieus namaken van kleding van een dierbare, door het ordenen van objecten en door het blijven aanraken van iets dat ooit van iemand anders was. De tentoonstelling is daarmee een ode aan de plekken aan een eettafel die leeg blijven, de afdruk van een fysieke knuffel die niet meer gaat komen. Het gaat over rouw die doordouwt: een gemis dat een mensenleven lang wordt gedragen, soms letterlijk, als een wissel van de wacht aan een pols. Een ode aan hen die hier niet meer zijn, en dat het voor de achterblijvers een kunst is om hen toch te laten voortleven.

Zelf bezoeken?

Hoe lang doe je er over?
60 minuten
Expert level
Beginners | Gevorderden | Crazy pro
Meer weten

De tentoonstelling ontpopte zich uit de gelijknamige publicatie Missen als een ronde vorm (2023), waarin Hanne Hagenaars terugkeert naar een fascinatie die begon toen ze haar moeder op haar achttiende verloor: hoe herinneringen kunnen vervagen, vervormen of onverwacht hardnekkig blijven. Het boek leest als een in memoriam van Hagenaars zelf, maar laat ook zien hoe kunstenaars hun eigen verlies vormgeven – en soms zelfs verwerken – door te maken. Een ruime selectie van de werken die in de publicatie worden aangehaald, is fysiek te ervaren in de tentoonstelling.

coverbeeld: Ayşen Kaptanoğlu, ‘The Cruelest Month’, 2020

 

De tentoonstelling ‘Missen als een ronde vorm. 'De kunst van het doorleven’ in het Stedelijk Museum Schiedam is nog tot en met 1 maart 2026 te zien.

Meer informatie