Wanneer ik deze recensie schrijf, staat de Franse Gisèle Pelicot ongelofelijk mooi en dapper in het maartnummer van British Vogue. Het is Gisèles eerste interview sinds haar ex-man werd veroordeeld omdat hij haar jarenlang drogeerde, verkrachtte en door minstens vijftig andere mannen liet verkrachten. Wat deze zaak zo huiveringwekkend maakt, is niet alleen de systematiek van het geweld, maar ook het feit dat Gisèle van niets wist. Alles gebeurde terwijl zij bewusteloos was. In de rechtszaal keek ze haar verkrachters in de ogen. Ze wilde geen proces achter gesloten deuren, want la honte doit changer de camp (de schaamte moet van kant wisselen). Gisèle werd zo een publiek symbool van verzet tegen seksueel geweld.
GO | NO GO #438: Monique Gies – kunst als noodkreet
Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze keer was onze redacteur Sofie Huvaere in Museum Dr. Guislain, Gent voor de tentoonstelling ‘Monique Gies – Binnenzichten’.
In het Museum Dr. Guislain in Gent hangt het werk van Monique Gies (1934-2022). Op haar drieënveertigste verliet deze Franse vrouw plots haar gezin en haar comfortabele bourgeois leven. Ze trok naar Parijs, naar een kleine chambre de bonne van amper 9 m². Daar schilderde ze in een jaar tijd bijna honderd werken: lege interieurs, kruisbeelden en poppen tegen een vaalroze achtergrond. Poppen zonder ledematen, zonder hoofd, vastgebonden, weggestopt in plastic zakken of opgesloten in houten kooien. Alles oogt zacht, bijna lieflijk en toch beangstigt het. Monique Gies schilderde deze werken in de jaren 1977-1978, tijdens een intense periode van psychoanalyse. Pas in 2021 sprak ze over het trauma dat ze diep had weggestopt: als kind werd ze misbruikt door haar oom, die de bijnaam NonNon had. Na haar dood in 2022 vonden haar kinderen de werken terug en zagen ze voor het eerst hun ware betekenis.
Het Museum Dr. Guislain blijkt een vanzelfsprekende plek voor de expositie van Monique Gies. Het museum, ondergebracht in een voormalig psychiatrisch complex tussen de arbeidershuisjes in de Gentse Bloemekeswijk, is gespecialiseerd in outsiderkunst en zet zich in voor het zichtbaar maken van mentale problemen. De tentoonstelling bevindt zich in één zaal met een oude cementtegelvloer, toevallig bijna net hetzelfde vloertje dat ook in haar schilderijen opduikt. Dat detail alleen al voelt griezelig juist. Het museum sluit naadloos aan bij haar binnenwereld. Maar waar haar geschilderde kamers beklemmend zijn, antwoordt de opstelling van de tentoonstelling met zachtheid. Ronde, houten wanden creëren kleine compartimenten. Je stapt als bezoeker een kamer binnen, soms zelfs door een gordijntje. De houten panelen dragen tekening na tekening, schilderij na schilderij. Allen ongedateerd en titelloos. Langs één muur staan enkele schilderijen nonchalant op de grond tegen elkaar geplaatst. Het is een eenvoudige ingreep, maar ze raakt. Je ziet plots niet alleen kunstwerken, maar door de ogen van de volwassen kinderen die een zolderkamer leegmaken en schrikken. Alsof je in een dagboek bladert dat nooit bedoeld was voor publiek. De scenografie begrijpt dat stilte meer zegt dan sensatie.
Toch klopt er iets niet. Niet met de werken zelf, maar met het traject dat ze aflegden. De schilderijen werden na Gies’ dood ontdekt, vervolgens opgepikt door een galerie in Parijs en belanden nu voor het eerst in een museum. Dat is op zich geen probleem, maar hier voelt het anders. Deze werken zijn geen esthetische experimenten, het zijn noodkreten. Ze ontstonden uit verdrongen herinneringen aan misbruik. Uit een lichaam dat iets wist wat het hoofd niet kon verdragen. Gies had geen proces, geen publieke erkenning, geen moment waarop ze haar dader in de ogen kon kijken. Bij Gisèle Pelicot werd de waarheid bevestigd in de rechtbank. Hoe gruwelijk ook, er kwam een vorm van gerechtigheid. Gies kreeg die niet. Haar werk spreekt nu in haar plaats. Dat een galerie eigenaar is van deze schilderijen — en ze dus ook kan verkopen en eraan zal verdienen — schuurt. Wat na mijn bezoek overblijft, is bewondering. Gies schilderde met een hardnekkige eerlijkheid die je zelden ziet. Haar hobbelpaard op zolder, bedekt met wat bij nader inzien een wit mannenhemd blijkt te zijn, blijft nazinderen. Het is een beeld dat je niet loslaat. Misschien is dit haar vorm van gerechtigheid: dat we kijken. Dat we het niet wegduwen. Dat haar binnenzichten eindelijk buiten mogen bestaan.
Zelf bezoeken?
Tijdens haar leven heeft Monique Gies haar werk welgeteld één keer zelf getoond, in 1979 in een groepstentoonstelling van het feministische tijdschrift Sorcières (heksen). Een paar van haar beelden verschenen toen ook in het blad zelf. En nu komt het beste: alle nummers van Sorcières die tussen 1975 en 1982 verschenen, kan je vandaag gewoon online doorbladeren via Perséide FemEnRev | Sorcières : les femmes vivent. Echt, dit is zonder overdrijven de waardevolste online vondst die ik de afgelopen maanden heb gedaan. Alleen al die covers zijn een reden om je Frans weer van onder het stof te halen.
coverbeeld: Monique Gies, ‘Zonder titel’, s.d., courtesy: Galerie Christophe Gaillard, via: Museum Dr. Guislain