Met woorden geven we de wereld vorm. Taal is machtiger dan we soms in de gaten hebben. Tirannen verbieden soms bepaalde woorden, gebruiken woorden om hun daden te rechtvaardigen, en eigenen zich woorden toe om verwarring te zaaien. Maar andersom zijn woorden ook verzet. Woorden kunnen ervaringen tastbaar maken. Woorden zijn bewijs. De tentoonstelling Urning en Urningin in Nest laat je stilstaan bij taal en de verregaande invloed die het heeft op ons leven. De deelnemende kunstenaars onderzoeken niet alleen hoe taal onze verlangens beïnvloedt, ze laten je dit ook zelf doorvoelen. Sommige kunstwerken zijn beklemmend, andere juist bevrijdend. Ze voeren je mee langs opwinding, herkenning en vervreemding – en schetsen zo een beeld van queer verlangens op een manier die je niet snel vergeet.
GO | NO GO #440: Urning en Urningin – beklemmende en bevrijdende taal
Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Onze redacteur Laura Korvinus bezocht de tentoonstelling ‘Urning and Urningin: Language and Desire since 1864’ in Nest in Den Haag.
Die queer verlangens zijn het stralende middelpunt van deze tentoonstelling. De eerste keer dat liefde tussen mensen van hetzelfde geslacht werd omschreven als iets positiefs, als een identiteit, gebeurde dat met de ietwat vreemde woorden: Urning of Urningin, afgeleiden van de godin Urania, die geboren was uit het geslacht van Uranus. Het was de Duitse jurist en schrijver Karl Heinrich Ulrichs die deze woorden bedacht in 1864. Kunstenaar Philip Gufler (1989) doet al lange tijd onderzoek naar deze man, die emanciperende woorden bedacht in een tijd dat queer verlangens vooral als strafbaar feit werden gezien. Nu heeft Gufler alls gastcurator negen kunstenaars bij elkaar gebracht in Nest die zich allemaal bezig houden met taal, queer identiteit en liefde. Samen met hen creëerde hij een tentoonstelling die opgebouwd is als een hemelse constellatie, met het sterrenkundige symbool van Uranus als middelpunt op de vloer.
De tentoonstelling laat zien hoe krachtig het is wanneer een kunstenaar diepgravend onderzoek doet. Het beeld van de man Karl Heinrich Ulrichs, zijn nieuwe woorden en de invloed daarvan worden ingekleurd met archiefmateriaal en slimme, gevoelige hedendaagse kunstwerken. Zo krijg je een inkijkje in het hoofd van een kunstenaar, in dit geval Gufler, die disciplines overstijgt en betekenis geeft aan wat lastig in woorden te vangen is. De individuele kunstwerken doen dit ook op hun eigen manier. In de installatie van Sharan Bala zie je de kunstenaar zelf op een videoscherm, naakt op een zacht matras. Als een uit marmer gehouwen beeld kijkt hen je recht aan. Wanneer je je vervolgens omdraait, sta je voor een muur vol medische papieren. De hoeveelheid is overweldigend, maar pas als je de woorden leest, dringt de totale betekenis van het werk tot je door. De medische taal is te lezen dat diegene als intersekse is geboren, hoe diegene ongevraagd en ongewenst is onderzocht. In medische taal wordt een mens gereduceerd als onderzoeksobject – in de video pakt hen die blik terug. Ook CAConrad (1966) gebruikt taal op een nieuwe manier. Diens werken zijn net levende gedichten: op witte, kronkelende panelen lees je van boven naar beneden dichtregels over twijfels en overleden dierbaren. Door de vorm en intimiteit van de woorden lijken het bijna geesten die je hun gedachten toefluisteren.
Vooral door de sterke videowerken wordt voelbaar hoe taal zowel beklemmend als bevrijdend kan zijn. Zo maakt de video van Rory Pilgrim (1988) ruimte voor het ouder worden. Taal is zijn instrument: drie vrouwen, waarover ik later lees dat ze betrokken waren bij emancipatiebewegingen in de jaren ‘60 en ‘70, zingen zachtjes een ode aan ouderdom, en de wijsheid die daarin verscholen ligt. Ook het videowerk The Beginning of Identification, and its End, van curator Philipp Gufler, maakt indruk. Op twee videoschermen naast elkaar zie je historische mediabeelden rondom queer identiteit. Van AfD-leider Alice Weidel, die met een ongemakkelijke glimlach zegt dat ze zich niet als lesbisch identificeert, tot de begrafenis van de openlijk homoseksuele LPF-lijsttrekker Pim Fortuyn. Deze fragmenten worden afgewisseld met beelden van de kunstenaar die op een klein betegeld vloertje ligt, terwijl hij zich overgeeft aan een waterstraal die zijn blote lijf laat sidderen. Het contrast tussen de kwetsbaarheid van de kunstenaar, en de agressiviteit waarmee taal wordt gebruikt in de mediabeelden raakt me diep. Aan het einde van de tentoonstelling blijf ik vooral denken aan Ulrichs uitspraak, te lezen naast een van foto’s uit zijn archief: ‘Ik ben trots om de eerste klappen uit te delen aan de hydra van publieke opinie.’ Zijn moed echoot door de tentoonstelling, die laat zien hoe sterk liefde en verlangen zijn: zo sterk dat ze de taal kunnen veranderen.
Zelf bezoeken?
Maart is queer geschiedenismaand. In het hele land worden er activiteiten georganiseerd waarin je kennis kan maken met de geschiedenis van emancipatie en queer erfgoed. Zo is er in Amsterdam o.a. een panelgesprek over activisme en solidariteit in de queergemeenschap in de jaren ‘70 en ‘80, wordt er in Den Haag een queer stadswandeling georganiseerd, en kun je in Tilburg een tentoonstelling over de rol van textiel in het werk van kunstenaars uit de queer gemeenschap bezoeken. Via deze website kun je vinden wat er bij jou in de buurt te zien en te doen is.
coverbeeld: Zaalopname ‘Urning & Urningin. Language and Desire since 1864′, foto: Kyle Tryhorn