Fleur Vroegindewey 07 april 2026

GO | NO GO #443: Het puttertje: de eerste vogel als curator

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze keer vlogen de veren Fleur Vroegindewey om de oren toen ze een bezoek bracht aan de tentoonstelling: ‘BIRDS: Curated by The Goldfinch & Simon Schama’ in het Mauritshuis, Den Haag.

Als ik een superkracht mocht kiezen, zou ik willen vliegen. Dat mag als kokmeeuw, als huismus of desnoods met zelfgemaakte vleugels zoals de mythologische figuur Icarus, exclusief de dodelijke duikvlucht die volgde op zijn vlucht. Icarus negeerde zijn vaders raad om uit de buurt te blijven van de zon, waarna hij toch naar de vuurbal vloog en ter zee stortte. De bijenwas die zijn imitatievleugels bijeen hield was gesmolten, zoals voorzien door papa Daedalus. De fascinatie voor vliegen, maar ook voor de vleugels en bonte verenpracht van vogels, is zo oud als de mensheid zelf. Icarus bekocht dit met zijn leven, maar vaker leidt de menselijke fascinatie voor vogels tot catastrofale gevolgen voor de luchtbewoners zelf. Dat maakt Carel Fabritius (1622-1654) duidelijk met zijn wereldberoemde schilderij Het puttertje (1654). Meteen bij binnenkomst in de tentoonstelling BIRDS in het Mauritshuis glanst het kettinkje om het vogelpootje je tegemoet. Vastgeketend aan zijn voederbakje, bracht de distelvink vooral zijn eigenaren plezier en verwondering, terwijl het zelf zijn grootste deugd moest inleveren: vliegen. Deze publiekslieveling zorgt wederom voor vertier, maar nu als eerste gevleugelde curator ooit.

Zaalopname, 'BIRDS: Curated by The Goldfinch & Simon Schama',

Het Mauritshuis heeft een bijzonder curatorenduo uitgekozen: de beroemde Britse (kunst)historicus Simon Schama (1945) vloog naar eigen zeggen de expositie samen met het beroemde vogeltje van Fabritius aan. In een prachtig vormgegeven, thematische tentoonstelling in één zaal fladder je heen en weer tussen de verschillende religieuze rollen van vogels, liefdessymboliek, vleugelstudies en zelfs recepturen. Het puttertje en de messing sculptuur L’Oiseau dans l’espace door Constantin Brancusi (1876-1957) vormen als elkaars uitersten de poortwachters van de zaal. De een van zijn vlucht ontnomen, de ander juist een sculpturale visualisatie van ultieme vrijheid; het extatische gevoel van opstijgen naar het hemelruim. Tussen de twee kunstwerken in ontdek je een eeuwenoud manuscript, een van het plafond bungelende gier, de vederlichte jurk van Iris van Herpen, een levensgrote zwanenpastei, Picasso als duivenschilder en een Romeinse reclamezuil-uil. Een bonte en liefdevol samengestelde verzameling objecten.

Beeld van een ba-vogel, Egypte, 700-332 v.Chr. Rijksmuseum van Oudheden, Leiden
Constantin Brancusi, 'L’Oiseau dans l’espace (Vogel in de ruimte)', 1932-1940. Peggy Guggenheim Collection, Venetië
Beeld van een ba-vogel, Egypte, 700-332 v.Chr. Rijksmuseum van Oudheden, Leiden
Constantin Brancusi, 'L’Oiseau dans l’espace (Vogel in de ruimte)', 1932-1940. Peggy Guggenheim Collection, Venetië

De tentoonstelling is vormgegeven als een Wunderkammer. Zoals welgestelde luitjes vanaf de zestiende eeuw kamers wijdden aan hun verzameling bijzondere rariteiten, zo toont het Mauritshuis haar eigen collectie gevederde schatten. Een persoonlijk hoogtepunt is een romantische vogelpendule, de ‘Kolibrieklok’, uit circa 1870. Ik ben op slag verliefd. De klok had zo een hoofdrol kunnen spelen in Eftelings Droomvlucht, inclusief de dromerige melodie van het uurwerk zelf. Boven een ovalen onderstel torent een sprookjesachtige boom uit, met groene en roze bladeren. Her en der vliegen kolibries van tak naar tak, een vogel cirkelt aan de top, een tangara drinkt wat water onder een kleine waterval. Aan de voet van de boom golft een woelige zee met een klein slagschip met papier gevouwen zeiltjes. Hoewel de markante klok stilstaat, toont het filmpje ernaast het sprookjesachtige uurwerk in beweging, inclusief het hoorbare getjilp vermengd met twee gecombineerde melodieën uit de Italiaanse opera. De Parijse maker Blaise Bontems (1814-1893) was zo verzot op de zangvogels in de bossen van Fontainebleau, dat hij besloot ze te mechaniseren. En klaar is Kees (of Blaise). De kleine blaasgalgen imiteren de dromerige vogelzang prachtig. Maar als ik me vervolgens omdraai, zie ik een minder romantische rariteit: een valkenmummie, ruim twee millennia ouder dan de klok. De valk is met repen linnen en een beschilderd maskertje gift wrapped voor de goden. Op deze manier werden miljoenen gemummificeerde vogels door de Egyptenaren geofferd, in de hoop gehoor te krijgen voor hun smeekbeden. Met name de valk was een goed overwogen cadeautje; hij werd hier speciaal voor gefokt, omdat hij vanwege de gelijkenis aan enkele Egyptische goden wel de beste hemelse boodschapper móest zijn. Signed, sealed, scary as hell.

David Teniers de Jonge, 'Keukeninterieur', 1644, collectie het Mauritshuis

In de tentoonstelling voert de fascinatie voor vogels de boventoon, maar er is ook veel aandacht voor de wijze waarop vogels de dupe worden van onze bewondering. Soms zo absurd verbeeld, dat ik ervan moet gniffelen. In het thema Eat voel je de bui al hangen. Hier hangt het schilderij Keukeninterieur met zwanenpastei uit 1644, een liefdesbetoog van David Teniers de Jonge (1610-1690) aan zijn vrouw Anna Brueghel. Naast de rode rok van zijn appelschillende vrouw, steelt de overdaad aan eten de spotlight in het verder tamelijk grijze huishouden. Naast een berg vissen en geschoten en gebraad wild hangen, liggen en zitten tientallen dode vogels. Op tafel spant een rijkelijk versierde zwanenpastei de kroon: een uiterst ongebruikelijk maal. Op een hartige bodem zit de sierlijke zwaan met een kroontje van bloemen, een sliert van roosjes langs de hals en een glanzende parel aan de snavel. Culinair historicus Manon Henzen (1978) heeft er een levensechte en levensgrote hedendaagse versie van gemaakt. Alleen was de zwaan in haar Zwanenpastei (2025) al doodgereden voordat ze begon, en vraagt Henzen met haar pastei juist aandacht voor voedselverspilling. Een probleem dat nog eens extra wordt benadrukt door een tenenkrommend fragment over kuikens in de bio-industrie, uit de documentaire Our Daily Bread (2005). Afgespeeld onder een schilderij met zeven prachtige kuikens door de zeventiende-eeuwse vogelschilder Melchior D’Hondecoeter (1665-1668), herken je in de documentaire dezelfde onbeholpen houding van de kleine vogeltjes. Nu niet liefkozend gepenseeld, maar levensecht, hopeloos piepend, met handschoenen van hot naar her gegooid, in schrikbarende aantallen verdeeld in plastic bakken, zoevend over de lopende band. De beelden zien er zó bizar en gruwelijk uit, dat je je bijna afvraagt of het wel echt is. Ik dacht dat ik het nooit zou zeggen, maar: helaas is dit geen AI.

Zelf bezoeken?

Hoe lang doe je er over?
40-60 minuten
Expert level
Beginners | Gevorderden | Crazy pro
Meer weten

In de Vogelspotcast gaan vogelspotter Arjan Dwarshuis en kunstkenner Gisbert van Baalen op zoek naar vogels in verschillende musea: van zeventiende-eeuwse schilderijen in het Rijksmuseum tot impressionistische veren in het Singer Laren. Onder andere te beluisteren via Spotify.

Coverbeeld: Carel Fabritius, ‘Het puttertje’, 1654, Mauritshuis, Den Haag

De tentoonstelling 'BIRDS: Curated by The Goldfinch & Simon Schama' is nog te zien t/m 7 juni 2026

Meer informatie