‘Gedaanten in nieuwe vormen veranderd / verwoord ik geestdriftig / tot lijvige bundels.’ Met deze woorden opende de Romeinse dichter Ovidius (43 v. Chr.-17 n. Chr.) zijn Metamorfosen, een monumentaal gedicht in vijftien boeken, waarin hij de schepping en geschiedenis van de wereld vertelde aan de hand van meer dan tweehonderd fabels uit de Griekse en Romeinse mythologie. De rode draad: wraakzuchtige goden, mythische helden en hoogmoedige stervelingen ondergaan allemaal een dramatische gedaanteverwisseling, een metamorfose. Mensen verstenen, nimfen transformeren in bomen, en goden verschijnen als dieren of natuurverschijnselen. Al eeuwenlang blijven Ovidius’ verhalen kunstenaars inspireren en uitdagen tot nieuwe interpretaties. Een bijzondere selectie van deze kunstwerken – van beeldhouwers uit de oudheid tot filmmakers uit de eenentwintigste eeuw – zie je nu in de tentoonstelling Metamorfosen in het Rijksmuseum in Amsterdam.
GO | NO GO #444: Alles verandert, maar niets gaat teloor
Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze keer ging onze redacteur Sanne de Rooij naar het Rijksmuseum in Amsterdam voor de tentoonstelling ‘Metamorfosen’.
Van Bernini en Titiaan tot Bourgeois en Brâncuși: door de eeuwen heen zijn Ovidius’ transformaties op uiteenlopende manieren vereeuwigd in olieverf, brons, marmer, tapijt, film en fotografie. In samenwerking met de Galleria Borghese in Rome brengt het Rijksmuseum tachtig internationale hoogtepunten uit musea en collecties van over de hele wereld samen. De tentoonstelling maakt duidelijk waarom deze ‘Bijbel voor kunstenaars’ van tweeduizend jaar geleden zo’n blijvende invloed heeft op de beeldende kunsten, maar óók hoe actueel Ovidius’ thematiek eigenlijk nog altijd is. Want steeds weer zijn het de stervelingen die moeten buigen voor de grillen van de hogere machten, waarbij vooral vrouwen vaak het onderspit delven.
Volgens Ovidius begon het aardse leven in Chaos: een vormloze oermassa waarin lucht, water, vuur en aarde nog ongescheiden waren. Uit die wanorde schiep een onbekende godheid de wereld en de kosmos. In een van de eerste zalen van de tentoonstelling wordt duidelijk hoe kunstenaars door de eeuwen heen hebben geprobeerd grip te krijgen op dat onvoorstelbare moment – de geboorte van alles. De Vlaamse barokschilder Louis Finson (1570/1578-1617) verbeeldde het als een lichamelijke allegorie. In Chaos (1611) treffen de personificaties van de vier elementen elkaar in een woeste confrontatie; lichamen kronkelen en verstrengelen zich in een onstuimige wanorde. Finsons dramatische interpretatie van Ovidius’ mythe vond weerklank bij tal van andere kunstenaars. Maar driehonderd jaar later koos de Roemeens-Franse beeldhouwer Constantin Brâncuși (1876-1957) voor het tegenovergestelde. In gestileerde eenvoud suggereerde hij de oorsprong in de vorm van een ei – een krachtig symbool voor het begin van alles. In de tentoonstelling kom je dit vaak tegen: hoe radicaal verschillend één en hetzelfde verhaal kan worden verbeeld in de handen van verschillende kunstenaars. Nog een voorbeeld: het verhaal van de sterfelijke wever Arachne die de machtige godin Minerva uitdaagde voor een weefwedstrijd. Tintoretto (1518-1594) schilderde haar eind zestiende eeuw in opperste concentratie, vol zelfvertrouwen gebogen over haar weefgetouw. Maar Arachnes wandtapijt was zó perfect, dat Minerva haar in een spin veranderde – haar hele leven gedoemd tot het weven van spinnenwebben. Naast het werk van de Italiaanse kunstenaar staan twee reusachtige bronzen spinnen van Louise Bourgeois (1911-2010); Spider Couple (2003) is een eerbetoon aan de moeder van de kunstenaar, die – net als Ovidius’ Arachne – textiel weefde. Het is niet eenvoudig om een goede balans te vinden tussen vroegmoderne schilderijen en hedendaagse sculpturen, maar in Metamorfosen lijkt het de natuurlijkste zaak van de wereld.
In Ovidius’ Metamorfosen zijn het opvallend vaak vrouwelijke halfgoden (nimfen) en stervelingen die het slachtoffer worden van de wandaden van de goden – en daar vervolgens zelf de prijs voor betalen. Dat structurele patroon van seksueel geweld en victim blaming bleef lange tijd onderbelicht, totdat de Amerikaanse classicus Leo M. Curran er in 1978 in het tijdschrift Arethusa nadrukkelijk op wees. In de circa tweehonderd verhalen was volgens hem meer dan vijftig keer sprake van verkrachting of een poging daartoe. Zo werd Medusa verkracht door Neptunus, waarna niet hij maar zíj werd gestraft en in een monsterlijk wezen veranderde. Daphne transformeerde onomkeerbaar in een laurierboom om aan de avances van Apollo te ontkomen. En meerdere nimfen werden belaagd door Jupiter, die hen steeds in wisselende gedaanten misleidde. Overmoed, jaloezie, bedrog en geweld vormden de drijvende krachten achter de klassieke mythen, maar bovenal waren het lust en liefde die de metamorfosen in gang zetten – al bleken die dus zelden wederzijds. In de tentoonstelling wordt de juiste hoeveelheid aandacht besteed aan dergelijk grensoverschrijdend gedrag en de misogynie in Ovidius’ mythen en fabels. Tot ver in de twintigste eeuw verbeeldden maar weinig kunstenaars Ovidius’ metamorfosen vanuit een vrouwelijk perspectief. Het Rijksmuseum toont daarom óók hedendaagse vrouwelijke en queer invalshoeken in de tentoonstelling, met werken van onder meer Juul Kraijer (1970), Ulay (1943-2020), Femmy Otten (1981) en Nandipha Mntambo (1982). Hun werken vormen een scherp tegenwicht op de eeuwenoude schilderijen van de mannelijke meesters. Want hoewel het overduidelijk fictieve verhalen betreft, zijn ze wél al eeuwenlang van invloed geweest op de manier waarop er naar vrouwen wordt gekeken. Het Rijksmuseum laat zo zien dat de klassieke verhalen door de jaren heen weliswaar transformeren, maar toch pijnlijk actueel blijven. Of, in Ovidius’ eigen woorden: alles verandert, maar niets gaat teloor.
Zelf bezoeken?
Speciaal voor deze tentoonstelling ontwikkelde het Rijksmuseum een audiotour in samenwerking met de Engelse acteur en schrijver Sir Stephen Fry, bekend van Mythos. Op toegankelijke wijze brengt hij de verhalen uit de Metamorfosen tot leven en gaat hij dieper in op hoe de kunstenaars de mythische gedaanteverwisselingen hebben verbeeld. De audiotour is gratis beschikbaar in de Rijksmuseum-app en ook erg leuk om alvast thuis te beluisteren.
Coverbeeld: Louis Finson, ‘Chaos of De strijd van de vier elementen’, 1611. Sarah Campbell Blaffer Foundation, The Museum of Fine Arts, Houston.