Afgelopen week stond voor mij in het teken van twee mannen die wereldberoemd zijn geworden, omdat ze meer zagen dan andere mensen. Ik keek de documentaire over Johan Cruijff, wiens legendarische uitspraak ‘Je gaat het pas zien als je het doorhebt’ net zo goed van de tweede man die mijn week bepaalde had kunnen komen: Martin Parr (1952-2025). De Britse fotograaf had een voorliefde voor alles wat doorgaans als alledaags wordt gezien, en richtte daar zijn camera op. Van bergen afval tot zonnebadende strandgangers en van benzinestations tot supermarkten. Hij verhief het allemaal tot kunst. Vorig jaar overleed hij, en nu wordt zijn werk geëerd met een tentoonstelling in Foam: Very Modern And Rather Ugly.
GO | NO GO #447: De fotograaf die saai het interessantst vond
Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Onze redacteur Laura Korvinus bezocht de tentoonstelling ‘Martin Parr: Very Modern en Rather Ugly’ in Foam, Amsterdam.
Met een onveranderlijk “normale” outfit – een grijze of geruite blouse netjes in de broek gestopt en sandalen met sokken – trad Parr de wereld tegemoet. Altijd met een licht tragikomische blik in zijn ogen. Je zou hem nooit op straat als een wereldberoemde fotograaf herkennen. Hij zag er niet anders uit dan de onderwerpen waar hij zo van hield. Of eerder: waarmee hij was geobsedeerd. Als goede fotograaf moet je wel een obsessie hebben, vond hij zelf. Zijn ouders waren beide fanatiek vogelspotter, wellicht dat hij daardoor al jong de waarde leerde van goed kijken. Als fotograaf werd zijn preoccupatie: alles wat anderen als saai of lelijk beschouwden. De tentoonstelling in Foam brengt tegelijk grote maatschappelijke veranderingen in beeld, evenals de ontwikkeling van Parr als fotograaf. Waar hij begon met zwart-wit foto’s van lokale Conservatives-theekransjes in Engeland, groeide hij uit tot degene die overal ter wereld onze alledaagse verlangens vastlegde in full colour.
De grootste kracht van de tentoonstelling ligt in de bijna nostalgische herkenning die de foto’s oproepen – vooral voelbaar in zijn beroemde series over strandgangers en toeristen. Parr vond dat je veel kon leren over een land door naar de stranden te kijken: ‘Het is een van de weinige openbare plekken waar je allerlei eigenaardigheden en typisch nationale gewoonten terugziet’. Nadat zijn vrouw Susie een nieuwe baan had gekregen in Liverpool, begon hij de lokale strandgangers van New Brighton, het dichtstbijzijnde badplaatsje, te fotograferen. De beelden van druppelende softijsjes die over de vingers van kinderen smelten, en roodgloeiende, zonnebadende lichamen zijn komisch en brengen me terug naar vroeger. Ik kan de zoute zeelucht en de zonnebrandcrème van het Zandvoort uit mijn jeugd haast weer ruiken. En zijn foto’s van rijen parasolletjes doen me terugdenken aan overvolle Europese stranden tijdens de zomervakantie. Maar zijn beelden zijn niet alleen herkenbaar, ze zijn ook confronterend: wat toen als een nieuw en interessant fenomeen werd beschouwd, is sindsdien onze destructieve realiteit geworden.
Achter Parrs wens om je als kijker te interesseren voor het alledaagse, zit ook een kritische blik. Hij was de eerste fotograaf die in de jaren ‘80 de opkomst van het massatoerisme vastlegde. Zijn foto’s laten ook de schaduwkant van de genietende mens zien; de genietende strandgangers laten overal een eindeloze stroom afval achter. En wanneer hij een glimmende hotdog vastlegt, vacuüm gezogen hamburgers of een horde toeristen die allemaal dezelfde selfie maken, gaat het niet meer om dat ene hapje of die ene vakantiefoto. Het is een portret van een maatschappij waarin ‘kopen’ en ‘hebben’ de boventoon voeren. Die beelden dwingen je om na te denken over hoe diep dit systeem in ons dagelijks leven is doorgedrongen en hoe stevig het ons in zijn greep houdt. Maar door die kritiek schijnt ook een grote liefde voor de onbeholpen mens. We verlangen allemaal naar plezier en authenticiteit, verlangens die in iedere tijd een ander beeld laten zien. En terwijl ik zaterdagochtend hutje-mutje in de museumzaal sta, kan ik alleen maar denken: het lijkt net een foto van Martin Parr. Dat maakte hem zo goed: hij creëerde een nieuwe manier van kijken.
Zelf bezoeken?
In 2017 richtte Martin Parr samen met zijn vrouw een stichting op, de Martin Parr Foundation. De stichting heeft niet alleen als doel om zijn werk te bewaren, maar ook om het werk van jonge kunstenaars te financieren en fotografie toegankelijk te maken door fotoboeken te publiceren. Op de website vind je allerlei video’s, teksten en evenementen rondom het werk van Parr, en kan je daarnaast het werk van de bijzondere jonge fotografen in hun collectie ontdekken.
Coverbeeld: Martin Parr, ‘Benidorm, Spain’, 1997. From ‘Autoportrait’ series © Collection Martin Parr/Magnum Photos