Het is een liefdevol ritueel dat ik heb overgenomen van mijn oma, het drogen van hortensia’s. Ik zie ze zo weer voor me, ondersteboven gehangen aan touwtjes langs het plafond van haar schuur. Zo kunnen ze na hun bloei in de tuin ook de woonkamer nog lange tijd versieren met hun zachtroze en lichtblauwe kleuren. Ik was dus verrukt bij het zien van de enorme bloemeninstallatie Calyx (2026) die Rebecca Louise Law (1980) in de Kunsthal in Rotterdam heeft opgehangen: een stortvloed van gedroogde flora. Slingers van ruim 100.000 (!) aan elkaar geregen bloemen bungelen als lianen naar beneden, in de vorm van een enorme bloemenkelk. Net als mijn oma en ik, tracht Law door het drogen van bloemen hun levensduur te verlengen, maar ze wil tegelijkertijd onze focus van bloemen als commerciële handelswaar verleggen naar meer waardering voor de schoonheid van de natuur. Haar bloemenweelde is duurzaam, een esthetisch hoogstandje en als reusachtige potpourri ook nog een fijne bonus voor de neus.
GO | NO GO #451: Bedankt voor de bloemen
Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze keer bezocht onze redacteur Fleur Vroegindewey de Kunsthal in Rotterdam voor de fleurige tentoonstelling: ‘Flowers Forever’.
Dat we bloemen meer mogen waarderen, bewijst de tentoonstelling Flowers Forever met ruim tweehonderd objecten. Die tonen samen de enorme zeggingskracht die we eeuwenlang al toedichten aan de bloem. In zeven hoofdstukken worden hun verschillende rollen toegelicht, van lotusbloemen en witte lelies als zuivere religieuze iconen tot de roos als mythisch attribuut. Bloemen zijn dragers van de mooiste symboliek, fungeren als politieke wapens of juist verzoeningsmiddelen, ze geven aanzet tot complete tulpenmanie, vormen pronkmateriaal van koningen of zijn simpelweg te vinden als decoratie op kledij of je tafelkleed thuis. De informatieve insteek van Flowers Forever maakt snel duidelijk hoe verankerd de bloem in onze maatschappij is. En hoe haar natuurlijke schoonheid en vergankelijkheid ons wellicht een lesje kan leren. Met een breed cultuurhistorisch overzicht zet de Kunsthal de bloemetjes buiten, en sporen ze ons aan dat zelf ook eens te doen.
De tentoonstelling zit door haar grote spanwijdte aan thema’s vol leuke interacties tussen kunstwerken uit verschillende disciplines. Zo geeft de Britse Tracey Bush (1964) een hedendaagse twist aan de wisselwerking tussen kunst en wetenschap. Botanici en kunstenaars zijn altijd nauw verwant geweest: botanische tekeningen dienen als nauwkeurige studies voor schilderingen, en andersom inspireerde kunst botanici bij hun onderzoek. Naast een keurig rijtje ingelijste botanische tekeningen van Catharina Lintheimer (1685-1748) hangt het even keurig ingelijste negenluik The Nine Wild Plants Project (2022) van Bush. Op het eerste gezicht ogen haar werken hetzelfde als de aquarellen van Lintheimer: een set liefdevol ingekleurde plantenstudies. Maar pardoes herken je in de bloemen van Bush onnatuurlijke dingen. Het rood van een klaproos wordt gevormd door een Coca Cola-logo, een paardenbloem bestaat uit een McDonald’s Happy Meal-doos, en de bladeren zijn gemaakt van de verpakkingen van surprise-eieren en reclameslogans. Bush kwam op het idee door het onderzoek van de Amerikaanse milieuactivist Paul Hawken. Hij ontdekte dat de gemiddelde Westerse volwassene meer dan duizend logo’s en merken kent, tegenover een armoedig maximum van tien wilde planten. Voor Bush reden genoeg om te testen welke negen bloemen men wel herkent, om deze met behulp van knipsels van populaire merkverpakkingen te transformeren tot een reclame voor bloemen. In haar collages, bestaand uit afval van de Londense straten, herkennen we (hopelijk) een madeliefje, klaproos, sleutelbloem, paardenbloem, boterbloem, klokjesbloem, hondsroos en speenkruid.
Zalen vol objecten worden fijn afgewisseld met installatiekunst. Aparte videoruimtes, een ligruimte voor een optimale kunstervaring, of kamers gewijd aan één kunstwerk geven ruimte voor bezinning en verdieping. Binnen het thema ‘Politiek’ kun je een zo’n speciale ruimte binnentreden: een kamer waarin de kleur geel van alle kanten op je af komt. Een kleur die normaal verwant is aan blijdschap, spat hier haast agressief van de muren. Dat is denk ik ook de bedoeling van Kapwani Kiwanga’s (1978) werk. Het geel verbeeldt hier een pijnlijk stukje koloniale geschiedenis, dat beschrijft hoe tot slaaf gemaakte vrouwen in Suriname hun heil vonden bij de pauwenstruik. Zij gebruikten de plant om zich te beschermen tegen ongewenste zwangerschappen. De pauwenstruiken staan hier op twee sokkels, hun fijne bloemstelen als enige onderbreking van de totale opgang in het monochrome geel. Op de linker zuil staat een ranke steel met fijne, lichtgroene ovale blaadjes en rode knoppen. Rechts staat de steel in bloei, met rood-oranje bloemen waaruit meeldraden fier naar buiten steken. Kiwanga noemt ze De Maria’s (2020), naar natuuronderzoeker Maria Sibylla Merian die in haar tekst Metamorphosis insectorum Surinamensium (1705) de pauwenstruik als reddingsmiddel beschreef. De planten voelen kwetsbaar in de lege ruimte, maar blijven te midden van het kleurengeweld ook krachtig overeind staan. Een prachtige metafoor die me bij de keel grijpt. Ook het werk Blackfield (2026) Zadok ben-David (1949) krijgt terecht een aparte ruimte in de tentoonstelling. Op een plakkaat van zand staan hier circa 10.000 stalen bloemetjes, niet hoger dan je enkel. Van achteren gezien zijn alle bloemen zwart en vormen ze samen een wat somber geheel. Wanneer je eromheen begint te lopen, ontdek je op de andere zijde de mooiste, fluorescerende kleuren in kundige patronen. Stuk voor stuk zijn het nagebootste versies van planttekeningen uit de Londense Kew Gardens-collectie en negentiende-eeuwse Victoriaanse encyclopedieën. Wanneer je stapvoets langs de zijlijn de wonderlijke kleurtjes van de bloemen weer ziet veranderen naar zwart, besef je hoe snel leven kan omslaan naar dood, en hoe vergankelijk de natuur is.
Zelf bezoeken?
Duik eens dieper in het werk van ons nationale icoon Rachel Ruysch (1664-1750). Zij was een van de bekendste vrouwelijke kunstschilders van haar tijd én geroemd om haar kleurrijke, haast levensecht geschilderde bloemen. In de podcast Een cast vol kunst bespreken kunstliefhebber Splinter Chabot en kunsthistoricus Peter van Duinen deze bijzondere vrouw en haar prachtige bloemkunst.
Coverbeeld: Miguel Chevalier, ‘Extra Natural’, 2023, Kunsthalle München / München (Duitsland) Software: Cyrille Henry, Antoine VilleretFoto: Nicolas Gaudeletc/o Pictoright Amsterdam 2026