Op zondagochtend is het Lange Voorhout in Den Haag op zijn mooist. Terwijl de stad nog langzaam ontwaakt, struin ik over de antiek- en boekenmarkt. Een ritueel dat me meteen terugbrengt naar vroeger: samen met mijn moeder en oudtante, beiden geboren en getogen Hagenezen, speur ik hier van kinds af aan naar verborgen schatten. Tussen stapels vergeelde kunstboeken, glinsterend zilver, art-decovazen en botanische prenten is altijd iets te ontdekken, een bijzonder verhaal van de persoon die de kraam bemant incluis. Tussen al het bewonderenswaardige spot ik met regelmaat reproducties van de kunstenaar Maurits Cornelis Escher (1898-1972). Alsof de marktlui alvast een voorproefje geven van hetgeen wat een paar honderd meter verderop te zien is.
GO | NO GO #456: Codes kraken met M.C. Escher
Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze keer ging onze redacteur Roísín naar Escher in het Paleis voor de tentoonstelling ‘Escher & Islamic Art: 20 Perspectives’.
In Escher in Het Paleis zijn het hele jaar door de topstukken van M.C. Escher te bewonderen. Zoals de naam al weggeeft, is dit voormalige winterpaleis gewijd aan de kunstenaar die wereldberoemd werd met zijn optische illusies, onmogelijke perspectieven en eindeloze herhalingen. In de tentoonstelling Escher & Islamic Art: 20 Perspectives staat een minder bekende inspiratiebron van de kunstenaar centraal: de islamitische architectuur en mozaïekkunst van de Alhambra in Granada en de Mezquita in Córdoba, die Escher tijdens zijn reizen door Andalusië bezocht. In de kleurrijke geometrische patronen ontdekte hij een beeldtaal van ritme, vlakvullingen en oneindige herhaling die hem de rest van zijn leven zou fascineren. Negentig jaar na zijn laatste bezoek onderzoeken twintig hedendaagse kunstenaars hoe islamitisch cultureel erfgoed vandaag de dag nog altijd inspireert.
Wie meteen een visueel spektakel verwacht, moet geduld hebben. De tentoonstelling begint namelijk opvallend klassiek. In de voorsalon worden Eschers levensverhaal en artistieke ontwikkeling verteld aan de hand van zelfportretten, vroege houtsneden uit de jaren twintig en een vitrine met het gereedschap waarmee hij zijn grafische werk maakte. Ook zijn reizen door Andalusië en de invloed van de islamitische architectuur worden in de daaropvolgende zaal uitgebreid toegelicht. Is deze start van de tentoonstelling informatief? Zeker. Maar de opbouw haalt in eerste instantie wel wat vaart uit een tentoonstelling die juist draait om verwondering en visuele ontdekking. Gaandeweg worden de eerste werken van de hedendaagse kunstenaars met Eschers prenten verweven, eindelijk. Maar soms wordt de relatie met Escher iets te letterlijk genomen. Zo hangt een digitale print van Shehzil Malik (1987) tegenover Eschers San Gimignano (1932). In het werk van Malik valt het sterke contrast tussen de zwarte vlakken en de uitsparingen direct op: in een ruitvorm ontstaat een stadsgezicht met moderne wolkenkrabbers, die als het ware weerspiegeld worden door wortelnetwerken in de grond. Exact hetzelfde visuele contrast als in Eschers prent, die in zijn werk ook de spanning tussen stad en natuur zichtbaar maakt.
Na deze wat voorzichtige start valt er in de volgende zalen gelukkig veel meer te ontdekken. Naast de fonkelende skateboards van Leila Nazarian (1986), ingelegd met spiegelmozaïek (ayneh-kari) en versierd met geometrische en plantaardige motieven uit de Iraanse beeldtraditie, ontvouwt zich een rijk geheel van fotografie, textiele installaties, sculpturen en kleurrijke aardewerken tegels. Vooral de Groene Zaal, waar architectuur en decoratie centraal staan, voelt als het kloppende hart van de tentoonstelling. Daar stelen de ragfijne, witte papiersculpturen van Layla May Arthur (1999) de show. Haar gelaagde werken zijn opgebouwd uit stervormen, hexagons en florale motieven die rechtstreeks verwijzen naar de geometrie van de islamitische architectuur. Patronen schuiven over elkaar heen, veranderen subtiel van vorm en brengen een ritme op gang dat je blik steeds verder het werk in trekt. Juist daarin raken Arthur en Escher elkaar. Waar Escher gefascineerd was door de geleidelijke transformatie van de ene vorm in de andere, laat ook Arthur zien hoe patronen nooit stilstaan, maar zich eindeloos ontwikkelen en variëren. Ineens vallen de kwartjes. De beroemde vlakvullingen van Escher blijken niet uit de lucht te zijn komen vallen, maar wortelen in dezelfde bron van fascinatie. Ook de fotografische werken van Alfaz Sayed (1996) in dezelfde zaal spelen overtuigend met dat ritme. Handen vloeien samen met architectonische patronen, waardoor lichaam en gebouw haast één visuele compositie vormen. En daar, bijna bescheiden tussen al dit hedendaagse werk, hangen Eschers eigen potloodtekeningen, subtiel ingekleurd met waterverf. Ze voelen verrassend kwetsbaar. Negentig jaar na zijn laatste bezoek aan de Alhambra lijkt zijn belangrijkste ontdekking misschien niet de optische illusie te zijn geweest, maar iets fundamentelers: de eindeloze kracht van het patroon, waarin herhaling steeds weer ruimte maakt voor verandering.
Zelf bezoeken?
Wil je jezelf verder onderdompelen in de hypnotiserende herhalingen van de islamitische beeldentaal? Blader eens door het prachtige boek Islamic Art and Architecture die je helemaal meeneemt naar het Arabië van de zeventiende eeuw tot aan het moderne Iran.
Coverbeeld: Shirin Neshat, ‘Untitled’, uit fotoserie: ‘Women of Allah’, 1994. Collectie Swagemakers, foto: Peter Cox