Laura Korvinus 14 juli 2026

GO | NO GO #457: Eye(s) open

Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Onze redacteur Laura Korvinus bezocht de tentoonstelling ‘Eye(s) Open in Eye Filmmuseum in Amsterdam.

‘Hier zijn we, aan het einde.’ Een warme, diepe stem klinkt door de spikkelige zwart-witbeelden van een stoomschip. Beelden van een zee, een dicht bladerdek. En de stem. Haar haren zijn rood. Haar lichaam is koud. Ze is leeg van binnen. Ooit kende ze het oerwoud op haar duimpje. Ze was zo wijs dat er legendes over haar bestonden. Haar naam? Orang Oetan. Mens van het bos. Nu is ze niet langer in haar oerwoud, maar in een kil instituut samen met duizenden andere opgezette bosbewoners. Wat zouden haar gedachten zijn geweest? Kunstenaar Miranda Pennell (Verenigd Koninkrijk, 1963) geeft haar een stem in haar film Person of the Forest (2026): ‘Ik ben de vreemde vracht van dit schip, geplukt uit een hoge boom. Ik kom nooit meer thuis, dit is het einde van mijn wereld.’

Miranda Pennell, 'A Person of the Forest', 2026, Eye Filmmuseum, Amsterdam, foto: Studio Hans Wilschut
Miranda Pennell, 'A Person of the Forest', 2026, Eye Filmmuseum, Amsterdam, foto: Studio Hans Wilschut
Miranda Pennell, 'A Person of the Forest', 2026, Eye Filmmuseum, Amsterdam, foto: Studio Hans Wilschut
Miranda Pennell, 'A Person of the Forest', 2026, Eye Filmmuseum, Amsterdam, foto: Studio Hans Wilschut

De orang-oetan is een van de hoofdpersonen in de tentoonstelling Eye(s) Open in Eye Filmmuseum. Elf kunstenaars zijn het archief van het filmmuseum in gedoken, om er nieuwe films en installaties mee te creëren. Specifiek: de collectie koloniale films. Die is omvangrijk, en bevat maar liefst 2000 koloniale films afkomstig uit voormalig bezette gebieden in Indonesië en Suriname. De kunstenaars geven de films een nieuwe gedaante met een hedendaagse blik. Zo wordt het koloniale archief een levend archief. Wat statisch en opgesloten lijkt in de tijd, wordt opnieuw geïnterpreteerd, waardoor we kunnen zien wat anders onzichtbaar blijft. Letterlijk, omdat het archief veelal achter gesloten deuren blijft. En figuurlijk, omdat de koloniale films vaak meer niet laten zien dan wel.

Esther Figueroa, 'Wat is Suriname' , 2025, Eye Filmmuseum, Amsterdam, foto: Studio Hans Wilschut

De filminstallaties laten zien hoe de camera is ingezet als koloniaal gereedschap. Van propagandafilms voor religieuze missies, tot films om wetenschappelijk onderzoek mee te financieren. Of om simpelweg een rooskleurig beeld te schetsen van hoe het leven er in de kolonie uit zag. Degene die de camera bedient, bepaalt wat wordt gezien en wat niet wordt gezien. In de films is werk geen slavernij, en zijn plantages geen machines die alles op hun pad verwoesten. Zoals de installatie van Esther Figueroa (1957, Jamaica) Wat is Suriname? aan het licht brengt. Op vier schermen zien we filmbeelden uit Suriname die gemaakt zijn vanuit een koloniaal perspectief; propagandabeelden van ‘het alledaagse leven’ in Paramaribo, zoals van basisscholen, waarin je Surinaamse schoolkinderen de woorden ‘gewone mensen’ ziet schrijven op het schoolbord. Maar ook beelden van een Nederlandse reclame over bananen. Erdoorheen plaatst de kunstenaar oude beelden van een bulldozer die het oerwoud verwoest, met daarbij een polygoonjournaalstem die het als nieuwste technologische ontwikkeling ophemelt. Ook heeft Figueroa sommige beelden van meeslepende operamuziek voorzien. Ik voel pijn bij de bizarre vanzelfsprekendheid waarmee de Nederlandse stem koeltjes spreekt over de brute vernietiging van de natuur en cultuur. Maar ondanks het koloniale perspectief van de camera, sijpelt er door de beelden ook kracht. Figueira koos ook beelden waarin trotse Surinamers te zien zijn, die hun cultuur blijven vieren en hun waardigheid koesteren in de moeilijke omstandigheden. De installatie voelt daardoor tegelijk als een monument om bij te rouwen als een ode aan iedereen die zich verzet tegen een onderdrukker.

Sabine Groenewegen, 'Excerpts from a Plantocracy ', 2026, Eye Filmmuseum, Amsterdam, foto: Studio Hans Wilschut

Wat de tentoonstelling ook toont is wat kolonialiteit betekent. Niet kolonialisme, als iets wat ooit was, maar een voortdurende manier om naar de wereld te kijken. Hoe land wordt gezien als iets wat we kunnen bezitten, uitbuiten en uitputten: van de bodem tot de planten, dieren en mensen. Een blik die de eerder genoemde film van Miranda Pennell laag voor laag afpelt. Door het aanleggen van de plantages worden leefgebieden van dieren afgebrand. Die dieren, zoals de orang-oetan, worden gevangengenomen en in houten kisten verscheept naar Europese dierentuinen. In de film vertelt de orang-oetang hoe ze Chloe heette in Berlijn, en Jenny in Londen, en hoe ze in 1924 stierf van de kou. Haar lichaam werd van haar afgepakt, en ze belandde als museumstuk in het zoölogisch instituut. Het koude hart van het koloniale rijk, noemt ze dat. ‘Het einde voor wie, en van wat,’ vraagt ze zich af over haar eigen levensverhaal. Gaan deze mechanismen niet nog altijd door? Hoe kijken we naar bomen waar we schuine wonden in snijden om witte rubberdruppels aan te onttrekken? In het werk van Sabine Groenewegen (1985, Nederland) zie je rijen huilende bomen, en de manier waarop hun tranen uiteindelijk worden samengeperst tot rubber. Uiteindelijk zien we mensen op zwart-witbeelden vrolijk op fietsen (inderdaad, met rubberen banden) door de stad rijden. Toch weet je meteen, dit gaat niet alleen over toen. Na het zien van de films weet ik dat ik altijd aan de gedachten van gevangengenomen en opgezette dieren en kapotgemaakte bomen zal denken. Hun geesten dwalen rond op dit vreemde continent. De kunstenaars in Eye zijn als het ware vertalers van hun gefluister. Het westen kan er maar beter naar leren luisteren.

Zelf bezoeken?

Hoe lang doe je er over?
90 minuten
Expert level
Beginners | Gevorderden | Crazy pro
Meer weten

De maker van de tentoonstelling, Hicham Khalidi, is geïnterviewd voor de podcast Nooit Meer Slapen. Hij vertelt uitgebreid over zijn ervaring van het maakproces, hoe hij de vaak onzichtbare koloniale macht van de camera wilde tonen. Maar hij geeft ook een breder inkijkje in zijn werk als curator en directeur van de Jan van Eyck Academie. Zijn route naar curatorschap is bijzonder, zijn blik op kunst blijft me inspireren, en zijn verhaal geeft een extra laag voor wie de tentoonstelling bezoekt.

Coverbeeld: Miranda Pennell, ‘A Person of the Forest’, 2026, Eye Filmmuseum, Amsterdam, foto: Studio Hans Wilschut

De tentoonstelling ‘Eye(s) Open’ in het Eye Filmmuseum is nog t/m 6 september 2026 te zien.

Meer informatie