Als kind had ik een favoriet boek: Het grote boek van Hannah (drie keer raden waarom) van Kaat Vrancken, met tekeningen van Thé Tjong-Khing. Die tweede naam kwam ik bovendien wel vaker op boekenkaften tegen. Dat is ook niet zo gek, want Thé Tjong-Khing is een van de meest bekende illustratoren van (kinder)boeken in Nederland, met meer dan 500 boeken op zijn naam. Denk aan Abeltje van Annie M.G. Schmidt, of zijn eigen boek Kunst met taart, dat je in menig museumwinkel kunt spotten. Grote kans dat jij ook wat van zijn tekeningen in je boekenkast had (of hebt) staan.
GO | NO GO #458: De sprookjeswereld van Thé Tjong-Khing
Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze keer ging onze redacteur Hanna de Vos naar CODA Apeldoorn voor de tentoonstelling ‘Kroon op de taart! De getekende werelden van Thé Tjong-Khing’.
De inmiddels 93-jarige Thé werkte in Apeldoorn samen met CODA aan de tentoonstelling Kroon op de taart! De getekende werelden van Thé Tjong-Khing, waarvoor hij ook speciaal enkele nieuwe illustraties maakte. Verder zijn veel van zijn schetsen te zien en is er aandacht voor twee hedendaagse kunstenaars: Koen Taselaar (1986), die net als Thé houdt van sprookjesachtige fantasiewerelden, en Pris Roos (1984), die door Thé geïnspireerd werd om ook een kinderboek te illustreren.
Vanaf het begin van de tentoonstelling heb ik een grote grijns op mijn gezicht. Dit was de droom als kind; in de sprookjeswereld uit mijn favoriete boeken stappen. Verschillende illustraties van Thé zijn levensgroot uitvergroot, waardoor je zo lijkt te kunnen aanschuiven bij het theepartijtje van Vos en Haas, of het snoephuisje van Hans en Grietje binnen kunt sluipen. Een belangrijk deel van de magie van Thé’s illustraties zit in de landschappen, zo blijkt uit de tentoonstelling. Die vertellen een groot deel van het verhaal. Dat zie je bijvoorbeeld op zijn illustratie Prinses Hase uit Sprookjes van overal (2018). Een prinses in een roze jurk staat aan de oever van een rivier – of is het een klif aan zee? Om haar heen stormt het. De golven, het gras, de bomen, de jurk, de haren van de prinses – Thé heeft alles in beweging gebracht. Je kunt de wind bijna horen loeien, de koude spetters van de golven in je gezicht voelen. Of neem twee fanatiek zwaardvechtende mannen (De zilveren bloem, uit Sprookjes van ergens, 2025), die van enthousiasme voor het gevecht zijn gaan zweven. Het landschap – een uitgestorven witte vlakte, met in de verte wat bergen – draagt bij aan de absurditeit van de scène. Op Burning down the house (2025) van Koen Taselaar zien we een soort middeleeuws kasteel dat wordt aangevallen door veelkoppige draken en demonen. De vlammen slaan uit de ramen en dreigen de omringende bomen in de as te leggen. Het wandtapijt zou niet misstaan in een sprookjesboek van Thé Tjong-Khing.
Van veel illustraties worden ook schetsen tentoongesteld, waardoor je in deze tentoonstelling goed ziet hoe Thé’s tekenproces in elkaar steekt, en wat hij allemaal aanpast voordat een illustratie op de pagina’s van een boek belandt. Van een vechtpartij uit Carmen (2012) zijn bijvoorbeeld zeven verschillende schetsen te zien, met steeds een andere wirwar van slaande en schoppende handen en voeten. Op de schetsen voor Picknick met taart (2005) is te zien hoe Thé personages, bomen en objecten over het hele oppervlak beweegt, totdat ze op hun uiteindelijke plek in de voorstelling terechtkomen. Op de eerste schets lopen alle dieren netjes op een rij met hun picknickbenodigdheden door het bos. Op de laatste versie van de illustratie overheerst juist de chaos; een hond struikelt over een krokodillenstaart en laat zijn zilveren schaal met eten vallen, en een varken in een verpleegsterskostuum wordt omver gestoten door de vlieger van een overenthousiast konijn. De humor van Thé’s illustraties zit vaak in de details. Zo hebben zijn personages Vos en Haas casually wat schilderijen van Andy Warhol en Paul Gauguin achter hun koelkast verstopt staan (Vos en Haas op zoek naar koek, 2011) en protesteert een groepje slakken om onduidelijke redenen tegen de olympische spelen, inclusief protestborden met leuzen als ‘PLEUR OP’ (Een beer kan de was doen uit De dag dat de zee weg was, 2017). Dat oog voor detail komt ook terug in het werk van Pris Roos. Voor deze tentoonstelling bouwde ze de gevel van haar ouders’ toko na van kartonnen dozen. Achter het half opgetrokken rolluik zie je echter geen schappen en een kassa, maar een mysterieus bos. Het is de setting van haar boek, De toko van mijn ouders, waarin het hoofdpersonage in een kousenbandjungle met bamisoeprivieren op zoek moet naar haar verdwenen moeder. De invloed van het atmosferische, grappige en verhalende werk van Thé Tjong-Khing is duidelijk. Ik kan in ieder geval uren staren naar de sprookjeswerelden in deze tentoonstelling en elke keer iets nieuws ontdekken waar mijn inner child van glundert.
Zelf bezoeken?
Thé laat zich graag inspireren door beroemde kunstenaars. Zo heeft hij werk van Dalí en Van Gogh nagemaakt in zijn eigen stijl. Mijn favoriet is echter zijn boek Bosch: het vreemde verhaal van Jeroen, zijn pet, zijn rugzak en de bal over de absurde werelden van Jheronimus Bosch.
coverbeeld:Thé Tjong-Khing, uit: ‘Sprookjes van ergens’, 2025 © Thé Tjong-Khing, Gottmer Uitgevers Groep