‘Hello, I’m Monster Chetwynd,’ zegt de kunstenaar in een dik Brits accent, terwijl ze geniepig vanachter een van haar collages opduikt. Met die video op de Instagram-pagina van het Middelheimmuseum maak ik voor het eerst kennis met de Britse kunstenaar Monster Chetwynd (1973). Ze is een opvallende verschijning: met uitgesmeerde zwarte lippenstift op en rond haar mond, donkere oogschaduw, een kleurrijke gebreide trui en een knalrode baret oogt ze even excentriek als haar artiestennaam. Ze is het type vrouw waarmee ik meteen bevriend wil zijn. Chetwynd maakt vooral performances, live-acties die vaak alleen voortleven in foto’s en video’s. Voor die performances werkt ze samen met haar zogenoemde troupe van steeds wisselende performers waarmee ze kostuums, maskers en decors in elkaar knutselt. Met de tentoonstelling A Friends Making Machine toont ze in het Antwerpse beeldenpark voor het eerst werk in openlucht. Ik ben benieuwd: hoe maak je een expo rond een kunstenaar wier kunst vooral bestaat uit unieke ervaringen?
GO | NO GO #460: Vrienden maken met Monster Chetwynd
Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze keer was onze redacteur Sofie Huvaere in het Middelheimmuseum, Antwerpen voor de tentoonstelling ‘Monster Chetwynd – A Friends Making Machine’.
Die vraag speelt nog door mijn hoofd wanneer ik via de hoofdingang van het Middelheimmuseum de tentoonstelling binnenwandel. Op een grote grasvlakte staan vijf kleurrijke poorten verspreid als decorstukken uit een surrealistisch theaterstuk. Monster Chetwynd baseerde haar Proscenium Arches (2026) op de boog die in een theaterzaal het podium van het publiek scheidt. De bogen doen me denken aan een videoband uit mijn kindertijd. Mijn ouders hadden een opname van Max en de Maximonsters op cassette, een fantasierijke opera over een jongetje dat vanuit zijn slaapkamer met een boot naar een eiland vol reusachtige monsters vaart. Ook daar schoven houten golven, bossen en vreemde planten over het podium. Chetwynds collages van salamanders, mollen, vleermuizen en antieke beelden brengen me onverwacht terug naar die opera. Haar werk wekt een soort kinderlijke drang op om zelf met karton en papier-maché een nieuwe wereld in elkaar te knutselen.
Dat verlangen wordt in A Friends Making Machine niet helemaal ingelost. Overal in het Middelheimmuseum verwijst Monster Chetwynd naar theater. De Proscenium Arches doen denken aan decorstukken, en Hellmouth 5 (2025), een gigantisch blauw monsterhoofd waar bezoekers doorheen kunnen wandelen, aan de middeleeuwse hellemonden of poorten naar de hel. Alles lijkt te suggereren dat er elk moment iets kan gebeuren. Maar er gebeurt eigenlijk niet veel. Dat voelt vreemd voor een kunstenaar die vooral bekendstaat om haar uitbundige performances. In het Middelheimmuseum sta je vooralsnog voor een leeg decor en zijn de spelers blijkbaar al naar huis. Dat valt op, omdat zelfs de titel van de tentoonstelling op ontmoeting en samenwerking wijst. Voor Chetwynd is kunst geen individuele bezigheid, maar iets wat ontstaat wanneer mensen samen kostuums naaien, maskers maken, zingen en improviseren. Haar decors van hout, karton en papier-maché stralen een doe-het-zelfmentaliteit uit: ze zien er niet uit als alle andere klassieke sculpturen en beeldhouwwerken in het beeldenpark, maar als rekwisieten die wachten om gebruikt te worden. Op een doordeweekse namiddag in het Middelheimmuseum lijkt die ‘vriendenmachine’ echter even stilgevallen. Dat gemis wordt nog sterker door Tears (2021), een installatie die op het eerste gezicht lijkt op een doodgewone rij aaneengesloten houten banken, maar van bovenaf een menselijk oog met een traan vormt. In dat oog liggen transparante zorbs waarin bezoekers kunnen klimmen om letterlijk door het kunstwerk te rollen. Alleen bleek dat tijdens mijn bezoek niet mogelijk. Ik weet niet waarom. Toch jammer, want net die speelsheid lijkt essentieel voor Chetwynds werk. Maar daar komt snel verandering in: in het weekend van 12 en 13 september keert Chetwynd terug naar het Middelheimmuseum om nieuwe performances op te voeren en zal haar troupe de installaties hopelijk tot leven brengen.
Gelukkig valt er in het Middelheimmuseum ook buiten de grasvlakte nog heel wat te ontdekken. Wie verder wandelt naar de museumbibliotheek, stuit achter hoge rekken vol kunstboeken op The Movie Palace (2026), een handgemaakte kijkdoos waarin een film van Chetwynds performance in het park wordt afgespeeld. In een miniatuurtheater, compleet met kleurrijke decors, een orkestje van salamanders en kleine prosceniumbogen, krijg ik eindelijk een glimp van de energie die elders in de tentoonstelling (voorlopig) ontbreekt. Maar het is vooral de bibliotheek zelf die me overdondert. De kunstenaar selecteerde boeken die haar inspireren: publicaties over Cobra, Barbara Hepworth, Salvador Dalí en Yayoi Kusama liggen er zusterlijk naast werken over bomen, natuur en zelfs Scandales érotiques de l’art. Pas wanneer ik door de boeken met foto’s van haar performances blader, krijg ik het gevoel dat ik de kunstenaar echt leer kennen. Theater, folklore, monsters en de kunst van het bricoleren lopen moeiteloos door elkaar. Hier wil ik gerust wat langer blijven hangen. Aan lange tafels kun je bladeren, lezen en je gezelschap verblijden met schunnige plaatjes. Het Middelheimmuseum richtte zelfs een knusse buitenbibliotheek in en overal in het park vind je strandstoelen met opdrukken van mollen, salamanders en vleermuizen. Ik denk dat Chetwynd het leuk zou vinden als we al die stoelen bij elkaar zouden zetten en samen kunst kijken, spelen, vriendschappen smeden en nieuwe werelden verzinnen. Die gedachte krijgt een mooi vervolg in Salamander Portal (2026), het enige werk uit de tentoonstelling dat permanent in het beeldenpark blijft staan. Chetwynd maakte de sciencefictionachtige poort met felgekleurde salamanders samen met de kinderen en jongeren uit de Antwerpse kinder- en jeugdpsychiatrie (UKJA). Salamanders kunnen hun afgebroken staart, pootjes en zelfs organen opnieuw laten aangroeien. Zo symboliseren ze herstel en verandering. Want uiteindelijk draait A Friends Making Machine niet zozeer om wat er in het Middelheimmuseum staat, maar om wat er tussen mensen ontstaat wanneer ze samen iets maken en beleven.
Zelf bezoeken?
Voor wie het nog niet helemaal duidelijk was: tijdens het performanceweekend van 12 en 13 september 2026 brengt de kunstenaar een nieuwe performance die ze speciaal voor deze tentoonstelling maakt. Een unieke ervaring, dus! Kinderen kunnen in het Ontdekatelier Schaduwdieren meer te weten komen over Chetwynds inspiratiebronnen: mollen, vleermuizen en salamanders. In het atelier kunnen ze bovendien hun eigen kleurrijke salamanderhoofd in elkaar knutselen.
Coverbeeld: ‘Monster Chetwynd – A Friends Making Machine’, Middelheimmuseum, foto: Tom Cornille