Mijn Instagram heeft een heerlijk algoritme te pakken: jaren ‘90 nostalgie. Door scènes uit nog getekende Disney-films, tv-fragmenten van Ketnet-kroketten, plaatjes van scoubidou-touwtjes in alle kleuren van de regenboog en lang verdwenen MSN-geluiden, verlang ik weer naar mijn jeugd. Afhankelijk van je bouwjaar deel je deze losse flodders aan jeugdsentiment of was eerdere opsomming slechts pure wartaal. Maar met de tekeningen van Fiep Westendorp (1916-2004) is het voor meerdere generaties een nostalgische schot in de roos. Of je je de spitsneusjes van Jip en Janneke nog herinnert van hun reeks in het Parool, over de schouders van je ouders meekeek naar de ontsnappingspogingen van kakkerlak Zaza aan de spuitbus van mevrouw Helderder, of dat het nu aan jou is om de ontwapenende personages te introduceren aan je eigen kroost: Westendorp weet generaties te overbruggen met haar liefdevolle illustraties, boordevol humor.
GO | NO GO #461: Jeugdsentiment met de tekeningen van Fiep
Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze keer ging onze redacteur Fleur naar een bonte verzameling tekeningen van Fiep Westendorp in Het Rijksmuseum.
Het Rijksmuseum wijdt twee zalen aan 150 tekeningen van Westendorp. Een zwarte lijn, als met potlood getrokken, loodst je vanaf haar eindexamenopdracht uit 1938 langs schetsen en eerste krantenopdrachten naar de ondeugende avonturen van Jip en Janneke, de charmante smeerpoets Floddertje, de rode kraanwagen van Pluk van de Petteflet en de kenmerkende piekharen waarmee Fiep het overgrote deel van haar innemende personages tekende. De illustraties begeleiden veelal de bijzondere verhalen van Annie M.G. Schmidt (1911-1995), maar bewijzen hier dat ze ook opzichzelfstaand boekdelen spreken. Met eenvoudige lijnen, 2D-silhouetten en weinig details toont Westendorp hoe knap zij alledaagse emoties herkenbaar en met humor kon vastleggen.
Er worden niet zómaar tekeningen getoond, maar door Westendorp zorgvuldig bewaarde originele illustraties. Waar haar tekeningen voor kranten en boeken gecorrigeerd werden, kijken we hier naar een ongecensureerde Fiep. Dit brengt ons net wat dichter bij haar creatieproces en legt de ontwikkeling van haar tekenkunsten en karikaturen prachtig bloot. Zo oefent ze in een ‘schetsboekblad mensen’ (1938) al met lichtelijk overdreven lichaamshoudingen, grimassen en outfits die het humeur van haar karikaturen versterken. Een hoog opgetrokken broek, overdreven lange jassen, zwaar gefronste wenkbrauwen, een pedant omgeslagen sjaal en bedenkelijke blikken; stuk voor stuk worden personages uit slechts een paar lijnen op papier geboren. Wanneer we doorlopen naar haar prenten uit de jaren ‘50, ontvouwt zich langzaam haar typische stijl: opgetrokken schouders, dunne stelten als beentjes, spitse neuzen, grote rompen, ogen die op dezelfde hoogte liggen als de neus. Figuren waar beweging in zit, zelfs in de dan nog slungelige ledematen van Jip en Janneke. Een werkje uit 1952, Jip is de meester, hangt naast Jip en Janneke uit 1982. Het verschil van dertig jaar tussen de hoofdrolspelers is grappig om te zien. De “originele” Jip en Janneke hebben langere lijven, menselijkere hoofdjes en andere tenues aan: Jip draagt een heus hansopje boven zijn lakschoentjes. Bij de Jip en Janneke die voor mij en menig Hema-klant bekend zijn, heeft Westendorp de volwassenere kinderlijven ingeruild voor peutertjes, zijn hun kopjes haast volledig rond, de lijfjes hoekiger en is Jips hansop verruild voor een modieus gestreept truitje op een broek.
Naast een scherp gevoel voor humor, hadden Westendorps illustraties ook een verrassend kritische ondertoon. Met haar sprekende karikaturen blijkt ze een heuse feminist; als onafhankelijke vrouwelijke illustrator bevraagt ze met haar prenten de rol van vrouwen die nog vastzitten in het systeem. Haar geniale – en tikkeltje gewaagde – tekeningen worden geplaatst op de enige pagina in het Parool voor vrouwen onder de titel: ‘Voor de Vrouw (maar voor haar niet alléén…)’. In heldere lijnen en herkenbare stijl toetst elk van haar werken met gevatte spot de toenmalige verwachtingen van de maatschappij. Wij vragen u, draai de moraal eens om (1960) toont een kibbelend stel waarbij de vrouw eens een grote mond opzet. Moderne vrouwenbladen (1959) toont een vrouw die op hoge hakjes, al leunend op haar plu, aandachtig kijkt naar de laatste trends voor make-up, kapsels, en mode. Briljant is de prent Wat moet een meisje met een mannelijk beroep (1965), waarop een meisje wat beduusd op een stokje zit, opgesloten in een kooi met haar schoonmaakspullen als dierbare attributen. Alsof het meisje, dat sterk aan Otje doet denken, een aan haar lot overgelaten kanariepietje is. Het ik-verwaarloos-mijn-vrienden-complex (1968) verbeeldt het alle-ballen-in-de-lucht-houdensyndroom, met een lange madame die met een hondje op schoot, al roerend in de pan op het fornuis, gelijktijdig op de typemachine tikt, de oven in de gaten houdt en aan haar voeten een met schoonmaakgerei gevulde mand heeft staan. Terwijl ik blij verrast gniffel om de titels, de prenten en het lef van de geëmancipeerde Fiep, vraag ik me af of we deze illustraties niet opnieuw kunnen drukken in de krant. Ze blijken niet alleen een bron van jeugdsentiment, maar zijn ook nog reuze actueel.
Zelf bezoeken?
Wil je meer weten over deze geliefde illustrator? In de biografierubriek Een Leven in Letters van NOS Met het Oog op Morgen wordt het boek Fiep – leven en werk van Fiep Westendorp door hoogleraar in de Geschiedenis van de Biografie Hans Renders besproken. Een mooie kans om meer te leren over Fiep Westendorp en bij interesse nog verder in het boek en leven van Fiep te duiken.
Coverbeeld: Fiep Westendorp, ‘Strand’ (uit: Jip en Janneke), 1978, © Fiep Amsterdam bv; Fiep Westendorp Foundation.