De Fransman Yves Klein (1928-1962) zat vol experimenteerlust. Alsof hij wist dat zijn kunstenaarschap door zijn vroegtijdige dood abrupt zou eindigen, liet hij in zijn acht jaar durende carrière de kunstwereld meermaals op zijn grondvesten schudden. Denk bijvoorbeeld aan zijn publieksvoorstelling uit 1960, waarin hij met een sigaret in de hand en een kamerorkest aan zijn zijde de bewegingen instrueerde van in blauwe verf gehulde naaktmodellen. Als levende penselen lieten de vrouwen afdrukken achter op de omringende witte doeken, Kleins Antropometrieën. Het zal hem ongetwijfeld toen ook al scheve gezichten hebben opgeleverd; niet vanwege de hedendaagse vraag of Klein hier een artistiek machtsvertoon tentoonspreidde, maar om zijn radicale kijk op kunst waarmee hij telkens de grenzen van de traditionele schilderkunst verlegde. Mocht dit niet genoeg zijn om zich te verzekeren van een plekje in de kunstcanon, liet Yves in dezelfde jaren 60 reproducties maken van Michelangelo’s iconische sculpturen uit het Louvre. Hij dompelde ze daarna onder in zijn gepatenteerde blauwe verf, ‘International Klein Blue (IKB)’, waardoor hij kunsthistorische iconen kon toe-eigenen.
GO | NO GO #466: Yves Kleins talent kwam niet uit de blauwe lucht vallen
Gaan of niet gaan: dat bepaal je zelf. Wij geven je – met een kritische blik – tips voor tentoonstellingen. Deze keer bezocht onze redacteur Fleur Vroegindewey het Stedelijk Museum Schiedam voor de tentoonstelling: ‘Yves Klein en zijn kunstenaarsfamilie’.
In een drie verdiepingen tellende tentoonstelling toont het Stedelijk Museum Schiedam dat Kleins artistieke genie niet uit de blauwe lucht kwam vallen. Opgegroeid in het Parijse kunstepicentrum, met twee ouders die al exposeerden, had Yves een streepje voor. In deze tentoonstelling komen hun oeuvres voor het eerst samen. Er zijn haast impressionistische droomvoorstellingen van zijn vader Frits Klein (1898-1990), opvallende abstracte kleurvlakken van moeder Marie Raymond (1908-1988) en ook felgekleurde heelalvoorstellingen van zijn vrouw Rotraut Uecker (1938), met wie Klein vooral een fascinatie voor het universum deelde. Dankzij alle kunstwerken én de familiefoto’s, kindertekeningen, brieven en herinneringen leer je hun artistieke talent en gemeenschappelijke passie voor kleur kennen, maar ook de familie zelf. Met ruim dertig werken behoudt Yves de hoofdrol, maar dwaal je wat graag even langs de andere werken.
De tentoonstelling geeft alle vier de kunstenaars de aandacht die ze verdienen. Ieder van hen krijgt een eigen zaal die aan hun kunstenaarschap is gewijd. Het betoverende kosmische palet van Rotraut Uecker is mijn favoriet. Vanaf haar eerste ontmoeting met Klein delen ze een fascinatie voor het universum op spirituele wijze. Klein vanuit een zoektocht naar het immateriële en oneindige, die hij onder andere vormgeeft met zijn specifieke blauwe en monochrome doeken. Uecker zet dezelfde fascinatie om in een drang om de kosmische verschijnselen zelf vast te leggen. Uit haar serie Galaxies, waarmee zij startte in 1956, hangt in haar zaal het werk Galaxy uit 1987. Tegen een donkerblauwe achtergrond lijken hier duizenden sterren te fonkelen, alsof je op een heldere zomernacht bewonderend kijkt naar een baan van de Melkweg en tegelijkertijd voelt hoe nietig je bent. In werkelijkheid zijn het ontelbaar witte stipjes, die Uecker met lijm op een houten plaat druppelde om vervolgens na een laag dekkende zwarte verf te hebben aangebracht, weer bloot te schuren. Het idee klinkt simpel, de uitwerking is magisch. Naast dit abstracte sterrenbeeld nagelen ook haar feller gekleurde eclipswerken je aan de grond. Op Éclipse (ca. 1972) ontvouwt zich een vage witte sterrengloed tegen een zwarte achtergrond. De gloed verkleurt naar fel geel en oranje, met in het midden een harde zwarte stip. Doordat de stip zo sterk afsteekt tegen de rest, trekt het zwart je blik er steeds naartoe, en verlies je jezelf onbewust in wat lijkt op een echt zwart gat.
Het is niet voor niets zijn artistieke signatuur geworden: het haast mythische blauw van Yves Klein. Door de aanwezigheid van talrijke kunstwerken in precies dit blauw, begin je zijn kleurkeuze beter te begrijpen. Voor Klein was blauw de meest immateriële kleur, omdat het volgens hem het beste oneindigheid kon tonen. Hij kreeg zelfs patent op de combinatie van een chemisch bindmiddel en ultramarijnpigment, waardoor de intense kleur nooit aan helderheid verloor – zijn International Klein Blue (IKB). De sterke aantrekkingskracht van het blauw blijkt uit zijn reeks Cosmogenieën. Hoewel ik kijk naar sculpturen die simpelweg bestaan uit een stuk steen als voet, metalen staaf als statief, en een spons als kopstuk, topt het blauw het af als haast iets buitenaards. Alsof je kijkt naar een verhard stukje kosmos. Klein bedacht dat toeschouwers zich net zo kunnen volzuigen aan de werken als de levende materie van de spons aan de blauwe verf. And so it goes. De mystieke ervaring van zijn blauw bereikt een echt hoogtepunt in Pure Blue Pigment (origineel 1957, postume editie 2026). Er ligt een enorme rechthoek vól met helder blauw poeder op de vloer. Geen figuratie, geen doek, geen verf, alleen maar een dikke laag pigment. Hier spreekt de kleur voor zichzelf. Hoe langer ik kijk, des te meer ik een duik wil nemen in het blauwe bad om het hypnotiserende pigment te beroeren met mijn vingers. Hoewel het werk Blue Rain erboven mij pas later opvalt, is de symboliek ervan mooi: aan doorzichtige lijntjes hangen blauwe strengen in de lucht, op verschillende hoogten boven het blauwe bad. Alsof het bevroren regendruppels zijn die met wat fantasie het blauwe pigment blijven aanvullen.
Zelf bezoeken?
Meer ontdekken over Yves Klein? In deze radiodocumentaire van de BBC gaat de Amerikaanse kunstenaar Lilane Lijn (1939) op onderzoek uit naar het blauw van Yves Klein en bezoekt ze onder andere de plek in Parijs waar hij een van zijn baanbrekende performances deed: uit een raam ‘in het oneindige springen’.