Silke Drevel 01 juli 2025

SPECIAL: In therapie

Onze redacteur Silke Drevel zit al zeven maanden thuis met een burn-out. Ze bevindt zich in goed gezelschap: er blijken namelijk een hoop kunstenaars met psychische problemen te zijn geweest. Waar hadden zij mee te kampen, en zien we dit ook terug in hun werk?*

Sinds november 2024 zit ik thuis met een burn-out. Ook al liep ik maandenlang rond met een waslijst aan fysieke en mentale klachten, vond ik dat het heus wel ging. Het officiële dieptepunt was toen ik een oncontroleerbare huilbui kreeg op kantoor, omdat Outlook Office vastliep. Dat was het begin van het feestje in de kelder van mijn persoonlijke hel. Eenmaal ziek gemeld op werk, startte het nagenoeg onmogelijke traject om de boel weer op de rails te krijgen. Onmogelijk, omdat de diagnose ‘burn-out’ eigenlijk niet bestaat. Er is geen eenduidige definitie of behandelplan, ook al ervaart één op de vijf werkende Nederlanders burn-outklachten. Doordat ik niet officieel gediagnosticeerd kon worden met een burn-out, moest de psycholoog om verzekeringsredenen een persoonlijkheidsstoornis vaststellen. Nu was ik er, als typische Gen-Z’er, wel al langer van overtuigd dat we allemaal een persoonlijkheidsstoornis hebben, “rugzakjes” dragen of ergens op het spectrum zitten. Geen nieuws voor mij dus.

Na mijn “diagnose” vond ik een hoop herkenning en troost in kunst. Er zijn (of waren) immers heel veel kunstenaars die psychisch instabiel en (on)gediagnosticeerd zijn. Talloze schilders, schrijvers, acteurs en muzikanten hebben (of hadden) een psychische aandoening, zoals die beschreven staat in het DSM-5 (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders). Tegenwoordig lijkt het hip om te strooien met diagnoses: iedereen lijkt wel ‘een beetje OCD’ te hebben, of ‘vorig weekend heel depressief te zijn geweest’. En wie heeft er nou niet een ex met een ‘dismissive avoidant attachment-stijl’? Of een collega met een narcistische persoonlijkheid? Van de gekozen kunstenaars hieronder is het soms ook de vraag of ze echt de psychische aandoeningen hebben gehad die nu aan ze worden toegeschreven. Het is ook belangrijk om te noemen dat het DSM pas sinds 1952 bestaat en dat deze zeker niet waterdicht is. Desalniettemin vond ik het interessant om naar hun kunstwerken te kijken en me af te vragen: had hun psychische aandoening invloed op hun werk?

Vincent van Gogh, Zelfportret met verbonden oor, 1889. Courtauld Institute of Art, Londen
Vincent van Gogh, Gang van de psychiatrische instelling, september 1889. The Metropolitan Museum of Art, New York.
Vincent van Gogh, Zelfportret met verbonden oor, 1889. Courtauld Institute of Art, Londen
Vincent van Gogh, Gang van de psychiatrische instelling, september 1889. The Metropolitan Museum of Art, New York.

Vincent van Gogh 

Als er één beroemde zenuwlijder is, dan is het Vincent van Gogh (1853-1890) wel. Er wordt gesuggereerd dat hij leed aan een bipolaire stoornis, een borderline persoonlijkheidsstoornis, depressies, psychoses, schizofrenie, slapeloosheid, een angststoornis en een middelenstoornis. De hele DSM-5 dus. Zijn mentale toestand wordt tot op de dag van vandaag actief besproken door kenners, maar is moeilijk sluitend te beoordelen zonder de aanwezigheid van de vermeende patiënt. Maar dat Van Gogh een moeilijk leven heeft gehad, mag ook zonder therapiesessie duidelijk zijn. Hij is meerdere malen in zijn leven opgenomen geweest; de bekendste opnames waren die in Arles tussen 1888 en 1889, nadat hij een deel van (of misschien wel zijn gehele) linkeroor had afgesneden, en die in de psychiatrische inrichting in Saint-Rémy. In 1890 schoot Van Gogh zich op 37-jarige leeftijd in de borst met een revolver – twee dagen later overleed hij. Ondanks alle opnames en mentale problemen heeft Van Gogh altijd onvermoeibaar doorgewerkt. Schilderen als uitlaatklep of afleiding, misschien zelfs als manier om de klachten te verwerken en te verlichten? Hij heeft dan ook meermaals de psychiatrische instelling waar hij verbleef vastgelegd, en er wordt gezegd dat sommige van zijn zelfportretten reflecties zijn van zijn mentale staat. Ook de brieven aan zijn broer geven een inkijkje in zijn hoofd en hoe belangrijk het schilderen voor hem was. Op 10 september 1889 schreef hij: ‘Zo is het leven, de tijd komt niet terug, maar ik stort me volledig op mijn werk, juist omdat ik weet dat de gelegenheid om te werken niet terugkomt. Vooral in mijn geval, waarin een heviger aanval voor altijd een einde kan maken aan mijn vermogen om te schilderen.’

Edvard Munch, 'De schreeuw', 1893, Nationaal Museum voor Kunst, Architectuur en Design, Oslo, foto: Nasjonalmuseet / Børre Høstland

Edvard Munch 

Er zijn weinig werken die psychische instabiliteit zo goed verbeelden als De schreeuw van Edvard Munch (1863-1944). Een paniekaanval tijdens een wandeling, getriggerd door de ondergaande zon, zou de inspiratie zijn geweest voor dit schilderij. Zelf zei Munch hierover: ‘Ik voelde een oneindige schreeuw die door de natuur ging.’ Over de mentale gezondheid van Munch wordt veel gespeculeerd. Zo zou hij geleden hebben aan depressies, angststoornissen, schizofrenie, een narcistische persoonlijkheidsstoornis, een middelenstoornis en een bipolaire stoornis. Het is bekend dat hij in 1908 opgenomen is geweest, maar waarvoor precies blijft onduidelijk. In 1980 plakten onderzoekers postuum een diagnose op Munch: een narcistische persoonlijkheidsstoornis door trauma. Die diagnose lijkt grotendeels gebaseerd op Munchs omgang met vrouwen en de manier waarop hij ze verbeeldde in zijn kunst.

Yayoi Kusama, Infinity Nets Yellow, 1960. National Gallery of Art, Washington

Yayoi Kusama

Sinds 1977 woont Yayoi Kusama (1929) in een psychiatrische instelling. Vrijwillig. Al vanaf haar kindertijd lijdt ze aan levensechte hallucinaties waarbij ze vlekken, stippen of bloemen ziet – ook wel psychedelische schizofrenie genoemd. Het is ook de voedingsbodem voor haar kunst; geleid door haar obsessieve-compulsieve stoornis resulteert dit in kunstwerken vol herhalende patronen. Zelf meent Kusama dat het maken van kunst haar leven heeft gered: ze is door haar kunstpraktijk in staat haar gedachten en gevoelens te reguleren. Haar Infinity Nets zijn een goed voorbeeld van de rol die OCD speelt in haar kunst. De grote doeken bestaan volledig uit een patroon van heel kleine, heel precieze vormpjes. Haar wereldberoemde Infinity Mirror Rooms zijn een ander voorbeeld van hoe haar psychische problemen een rol spelen in haar werk. Voor deze grootschalige installaties (kamers waar je in kunt stappen) gebruikt ze haar eigen waanbeelden als inspiratie Als bezoeker ervaar je het gevoel van desoriëntatie dat Kusama op zulke momenten overvalt.

Mark Rothko, Untitled (Black on Grey), 1969-1970, Solomon R. Guggenheim Museum, New York (Geschenk van The Mark Rothko Foundation, Inc. 1986)

Mark Rothko 

Hoewel Mark Rothko (1903-1970) vooral bekend staat om zijn kleurrijke werken, is ook Untitled (Black on Grey) uit 1969-1970 van hem. Al vanaf 1957 vond er een verschuiving plaats in zijn kleurenpalet. Het zonnige geel, warme oranje en levendige rood maakten plaats voor zwart, donkergroen, bordeaux en grijs. De vraag is of dit een direct verband hield met de verergering van zijn mentale staat. Rothko leed zijn hele leven aan een klinische depressie, en zocht vaak zijn toevlucht in heftig alcoholgebruik. De oorzaak lag ongetwijfeld bij zijn onverwerkte jeugdtrauma’s.Toen Rothko nog maar een jongen was, vluchtte zijn gezin uit Rusland vanwege groeiend antisemitisme en zijn vaders angst om opgeroepen te worden voor het leger. En vlak na hun aankomst in Amerika, stierf Rothko’s vader aan kanker. In 1969 sloot Rothko zich compleet van de wereld af in zijn studio, waarna hij op 25 februari 1970 zelfmoord pleegde. Untitled (Black on Grey) is een van de laatste werken die Rothko schilderde.

Louise Bourgeois, 'Arc of Hysteria', 1993, Museum of Modern Art, New York.

Louise Bourgeois 

Meer dan dertig jaar lang onderging Louise Bourgeois (1911-2010) psychoanalyse. Van 1952 tot 1985 zat ze in therapie bij Dr. Henry Lowenfeld vanwege depressiviteit als gevolg van het overlijden van haar vader. Haar depressie, maar ook haar angsten en jeugdtrauma’s komen ook terug in haar werk. Zo schreef ze over haar eindeloze zorgen: ‘Ik ben bang voor stilte / ik ben bang voor het donker / ik ben bang om te vallen / ik ben bang voor slapeloosheid / ik ben bang voor de leegte.’ Het maken van kunst hielp haar in het verwerken, confronteren en in bedwang houden van deze angsten en trauma’s. The Destruction of the Father (1974) laat dat goed zien. De installatie is een soort grot, waarbij organische vormen die lijken op lichaamsdelen uit de vloer en het plafond komen. De inspiratie voor dit werk was tot haar gekomen in een droom, waarbij ze haar tiran van een vader ontleedde en aan tafel opat. Maar ook de psychoanalyse zelf was een bron van inspiratie voor Bourgeois. Haar werk The Arc of Hysteria refereert aan een grote interesse voor veel Freudiaans-geschoolde psychoanalytici: hysterische vrouwen. Er werd gedacht dat hysterie bij vrouwen veroorzaakt werd door psycho-seksuele onderdrukking. Dit zou ertoe leiden dat hun lichaam zich in allerlei vreemde bochten zou wringen. Persoonlijk denk ik dat ook ik vrij hysterisch zou worden als ik geen gelijke rechten zou hebben en geen bankrekening mocht openen. Maar misschien was het ook vrij hysterisch van mij om te huilen over Outlook Office. Ik huiver bij de gedachte aan wat Freud van mijn situatie zou zeggen.

*Wij zijn geen psychologen en wij stellen in dit artikel dan ook geen officiële diagnoses, noch zijn we in staat om serieuze statements te doen over het psychische welzijn van de genoemde kunstenaars. Worstel je zelf met mentale problemen, gedachten over zelfbeschadiging of zelfmoord? Vraag om hulp via www.113.nl of bel gratis met 0800-0113. Meer informatie vind je bijvoorbeeld op https://mindhulplijn.nl/  en https://www.denederlandseggz.nl/.